Tiny’s boekentic-tag

Een blogbericht puur over boeken, geïnspireerd op het vragenlijstje dat ik las bij Trees en oorspronkelijk gemaakt door Liesbeth.

Ik kon al heel vroeg lezen en ben er nooit meer mee gestopt, als ik geen boek aan het lezen ben, dan ben ik dood, denk ik. Of blind, zou je misschien denken. Neen, die vlieger gaat niet op: ik werk bij een firma die er alles aan doet om blinden en slechtzienden terug te laten lezen, dus ik weet wel wat ik nodig heb als ik het zelf niet meer (genoeg) zou zien.

  • Hoeveel boeken wil je dit jaar lezen? Heb je daar een planning uitdaging voor?
    Al een paar jaar werk ik met Goodreads, de app en de website. Dit jaar heb ik voor mezelf gepland dat ik veertig boeken zou lezen, maar ik sta al zes boeken achter op schema. Geen probleem, ik zie wel hoe dat gaat. Soms heb je enkele dikke boeken waar je serieus je tijd voor wil nemen, of soms ben ik meer aan het Netflixen dan aan het lezen, kan allemaal. Moet just niks.
  • Welk boek zou je graag weer voor het eerst lezen?
    Misschien A little life van Hanya Yanagihara, want daar zit zoveel in dat ik eerst niet wist en niet had gedacht, en dat kan ik nu niet meer “on-denken”. Terwijl ik dit schrijf, zoek ik in mijn boekenkast naar dat boek, en het is weg. Bizar, want dat boek was ik niet van plan om uit te lenen of weg te geven. Of deed ik dat toch? Als iemand dit leest, die het kreeg/heeft van mij, maak u bekend!
  • Welk boek vind jij super maar veel anderen niet?
    Ik denk ook bovenstaand: A little life. Veel mensen zeggen me dat ze er niet door geraken (het is nogal een klepper), of ze zeggen dat ze het niet aankunnen omdat het zo dramatisch is. Snap ik allebei wel.
  • Kan je leven zonder bibliotheek?
    Oh nee. Ik ben ZO blij met de bibliotheek hier in Wevelgem, ik vind bijna altijd de boeken die ik zocht, en ik doe er veel ideetjes op. Terwijl in Brugge de boeken die ik wil al vaak uitgeleend zijn, zelfs in de vijf filialen van die stad. Ik heb altijd wel boeken van de bib liggen, en tussendoor lees ik ook wel op mijn e-reader, maar ook boeken die ik kreeg van vrienden.
  • Welke boekverfilming is beter dan het boek? 
    Sowieso Lord of the rings. Dat boek las ik toen ik een jaar of twintig was en ik bedacht me toen al: dit kunnen ze nooit of nimmer verfilmen. En toen ik hoorde dat de film dan toch ging uitkomen, dacht ik nog steeds: dit wordt een ramp. Maar toen ik de film zag, waren vele scènes, landschappen en personages bijna exàct zoals ik ze me in mijn hoofd had voorgesteld en ik was volledig weggeblazen. Ik heb de dvd’s van voor naar achter bekeken, ook nog eens opnieuw met de commentaren van de acteurs en de regisseur. Zo’n freak ben ik dan wel.
  • Wat is het gekste wat je ooit in een boek bent tegengekomen?
    Het is al héél lang geleden, ik denk in de vroege jaren tachtig. Toen las ik een boek (geen idee meer welk) uit de bibliotheek van Sint-Jozef in Brugge en daar zat zo’n bonnenkaart in – wat je nodig had in de tweede Wereldoorlog om koffie en zo te kunnen kopen. Echt op datum van ergens in 1944. Heel stom dat ik die nu niet meer heb. Ik heb ze nochtans lang gespaard, maar ze toch eens kwijt geraakt.
  • Welk boek (of boeken) wilde je héél graag hebben maar staat alsnog ongelezen in je kast?
    Ik heb even gespiekt. Ik heb een redelijke verzameling aan “oorlogsboeken” en deze heb ik nog maar vluchtig doorgekeken, maar nog niet volledig gelezen. Komt nog wel.  
8
  • Dit boek of deze boeken hadden geen vervolg moeten krijgen. 
    Na een stuk of vijf “Outlander“-boeken van Diana Gabaldon, had ik het er een beetje mee gehad. Ik volg nu wel de serie maar ik denk ook dat ze het niet moeten blijven uitspitten. Er bleven maar karakters bij komen en zij-verhalen en na een tijdje was het te veel voor mij.  
  • Favo boekwinkel en waarom?
    Tja, als ik dan toch eens boeken koop, dan doe ik dat liefst in Theoria in Kortrijk. Als je ooit eens in de buurt bent, zeker eens gaan snuisteren. Het gebouw is het vroeger Casino, heel statig, je kan er ook op je gemak een koffietje (of iets anders) drinken en ze zijn super vriendelijk.  
  • Je hebt nog 100 ongelezen boeken in de kast staan, hoe bepaal je welke je gaat lezen?
    Dat hangt er van af: moet ik het mee nemen op reis, wil ik snel kunnen ontspannen, wil ik gewoon een fotoboek doorbladeren,… maar zoals ik al zei: er staan praktisch geen ongelezen boeken in mijn kast. Maar soms herlees ik wel een boek. Mijn geheugen is zo’n danige zeef dat ik van detectives of thrillers bijvoorbeeld na enkele jaren totaal niet meer weet wie het gedaan heeft.
  • Welk boek van je boekenlijst voor school herinner je?
    Och. Ik heb er zoveel moeten lezen. Maar in één bepaald jaar hadden we een vrij progressieve leerkracht Nederlands en toen heb ik “Een roos van vlees” van Jan Wolkers gelezen. Daar was ik toen behoorlijk van onder de indruk.
  • Heb je nog boeken uit je jeugd?
    • Jazeker! “Het Achterhuis” van Anne Frank heb ik gekregen op mijn dertiende en ondertussen heel veel keren opnieuw gelezen, het is een druk uit 1981.
    • Ook een oud boek “Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren” uit 1928 (maar wellicht door mijn moeder gekocht ergens in de jaren zeventig) en waar ik mijn zoon naar vernoemd heb (toevallig ook een personage uit Lord of the Rings).
    • Het verrotte leven van Floortje Bloem door Yvonne Keuls uit 1982 heb ik bijna opgegeten, zo wild was ik er van en wellicht was dit een van de redenen dat ik een studie in de sociale sector ben begonnen.
    • De kleine waarheid van Jan Mens is ook een boek dat van moeder op dochter is overgegaan, we keken samen naar de gelijknamige televisiereeks met Willeke Alberti in de hoofdrol, kochten ook de lp’s (want er kwamen liedjes in voor) en smulden van het boek. Het boek is geschreven in 1964, maar de serie kwam eerst op tv begin jaren zeventig (toen ik nog een kleuter was) maar werd ook in de jaren tachtig terug herhaald. Voor veel scènes en gebeurtenissen (overspel, verkrachting,…) was ik nog te jong om die allemaal te begrijpen, daarom dat ik het boek op verschillende momenten in mijn leven herlezen heb. Veel van geleerd.
  • Wat doet je afknappen op een boek?
    Het leven is te kort om slechte boeken te lezen. Als ik niet geïnteresseerd ben in de personages, als het me geen fluit kan schelen wat er met hen zou kunnen gaan gebeuren, als de taal té hoogdravend is, als ik er na een half boek nog altijd niks van snap,…Weg ermee.
  • Is er een boek dat je leven veranderd heeft?
    Die vier boeken uit mijn jeugd (zie hierboven) die hebben toch wel iets met me gedaan ja. Anne Frank liet me ontdekken hoe schrijven ook een vorm van therapie kan zijn. De kleine waarheid leerde me over intermenselijke relaties en de gecompliceerdheid ervan (oh en de liefde voor Amsterdam!), en Floortje Bloem over de achterkant van de samenleving.
  • Leen je je boeken uit en zo niet hoe vertel je dat?
    Tegenwoordig geef ik vaak boeken weg, en vraag ik ook dat ze die boeken dan ook weer doorgeven. Zo heb ik al een serieuze opruimsessie à la Marie Kondo gehouden en houd ik alleen nog de boeken die ik voor mezelf waardevol vind.
  • Wat is het meest opvallende boek/titel in je boekenkast of in je bezit?

Misschien deze twee: Het zilte westen, over het DNA van West-Vlaanderen, met een erg mooie eerste openklap-pagina. Gewonnen met een quiz die georganiseerd werd door het Provinciehuis West-Vlaanderen.

En het Penisboek van Goedele Liekens. Waarom heb je dat in huis, zou je zeggen? Ik kreeg het ooit op een verjaardagsfeestje bij wijze van grap. Maar ik gaf het aan mijn eigen zoon en later ook aan mijn pluszoon, toen hun lichaam zich begon te … ontwikkelen en ze heel onzeker waren over… zichzelf. 😉 Boek op hun nachtkastje en na de eerste giechelbuien werd het toch regelmatig eens opengedaan en hebben ze er niet alleen van alles uit geleerd maar vooral ook gerelativeerd. Goed gedaan, Goedele. Wie (bijna) tienerjongens heeft, die worstelen met hun lichaamsveranderingen, mag het altijd eens komen lenen bij mij.

Tiny blikt terug op Graspop 2022

Vier dagen vlogen voorbij. Op donderdagmorgen vertrokken we met een volgeladen auto, waar onder andere twee fietsen in zaten, naar camping Berkenstrand in Retie, om van daaruit telkens te fietsen naar de festivalweide iets voorbij Dessel. Telkens een ritje van een klein half uur. Wij hebben geen fietsendragers op de auto staan, dus was het foefelen om alle bagage er in te krijgen, maar ’t was gelukt.

De camping was ook al drie jaar geleden geboekt, en voor amper veertig euro hadden we een mooie standplaats aan de vijver voor vier nachten. Heel rustig was het daar, ’s morgens hoorde je gewoon de vogeltjes fluiten en ook ’s nachts was het super stil. Zalig. We konden – als Graspoppers – er zelfs elke morgen een ontbijtje krijgen voor vier euro. Dan hadden we toch al goed gegeten vooraleer we vertrokken naar de weide.

Het festival ligt tussen industrieterreinen, dus omwonenden hebben amper ‘last’ van het festival. De lokale mensen daar werken bijna allemaal mee als vrijwilligers, want dat zijn verenigingen die volop hun leden laten meegenieten van het festival. Dus zowel de crew om het verkeer te regelen, mensen aan de fietsparking, die bij de ticketing, bedieners aan de bar, bij de toiletten, de milieucrew: duizenden vrijwilligers die vaak al zelf 40-plussers waren en daar met de glimlach kwamen helpen. Mooi om zien.

Mensjes kijken is daar trouwens een van onze favoriete bezigheden, wat je allemaal ziet! Veel kleurrijke figuren, pakweg 70% mannen, sommigen volledig verkleed (zelfs op de hete zaterdag!). Ik ging regelmatig zitten of zelfs liggen en amuseerde mij met rondkijken. Mijn lange brede zwarte sjaal deed dienst als ‘dekentje’ om op te zitten en op zaterdag heb ik diezelfde sjaal zo’n viertal keer kletsnat gemaakt met het gratis drinkwater om mijn hoofd en nek te verfrissen en te bedekken. Ik ben niét verbrand, want we hadden voldoende zonnecrème mee en gingen af en toe ook schaduw opzoeken of een band binnen (overdekte tent) beluisteren.

Op het nieuws hoorden we achteraf vertellen dat mensen héél lang moesten aanschuiven aan de kraantjes: onzin. Als je je een beetje strategisch opstelt, kun je zonder drummen binnen de vijf minuten aan drinkbaar water. Het lege waterflesje dat ik mee had, kwam ook vlotjes door de security – al mocht dat zogezegd niet, ze deden daar niet moeilijk over.

Oh ja, we kwamen voor de muziek natuurlijk! Ik heb vooral genoten van Iron Maiden, een groep die ik al ‘volg’ van toen ik twaalf jaar oud was, en die ik nog nooit live had gezien. Verder ook van Powerwolf, Europe, Foreigner, Whitesnake, Alestorm, Dropkick Murphy’s, Alice Cooper en minder bekende groepen zoals Creeper, Heilung, Sloper, en voor vele anderen iets bekend maar voor mij nieuw: de Noorse groep Dimmu Borgir.

Mijn lief was heel aangenaam verrast door Stake (uit Wevelgem), Amenra, Tiamat en Kadaver, hij gaat dan ook af en toe helemaal op de eerste rij gaan staan om volop van de ambiance te genieten (en crowdsurfers door te geven). Het is een vak apart. 😉

De laatste dag ben ik dan eindelijk ook mijn zoon tegen gekomen, die er goed uit zag, beetje verbrand maar tevreden en ik was erg blij om hem eventjes te zien. Ook op zondag kwam nog een vriendin met haar lief af, met haar ben ik samen naar wat optredens gaan kijken en onze vriendjes gingen dan vaak naar iets anders – meer hun smaak.

Dat viel mij opnieuw weer op: hoe goed wij samen naar een festival kunnen gaan als koppel. We doen regelmatig ons eigen ding, zelfstandig en onafhankelijk, maar spreken telkens weer af en hebben heel veel lol. Ook het kamperen gaat ons vlot af, het gebrek aan luxe vinden wij totaal geen probleem, en al draag ik vier dagen hetzelfde jurkje (omdat het zo makkelijk was), en was mijn haar een zooitje, hij vindt dat geen ramp. Als hij die ene nacht twee uur later dan ik terug was op de camping omdat hij nog per se een late groep wou zien, vond ik dat ook geen probleem.

En ja, ik ben een beetje moe. En ja, ik had vaak last van mijn rug (maar dan ging ik liggen of zitten, om het even waar zelfs). En ja, een festival is duur (maar de kaarten zijn al drie jaar geleden betaald) en het eten en de drank nog meer (maar we dronken veel gratis water en gingen zuinig om met onze muntjes). En ja, we gebruikten onze aangepaste oordoppen. En ja, ik merkte toch wel invloed na Corona: mensen staan minder tegen elkaar gedrukt en geven elkaar precies wel meer ruimte. En ja, er wordt door mannen nog altijd veel geluld (gezeverd) tegen vrouwen, maar daar doen ze dat op een respectvolle en grappige manier, gewoon teruglullen en lachen en je wordt nooit lastig gevallen. Altijd als ik ergens ging zitten of liggen, kwam er meteen random iemand aan me vragen of ik wel okee was.

Toch wel schatjes, die Graspop-mensjes.

Tiny en het contrast

Flashback naar vorige zondag: stilte in een tuin, 12 gelijkgezinde mensen die toch zo verschillend zijn, maar die genoten van verbinding tussen lichaam en geest. Met andere woorden: mijn evenement “Zen op Zondag” was héél geslaagd, toffe contacten gemaakt, ideetjes opgedaan en zelfs een beetje verbrand in de middagzon.

Flash forward naar komend weekend:

nog meer zon, allesbehalve stilte overdag en hopelijk redelijk wat stilte ’s nachts en ’s morgens. We gaan eindelijk weer naar Graspop. Tiny, de yogalerares met haar stiltedagen en meditatie workshops, kiest ervoor om vier dagen te luisteren naar hard rock en heavy metal en alles wat daar ook maar enigszins op lijkt. Ik schreef er al eerder over, want ik was er al in 2015 en 2017. We gingen gaan in 2020, maar ja… je weet wel hé.

Een beetje verstand hebben we al, als vijftigplussers: we gaan slapen op een camping 8 kilometer verder, aan een zwemvijver, en dat lijkt me heerlijk met deze warme voorspellingen. Benieuwd.

Overdag rijden we met onze fiets naar de festivalweide, gewapend met oordoppen, zonnecrème, en het eerste wat we gaan aanschaffen is een flesje water dat we telkens gratis kunnen bijvullen.

Ik kijk uit naar de show van Alice Cooper, Iron Maiden, Whitesnake, Europe (jaja, die van The Final Countdown), Foreigner (jaja, die van I want to know what love is), Powerwolf, The Offspring, Alestorm, Dropkick Murphy’s en een hoop andere groepen die ik nog niet ken, maar die mij vast wel zullen verrassen.

Note to self: véél smeren, veel water drinken, niet te veel pintjes, af en toe schaduw zoeken en regelmatig gaan liggen op je dekentje om je rug te sparen. Of ik het overleef, en hoe, dat hoor je dan wel volgende week.