Tiny betaalt terug

It’s payback time!

Tussen mijn 12 en mijn 20 jaar was ik een onuitstaanbare tiener, naar mijn ouders toe: de puber from hell. Ze hebben met mij afgezien, vooral mijn moeder dan die altijd thuis bleef, voor mij zorgde, mij kleren en eten gaf, mij op mijn slaapkamer voorzag van niet alleen een stereo-installatie maar toen ik 16 of 17 was, ook nog van een (afgedankte) televisie. Als tegenprestatie was ik een beroepsleugenaar, haalde ik slechte punten op school maar verzweeg ik die, rookte ik zonder hun weten als een ketter, had veel meer liefjes dan dat ze ooit officieel wisten, verstopte wel eens zo eentje op mijn kamer, ging liften in plaats van de trein te nemen om geld te sparen,… Enfin, ’t was niet eerlijk, dat snap je wel.

Tegenwoordig is de meest gestelde vraag na “Hoe is het met je zoon?”, “Hoe is het met je ouders?”. Vooral omdat veel mensen ondertussen op de hoogte zijn na mijn blog over de diagnose die ik wel wist maar bevestigd wou zien, van mijn moeder. Alzheimer is een vies beestje. Ze kan nog altijd héél goed alsof doen, alsof er niets aan de hand is, alsof ze af en toe een beetje verstrooid is, alsof ze nog van alles kan… Maar eten maken lukt al een hele tijd niet meer, ook te gevaarlijk, vond mijn vader. We gingen al langs het hele arsenaal: maaltijdbedeling door het OCMW (stak tegen na verschillende maanden, flets, platte groenten, te droog,…), een traiteur (leverde te laat), een slager (kookte te zout), de bereide maaltijden van de supermarkt (niet lekker, weinig variatie, te droog,…) en het was altijd wel iets. Mijn vader eet alles met veel smaak op, maar mijn moeder die vroeger zelf altijd héél lekker kookte en verslaafd was aan kookprogramma’s, is nogal kieskeurig. Om het zacht uit te drukken.

Regelmatig (bijna elke dag) gaan ze een snack gaan eten bij Bistro Tartine, hele lieve mensen die wel een en ander op de menu kaart hebben, maar ja om daar nu élke dag te gaan eten…

Dus kook ik regelmatig eens verse groenten, vlees of vis en patatjes. Op moeders wijze, zoals zij het mij geleerd heeft en zoals ze het dus graag heeft. Nu ik een dag minder werk in de week was het sowieso mijn plan om vaker langs te gaan en ofwel bij hen thuis ofwel vooraf bij mij, iets klaar te maken wat ze op restaurant niet kunnen krijgen en wat ze niet lekker vinden bij slager of traiteur. It’s payback time.

’t Was zalmhaasje met patatjes en prei in een roomsausje à la mama.

Tiny’s kindje

Kwestie van te starten met een grote dikke vette: “Ooooh”! Schattig hé?

De foto dateert van zo’n 21 jaar geleden, in mijn gelijkvloers appartementje, een half jaar of zo na mijn scheiding. De grote badeend met de drie kleine eendjes waar hij zo veel mee speelde. Het kind had niet veel nodig, vervelen stond niet in zijn woordenboek.

Wel was hij een moeilijke eter die bijna niks lustte, een hele moeilijke slaper, een kind die je moest voorbereiden op alles wat ànders was, maar hij was zelden ziek en over het algemeen erg vrolijk. Enkel sociaal rond mensen bij wie hij zich goed voelde. Daarom merkte zijn eerste kleuterjuf op, dat het wel bizar was dat hij nooit iets zei… Terwijl hij op andere momenten iedereen de oren van het hoofd kletste. En liedjes zong. Alleen niet de liedjes die zij hem wilde laten zingen.

Hij wordt er 24 deze week. Ik kan het nog altijd niet geloven. Het is geen gemakkelijk parcours geweest, de opvoeding. En nee, het is nog niet gedaan. Ik heb leren loslaten, dat wel, maar elke dag ben ik bezorgd. Hij is nog steeds een moeilijke eter, want autisme zorgt er voor dat hij eigenlijk geen hongergevoel heeft: hij eet om te overleven. Er zijn weinig dingen die hij echt lekker vindt en die hij dan ook met smaak zou opeten.

Het is nog steeds een moeilijke slaper want gamen is nog altijd zijn ding, daarna geraakt hij moeilijk in slaap, ook omdat hij steeds over van alles piekert. En ja, hij weet waar hij terecht kan als hij er over wil praten. Maar hij ziet er het nut niet van in.

Hij is wel typisch mijn zoon: iemand die buiten de lijntjes kleurt. Iemand die weigerde om een “pinguïn” te zijn, en net te doen als alle anderen. Iemand die niet het geijkte pad bewandelt, niet alleen omdat hij het niet kan, maar ook omdat hij het niet wil. Iemand die ook mensen helpt, liever dat dan zichzelf helpen.

In het openbaar hier zal ik er niet zo veel woorden meer aan vuil maken, het is toch niet goed uit te leggen hoe het zit. Weinig mensen zijn volledig mee met het verhaal. Kortweg: het is moeilijk om niet te kunnen zeggen “Ik ben trots op hem”, want dat is de waarheid verdraaien. Maar een goeie mama moet dat altijd zeggen hé, zelfs al is het niet zo.

Lastig hé, om daarop te reageren?

Tiny ging fotograferen in Amsterdam (pre-COVID19)

Vorig jaar in september was alles nog zoals het was: veel toeristen in Amsterdam, mensen nemen foto’s van elkaar of van zichzelf met hun smartphone, drummen in de rij voor het Anne Frank Huis en in de smalle straatjes van de Jordaan en de Wallen.

Ik ging een cursus straatfotografie volgen bij een gerenommeerde fotograaf Pie Aerts (check zijn website Pie Aerts als je nog nooit van hem hebt gehoord) en ik moest mijn Instagram-account opgeven als referentie. Oh help!, dacht ik, op basis van enkele domme foto’s gaat die mens dan beslissen of ik deel kan nemen of niet! Maar ik prees de hemel want ik was erbij.

We moesten met de fiets komen, want in centrum Amsterdam zouden we op locatie gaan fotograferen en hoe gaat dat nu beter dan met de fiets! Yeah right, zeg dat eens tegen mij en kom dan eens af met zo’n terugtraprem en mijn verstoord evenwichtsgevoel. En dan gingen we met zijn twintigen zoef zoef door de straten van Amsterdam. Zoef, zoef, door de toeristenmassa… Het was handig geweest had de man vooraf gezegd wààr we gingen foto’s nemen, want ik vind best wel mijn weg in die stad, maar een groep Hollandse fietsers volgen? Geen kattenpis. Gelukkig waren er nog twee buitenlandse zieligaards bij en vonden we de groep terug.

De opdracht was om niet enkel te fotograferen, maar ook in gesprek te gaan met je onderwerp, een praatje maken, socializen… My cup of tea, ik vind dat fantastisch. En nu ik dit schrijf, krijg ik heimwee naar die onbezorgde tijd. Alles wat ik die dag deed kan niet. Amsterdam is nu al weer wat drukker, maar niet zoals toen, waar je over de koppen kon lopen. Een praatje maken met een wildvreemde in Corona-tijd? Zonder mondmasker of plastic scherm er tussen?? Of ik op mijn kop gevallen ben, zouden veel mensen zich afvragen.

Achteraf kwamen we terug in het gezellige lokaal, waar we nét niet op elkaars schoot zaten, om de foto’s die we maakten te bespreken. Ik vond het een leerrijke dag, ontzettend leuk om te doen. Ik deel graag enkele van mijn foto’s, portretten van mensen: Because people matter – want dat was ook de naam van de workshop.