Tiny is nog niet van de berg gevallen

Want dat denk ik altijd, dat de volgende titel voor een blogje wordt: Tiny valt van de berg. Of: Tiny in een buitenlands ziekenhuis. Tiny breekt haar been. Tiny moet alleen naar huis. De grootste rampscenario’s spelen zich altijd voor mijn ogen af als ik een berg op loop (of nog heviger als ik de berg afstrompel), of als mijn lief als een berggeit een extra col beklimt en ik een uurtje alleen achter blijf, wachtend en vrezend dat hij zelf van die berg tuimelt en ik alleen achter blijf.

Benasque – Col de Toro

Stress op vakantie.

Leuk hoor, vertrekken en maar drie nachten boeken en dan stoer zeggen van “We zien wel!“, en ontdekken waar we belandden. Maar dan lig ik ’s nachts al eens wakker in een tent, het weer van de komende dagen overpeinzend, in welke regio het beter zou zijn, wat we daar dan kunnen doen, wat voor campings er zouden zijn, of er nog plek is… Lastig.

En toch: ik leef nog. Het lief leeft nog. We spreken al eens een Spaans zinnetje uit en zeggen stoer dat we “un poquito Espagnol” spreken om dan twee snelle Spaanse zinnen later vragen te kijken en stilletjes te mompelen: “Ingles?”

Corona in Spanje, het is wel iets. Je kan er lang over discussiëren, maar wij beslisten om ergens in the middle of nowhere te gaan kamperen, een ecologische camping met weinig plekken, weinig mensen en ruimte zat. Waar het weer mooi is, de bergen hoog en het zwembad(je) fris.

Waar echter ook een felle wind waait, ’s morgens vroeg, waardoor ik mijn tent quasi uitWAAI, al mijn kleren tegelijk aan doe en geen deftig vuurtje kan maken omdat het te veel waait, ergo geen koffie. Enter: grumpy Tiny. Dat doet me dan beslissen om veertig minuten in de auto te rijden naar de dichtstbijzijnde Decathlon (ZO’N fan van die winkel, jongens!) om een windscherm. Un paravientes, dat weet ik nu ook. Om dan uiteindelijk super trots terug te keren op een camping waar het ondertussen 25 graden is en geen zuchtje wind.

Oh ja nog eens over Corona: iedereen hier draagt een mondmasker in publieke ruimtes, dus ook gewoon op straat en OOK de kindjes. Streng! Ik zit er weinig mee in omdat we wel al volledig gevaccineerd zijn, maar we passen toch op en hebben geen contact met andere mensen. Zelfs op een terras, blijft het mondmasker aan en gaat het pas af als je iets drinkt. Zelfs al is het pokkewarm.

Ondertussen is dit onze derde camping, op de eerste hadden we wat last van vliegen, op de tweede waren het soms mieren, maar gelukkig niet in de tent, en hier is het wind. Maar niet altijd dus. En hoera: géén mug te zien!

Rotsformatie Los Mallos en koffiedrinkende Vlaamse.

Ik kijk nog uit naar de hereniging met mijn Duitse vriendin die ik al tien jaar niet meer zag en die nu toevallig op een Franse camping staat waar we in het terug rijden nog even zullen passeren.

De bergwandelingen zijn wat mij betreft achter de rug. Ik ga nog wat boekjes lezen en me verder amuseren met niets doen. Hasta luego!

Tiny in de Cirque

Eens kijken of ik nog kan bloggen via mijn telefoon want ik hang hier in de hangmat en heb geen zin om mijn laptop uit te halen.

Dat Cirque, dat is eigenlijk een natuurlijk amfitheater, er zijn er verschillende in de Pyreneeën en wij gingen een uur zuidwaarts van Lourdes, naar Cirque de Gavarnie.

De dag begon bewolkt met de bergtoppen in de wolken maar we zagen al snel dat het zuidelijker opklaarde. Op tinternet had ik al gelezen dat je gewoon in het dorp van Gavarnie kon parkeren en je dan gewoon de massa moest volgen… Euh, de massa? In Corona tijden? We zullen wel zien en als het ons niet aanstaat zijn we weg.

Die massa bleek mee te vallen. Het was niet dat we aan moesten schuiven om een berg op te wandelen, integendeel.

Dorpje Gavarnie, erg toeristisch maar niet zo druk.

Het eerste stuk van de wandeling gaat gestaag omhoog met hier en daar een waterval naast je of in de verte. Goed te doen voor niet-berggeiten. Na een klein uurtje kom je aan “Hotel du cirque” waar een terras is en waar je prachtig zicht hebt op dat befaamde Cirque:

Toen nog een paar wolkjes maar die gingen er ook snel vandoor.

Daarna kun je nog een eind verder wandelen en klimmen naar de waterval, de grootste van Europa. Ik deed dapper alsof ik een berggeit was en klom rustig mee. Gelukkig maar want anders ging ik prachtig natuurschoon gemist hebben!

Het allerlaatste stuk, waar je kan klimmen tot vlak bij de waterval heb ik mooi aan mijn man overgelaten, want omhoog klimmen kan ik wel, maar de ervaring leert mij dat ik daarna niet meer naar beneden durf, met als gevolg dat ik moord en brand roep, mijn metgezel’s begeleidende arm tot moes knijp en indien niet anders mogelijk ik gewoon op mijn gat de berg afroetsj.

Dan liever wat rustig mediteren. Ideale plek.
Rode stipje is mijn lief berggeitje ❤️

Al bij al zijn we toch rustig vier á vijf uur aan het wandelen geweest. Heerlijke trip, zeker de moeite als je ooit eens in de buurt bent.

Ondertussen reden we nog wat zuidelijker, het mooie weer tegemoet.

Oh en Corona: we komen amper mensen tegen, als we er tegen komen, in een dorpje of zo, draagt iedereen flink een mondmasker. Van controles is geen sprake, misschien wel op toeristische plekken. In elk geval zijn wij nu al meer dan twee weken volledig gevaccineerd en doen we geen domme dingen. Voor één keertje, haha.

Tiny in Lourdes

Een hele tijd al had ik het in mijn hoofd gestoken: ik wou naar Lourdes. Iedereen en zijn moeder is er al geweest, maar ik niet. Tiny, die soms de kwezel uithangt en geniet van bezoekjes aan nonnen en paters, die katholiek is opgevoed maar eigenlijk nergens in gelooft – buiten in de liefde – die was nog nooit op bedevaart geweest.

Lourdes ligt in hartje Pyreneeën en aan de rivier Gave de Pau. Wij gingen er kamperen op Camping de la Forêt en van daaruit kun je gewoon te voet naar de “Sanctuaires”, het domein met de grot waar Bernadette voor het eerst de verschijning van Maria zag, de Basilique du Rosaire, de bron met het water met zogezegd genezende krachten en zo meer.

De eerste avond waren we er ook tijdens de dagelijkse processie: een optocht met kaarsjes, priesters, rolstoelpatiënten en het beeld van Maria voorop. Door de luidsprekers schalt zevenenveertig keer of zoiets het “Weesgegroet Maria”-gebed in zeven of meer talen, gevolgd door het welbekende “Te Lourdes op de bergen”-liedje. Bij het refrein “Ave Maria” steekt iedereen zijn kaarsje in de lucht. Raar misschien, maar ik was ontroerd. Mijn grootvader zaliger zong dat lied altijd voor mij, hij kende wel zeven strofen.

De volgende dag gingen we nog eens terug om alles ook eens in de blakende zon te zien. Ik brandde een kaarsje voor al mijn trouwe volgers hier 😉 Helemaal zelf betaald maar helaas, de kaarsen van 500€ waren uitverkocht.

Er is nog wel meer te doen in de omgeving van Lourdes: Lourdes-plage, ofwel het Lac de Lourdes is ook vlakbij en een uitstap waard, zeker als het 32° is. We maakten eerst een wandeling rond het meer en gingen er daarna in zwemmen om lekker af te koelen.

Camping life: you love it or you hate it. We hadden een goeie, ruime plek en onze tent is klein, maar toch praktisch. Toch is slapen op een (weliswaar dikke) luchtmatras toch altijd een beetje zoeken en als je in je tent geen plaats hebt voor je koffer of reistas, dan wordt de auto al snel een vestiaire. De eerste dagen is het sowieso altijd nog een beetje zoeken: waar heb ik dit of dat ook al weer gestopt, hoe gaan we de tafel zetten, wat heb ik vandaag nog nodig en wat kan ik laten zitten?

Ons eten kwam gewoon helemaal uit zichzelf aangewandeld. (Grapje!!)

Maar ik ben echt reuzeblij dat ik nu eindelijk in Lourdes ben geweest, dat ik de processie heb meegemaakt, de grot gezien, me met bronwater gewassen, flesjes water gevuld, kaarsje gebrand en gezwommen in het meer. Dik in orde!