Tiny heeft stress?

str

Bekijk dat vraagteken maar als een zéér groot vraagteken.

Voor de tweede keer in drie maanden tijd stond ik op met vreselijke pijn in mijn nek en schouder. Verkeerd gelegen dacht ik. Maar toen het na twee dagen alleen maar verergerde, dacht ik, hmm toch iets anders. Vlak voor ik naar Amerika vertrok, had ik het ook. Ik kon er niet van slapen, en nam voor ik naar bed ging een pijnstiller, dat hielp wel wat. De pijn bleef drie weken, dan ging het over.

Mijn lief stuurde mij deze keer naar een bevriende kinesist slash manueel therapeut. Je weet wel, zo eentje die van wanten weet en je ook kan kraken – in de goeie zin van het woord. Je nek zit helemaal vast, zei hij. Het is een ontsteking.

Heeft het geholpen? Bwa, een beetje. Het zijn vooral de ontstekingsremmers die ik ’s avonds inneem die er voor zorgen dat ik weer goed slaap en dat scheelt.

Okee, tot zover de medische babbel. “De menschen” vertelden mij dat dit typisch is voor iemand met veel stress.

Oink??

Wie? Ik?

Ok, met heel dat Amerika-gedoe en die voorbereidingen, ja daar had ik wel wat stress van. Maar nu? Euh…

Mijn werk is super, mijn collega’s braaf en begripvol, mijn klanten voor 90 procent vriendelijk en dankbaar en met die andere tien procent ga ik wel rustig om, vind ik zelf.

Mijn relatie zit snor. Mijn huishouden is op orde. Financiële problemen heb ik niet echt, we zijn zuinig.

Mijn zoon… Awel ja. Goh. Ik probeer er niet te veel wakker van te liggen. En het is al véél verbeterd, ik maak me er iets minder druk in.

Dus stress? Ikke? Kan er mij iemand eens een hele slimme therapeut sturen? Moet ik in regressie? Heb ik onbewuste onderliggende problemen? Wie het denkt te weten, zeg het mij.

Dan ga ik nu in verplichte rustmodus. Ik zou wel eens stress kunnen krijgen van al dat bloggen. Jà, dat is het! 🙂

(tot volgende week, hé)

Tiny’s genietmomentjes, deel 2

Vorige zomer merkte ik ineens dat ik meer ging genieten. Het had wellicht ook met het mooie weer te maken. En kijk, het is nu twee dagen mooi weer en ik dacht spontaan: zal ik eens een paar foto’s delen die tonen dat ik af en toe toch wel gelukkig ben – na al dat geklaag?

Een aantal van die foto’s hebben (weeral) te maken met eten. Zo zot dat ik van iets onnozel lekkers zo gelukkig kan worden. Hebben jullie dat ook?

Een kaasplank van bij Mikaaza in Wevelgem. Die mensen zijn écht goed bezig: je kan bestellen via Facebook, op dagen dat ze eigenlijk niet open zijn, mag je toch gaan afhalen, het is niet duur, ik vroeg speciale kazen en ik kreeg ze. Héérlijk.

Ook liefde voor de gewone Albert Heijn: frambozen in promotie, de zaligheid! Beter dan tien zakken snoep. En carrotcake! Ze hebben carrotcake, worteltjestaart. Toch wel één van mijn favoriete gebakjes, als ’t goeie is tenminste, lekker smeuïg. En dat was ze.

Natuurlijk word ik ook gelukkig van muziek. Als je dat nog niet door had,…

18554859_10155310399301972_2135059856_n

Vorige week ging ik naar Paul Carrack in de Roma in Borgerhout. (Je kan in die straat trouwens lekker eten! Je waant je in Marokko, de tajine voor 7€ was super lekker.) Paul speelde wel veel tragere nummers, maar was in vorm en ik heb er van genoten.

18516403_10155310399386972_1107212779_n

Bijna niet te geloven, maar ik loop nog steeds. Ik probeer twee of drie keer per week vijf kilometer te lopen, let op, ik kan dat nog steeds niet aan één stuk, af en toe moet ik wandelen om op adem te komen en na het lopen zie ik er uit als een kreeft in kokend water.

DSC_0219

 

Dan maar supporteren voor de échte. Tijdens Dwars door Brugge zaten wij op moederdaglunch op de Burg en kon ik Jozefientje aanmoedigen en deze foto maken. Snel dat die is, zeg! In beide betekenissen van het woord hé.

18554538_10155310399311972_1492431810_n

En als ik mag gaan fotograferen in Brugge, ja daar kan niets tegen op, daar word ik hemels gelukkig van, maar dat zei ik alDSC_0418

Deze drie mooie jonge dames waren maandag onze modellen. Voor de cursus zwart-wit gingen we terug portretten maken en laat dat nu iets zijn waar ik dol op ben en waar ik dus ook super hard van geniet. Moest je ze kennen: ze zitten in het laatste jaar Mode in de Maricolen: Phaedra, Jana en Margaux.

Alle foto’s genomen met mijn iPhone, uitgenomen die van Jozefien en de laatste.

 

Tiny is thuis?

Thuis met een vraagteken, ja.

Als we terugkeren van een reis, of van een weekendje weg, dan rijden we terug naar Wevelgem, naar huis. Beter gezegd: naar het huis waar ik woon met de liefde van mijn leven. Het huis dat hij zoveel jaren geleden heeft gekocht, en al jaren in woonde toen ik hem leerde kennen. Het huis waar ik nu ook mijn spulletjes heb gezet en enkele nieuwe meubels voor heb gekocht, naar onze smaak. Het huis waar we wellicht de keuken zullen verbouwen volgend jaar en waar we toch zeker nog een jaar of tien in willen blijven wonen, tot de kinderen (zijn kinderen) het nest zullen verlaten.

Maar keer ik terug westwaarts, vanuit Antwerpen of Brussel of nog verder weg, dan moet ik altijd mijn hoofd er bij houden om niet gewoon weer af te slaan richting Brugge. Als ik denk in termen van mijn latere eeuwige rustplaats, dan zie ik alleen maar het kerkhof in mijn eigen stad. Spreek ik met iemand die net als ik is opgegroeid in en om Brugge, dan voelt het extra vertrouwd. Loop ik nog eens door ‘mijn’ stad, dan ben ik soms weer op slag verliefd. Winter of zomer, midden op de dag vervuld van toeristen of ’s avonds laat in een lege straat.

DSC_1211-HDR

Spiegelrei ©Tiny

Als ik denk aan thuis… dan denk ik weemoedig terug aan mijn ouderlijk huis in de eenvoudige straat met alle bekende buren en kennissen. Aan mijn oude meisjeskamer, waar ik mijn vriendin van twee huizen verder kon zien zitten aan de keukentafel, als ik op het raamkozijn klom. Thuis was altijd al Brugge. Inderdaad, weemoed overvalt mij, want ik voel mij wat ontheemd.

Iemand noemde mij “de Wevelgemse Tiny”. Toen ik het las, krulden mijn tenen en werd ik licht in mijn hoofd: dit klopt niet. Ik ben een Brugse en waar je me ook neer plant, dat zal ik altijd blijven. Ik weiger het zotte accent aan te nemen van de Zuid-Westvlamingen, ik zeg geen “skone skoenen” en praat niet over “bwom” maar over boomn. ’t Is mijn rugge niet die pijn doet, maar mijn “rik”.

Vergis je niet: ik woon hier wel graag, in Wevelgem, het is hier rustig, ik heb in onze tuin prachtig zicht op de uitgestrekte hemel, en twee straten verder beginnen de weiden en loop ik heerlijk alleen. Maar elke dag rij ik met plezier naar mijn werk aan de rand van MIJN stad. En wat ben ik blij als ik op maandagavond tijdens de fotografieles in Brugge mag rondstruinen, of als ik mijn vrienden terugvind bij een optreden in de stad waar ik van hou.

DSC_0010-bewerkt

Coupure ©Tiny