geluk

Tiny mist de woestijn

Terug thuis. Meteen twaalf uur geslapen en wakker geworden zonder muskietennet, zonder geblaf van honden maar ook zonder uitzicht als ik mijn deur open doe.

Ik heb nog een pakje Egyptische koffie en de geur daarvan doet me meteen weer terug denken aan de afgelopen negen dagen. Als ik de filmpjes bekijk die ik maakte tijdens onze woestijntrip, komen de tranen in mijn ogen. Tranen van geluk, dat ik dit heb mogen meemaken, samen met deze heterogene groep. Al was het geen “groepsreis”, de toevallig samen reizende mensen kunnen een reis maken of kraken. Het was zeker geen ‘stiltereis’, want we hebben samen veel gepraat, gedanst, en vooral ongelofelijk veel gelachen. Er was spontane stilte wanneer het moment dat vroeg, maar we hebben samen in zee gedanst, domme liedjes gezongen (“… en de boom staat op de berg,… alle kleuren van de regenboog,…wij zijn samen onderweg, halleluja,…), gejuicht, ooh’s en aah’s en mmm’s bij het lekkere eten, gegild tijdens de jeeptocht door de duinen van de woestijn,…

Slapen in de woestijn

Kort na de middag vertrokken we uit ons kamp met een busje en een jeep, er waren drie mannelijke begeleiders mee (Bedoeïenen), acht Vlaamse vrouwen, één Israëlische, een Vlaamse man en een Vlaamse jongen van twaalf. Samen reden we eerst naar een hele speciale plek, waar ik al eerder was, op 1500m hoogte, waar je kan genieten van de stilte en een fantastisch zicht op de zon die ondergaat.

Midden in de Sinaï-woestijn is er geen geluid. Geen auto’s, geen ruisende golven, geen blaffende honden, niks. De stilte valt op je. Je zit daar te luisteren naar het ruisen van je bloed in je hoofd, je hartslag, en je kan je volledig concentreren op wat je ziet. De kleuren van de rotsen en de lucht veranderen elke minuut.

Eenmaal de zon volledig onder was, reden we nog een klein stukje verder waar we ons kamp voor de nacht maakten. De begeleiders hadden reeds een tent opgezet en een kampvuur gemaakt, waarop ze voor heel onze groep gingen koken. Tapijten en matrassen werden er rond gelegd, zodat iedereen comfortabel kon zitten en later liggen.

Wat een geluk hadden we met de weersomstandigheden: het was windstil en de temperatuur ging amper onder de twintig graden ’s nachts, dus perfect weer om ook buiten te kunnen slapen.

Na een gezellige avond met heerlijk eten, een Egyptische én een Vlaamse zangstonde, ging iedereen rond half tien al liggen onder een hele dikke deken. Voor de twee dames naast mij gaf ik nog een korte meditatie voor het slapen gaan, daarna ging ik zelf ook liggen en keek ik nog een tijdje naar de prachtige sterrenhemel boven mij.

In de woestijn zijn er ook geen muggen te bespeuren, is het super stil en we hadden nog het geluk dat er niemand snurkte.

Toch sliep ik niet zo diep, je waakt toch een beetje, maar de rust die je daar voelt is krachtig genoeg om volledig kalm en vredig te slapen.

En ’s morgens, wakker worden in deze omgeving, wat een geschenk:

Na nog een lekker ontbijt en vers gebakken broodjes maakten we nog een kleine roadtrip door de woestijnduinen. Gegierd van het lachen met deze gezellige bende.

Ach, ik kan blijven foto’s posten, maar je moet erbij zijn om de sfeer daar mee te maken. Op alle vlakken was ik zo gelukkig.

Het was een reis om nooit te vergeten. Zelfs al was mijn lief niet mee, het gezelschap was de max, het weer was fantastisch, ik heb elke dag gezwommen en veel gesnorkeld, heerlijk gegeten, geluierd gelijk zot, genoten,…

Nog wat geluksmomentjes:

  • de laatste keer snorkelen en een zeeschildpad gezien van wel 70cm doorsnee, prachtig!
  • zeven boeken mee en er maar eentje uitgelezen omdat er zoveel te doen was
  • zo vaak niks gedaan en genoten van het moment
  • zo in verbinding gegaan met mensen
  • mijn beste vriend nog beter leren kennen en nog meer gaan appreciëren
  • zo genoten van de liefde die ik zag tussen mensen (oma en haar kleinzoon, man en vrouw, vriendinnen, vreemden die vrienden werden,…)
  • spontaan beginnen zingen: “Van Afrika tot in Amerika, van op de Himalaya tot in de woestijn” in de woestijn en heel de bende in lachen doen uitbarsten
  • met uitzicht op het water een stukje huilen van geluk
  • tientallen gemeenschappelijke culinaire orgasmes
  • praten over piemels met een tachtigjarige
  • ultieme dankbaarheid voelen tijdens mijn meditatieve wandeling in het labyrint

Doodmoe maar enorm gelukkig ben ik thuisgekomen. En dankbaar. Voor deze groep, voor alle ervaringen en voor mijn lief die me deze reis liet maken zonder jaloezie en met veel vertrouwen.

Tiny zit op een andere planeet

Omdat het hier zo helemaal anders is dan thuis. Omdat het verschil bijna niet groter kan zijn.

Om zeven uur ben ik deze morgen al gaan zwemmen in de zee. Het water is nu al heerlijk en ik was de enige zottin die al zo vroeg het water in dook. Na een half uur zagen wat anderen het ook wel zitten.

Deze groep. Zo divers. Bijna allemaal Vlamingen, sommigen kennen elkaar al iets langer, sommigen waren vorige week nog vreemden maar lijken nu al goeie vriendinnen. Mijn beste vriend en zijn vrouw zijn ook mee. Maar iedereen laat elkaar gerust of doet dingen alleen als ze dat willen, we eten samen maar verder doet iedereen zijn ding. Soms is het echt dolle pret en soms komen er hele goeie gesprekken en soms is er gewoon niks. Alles kan.

Elke morgen ben ik ik al op voor de zonsopgang. Zonder wekker. En ik ben niet enige maar iedereen neemt zijn tijd en ruimte om wakker te worden.

Dag 2. Ramses komt mij gezelschap houden.

Ik schreef wel al eerder: het is niet voor iedereen. Maar wie er nu is, is perfect op zijn plaats. De ooh’s en aah’s zijn niet van de lucht, niet alleen over de omgeving maar ook over het eten. Typische Vlamingen: ‘t is schoon weer en goed van eten.

Morgen gaan we een nachtje slapen midden in de woestijn. Ik kijk er al naar uit, want ook dat wordt een speciale ervaring.

Tiny is er

Zie mij hier liggen.

Buiten aan mijn hut heb ik een hangmat bevestigd en nu de zon is onder gegaan kijk ik liggend naar de sterrenhemel.

Ik hoor het ruisen van de zee tien meter verder en zie aan de overkant van het water de lichtjes van Saoedi Arabië.

Op het grote overdekte terras wordt door sommigen wat gelezen of liggen ze languit na te genieten van een zonnige dag. En daarachter in de keuken is Claudine met Wael bezig aan het avondeten. De geuren waaien af en toe tot bij mij en ik weet dat elk maal hier een feestmaal is.

De reis hiernaartoe was lang. Omdat Tui nog niet vliegt naar Sharm (pas vanaf volgende maand) vloog ik gisteren met nog vijf andere Vlamingen via Caïro met Egyptair naar Sharm El Sjeik. In Brussel zijn we rond half drie ‘s middags vertrokken en we zijn pas tegen half drie ‘s nachts in een heerlijk bedje gekropen in Dahab.

Waar ik de volgende morgen mij aan een bankje aan de zee ben gaan zetten, met de wetenschap dat dit pas het begin was van weer een heerlijke tijd.

Tegen de namiddag waren we dan aangekomen in het “kamp” zelf, net op tijd om nog even te zwemmen. Het water is zalig, absoluut niet koud en fluweelzacht en helder. Ik ben dolgelukkig.

De zon is net onder gegaan.