vakantie

Tiny vertrekt op stilteweekend

…naar de Ardennen. Morgen. En ze organiseert het gewoon zelf.

Ik vond nog nooit een stilteweekend naar mijn goesting. Ofwel waren de groepen te groot, ofwel zijn het slaapzalen waar je met vier oefent op een unisono snurkconcert, ofwel was het pokkeduur, ofwel was er gewoon quasi niks van organisatie, en moet je gewoon je plan trekken.

Dus nu ik zelf meditatiecoach ben, bijna yin-yoga lerares en ik een perfect huis vond in de Ardennen om iets dergelijks te organiseren, waar er vrijwilligers zijn die eten voor je klaarmaken, dacht ik “Poef, ik regel het gewoon zelf.” Groot was mijn verbazing en nog groter mijn dankbaarheid toen na één keer hierover bloggen mijn vooropgesteld weekend al meteen volzet was.

Want: klein groepje vooropgesteld, elk een eigen kamer – en door Covid-beperkingen hield ik het klein en fijn. Vorige maand bleek dat er iets meer mocht en dat er nog twee extra mee mochten, ook die twee extra waren in no-time geactiveerd en enthousiast.

Dus vertrek ik morgenmiddag, en gaan er zes vrouwen mee. Toevallig allemaal vrouwen ja, maar wel uit verschillende leeftijdscategorieën en dat is een goed begin.

Toevallig ook drie mensen die al te gast waren (of zullen zijn) in de podcast van Lieselotte.

Moeten ze nu een heel weekend zwijgen en pootjes geven? Maar ba neen. Ik geef ze de mogelijkheid om de zaterdag deel te nemen aan een stiltedag: no phone, no chit chat, no books. Waarom geen boeken??? Omdat je anders weer mee gaat in een verhaal van iemand anders, in plaats van in de stilte te duiken in je eigen hoofd. En ja, dat kan misschien eng lijken, maar daarom geef ik structuur: ze weten dat we op bepaalde uren gaan eten, mediteren, wat yoga doen, wandelen in stilte, weer wat eten, koffie of thee drinken, en dat gaat ZO’N deugd doen, ik ben daar nu al zeker van.

We hebben geluk met het weer want na een aantal dagen schijtregen en windvlagen, lijkt het op te klaren en wordt het weekend zelfs zonnig. Héérlijk.

Zeg je nu: ooooh ik wil ook eens mee! Zet dan hieronder een reactie en ik hou je op de hoogte. Volgende keer wordt wellicht pas april, want ik heb geen zin in sneeuwwandelingen (sorry hé).

Maar! Maar! Voor wie een weekend misschien al direct veel is, organiseer ik ook een stiltedag. Of noem het een One Day Retreat.

Een stuk minder ver: Oedelem, op zaterdag 27 november van 10 tot 16u in een prachtig gerestaureerde warme schuur, waar je van mij heel de dag stil màg zijn (maar niets moet), waar ik je begeleid tijdens je eerste meditatiestapjes, en je leert wat zachte yin yoga voor jou kan doen (voor iedereen geschikt), met een lekkere versgemaakte warme lunch en onbeperkt koffie, thee en water. Meer info en inschrijven: klik hier.

Tiny klaagt op restaurant

Doen jullie dat wel eens? De ober aan zijn of haar mouw trekken en zeggen dat iets niet in orde is?

Heel begrijpelijk als je iets bestelt en het is niet het juiste gerecht, dat zou ik ook meteen doen. En als je de wijn voorproeft en hij blijkt zuur te zijn, daar zou ik ook onmiddellijk iets van zeggen, geen probleem.

Maar wat als je het niet lekker vindt? Smaken verschillen, leg je er bij neer? Of zeg je dat?

Wat als je een gerecht bestelt dat je al twintig keer hebt gegeten maar deze éénentwintigste keer trekt het echt op geen bal? Wanneer doe je je mond open?

Ik ben daarin nogal een schijtluis, het moet al echt vreselijk slecht zijn eer ik er iets van zeg. Nu ben ik een makkelijke eter: ik eet zo goed als alles en lust héél veel. Ook ben ik opgevoed met “ouders uit den oorlog” die mij hebben geleerd altijd mijn bord leeg te eten. Heb je al eens aan tafel gezeten met mijn pa? Ik raad het u aan.

De mens is volledig blind, eet altijd met vork en mes op een ongelofelijk simpel lijkende manier en hij eet ALTIJD zijn bord uit tot de laatste kruimel. De laatste erwt zal hij vinden en op zijn vork prikken. Hoe vaak ik al niet heb gemompeld: “Pa, pak het met je vingers, geen haan die er naar kraait” – nee, hij slaagt er altijd in om met vork en mes ALLES op te eten. Wie ben ik dan om iets in mijn bord te laten liggen?

Wij gingen in Spanje naar een ogenschijnlijk ‘sjiek’ restaurant gaan eten. Het was de eerste avond in het dorp en in plaats van twee leek er maar één restaurant te zijn, het lag op een steile heuvel en zoals je weet van mijn vorige blogpost, wil ik na een berg (heuvel) beklommen te hebben, mij gewoon neerploffen en genieten van drank en eten.

Er hing géén menukaart uit. De tafels waren deftig gedekt en ik vreesde al voor een gepeperde rekening, dus fluisterden we: “We nemen gewoon een hoofdgerecht en een glas wijn”.

De mevrouw die ons bediende sprak echt geen woord Engels noch Frans, enkel Spaans. Het menu ook enkel in het Spaans, dus kwam Google translate er aan te pas. Pescada is vis en Rodaballo bleek tarbot te zijn. Laat dat nu één van de lekkerste én duurste vissen te zijn, maar het beestje stond voor 22€ op de kaart, dus was mijn keuze snel gemaakt. De rest was rond dezelfde prijsklasse, dus, het kon erger! Achteraf gezien was dit het duurste hoofdgerecht van onze hele reis.

’t Was met patatjes en wat warme groenten en sla, al bij al viel het goed mee. Ik mag van mijn lief geen foto’s meer maken van mijn eten, dus kan ik het niet tonen, maar geloof mij: het was een vis van een deftig formaat.

Lekker ook.

Maar. Een tarbot (en dat kan ik wel even op een foto van internet tonen) is een platvis maar die is niet overal even plat. Rond de kop is die wat dikker.

Ik vind het ook niet erg om wat te peuzelen en graatjes vis (pun intended) ik er wel uit dus ik begin met staart en zijkanten. Maar hoe meer ik naar het midden ga, hoe minder goed de vis van de graat valt. Hij is zelfs lauw tot een beetje koud in het midden. Ik aarzel. Mijn lief ziet dat en vraagt wat er scheelt. Ik toon het hem. Hij is de man die twee jaar Spaans volgde en ik hoop zo’n beetje dat hij met veel bravoure de kelner zal aanspreken en zeggen: “Excuseer, maar de vis van mijn vrouw is in het midden niet volledig doorbakken.”

Helaas. Na “Perdon, el pescado…” zit hij vast. Enfin, da’s niet waar. Hij begint er niet eens aan. Google translate dan maar weer. Ik roep de ober en zeg “Het is jammer – Es una pena – pero el pescado e non completamente frutti“.

Spaanstaligen zullen zich wellicht onnozel lachen, maar ik illustreerde het probleem en ze rammelde een heel Spaans opstel tegen mij af en nam de vis mee, terug naar de keuken. Ze leek niet boos. Ze liet mijn vork en mes liggen. Ik dacht: “En nu?”

Ondertussen at mijn lief met smaak zijn goedgebakken (dus niet goed gebakken, want dat wil hij niet – zucht) entrecote volledig op. Na tien minuten kreeg ik – echt waar – een volledig nieuw bord. Mét doorbakken vis, met opnieuw patatjes, groenten en sla. Opnieuw rammelde ze zevenentachtig zinnen Spaans af, waarvan ik alleen “en principio” begreep.

Zo at ik dus op één avond zo goed als twee tarbots (tarbotten?) en vroegen we ons nog af of we er twee gingen moeten betalen?

Nee dus. Lekker gegeten, maar we zijn er toch niet meer terug geweest. We gingen wel drie keer terug naar een terras met tapas daar vlak bij (niét op de heuvel en tien keer goedkoper). Een een ober die Engels, Frans en Spaans sprak. (Waarbij wij toch koppig in het Spaans bleven bestellen, hihi.)

Tiny’s topmomentjes op reis

We zijn terug. Het regent. Gedaan met elke dag buiten eten. Terug werken. Maar ja, het is mooi geweest en we hebben er van genoten. Het meeste nog van:

  • alle dagen buiten eten, of op een terras. Eigenlijk hebben we van de drie weken maar vijf keer zelf gekookt, op de camping, want dat is toch prutsen. Maar in Spanje eet je heel goedkoop buiten de deur (buiten het tentzeil dan in ons geval) en ook de drank is super betaalbaar.
  • de natuur: wat ben ik toch graag te midden van bossen, rivieren, meren,… Veel liever dan aan de zee trouwens. De laatste dagen spendeerden we dichterbij de Atlantische kust en zagen hordes mensen naar het strand trekken. Niks voor ons. Je ligt daar dan, tussen de vele strandgangers… en dan? Wat doe je dan de hele dag? Nee, geef mij maar een bos, een meer, een riviertje,… Heerlijk.
  • wandelen met een beloning. Echt hé, ik ga graag wandelen. Maar drie kilometer steil bergop is wat anders dan drie kilometer huppelend langs een meer. Zeker als de weg bezaaid is met dikke rotsblokken of (nog erger!) kleine irritante rollende stenen, dan durf ik al eens een jammerlijke klaagzang afsteken. Of ik zeg helemaal niks en antwoord op de vrolijke vragen van mijn lief met een zeer duidelijk: “Mmm.” En dan niet de “mmm” van “Mmm ’t is lekker!“, maar de “mmm” van “Hum. Laat mij gerust.” Vooral als het dorpje waar we naartoe aan het wandelen zijn maar eindeloos ver weg lijkt en de weg alleen maar nog steiler omhoog gaat. En het is dertig graden. En er is daar wellicht NIKS in dat hele klotedorp. Waarom gaan we daar eigenlijk naartoe? Stomme stenen. Rottige vliegen. Zo gaat het van kwaad naar erger. En dan komen we ein-de-lijk in Riglos aan, blijkt er niet één café te zijn, maar twee. In de schaduw. Blijkt de bediening van zeer aangenaam aanschouwelijk allooi te zijn. Ben ik blij dat ik bloedrood zie van het wandelen en dat ik dus helemààl niet bloos, nee hoor! Ben ik blij dat ik toch stotterend een “C-c-c-coca-c-c-cola” kan bestellen in ’t Spaans en “Gracias” kan antwoorden.
  • De voorlaatste dag van de vakantie afspreken met een vriendin die ik al meer dan tien jaar lang niet meer heb gezien. De reünie was hartelijk en we kletsten alsof we elkaar gisteren nog hadden gezien. Ook de mannen konden het best met elkaar vinden en maakten zelfs een fietstochtje. Wel was het weer even wennen om te praten over van alles in het Engels/Duits/Nederlands/Frans: het taaltje dat we onszelf eigen maakten toen we elkaar leerden kennen destijds in Amerika. We sliepen toen samen in een hutje gedurende twee maanden en dat schepte een band die nog altijd sterk is. Zij is Duitse maar spreekt ook prima Frans en redelijk Engels. Als we een woord niet weten, zeggen we dat gewoon in één van de andere talen die we kennen en dat lukt fantastisch.

Mijn lief zijn topmomentjes hadden weinig met mij te maken: mountainbiken in de ruige natuur van het Spaanse achterland, op ieniemienie weggetjes waar amper een kat langs komt, afzien is voor hem de ultieme ontspanning. Ondertussen las ik dan een boek in de hangmat, ook niet slecht.

Wil je weten wat ik las?

  • Menopower van Martine Prenen (en ontdekt dat dit echt nog niet op mij van toepassing is)
  • As I am: ABBA before and beyond, van Agnetha Fältskog (leuk om weer wat inside information te lezen over mijn favoriet ABBA-lid)
  • Cliënt E. Busken van Jeroen Brouwers (schitterend geschreven)
  • Zomeravond van Suzanne Vermeer (beetje spannend, maar vooral ontspannend)
  • Een vorm van verraad van Lieneke Dijkzeul (ietsje spannender en nog altijd ontspannend)