reizen

Tiny’s topmomentjes op reis

We zijn terug. Het regent. Gedaan met elke dag buiten eten. Terug werken. Maar ja, het is mooi geweest en we hebben er van genoten. Het meeste nog van:

  • alle dagen buiten eten, of op een terras. Eigenlijk hebben we van de drie weken maar vijf keer zelf gekookt, op de camping, want dat is toch prutsen. Maar in Spanje eet je heel goedkoop buiten de deur (buiten het tentzeil dan in ons geval) en ook de drank is super betaalbaar.
  • de natuur: wat ben ik toch graag te midden van bossen, rivieren, meren,… Veel liever dan aan de zee trouwens. De laatste dagen spendeerden we dichterbij de Atlantische kust en zagen hordes mensen naar het strand trekken. Niks voor ons. Je ligt daar dan, tussen de vele strandgangers… en dan? Wat doe je dan de hele dag? Nee, geef mij maar een bos, een meer, een riviertje,… Heerlijk.
  • wandelen met een beloning. Echt hé, ik ga graag wandelen. Maar drie kilometer steil bergop is wat anders dan drie kilometer huppelend langs een meer. Zeker als de weg bezaaid is met dikke rotsblokken of (nog erger!) kleine irritante rollende stenen, dan durf ik al eens een jammerlijke klaagzang afsteken. Of ik zeg helemaal niks en antwoord op de vrolijke vragen van mijn lief met een zeer duidelijk: “Mmm.” En dan niet de “mmm” van “Mmm ’t is lekker!“, maar de “mmm” van “Hum. Laat mij gerust.” Vooral als het dorpje waar we naartoe aan het wandelen zijn maar eindeloos ver weg lijkt en de weg alleen maar nog steiler omhoog gaat. En het is dertig graden. En er is daar wellicht NIKS in dat hele klotedorp. Waarom gaan we daar eigenlijk naartoe? Stomme stenen. Rottige vliegen. Zo gaat het van kwaad naar erger. En dan komen we ein-de-lijk in Riglos aan, blijkt er niet één café te zijn, maar twee. In de schaduw. Blijkt de bediening van zeer aangenaam aanschouwelijk allooi te zijn. Ben ik blij dat ik bloedrood zie van het wandelen en dat ik dus helemààl niet bloos, nee hoor! Ben ik blij dat ik toch stotterend een “C-c-c-coca-c-c-cola” kan bestellen in ’t Spaans en “Gracias” kan antwoorden.
  • De voorlaatste dag van de vakantie afspreken met een vriendin die ik al meer dan tien jaar lang niet meer heb gezien. De reünie was hartelijk en we kletsten alsof we elkaar gisteren nog hadden gezien. Ook de mannen konden het best met elkaar vinden en maakten zelfs een fietstochtje. Wel was het weer even wennen om te praten over van alles in het Engels/Duits/Nederlands/Frans: het taaltje dat we onszelf eigen maakten toen we elkaar leerden kennen destijds in Amerika. We sliepen toen samen in een hutje gedurende twee maanden en dat schepte een band die nog altijd sterk is. Zij is Duitse maar spreekt ook prima Frans en redelijk Engels. Als we een woord niet weten, zeggen we dat gewoon in één van de andere talen die we kennen en dat lukt fantastisch.

Mijn lief zijn topmomentjes hadden weinig met mij te maken: mountainbiken in de ruige natuur van het Spaanse achterland, op ieniemienie weggetjes waar amper een kat langs komt, afzien is voor hem de ultieme ontspanning. Ondertussen las ik dan een boek in de hangmat, ook niet slecht.

Wil je weten wat ik las?

  • Menopower van Martine Prenen (en ontdekt dat dit echt nog niet op mij van toepassing is)
  • As I am: ABBA before and beyond, van Agnetha Fältskog (leuk om weer wat inside information te lezen over mijn favoriet ABBA-lid)
  • Cliënt E. Busken van Jeroen Brouwers (schitterend geschreven)
  • Zomeravond van Suzanne Vermeer (beetje spannend, maar vooral ontspannend)
  • Een vorm van verraad van Lieneke Dijkzeul (ietsje spannender en nog altijd ontspannend)

Tiny is nog niet van de berg gevallen

Want dat denk ik altijd, dat de volgende titel voor een blogje wordt: Tiny valt van de berg. Of: Tiny in een buitenlands ziekenhuis. Tiny breekt haar been. Tiny moet alleen naar huis. De grootste rampscenario’s spelen zich altijd voor mijn ogen af als ik een berg op loop (of nog heviger als ik de berg afstrompel), of als mijn lief als een berggeit een extra col beklimt en ik een uurtje alleen achter blijf, wachtend en vrezend dat hij zelf van die berg tuimelt en ik alleen achter blijf.

Benasque – Col de Toro

Stress op vakantie.

Leuk hoor, vertrekken en maar drie nachten boeken en dan stoer zeggen van “We zien wel!“, en ontdekken waar we belandden. Maar dan lig ik ’s nachts al eens wakker in een tent, het weer van de komende dagen overpeinzend, in welke regio het beter zou zijn, wat we daar dan kunnen doen, wat voor campings er zouden zijn, of er nog plek is… Lastig.

En toch: ik leef nog. Het lief leeft nog. We spreken al eens een Spaans zinnetje uit en zeggen stoer dat we “un poquito Espagnol” spreken om dan twee snelle Spaanse zinnen later vragen te kijken en stilletjes te mompelen: “Ingles?”

Corona in Spanje, het is wel iets. Je kan er lang over discussiëren, maar wij beslisten om ergens in the middle of nowhere te gaan kamperen, een ecologische camping met weinig plekken, weinig mensen en ruimte zat. Waar het weer mooi is, de bergen hoog en het zwembad(je) fris.

Waar echter ook een felle wind waait, ’s morgens vroeg, waardoor ik mijn tent quasi uitWAAI, al mijn kleren tegelijk aan doe en geen deftig vuurtje kan maken omdat het te veel waait, ergo geen koffie. Enter: grumpy Tiny. Dat doet me dan beslissen om veertig minuten in de auto te rijden naar de dichtstbijzijnde Decathlon (ZO’N fan van die winkel, jongens!) om een windscherm. Un paravientes, dat weet ik nu ook. Om dan uiteindelijk super trots terug te keren op een camping waar het ondertussen 25 graden is en geen zuchtje wind.

Oh ja nog eens over Corona: iedereen hier draagt een mondmasker in publieke ruimtes, dus ook gewoon op straat en OOK de kindjes. Streng! Ik zit er weinig mee in omdat we wel al volledig gevaccineerd zijn, maar we passen toch op en hebben geen contact met andere mensen. Zelfs op een terras, blijft het mondmasker aan en gaat het pas af als je iets drinkt. Zelfs al is het pokkewarm.

Ondertussen is dit onze derde camping, op de eerste hadden we wat last van vliegen, op de tweede waren het soms mieren, maar gelukkig niet in de tent, en hier is het wind. Maar niet altijd dus. En hoera: géén mug te zien!

Rotsformatie Los Mallos en koffiedrinkende Vlaamse.

Ik kijk nog uit naar de hereniging met mijn Duitse vriendin die ik al tien jaar niet meer zag en die nu toevallig op een Franse camping staat waar we in het terug rijden nog even zullen passeren.

De bergwandelingen zijn wat mij betreft achter de rug. Ik ga nog wat boekjes lezen en me verder amuseren met niets doen. Hasta luego!

Tiny in de Cirque

Eens kijken of ik nog kan bloggen via mijn telefoon want ik hang hier in de hangmat en heb geen zin om mijn laptop uit te halen.

Dat Cirque, dat is eigenlijk een natuurlijk amfitheater, er zijn er verschillende in de Pyreneeën en wij gingen een uur zuidwaarts van Lourdes, naar Cirque de Gavarnie.

De dag begon bewolkt met de bergtoppen in de wolken maar we zagen al snel dat het zuidelijker opklaarde. Op tinternet had ik al gelezen dat je gewoon in het dorp van Gavarnie kon parkeren en je dan gewoon de massa moest volgen… Euh, de massa? In Corona tijden? We zullen wel zien en als het ons niet aanstaat zijn we weg.

Die massa bleek mee te vallen. Het was niet dat we aan moesten schuiven om een berg op te wandelen, integendeel.

Dorpje Gavarnie, erg toeristisch maar niet zo druk.

Het eerste stuk van de wandeling gaat gestaag omhoog met hier en daar een waterval naast je of in de verte. Goed te doen voor niet-berggeiten. Na een klein uurtje kom je aan “Hotel du cirque” waar een terras is en waar je prachtig zicht hebt op dat befaamde Cirque:

Toen nog een paar wolkjes maar die gingen er ook snel vandoor.

Daarna kun je nog een eind verder wandelen en klimmen naar de waterval, de grootste van Europa. Ik deed dapper alsof ik een berggeit was en klom rustig mee. Gelukkig maar want anders ging ik prachtig natuurschoon gemist hebben!

Het allerlaatste stuk, waar je kan klimmen tot vlak bij de waterval heb ik mooi aan mijn man overgelaten, want omhoog klimmen kan ik wel, maar de ervaring leert mij dat ik daarna niet meer naar beneden durf, met als gevolg dat ik moord en brand roep, mijn metgezel’s begeleidende arm tot moes knijp en indien niet anders mogelijk ik gewoon op mijn gat de berg afroetsj.

Dan liever wat rustig mediteren. Ideale plek.
Rode stipje is mijn lief berggeitje ❤️

Al bij al zijn we toch rustig vier á vijf uur aan het wandelen geweest. Heerlijke trip, zeker de moeite als je ooit eens in de buurt bent.

Ondertussen reden we nog wat zuidelijker, het mooie weer tegemoet.

Oh en Corona: we komen amper mensen tegen, als we er tegen komen, in een dorpje of zo, draagt iedereen flink een mondmasker. Van controles is geen sprake, misschien wel op toeristische plekken. In elk geval zijn wij nu al meer dan twee weken volledig gevaccineerd en doen we geen domme dingen. Voor één keertje, haha.