zoon

Tiny ziet weer een beetje helderheid

Hoe is ’t met je zoon?

De meest gehoorde vraag tegenwoordig als ik mensen spreek die ik al eventjes niet meer zag. Mijn meest gehoorde antwoord:

“Pffff….”

Oeps. Verkeerde vraag. En op den duur werd ik het beu om er nog uitgebreid over te antwoorden, en zelfs over te bloggen.

Hij zat nu al bijna twee jaar in Deeltijds Onderwijs, twee dagen per week Houtbewerking en Algemene vakken, en minimum 13 uur werken. Eerst verliep dat “werken” niet vlot. Hij solliciteerde her en der maar met een zelfbeeld ter hoogte van je Allstars en het onvermogen om jezelf te verkopen, lukte dat niet. Dan maar vrijwilligerswerk, bij dieren, in het asiel en in een reptielenopvangcentrum. Maar daar ging het ook niet zo goed.

Dan maar niks. Begeleiding van de VDAB, begeleiding van school,…
Die Algemene vakken op school: hij werd er alleen maar dommer van, zei hij. En nog wat later bleek het ook niet meer te klikken met de leraar Houtbewerking. Dus wat denk je: na een tijdje ging hij gewoon niet meer. Nul motivatie.

Uiteindelijk, gaf hij zelf aan misschien wel Podiumtechnieken te willen doen. Hij is met muziek bezig, speelt bas, en zou het wel leuk vinden om in die sfeer te zitten: technieken leren om geluid te mixen, lichtspots bedienen, roadie zijn, zo’n zaken interesseren hem wel. En ook dat kun je leren in Deeltijds. Dus wellicht wordt het dit in september. Op hoop van zegen.

tso56_podiumtechnieken5-k

 

Tiny en de baby

In blogland zijn er duizenden blogmama’s, of mamabloggers of hoe je ze ook wil noemen. Misschien mag ik er zelfs een paar blogvriendinnetje noemen. Sommigen bloggen over van alles en nog wat (zalig!),  sommigen delen schaamteloos babyspam (en gelijk hebben ze), sommigen zijn supergezond bezig en daarbovenop gewoon ook mama en iedereen heeft wel een beetje haar eigen stijl.

Het zijn stuk voor stuk toffe madammen en ik lees ze graag.

Als de liefde voor hun kindje zo van het scherm spat, voel ik een steek van jaloezie. Niet omdat ik nog een baby’tje zou willen (ho, spaar me daar van, en trouwens, de kraan is dicht!), ook niet omdat ze het veel mooier kunnen vertellen dan ik en ook niet omdat ze duizend mooie foto’s van hun kindje hebben.

Wel omdat ze er zo super bewust van zijn. Van het nu. Van het genieten met hun kind. Bewust van het feit dat ze zich in hun handen mogen wrijven van contentement.

Dan vraag ik me af: heb ik dat ooit gehad? Nam ik zo veel foto’s van mijn baby? Was ik zo gelukkig dat ik het wel over de daken wou schreeuwen?

Ik denk dat het antwoord duidelijk is, net omdàt ik die steken van jaloezie voel. Ik nam wel wat foto’s, maar die zijn blijkbaar verbrand in een tuin van een ex die alles wou vergeten. Ik was wel blij met mijn baby maar vooral gefrustreerd omdat het kind vooral huilde en ik niet snapte waarom. En er was niemand om tegen te zagen. En er was niemand die me zei dat ik het wél goed deed.

Dingen veranderden. Ik verhuisde en het kind verhuisde mee. Omdat het niet anders kon. Papa werd een om-het-weekend-papa en op den duur een vreemde. De vervang-papa deed zes jaar zijn best, maar had ook een pak problemen. Lang leve de opa en oma, dat wel.

Dus ja, baby-foto’s, of ze nu van mijn baby waren of die van een ander, het maakt niet het gevoel bij me los als wat men er van zou verwachten. Toch zou ik graag willen proberen om mooie newborn foto’s te maken. Misschien nu nog niet meteen, maar in de toekomst. En hopelijk reageren de ouders dan wel met de ooh’s en ah’s en vooral: het juiste gevoel.

Fijne moederdag gewenst, morgen.

newborn

Prachtige foto door Silvie Bonne

 

 

Tiny en de Arafat-sjaal

’s Morgens een sms: “Mama breng je je oude sjaal mee?”

Eerst denk ik: Huh? Maar al snel weet ik wat hij bedoelt. Jaren geleden toonde ik hem een zwart-witte sjaal en zei ik: “Die kun je dragen! Lekker warm, past bij alles, zeker bij alles wat jij draagt.” Het was niet goed. Het was te oud. Het was belachelijk: een sjaal van zijn mama.

De sjaal in kwestie is vele jaren ouder dan hijzelf. Hoe oud precies, dat weet ik niet. Maar dat ik hem ooit kocht in een winkeltje in het Zilverpand in Brugge, dat wel. Een winkeltje waar ze zowat alle kleren en accessoires hadden voor de échte en de would-be rock’n’rollers van de jaren tachtig. En voor de skinheads. En voor de new-wavers. En voor de hardrockers. Veel zwart dus. Mijn moeder heeft er zelden een stap binnen gezet, vermoed ik.

Ik had hem al toen ik twaalf was, want ergens heb ik nog een foto van mijn moeder en mij. Ergens net voor of net na mijn Plechtige Communie aan mijn kapsel en bril te zien. We stonden samen in een fotografiewinkel ergens in Knokke, om een Polaroid-camera te kopen. Blijkbaar had de fotograaf die drie huizen naast ons woonde, die niet in huis. En deze foto was de eerste test.

14971529_10154695732836972_615050003_o

De Arafat-sjaal, want zo werd die door iedereen genoemd, bleek onverslijtbaar. Hij rook ofwel naar mijn parfum, ofwel naar een of ander jongmens, en altijd wel naar sigarettenrook en bier. Café’s in de jaren tachtig hé… Lekker warm voor op de fiets, en later op de brommer. Waarom de sjaal naar Arafat werd genoemd, lees je hier.

De sjaal ging met mij mee op kot. Toen ik een vriend had die zijn sjaal vergeten was en putje winter nog terug moest naar Antwerpen, met de brommer, leende ik hem met plezier.

Het werd lente, en ik had een nieuw lief. Ik ging niet meer op bezoek naar die vriend en hij niet meer naar mij. Hij verhuisde, ging samenwonen, trouwen, we verloren elkaar compleet uit het oog. De sjaal was weg.

Twintig jaar geleden hebben we elkaar wel nog eens gebeld en ik herinnerde hem: “Heb jij nog altijd mijn Arafat-sjaal?” Ja ja, zo verzekerde hij mij, die ligt hier zeker en vast ergens op zolder. (In mijn hoofd klonk het als “die zie ik nooit meer terug”. Niet de sjaal, niet de vriend.

Acht jaar geleden kom ik met mijn gezicht in het VTM-nieuws. Couchsurfing is booming en ik leg het allemaal uit. De Antwerpse vriend zoekt mijn profiel, vindt mij op Facebook en stuurt mij een mail. We moeten nog eens afspreken! Ja! En breng ondertussen mijn sjaal misschien mee. Het lijkt ongelofelijk, maar zo geschiedde.

Ik had hem terug! De sjaal, wel te verstaan. Afgebleekt, tientallen keren gewassen, maar in één stuk. Ben ik hem dan meteen terug beginnen dragen? Eh nee, wegens niet meer echt fashionable, en mijn rock’n’roll-jaren liggen al een tijdje achter mij. Maar ik zou hem nooit weggooien.

Een tijdje geleden dacht ik dus, mijn zoon mag hem wel erven, hij zou er nog mee staan ook. Maar nee, daar had hij geen trek in. Tot deze morgen. Ineens is Arafat weer cool.

Ik heb hem plechtig overhandigd en het moment vereeuwigd. 🙂

merijn

Het zwaard boven ons hoofd is een grapje van de zoon. Beetje aparte humor. 😉