vrienden

Tiny in de podcast

Het gaat over vriendschap.

Lieselotte blogt net als ik al jarenlang en zo hebben we elkaar ook ontmoet. Door Corona – en vele wandelingen – zijn we dichter bij elkaar gekomen. Zij wou al een tijdje een podcast starten, gewoon voor haarzelf, om de kennis en de vrienden die ze nu heeft, te archiveren – als een soort tijdcapsule.

Ik was de eerste gast en hoewel ik me zeer vereerd voelde, heb ik de indruk dat ik véél te weinig heb gezegd en dat ik over die onderwerp – vriendschap – nog urenlang zou kunnen praten.

Luister de eerste aflevering hier, via Spotify: https://open.spotify.com/episode/79KqaYq3122W4TmR3SNMtw?si=8baa88293f954cc2

Terwijl we dit gesprek een beetje aan het voorbereiden waren, en we spraken over vrienden van toen en vrienden van nu, vertelde ze me dat ze ook graag gasten zou willen uitnodigen, die ze niet of amper kent – om ook met hen te spreken over vriendschap. Maar hoe vind je een gast die daar over wil praten én die niet bang is om het achterste van zijn tong te laten zien?

Ik dacht meteen aan Peter. Toen ik in het groepje zat dat destijds mee deed met HUMO’s rockrally, daar schreef ik al hier over), was Peter mijn gitarist. Hij was er toen achttien, en dat is ondertussen al bijna dertig jaar geleden. Maar door de jaren en de groepjes heen, zijn wij vrienden gebleven. Hij speelt nog steeds gitaar en is na een roemruchte carrière in de sales nu bijna zijn eigen baas én heeft ook zelf een podcast. Het wordt nog gekker, want op 7 september ben ik bij hem te gast, in zijn podcast PS Grow.

Zo heb ik Peter geïntroduceerd bij Lieselotte, ik wist meteen: als die twee samen gaan praten over een onderwerp als vriendschap, dan wordt dit een eerlijk en interessant gesprek. Het is ondertussen ook online gezet en dat gesprek vind je hier: https://open.spotify.com/episode/2olY0A8NAHj0131k2dC1R8?si=47212314ff6d4537

Bij het beluisteren van de derde aflevering van haar podcast, met Kelly Deriemaeker, bedacht ik me: Ja, inderdaad, het gaat op dit ogenblik behoorlijk goed met mijn mentale gezondheid en dat is volgens mij een rechtstreeks gevolg van de vriendschappen die ik momenteel heb.

Er zijn mensen in mijn leven, die ik eender welk moment, no questions asked, kan bellen om mij uit de shit te helpen. Die zijn er niet altijd geweest, jammer genoeg. Of ik zag het niet, dat kan ook.

Ik schreef al eens over mijn vrienden van weleer, en vraag me vaak af hoe dat toch komt, dat sommige mensen lijken te vervagen uit je leven. Maar méér nog denk ik: hoe heerlijk is het om te beseffen dat er iemand (of enkele mensen) er zullen zijn voor je. Die ik zou kunnen vragen als mijn ouders overlijden bijvoorbeeld, om me te steunen. Die me eten zouden brengen als ik zelf even niet meer kan. Die me ook in een ziekenhuis in Kortrijk zouden komen opzoeken. No matter what. Ze zijn er. En ik ben er zo dankbaar voor.

Tiny’s laatste wens

Want “Tiny’s einde” vind ik zo’n dubbelzinnige titel.

Nee serieus, op Allerzielen mag het hier wel eens over gaan. Morbide? Misschien. Maar de dood is deel van het leven en er mogen dingen uitgesproken worden. Ik heb hier al veel over nagedacht en ik hoop dat mijn vrienden op één of andere manier later (hopelijk véél later) de weg naar deze lijst vinden en daar rekening mee houden. Geef het door aan mijn geliefden die deze blog niet lezen, aub. Ga er niet van uit dat ze het weten! (Mijn man en mijn zoon lezen dit niet en al heb ik het ze al vaak gezegd, please: zeg het ze maar nog een keer!) Ik ben serieus hé!

Ten tijde van mijn 1e fotografiecursus, thema Kerkhoven

1. Wil je begraven worden of gecremeerd?
Als ze ook maar het gedacht in hun hoofd steken dat ik verbrand moet worden, dan kom ik SPOKEN! Neen, ik wil totààl niet gecremeerd worden. Ik ben bang van vuur. Ik ga ook mijn ouders niet cremeren, want dan heb ik daar jaren later nog nachtmerries van. Ze weten dit en voor hen is ’t gelijk. Een tiental jaar geleden stond ik met mijn ouders bij een crematie van hun goede vriendin, ik heb daar een quasi-paniekaanval gekregen toen ze de as verstrooiden. Doodeng vind ik dat!

Dus nee, steek mij ergens in de grond. Zo’n herdenkingsbos, waar ze mensen gewoon in de volle grond begraven tussen de bomen, lijkt me ideaal. Kies maar een mooi plekje uit. En liefst in Brugge, als dat kan en mag.

2. Als je kiest om begraven te worden, hoe ziet je kist eruit? Als je kiest om gecremeerd te worden, waar mag je as naartoe?
Een kist: als dat écht moet, een super simpel ding, desnoods in karton, het moet niet veel kosten. Wil je mij in doeken wikkelen, ook goed.

3. Welk liedje mogen ze afspelen op je begrafenis?
Daar gaan ze nog een kluif aan hebben. Ik heb een hele lijst. Op nummer één: “Close your eyes” van James Taylor en Carly Simon. Toen ik dit nummer terug opzocht, vond ik een recente versie, James Taylor en zijn vrouw en zoon tijdens de lockdown:

Op nummer twee: “Now is mine” van K’s Choice. “Believe” van dezelfde groep mag ook.

“Homeward bound” van Simon & Garfunkel.

Hier ook een recente versie, zeer ontroerend, vind ik. Paul Simon is er nu 79.

Ze mogen ook gewoon mijn playlist van Spotify laten draaien, da’s ook prima.

4. Wil je een herdenking in een kerk of in een andere setting?
Weet je, dat is mij eigenlijk om het even. Ik hoop gewoon dat er kansen zullen zijn om met genoeg mensen binnen te kunnen, want zoals het nu is, lijkt het me vreselijk om te moeten kiezen welke mensen je laat komen op je herdenking, als het aantal beperkt is.

Als er een goeie geluidsinstallatie is en er zijn goeie stoelen, dan is ’t al gelijk. Feestzaal, aula, kerk, allemaal goed voor mij.  

5. Wat wil je dat ze over je zeggen tijdens de herdenking?
Hun gedacht. Ik zal het toch niet meer horen. Eerlijkheid duurt het langst, dus als ze vooral mopjes over mij willen vertellen en vieze roddels, prima. Dat er maar wat gelachen wordt, dat zou ik wel tof vinden. Het zou leuk zijn als de mensen die mij graag hebben gezien, dat ook komen vertellen aan elkaar.

Ah weet je wat ik supertof zou vinden? Dat er iemand een liedje over mij maakt en dat komt zingen! Genoeg muzikanten in mijn vriendenkring, ze kunnen er anders nu al aan beginnen, hihi!)

6. Wat zou je zelf willen zeggen, mocht je kunnen?

Ik heb van heel veel mensen héél oprecht gehouden.  Dat moeten ze weten. Ik hoop dat mensen mijn leven herinneren, niet mijn overlijden. Ze kunnen terugdenken aan mijn zottigheden, mijn onnozele danspasjes, mijn stem, mijn aanrakingen, mijn tranen. Ik heb nooit de wijsheid in pacht gehad maar ik hoop dat ik veel mensen in mijn leven heb kunnen helpen en troost bieden.

Eigen foto, begraafplaats Steenbrugge

7. Heb je een testament?
Ga je er mee lachen of zo? Ik heb niks.

Tja, omdat ik enig kind ben, zal ik misschien ooit het appartement van mijn ouders erven. Dat gaat dan wel naar mijn zoon. Mijn bezittingen, boeken, brieven, foto’s,… mogen verdeeld worden onder vrienden en familie. Maak er een soort rommelmarktje van en neem mee wat je graag wil.

Stel, ik heb nog geld staan op de bank: regel daar dan deze begrafenis maar van (zie verder) en schenk de rest aan goede doelen. Als mijn erfgenamen dan zichzelf een goed doel vinden, dat is ook goed. Ik zou het leuk vinden als je met dat geld dan een mooie reis zou maken en dat je op plaatsen waar je het mooi vindt, eens stil staat en aan mij denkt.

8. Mocht je een gedenksteen willen plaatsen, wat mocht er dan opstaan?

‘Hier ligt Tiny, er was een hoek af’

En dan een steen waar letterlijk een hoek af is.

Ik heb dit gejat van Vief, ’t is toch de max?

9. Hoe ziet de koffietafel eruit?

Cava en hapjes. En muziek van de jaren tachtig. En als er een fuifje uit voortvloeit, zou ik dat fantastisch vinden. In jullie gedachten dans ik mee.

10. Ben je bang voor de dood?

Nee, ik ben bang dat de mensen die ik liefheb doodgaan. Ik zou het ook niet tof vinden als ik ergens in een ziekenhuisbed lig weg te kwijnen en dat er veel mensen voor me moeten zorgen. Dan liever een snel einde.

Oh en alles wat nog kan dienen van organen en dergelijke: ze mogen het allemaal hebben.

Tiny heeft ook een mening

Terwijl ik dit schrijf met alle vensters dicht, rolluiken naar beneden en een glas fris water naast mij, hoor ik de buren in hun zwemvijver plonzen. Gelijk hebben ze.

’t Is warm ja. Vorig jaar in Dranouter was het ook warm en waren wij geschokt van de vele agressieve opstootjes onder jongeren en minder-jongeren die gewoon veel te veel alcohol hadden gedronken in plaats van water. Je moet veel drinken bij warm weer, zeggen ze, maar vaak vergeet men dat dit best geen grote hoeveelheid alcohol zou zijn.

We waren even geschokt van de vele niet-agressieve jongeren (bijna kinderen nog) die laveloos op het gras lagen en geen stap meer konden zetten. Alcohol.

Maar dat mag allemaal, dat kan gewoon overal. Alcoholverbruik zit in ons Belgisch DNA, ik schreef er al vaker over en ja, ik drink ook graag eens een wijntje.

Maar nu. Vorige week ging ik naar de zee, ik schreef er over, en het viel allemaal wel mee want het was nog op een weekdag en op een relatief kalm strand. Enkele dagen later gebeurde er van alles in Blankenberge: de vloed kwam op, wat blijkbaar velen verraste, en er was ineens bijna geen plaats meer op het strand. Mondkapjesplicht bleek voor een hoop mensen ineens té veel gevraagd, beleefdheid ook en er werd gevochten dat het niet mooi meer was. Alcohol. Hittegolf. Drukte. Een mens zou van minder agressief worden, maar ik zal het totaal niet goed praten.

Vervolg.

Op mijn Facebook tijdlijn staat het ook vol met “Sound of silence”. Niet het schitterende nummer van Simon & Garfunkel, maar een statement om de cultuursector te steunen. Ik sta er volledig achter maar ik vrees dat mijn profielfoto veranderen weinig nut zal hebben. Maar doe gerust.

Helaas heb ik blijkbaar ook een aantal “vrienden”, noem het “kennissen” of mensen die ik in de loop van mijn leven al eens tegen het lijf liep. Sommigen heb ik een periode redelijk goed gekend, anderen maar kort. Sommigen lezen hier mee, anderen hebben geen idee van deze blog. Van sommigen weet ik dat hun politieke voorkeur linea recta indruist tegen mijn persoonlijke normen en waarden, maar weet je: ik ben vooral een humanist, elk mens is evenwaardig en heeft recht op zijn mening. Zij dus ook.

Maar jongens (en meisjes!!), ik heb het gehad hoor. Met jullie ongezouten en soms ongenuanceerde mening over de gebeurtenissen in Blankenberge. Met jullie uitspraken als “Ik ben geen racist maar…”.  Ik heb het gehad met domme foto’s en cartoons die ronduit wél racistisch zijn. Ik word er soms onpasselijk van, en neem dat gerust letterlijk, die kotsneigingen.

Ik reageer er niet op. Ik verwijder jullie niet als vriend. Want gek genoeg, en dat is hetgeen wat ik soms totaal niet begrijp: zijn jullie eigenlijk echt wel lief en aardig en grappig en niet eens zo dom. Jullie hebben een gezin en tonen vaak hoeveel jullie van ze houden. Jullie hebben ook al zwarte sneeuw gezien. Sommigen hebben mij al vaak eens geholpen met iets. Of steun betuigd. Dus jullie zijn geen on-mensen.

Maar op één vlak komen we niet overeen. Als je nog een Netflix-tip wil, kijk eens naar Stateless. Opgepast, ’t gaat over asielzoekers. Maar ook over vooroordelen. EN over menselijkheid. En ook over psychische ziektes.

Ik heb een achternichtje in de Antwerpse Kempen, zij heeft net een kindje gekregen. Ze is samen met een (enorm knappe) donkere man. Ik citeer even haar cartoon van gisteren (want daar komt het in de praktijk vaak wel op neer – wie wordt er geviseerd?):

Schermafbeelding 2020-08-11 om 16.43.35

De West-Vlamingen zullen het ook wel verstaan zeker?

Die “vrienden”, ik ga ze eerst eens 30 dagen snoozen op Facebook, dan zie ik het niet meer en ga ik me minder ergeren. En dan zien we wel weer verder.