verhuizing

Tiny is thuis?

Thuis met een vraagteken, ja.

Als we terugkeren van een reis, of van een weekendje weg, dan rijden we terug naar Wevelgem, naar huis. Beter gezegd: naar het huis waar ik woon met de liefde van mijn leven. Het huis dat hij zoveel jaren geleden heeft gekocht, en al jaren in woonde toen ik hem leerde kennen. Het huis waar ik nu ook mijn spulletjes heb gezet en enkele nieuwe meubels voor heb gekocht, naar onze smaak. Het huis waar we wellicht de keuken zullen verbouwen volgend jaar en waar we toch zeker nog een jaar of tien in willen blijven wonen, tot de kinderen (zijn kinderen) het nest zullen verlaten.

Maar keer ik terug westwaarts, vanuit Antwerpen of Brussel of nog verder weg, dan moet ik altijd mijn hoofd er bij houden om niet gewoon weer af te slaan richting Brugge. Als ik denk in termen van mijn latere eeuwige rustplaats, dan zie ik alleen maar het kerkhof in mijn eigen stad. Spreek ik met iemand die net als ik is opgegroeid in en om Brugge, dan voelt het extra vertrouwd. Loop ik nog eens door ‘mijn’ stad, dan ben ik soms weer op slag verliefd. Winter of zomer, midden op de dag vervuld van toeristen of ’s avonds laat in een lege straat.

DSC_1211-HDR

Spiegelrei ©Tiny

Als ik denk aan thuis… dan denk ik weemoedig terug aan mijn ouderlijk huis in de eenvoudige straat met alle bekende buren en kennissen. Aan mijn oude meisjeskamer, waar ik mijn vriendin van twee huizen verder kon zien zitten aan de keukentafel, als ik op het raamkozijn klom. Thuis was altijd al Brugge. Inderdaad, weemoed overvalt mij, want ik voel mij wat ontheemd.

Iemand noemde mij “de Wevelgemse Tiny”. Toen ik het las, krulden mijn tenen en werd ik licht in mijn hoofd: dit klopt niet. Ik ben een Brugse en waar je me ook neer plant, dat zal ik altijd blijven. Ik weiger het zotte accent aan te nemen van de Zuid-Westvlamingen, ik zeg geen “skone skoenen” en praat niet over “bwom” maar over boomn. ’t Is mijn rugge niet die pijn doet, maar mijn “rik”.

Vergis je niet: ik woon hier wel graag, in Wevelgem, het is hier rustig, ik heb in onze tuin prachtig zicht op de uitgestrekte hemel, en twee straten verder beginnen de weiden en loop ik heerlijk alleen. Maar elke dag rij ik met plezier naar mijn werk aan de rand van MIJN stad. En wat ben ik blij als ik op maandagavond tijdens de fotografieles in Brugge mag rondstruinen, of als ik mijn vrienden terugvind bij een optreden in de stad waar ik van hou.

DSC_0010-bewerkt

Coupure ©Tiny

Tiny verhuist (deel 1)

Wat? Waar? Wie? Hoe? Wanneer? Waarom?

Op deze en andere vragen krijgen jullie allemaal een antwoord, dan ben ik er ineens vanaf.

Wat? Ja ja, ik trap het af, ik bol het af, ik ga er vandoor, salu, de kost, tot ziens, enzovoort.

Waar?  Of beter: van waar naar waar? Simpel, ik laat het mooie fantastische, adembenemende, gezellige Brugge achter mij en verhuis naar het kleine, onbekende, verrassende, liefdevolle Wevelgem. Liefdevol? Ja natuurlijk, Wevelgem zit vol liefde, vooral die liefde van mijn liefste voor mij en omgekeerd. Ik verlaat mijn huurhuis, waar ik negen jaar gewoond heb, voor een écht huis dat ik mag delen met mijn schat en deeltijds ook zijn schattige kindjes.

Wevelgem uit de lucht

Wevelgem uit de lucht

Wie? Awel ja, mijn zoon en ik moeten allebei verhuizen natuurlijk. Maar omdat hij nog deeltijds naar school gaat in Brugge en het vertikt om mee te komen naar Wevelgem, zochten we een kot voor hem. Wat we nu dus hebben gevonden, et voilà, dan kon ik eindelijk ook vooruit. Huur opgezegd, en stilletjes aan van alles meenemen naar Wevelgem. Zoonlief krijgt een hoop dozen en mag zijn boeltje ook beginnen inpakken. Hij zal ook in het weekend meestal in Brugge blijven, niet alleen vanwege enig plaatsgebrek in Wevelgem, ook omdat hij daar zelf voor kiest. Zelfstandig worden, ja, het zal er dus echt van komen. En ja, ik hou een beetje mijn hart vast. Zie Tiny in paniek.

Hoe? 

2015-07-10 17.37.13

De strijkplank is al mee 😉

Voorlopig geen verhuiswagen of iets dergelijks. Omdat ik al jaren leef tussen de goedkope brol, restjes van anderen, kringloopwinkelmeubels en afdankertjes van mama, ga ik heel veel weggeven en misschien hier en daar iets verkopen. Het is eindelijk tijd om een nestje te bouwen. Mijn schat en ik zijn over een paar jaar samen honderd jaar oud, dus het mag al eens hé. Eerst een beetje sparen, en dan op ’t gemak eens zoeken naar meubeltjes die we allebei mooi vinden. We deden dat al eens, gewoon om te testen of onze smaken wel overeen kwamen.

2015-01-04 15.22.15

Gerecycleerde teak, dat vonden wij allebei niet mis…

Wanneer?   Euh, officieel vanaf 1 oktober, maar mijn zoon gaat er al vandoor op 1 september en dan heb ik nog een maandje om gerief weg te schenken, op te ruimen, schoon te maken… en een feestje te geven zeker? 😉

Waarom? Kijk, de vaste lezers weten wel dat ik een flink stukje kan zagen en zeuren over mijn zoon, over mijn leven als alleenstaande mama, maar dat mag nu eens gedaan zijn. Ik wil vooruit. Hoe belachelijk is het, om als veertigplusser een LAT-relatie te hebben? Hoe belachelijk om alles dubbel te hebben en dubbel te betalen? Hoe belachelijk om geld uit te geven aan een huurhuis met drie slaapkamers en een grote tuin, terwijl ik de helft van de tijd er niet eens ben?

Hoe zalig zal het niet zijn om elke dag wakker te worden naast de liefde van mijn leven? Hoe leuk worden huishoudelijke klusjes als je ze met twee kan doen? Wat gaan we kunnen sparen als we gaan samenwonen!

En wordt het niet eens tijd dat ik dat bijna-negentienjarig vogeltje van mij een beetje laat vliegen? Misschien zal hij eens vallen, of zijn vleugels verbranden. Dan weet hij dat ik hem wel zal verzorgen als het nodig is, maar dat hij zelf zal moeten rechtkrabbelen….

(wordt vervolgd)