toneel

Tiny speelde toneel (3)

Met uitzondering van mini-toneelstukjes tijdens mijn opleiding Orthopedagogie (we hadden een vak “Animatie en creativiteit”) heb ik na 1988 jarenlang geen toneel meer gespeeld.

Opeens zat mijn zoon in het eerste leerjaar en kwam ik terecht op mijn vroegere middelbare school, waar hij nu zelf in de lagere school zat. Tijdens een informele middag met andere ouders, kwam het gesprek op “Het Toneel” van één van de mama’s. Een andere mama vertelde me dat ze vorig jaar naar hun stuk was gaan kijken en dat ze bijna over de vloer waren gerold van het lachen. De mama die blijkbaar al enkele jaren meespeelde, vertelde dat ze nu dit jaar wel in de problemen zaten want dat er onverwachts een actrice was uitgevallen. En dat ze niemand anders vonden om dit op zeer korte termijn over te nemen.

Ik vroeg zo stilletjes “Is dat een grote rol, of euh…? – waarop de publiek-mama meteen riep: “Oooh, speel jij toneel of zo? Hey, Leen, kijk, dit is Tiny, zij kan jou helpen!” Leen gaf mij meteen tekst en uitleg, het ging om een klein rolletje, regisseur en hoofdacteur waren broers en van Sint-Jozef en… Ho. Wacht. Hoe heten die? En wie speelt er nog mee? Blijkt dat ik de helft van het gezelschap eigenlijk ken van vroeger, toen ik opgroeide in Sint-Jozef. Eén actrice is de dochter van de beste vriendin van mijn mama, de hoofdacteur heeft mij ooit nog willen versieren en was samen met mijn broer leider in de Chiro en vaak aanwezig op volksdansavonden. Ja, ja, ik ken ze wel.

Of ik eens wou afkomen.

Er kwam zelfs geen auditie aan te pas. Eén keer meelezen, een hernieuwde kennismaking met de acteurs en het was geklonken. Ze waren dolbij dat ik op zo’n korte termijn wou inspringen. Het ging om amper een twintigtal zinnen, ik was misschien een kwartiertje op het podium en we hadden nog anderhalve maand voor de vijf uitvoeringen. Piece of cake. Zo belandde ik dus in “Comme chez Swa”. Je kunt het al raden: een zogeheten deurenkomedie over een restaurant. Ik speelde een controleur van het voedselagentschap.

Na de uitvoeringen vroeg de regisseur of ik wou blijven, en meedoen aan het volgende stuk. Grààg, zei ik. Toffe bende, leuke mensen, veel leute en veel in ’t West-Vlaams. Het was nu niet meteen hoogdravend toneel, verre van, maar er zaten leuke stukken in en ik heb in deze periode enorm veel gelachen.

In 2004 speelde ik een nymfomane in “De Kameleon”.

In 2005 een oude ongehuwde vrijgezelle boerin in “Nooit te oud om gek te doen”,

in 2006 een gekke tante in “Paranormaal gedoe”,

in 2007 speelde ik Prinses Clothilde, compleet met Frans accent en al in “Kuuroord Fontina”,

In Belgische driekleur net een klap gegeven aan de middelste man.

in 2008 speelde ik mee in Mamma Mia, maar ik ben vergeten wie of wat ik was,

en in 2010 de laatste keer, de hoofdrol in Martha en Mathilda. Ik was Martha.

Martha is de middelste

In datzelfde jaar zat ik meer in Wevelgem dan in Brugge en bleek mijn lief zien en repeteren een moeilijker combinatie dan gedacht, dus ik heb mijn ontslag gegeven. Ik weet niet of ik hier in de streek nog toneel zou spelen, misschien. Ik spreek de taal niet hé, ze horen direct dat ik uit het Noorden kom… 🙂

Epiloog: een paar jaar geleden stap ik een broodjeszaak binnen ergens in Brugge, ik wil mijn bestelling doen en de vrouw achter de kassa kijkt mij aan, en zegt “Moh! ’t Is gie!” en roept naar achter “Schat? Kom ne ki kiekken, ’t is de prinsesse ier in de wienkel!” Jaren later werd ik dus nog herkend als prinses Clothilde. Ook ben ik nog de schrijver van dat stuk (Pol Anrys) tegen het lijf gelopen en die zat destijds ook in de zaal. Hij fluisterde zachtjes in mijn oor: “Ik heb mijn stuk al héél vaak zien opvoeren, maar jij bent mijn favoriete Clothilde.

Dit is de dertigste dag in #40dagenbloggen

Tiny speelde toneel (2)

Toen ik in Koning van Katoren speelde, leerde ik iemand kennen die al wat ouder was en hij kwam ook kijken naar “mijn” toneelstuk. Hij overlaadde mij met complimenten en na dat schooljaar introduceerde hij me bij een vriend van hem, een dichter en regisseur die nét een toneelstuk had geschreven.

Het bleek nogal avant-garde te zijn, bizar, absurd en ‘baanbrekend’ volgens zijn zeggen. Nu was er in de jaren tachtig wel vaker absurd of modern theater te zien, de bizarre stukken vlogen je om de oren maar ik wist van niets en kende alleen maar wat klassiekers.

Het stuk heette “Te groot om te dragen” en werd gespeeld door vier mannen en één vrouw. Ik mocht auditie doen voor de vrouw, oh verrassing. En werd meteen aangenomen.

Om een idee te geven over hoe gek het was: De drie mannen heetten Oe, Di en Pus, de man heette Hij en de vrouw heette Zij. Het waren enorme lappen tekst die ik uit mijn hoofd moest leren, maar dat vond ik wel tof en een hele uitdaging.

Ergens in het script stond ook dat ik op een ladder moest klimmen, een hele emotionele tekst moest debiteren maar die plots moest onderbreken om héél hard te gillen (omdat ik een muis zag). Dat gillen leverde mij problemen op. Ik kàn dat niet. Zo echt tieren, weet je wel. Zoals héél veel jonge meisjes al doen als ze nog maar een jaar of acht zijn, zò hard dat je oren er pijn van doen. Ik kan er niet tegen en ik kan het ook helemaal niet nadoen. Dan maar luid roepen. Vond de regisseur maar niks en ik heb uren geprobeerd om te leren gillen. Lukte niet. Enfin.

Het ging ook veel over seks. Iets met copuleren en een stofzuiger.

Ik moest samen met Hij een strandscène spelen en zogezegd tandpasta op mijn gezicht smeren in plaats van zonnecrème. Heb je dat al eens geprobeerd??? Don’t try this at home, kids. Niet gezond. Gelukkig had ik dit tijdens een repetitie uitgetest en ontdekt dat dit onbegonnen werk was. Dan maar een tube tandpasta langs onder open knippen, uitduwen en vullen met Nivea.

We moesten ook extreem speciaal geschminkt worden en dat was ook niet erg naar mijn zin. Maar verder zaten er hele mooie stukken in, heel grappig ook. Ik zie tijdens de uitvoering mijn vader nog op de eerste rij zitten en tranen huilen van het lachen.

Vernissage-scène uit Te groot om te dragen

Met de tegenspelers heb ik ondertussen geen contact meer. Maar tijdens het repeteren leerde ik de vrouw van Hij kennen en door de jaren heen bleven we elkaar af en toe zien. Ze werkte ook in een boekhandel waar ik regelmatig kwam.

Epiloog: de Hij uit dit stuk is ondertussen een Zij geworden. Echt gebeurd.

Dit is de negenentwintigste dag in #40dagenbloggen

Tiny speelde toneel (1)

Tiny speelt toneel

Misschien was ik geïnspireerd door de Tiny-boekjes want in eentje speelde het hoofdpersonage niet alleen toneel, ze regisseerde ook heel het stuk en ze gaf iedereen kleren uit oma’s kist op zolder.

Als kind deed ik niet liever, me verkleden, iets uitvinden en dan improviseren, vaak gewoon alleen en met mijn ouders als toeschouwers, later met mijn vriendin: ontelbare keren gingen we zogezegd op restaurant, was zij een sjieke dame en ik een boerin die nog nooit een servet van dichtbij had gezien.

Ik vond nog een oude foto, ter illustratie, ik moet een jaar of zes geweest zijn.

In de lagere school probeerde ik ook vriendinnetjes in te lijven om samen “toneeltje” te spelen maar dat had zelden succes.

In het middelbaar, dat befaamde VSO, kreeg ik (of koos ik) als keuzevak “Aanvullend Nederlands” in het vijfde en zesde jaar: poëzie, toneel, dictie, het kwam allemaal aan bod en ik herleefde. Die lesuren waren een ware oase voor mij tussen wiskunde en chemie en Frans.

Er woei ook een frisse wind door het gebouw, met enkele jonge nieuwe leerkrachten, waaronder Peter Van Dycke, ik noem hem met naam omdat die man een standbeeld verdient. Hij blies het stof van de muffe leerstof, was enthousiast en leerde mij zelfs plezier hebben in verhandelingen schrijven. Ik mocht mijn geschreven teksten illustreren met songteksten en hij schreef er zelfs als opmerking een stuk uit een andere songtekst bij.

Toen ik in het laatste jaar van de humaniora zat, deed hij er nog een schepje bovenop. Samen met nog twee andere leerkrachten en de leerkracht muziek, was hij de drijvende kracht achter het toneelstuk “Koning van Katoren”, naar het jeugdboek van Jan Terlouw. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de halve school dol-enthousiast was, en ik niet in het minst. Er was slechts plaats voor 47 acteurs, al dan niet met tekst, hoofdrollen, bijrollen, dansers, muzikanten en er waren meer dan 100 gegadigden. Dus werd er voor de meeste rollen een ware auditie gehouden. Ik geloof dat we een tekst moesten voorlezen en ook een stukje improviseren. Het was met auditierondes en al! Ik belandde in de derde en laatste ronde en het ging tussen nog een meisje en ik. Zij was een vriendin, en ik gunde het haar ook wel maar ik moést en ik zou de rol hebben, het ging over een hele belangrijke rol, namelijk de vriendin van het hoofdpersonage. Als test werd er een stukje van de tekst geoefend samen met de jongen die het hoofdpersonage, Stach, zou spelen. Een jong ventje uit het vierde. Maar wél een talentje! Het ging goed, vond ik…

Ik herinner me nog steeds dat Inez en ik zaten te wachten en dat Peter Van Dycke binnen kwam met de woorden: “Het is geworden……………….(drumroll)……… Tiny!!” In mijn hele leven was ik oprecht nog nooit zo blij en trots geweest want oooh myyy goooodddd. Mijn vriendin feliciteerde mij en mocht gelukkig ook meedoen met het toneel maar in een kleinere rol.

Overdrijf ik nu, als ik zeg dat dit een soort keerpunt was in mijn leven?

De repetities waren héérlijk! Tussen examens, toetsen, lessen en ook nog eens en passant, de honderddagen door, oefenden we dat het een lieve lust was. Het was met live muziek, speciaal geschreven voor dit stuk, door onze muziek leerkracht Paul Kindt.

We kwamen zelfs al in de krant! En het meisje met de vlecht die dwarsfluit speelt, is de Ann die je laatst misschien herkende bij Radio Gaga: https://www.facebook.com/een/videos/1526485637557327

Ik kwam héél goed overeen met mijn medespelers, en vooral met mijn toneel-lief Stach. Die geen Stach heet in het echt natuurlijk. Trouwens, ik was Kim.

Er waren drie (of vijf) opvoeringen, in de feestzaal van onze school, die telkens afgeladen vol zat.

Het decor was minimalistisch maar toch zeer werkbaar en modern, het was met rook en special effects en al, behoorlijk indrukwekkend voor die tijd. Ik heb me die maanden rot geamuseerd, we hadden ook een hechte bende, met al die toneelspelertjes samen. Ik leerde mensen kennen die niet in mijn klas of zelfs niet in mijn jààr zaten, maar met wie het héél leuk babbelen was, we gingen ook vaak samen nog iets drinken na de repetities en met enkelen ben ik na al die jaren nog steeds contact blijven hebben. Er speelde een jongen mijn vader in het stuk – en nog steeds begroet ik die man (die eigenlijk een paar jaar jonger is) met “Dag vader!” als ik hem tegen kom in Brugge.

Er is een video van gemaakt en enkele foto’s maar die zijn jammer genoeg van slechte kwaliteit.

Maar kijk, een achttienjarige Kim (Tiny) en een zestienjarige Stach die in het bos van Smook zitten te wachten op een vuurspuwende draak – die we dan even gingen verslaan natuurlijk.

Hierdoor ben ik gaan twijfelen of ik toch geen opleiding regie zou gaan volgen of een toneelopleiding, maar dat is het niet geworden. Het was (gelukkig) nog niet het einde van mijn toneelcarrière, slechts het begin…

Dit is de achtentwintigste dag in #40dagenbloggen