toerist

Tiny in Bratislava, deel 2

We verbleven in totaal drie nachten in Bratislava, meer dan genoeg. Ik schreef in de vorige blogpost al wat meer over de stad. Mijn reisgenoten gingen ook een dagje naar Wenen (een uurtje met de trein, super makkelijk en niet duur) maar ik bleef liever in de stad om nog een tweede city tour mee te maken, van Discover Bratislava, deze keer ging ik mee met de 20th century tour, om wat meer te weten te komen over het ontstaan van Slowakije, de opstand, de val van het communisme,…

Mijn gids was Vojtech, en opnieuw kregen we in iets meer dan twee uur een – absoluut niet saaie – uitleg over de stad. Zijn Engels was best okee, maar zoals de meeste Slovaken en Polen legde hij zijn accenten vaak totaal verkeerd, waardoor hij soms wat moeilijk te begrijpen was.

Oh en of we al veel Slovaaks kennen? Pfff, teleurstellend. Zo moeilijk! Ano is ja, nië is nee, pardon is sorry, mlieko is melk, kava is koffie (!!), posor is pas op, dobry den  is goeiedag, pivo is bier. Ik kon niet eens zeggen “Ik begrijp u niet“. Moeilijk om dan sociaal te zijn, maar ja met gebarentaal kom je ook al ver.

Verhongeren zul je in Bratislava zeker niet. Hier nog een paar tips:

  • drink eens een Kofola in plaats van een cola! Iets minder zoet en wat kruidiger dan cola, erg verfrissend, ik vond het héérlijk en drink het liever dan gewone cola. Het is de communistische cola, uit de tijd dat ze nog geen Coca-Cola konden/mochten invoeren – en blijkbaar is het nog steeds populair.
  • ga naar het Carlton Hotel en rechts er naast is een héél klein ijssalon, met het beste ijs. (Niet zo goed als Da Vinci in Brugge, maar kom) Vraag 1 bol, maar zeg dan dat je graag half/half wil, twee smaken dus. Dan krijg je in principe toch 2 bollen. 🙂 Koun, zo heet het.
  • Ook lekker: pannenkoeken bij Funki Punki. Zowel zoete als hartige palacinky voor twee keer niks. In een IKEA-free salon (dus alle meubeltjes vintage en origineel). Ook glutenvrij!
  • Een beetje toeristisch, maar niet overdreven en toch in de voetgangerszone: Linos. Slaatjes, burgers, lokale specialiteiten,… Erg lekker en ze zijn er vriendelijk. Let op, een vriendelijke ober is in Slowakije een unicum.
  • Nog meer lokale specialiteiten? Sla de toeristenvallen zoals de Slovak Pub en Bratislava Flagship over en ga twintig meter verder naar Pulitzer. Klinkt poepsjiek, maar is een gewone bistro, met lekker gevarieerd eten, héél schappelijke prijzen en opnieuw: vriendelijke obers. (En eigenlijk waren ’t nog knappe ook.)

Heb je het wel een beetje gezien in Bratislava, maar geen tijd om naar Wenen te gaan? Dan kun je altijd nog een uitstapje maken naar Devin. Zowel met de auto als met het openbaar vervoer ben je er in 20 minuten. Het kasteel daar is de moeite waard én je kan er mooie wandelingen langs de Donau en de Morava maken. Devin Castle dateert uit de 13e eeuw, is jammer genoeg bijna platgebombardeerd door Mister Napoleon Bonaparte, maar er valt nog veel te ontdekken.

Meer tips nodig, of nog vragen? Laat me gerust iets weten.

Met een beetje geluk zijn we vrijdagavond terug in België, als ze dat luchtruim daar tenminste weer open stellen…

Advertenties

Tiny’s reis naar Albanië

Waarom ga je in ’s hemelsnaam naar Albanië? Ik zal het je vertellen en dan zal je wellicht meteen boeken. 

– Heerlijk mooi weer

Albanië is gezegend met een mediterraan klimaat. Wat wil zeggen dat het in de maand mei al mooi warm is en er al eens een dag met dertig graden passeert. Wij gingen voor vijf dagen in de laatste week van mei en hadden elke dag zon – toen we in de bergen reden, kregen we twee keer een kort regenbuitje (voor het stof, zeg maar) en dat was het. Jas: niet nodig. Trui: bleef in de koffer. Sokken: welke sokken?

– Prachtige natuur

Wil je een strandvakantie en niet overspoeld worden door massa’s toeristen? Boek een tripje naar Albanië. Wij hebben twee keer overnacht aan het strand, bijna letterlijk. De eerste nacht in Dhermi was fantastisch. Hotel met restaurantje op het einde van het strand, en als je 2 minuten verder door het gat in de rots wandelde, zat je op een volledig verlaten strandje. Kiezelstrand en helder water en geen mens te bekennen.

Ook andere kuststadjes (of eerder dorpjes) zijn de moeite waard: Vlore, Sarande, Himare, Ksamil,… Aan de overkant zie je het Griekse eiland Corfu liggen en op de achtergrond het Albanese berglandschap.

We kwamen er amper toeristen tegen, eigenlijk zo goed als geen één. In het hoogseizoen komen er vooral Kosovaren, die geen eigen kustlijn hebben. Maar nu in mei: heerlijk rustig. Je merkt ook dat ze niet gewend zijn aan veel toeristen: er wordt weinig Engels (of andere talen) gesproken, dus af en toe druk je je uit in gebarentaal. Wijzen op een item op de menukaart of cijfers tekenen in het zand om aan te duiden hoeveel iets kost, makkelijk.

Het binnenland is ook de max. Je waant je in Zwitserland of Oostenrijk, maar denk dan aan geiten en schapen in plaats van koeien. DSC_0167

Omdat ik het in een boekje had gelezen, reden we vanuit Përmët naar een natuurgebied waar een thermale bron zou zijn. Na wat hopsen over een landweg wandelden we de rotsen over en zagen we als het ware een soort jacuzzi tussen bergen en de rivier. Met lauwwarm water en néé, de zwavelgeur viel reuze mee. Ook hier weer: enkele Albanese omaatjes die kwamen zwemmen, verder geen kat. Toegangsprijs? Hoezo? Er stond wel een roestige bareel met wat aanduidingen dat het 100 Lek was om je auto er te parkeren, maar er was verder niemand. (100 Lek is 80 eurocent) DSC_0188

DSC_0191

– Cultuur en archeologie

We gingen onder andere naar Butrint: een oude Griekse stad en archeologische vindplaats. Om 9u waren wij er al, betaalden 700 Lek en liepen meer dan een uur rond tussen een bijna intact amfitheater, resten van een oude basiliek, stadspoorten en omwallingen, een Middeleeuws Venetiaans kasteel, Romeinse baden,… met misschien nog zes andere toeristen die we af en toe eens tegenkwamen. Toen we rond half elf weer naar de uitgang liepen, kwam er wel net een toeristenbus aan. Blijkbaar doet Ionian Cruises ook Albanië aan en spuwt de boot dan hele groepen uit die gezamenlijk dit stukje kwamen verkennen. Blij dat we vroeg waren, ook omdat het om 9u ’s ochtends al 26 graden was.

– Altijd spannende dingen te zien

Vooral op de wegen. Oh en de wegen zelf, daar had men ons voor gewaarschuwd. Maar eigenlijk viel dat best mee. In die zin dat er bijna (!) overal asfaltwegen liggen. Dat er hier en daar een put in zit of dat er grote spleten zijn ontstaan door de warmte, of dat er tijdens een bergrit ineens een stuk van de weg is weggespoeld/afgebrokkeld,… daar gaan we toch niet moeilijk over doen zeker?

De eerste dag keken we onze ogen uit. Vanuit onze huurauto trok ik om de haverklap foto’s want wat je allemaal tegenkomt op de weg, daar kon ik bijna een volledige blogpost mee vullen. Fietsers en ezels op de autostrade, een kudde geiten, ezeltjes overal, paarden, brommertjes met een laadbak,… Te veel om op te noemen. Een bloemlezing van foto’s dan maar.

– Albanië is goedkoop

Echt waar, je geeft er amper geld uit. Om te beginnen de vlucht. Als je het een beetje in de gaten houdt, betaal je nog geen 200 € heen en terug per persoon. Tuifly vliegt vier keer per week vanuit Zaventem naar Tirana.

We huurden voor vijf dagen een auto en betaalden 125€ met verzekering en al inbegrepen. Onbeperkt aantal kilometers. De Diesel was ietsje goedkoper dan in België. We hebben zo’n 800 kilometer gereden en elke nacht ergens anders overnacht.

Elk verblijf had ik op voorhand geboekt via booking punt com, we betaalden tussen de 25 en 30€ voor kamer mét ontbijt voor twee personen. Zeezicht inbegrepen. De ontbijtjes zijn simpel, maar lekker. En altijd een eitje er bij en zelfgemaakte confituur.

Drink je een koffie op een terras, dan krijg je er altijd een glas water bij en daarvoor betaal je 50 Lek. Dat is veertig eurocent. Een pintje (vaak een halve liter) kost een euro. Vraag lokaal bier, zoals Elbar, Tirana of Kojca. En glas wijn: anderhalve euro en ze zijn altijd goedgevuld en lekker. Een cola of limonade, ook daar betaal je amper een euro voor. Uit eten gaan, naar de nummer één of twee op Tripadvisor bijvoorbeeld, en je lacht je krom bij de rekening. Nooit meer dan twintig euro betaald met twee: een slaatje vooraf, wijn erbij, water, een vers visje, risotto of pasta, of iets van vlees (lam, kalf,..), gevulde paprika’s, soms verse frietjes erbij en een koffie achteraf.

Langs de weg staan er vaak fruitkraampjes, gewoon de boer en zijn vrouw die hun producten staat te verkopen. Zo stopten wij op de baan tussen Ksamil en Përmët bij een man die onder een parasol op een stoel kersen zat te verkopen. Het enige wat er nog stond was een weegschaal. In handgebaren maakte hij duidelijk dat hij voor een kilo kersen 200 Lek vroeg. Ik maakte een soort deelgebaar voor een halve kilo en 100 Lek. Lekker dat ze waren! Voor 80 cent een halve kilo kersen, dat moet ik hier nog zien gebeuren.

– Lekker eten

Wij zijn van die Bourgondiërs die graag eten en alles lusten. In Albanië ben je dan op een goeie plek: verse seizoensgroenten en fruit, verse vis (zeker aan de kust) en zeevruchten, maar ook lekkere snacks en pizza’s. Bijna overal is er wel een Byrekeri, waar ze byrek verkopen, vaak verschillende soorten. Dit is een soort gevulde taart, gemaakt van filodeeg met verschillende soorten vulling: gehakt, spinazie, champignons, kaas… Ook dit hapje kost weer amper een euro of zo.

Omdat er veel Italiaanse invloeden zijn vind je overal wel een ‘Piceri’ (een pizzeria) waar je heerlijke pizza’s kan eten voor pakweg 3 à 4€. En néé, ze zijn niet kleiner dan een authentieke Italiaanse pizza.  Ook pasta (tagliatelle, spaghetti, macaroni) is overal te vinden. De Albanese keuken is ook erg Grieks geïnspireerd: tzatziki, Griekse salade, olijven, pasticio (macaroni met gehakt), moussaka, souvlaki,…

Vanwege het zomerse klimaat verbouwen ze ook wijn. We dronken vaak een lokaal wijntje, erg lekker en altijd in een groot glas. Glimlach tot achter mijn oren.

De koffie is Italiaanse espresso, of Turks (met veel suiker) maar je kan ook een cappuccino vragen, dat kennen ze ook allemaal. IMG_8575

– Veilig in Albanië

Criminaliteit? Albanese maffia? Niemendal. Ik liep alleen over straat in een drukke wijk en werd nergens aangesproken of lastig gevallen. Ze zien wel dat je een toerist bent, maar zolang je geen hulp vraagt, zal niemand je naroepen of aanspreken. Vrouwen worden er met respect behandeld.

In de grotere steden zijn er wel enkele bedelaars (meestal mama’s met kindjes) maar erg weinig en buiten hun handje opsteken doen ze niks verkeerd.

– Opvallend

In het straatbeeld zie je vooral veel mannen. Of ze drinken in groepjes koffie op een terras, of ze (doen alsof ze) werken aan de weg, of ze flaneren langs de boulevard en roken doen ze ook nog allemaal. De vrouwen zitten wellicht thuis om schoon te maken of zijn boodschappen aan het doen. Want alle huizen zijn krààknet! Er is heel veel werkloosheid. Albanië is trouwens één van de armste landen van Europa. In 1992 viel het communistische regime, de grote staatsbedrijven werden opgeheven waardoor veel Albanezen werkeloos thuis kwamen te zitten – en dat zie je.massage-202.jpg

’s Avonds als de zon bijna ondergaat, komt iedereen op straat voor de Xhiro. Op de boulevard of in de hoofdstraat van het dorp, loopt iedereen wat rond, met elkaar te keuvelen, in zijn of haar mooiste kleren. Flaneren is uitgevonden door een Albanees, denk ik.

– Puntjes van kritiek?

Als ik dan toch zou moeten muggenziften: bijna niemand spreekt Engels. Ook in restaurants is het vaak beperkt tot ‘menu’ en ‘pay?’. Op straat of in een bar maak je wellicht gemakkelijk een praatje – als je Albanees kent. Mensen zijn super vriendelijk maar je snapt er geen bal van. Ik probeer altijd iets te leren van de lokale taal, maar Albanees is fucking moeilijk, pardon my language. Gewoon ‘dank u’ leren zeggen: ‘Faleminderit’ is al een lastige. Water vragen kan ik wel als de beste: ‘Ujë’ spreek je gewoon uit als ‘oei’. Me gaz of pa gaz. Even opletten als je ja of nee wil zeggen: Ja is ‘po’ en nee is ‘jo‘. Je ziet ook op heel veel huizen ‘Shitet’ staan. Terwijl je eerst denkt aan een scheldwoord, zie je het ineens ook op een auto, of een brommer en bedenk je dat het ‘te koop’ betekent.

Huur je een auto, dan zou ik net als wij Tirana vermijden: razend druk en als je de Albanese rijstijl niet kent, schrik je je een ongeluk. De eerste dag zijn we vaak geschrokken van hoe ze de verkeersregels aan hun laars lappen. Richtingaanwijzers? Daar hebben ze nog nooit van gehoord. Of ze rijden rond met hun vier pinkers aan zodat je nog altijd niet weet welke kant ze opgaan.

Opeens stoppen op de autoweg? De autostrade gewoon te voet oversteken omdat je aan de andere kant moet zijn? Op een rond punt je goesting doen? Rechts inhalen? Inhalen in een bocht? Het kan allemaal. Ga er dus niet autorijden als je in België ook al een schijtluis bent, want in Albanië doe je in een uur al in je broek. massage-119

Als je gaat eten op restaurant, moet je weten dat niet altijd alles tegelijk komt. En dat je bij een vlees- of visgerecht de groenten of de aardappels apart moet bestellen. Wat het daarom niet duurder maakt. Mensen die een koolhydraat-arm dieet volgen, genre Pascale Naessens, easy peasy! Dus eigenlijk geen kritiek.

Veel leegstand, of onafgewerkte huizen. Of van mensen die weggetrokken zijn. Veel kapot ook, waterleidingen, straten, soms ook de elektriciteit. In Dhermi was na het ontbijt de elektriciteit uitgevallen en toen we een paar uur later in Himare op een terras zaten, was het nog steeds niet hersteld. Blijkbaar had een heel stuk van de kustlijn er last van. Naar het schijnt is dit niet erg ongewoon. Tegen 15u zou het opgelost zijn, vertelde de ober. DSC_0138

Vervuiling. Al had ik het erger verwacht. Vooral in de grotere steden, dan zie je ineens een hoop bouwafval liggen. Veel plastiek zakjes ook. Wel veel open containers langs de weg waar iedereen zijn afval kan in deponeren. Selectieve ophaling in Albanië, dat zal nog wel even duren.

Vroeg licht, vroeg donker. De zon komt eind mei al op om 5u30, en gaat onder rond 20u. Toch wel telkens de zonsondergang gemist zeker!

Al wie naar Albanië wil: doe het niet!!! Blijf thuis! Want alles is nu nog ongerept en mooi en als iedereen er nu ineens naartoe gaat, ga je het vast verpesten. En ik wil er nog een keer naartoe. Als je dan toch zou gaan: neem me mee! En vraag me gerust naar mijn ervaringen. 

Tiny’s Pinksterweekend

Met Pinksteren in het hier altijd feest: Sinksen Kortrijk. Ik kan je niet zeggen of dat daar leuk is, want blijkbaar zijn wij altijd op stap met Pinksteren. Ergens heb ik een vermoeden dat jullie ook liever de nét iets meer exotische verslagjes lezen… 😉

Nu ja, zo exotisch kun je Luxemburg niet noemen, al heeft het ons wel deugd gedaan.

Omdat we nog een Bongo-bon mochten opsouperen, boekten we voor zondagavond een nachtje in Clervaux. Straks meer daarover.

Voor zaterdagavond ben ik op zoek gegaan bij Airbnb, want dat is al altijd en overal super meegevallen. In hele grote steden zou ik het minder aanraden, de prijzen swingen zelfs daar de pan uit. Maar in Vaux-sur-Sûre bijvoorbeeld, is het de max. Je boekt, krijgt meteen persoonlijk antwoord van de verhuurder, je kan nog vragen stellen of afspreken wanneer je wil aankomen. Zo ook deze keer. Toen we op weg waren, kreeg ik een berichtje dat ze pas weer thuis zouden zijn na 15u, maar dat ze de poort zouden open laten en dat Kiwi en Django ons zouden verwelkomen. Chance dat er een foto bij was, zo wist ik al dat het ging om lieve hondjes. (En ja, er was vooraf gevraagd of we geen bezwaar hadden tegen hun aanwezigheid)

Eenmaal geïnstalleerd, vertrokken we meteen weer om te gaan wandelen in de omgeving. De bossen in, de weiden door, weidse vergezichten, veel beestjes (koeien, schapen, geiten, ezels, paarden, vlindertjes,…). En een kerkhof. Altijd een kerkhof.

Onze gastvrouw zagen we later nog eventjes, maar we hadden volledige privacy. Al was de badkamer gedeeld, we hebben ze daarna eigenlijk niet meer gezien of gehoord. Zelfs hun baby van zes maanden was super stil. De volgende ochtend sliep die zelfs nog, om half negen! Wat een baby! Iedereen jaloers zeker? Ja, ik ook.

Op zaterdagavond zijn we heerlijk gaan eten in Bastogne, als je daar ooit nog eens terecht komt: reserveer (of kom vroeg) bij Italiaans restaurant Giorgi. Dikke aanrader!

Omdat we op zondagochtend al vroeg uit de veren waren, reden we meteen door naar Clervaux in Luxemburg. Eventjes gestopt bij het prachtig uitzicht, zo’n koolzaadveld is toch de max?

IMG_8479

In Clervaux kun je in de omgeving heerlijk wandelen, je maakt het zo makkelijk of lastig als je zelf wil. Het zou regenen in de namiddag, dus tegen 12u zat ik al aan mijn tienduizend stappen en dat hebben we nog eens verdubbeld, want die regen bleef toch uit. Van dat Luxemburgs (Letzeburgs) op de reclameborden snap ik wel niks, wie vertaalt?

Het hotel had een wellness ruimte. Ja, ja. Een zwembadje in de kelder (lekker fris én schoon, dat wel) en een sauna waar je nét met twee in kan – als die al vrij was. Enkel gratis toegankelijk tussen 15 en 19u. Voor de infrarood en het stoombad moest je dan weer bijbetalen, wat ik totaal belachelijk vind. En nee, dat staat niet op hun website vermeld.

Er was wel een diner bij inbegrepen in het hotel zelf, en dat was wel lekker. Niet spectaculair, maar toch voldoende en in orde. Net als het ontbijt ’s morgens.

De maandagochtend kon ik bijna niet meer lopen… zo stijf! Niks gewoon hé. Beste remedie: nog eens gaan wandelen, zei mijn lief. En gezien ik altijd naar hem luister… Okee dan.

Maandagavond had ik gelukkig wel dikke chance dat ik nog ergens terecht kon voor een deugddoende massage, merci Geert!