toerist

Tiny in Diksmuide

Hij verjaarde op een zaterdag. Ik zou hem verrassen en schreef in zijn agenda: “Om 13u vertrekken. Meenemen: zwembroek, mooi hemdje, mooie schoenen, toiletgerief. Aandoen: wandelkledij.

Ik ontvoerde hem en we reden een half uurtje richting Westen. Spannender dan Diksmuide zou het niet worden, maar als je ’s anderendaags op tijd moet terug zijn voor verkiezingen, dan is het niet handig om nog een paar uur te moeten rijden na je ontbijt.

Met wat opzoekingswerk had ik een arrangement gekozen in het Notarishuys, waar ze vier mooie designkamers hebben, een sauna én een restaurant. Volgens de reviews was ook het ontbijt zeer copieus, persoonlijk en origineel. Allen daarheen, dacht ik.

In Diksmuide kun je gewoon gratis parkeren (met de blauwe kaart) en omdat het zo’n mooi weer was, gingen we eerst nog een wandeling maken. Ook die had ik uitgestippeld: via https://www.bezoekdiksmuide.be/maak-een-prachtige-wandeling

fullsizeoutput_435

Na een fris getapt biertje op een terras gingen we naar het hotel en werden we hartelijk ontvangen (mét champagne) door Bert en Jessica, jonge mensen die in 2004 de notariswoning ombouwden tot modern restaurant. Bert is trouwens de neef van ons aller Virginie!

In de tuin staat een massieve eeuwenoude beuk, een pracht exemplaar. IMG_9817

De kamers zijn mooi en minimalistisch ingericht, alles zit een beetje verstopt en toch is alles aanwezig: een dubbele regendouche, badjassen en slippers, WiFi, zelfs een iPad, koffie- en theefaciliteiten, minibar,… Er is ook een sauna beschikbaar voor de hotelgasten (vandaar die zwembroek maar we waren er alleen en de sauna was privé, dus die was eigenlijk overbodig).

’s Avonds hebben we er heerlijk gegeten, er was een vast menu maar ze doen met liefde de nodige aanpassingen. Héél verzorgde bordjes, en de kaasplank die mijn vriend koos in plaats van het dessert overtrof alle verwachtingen.

Na een verkwikkende nachtrust stond er een heerlijk ontbijt klaar, zoals in de reviews: origineel, alles vers gemaakt, vier soorten brood (wat een bakker is die Bert!), vers fruit, sashimi van zalm (say no more, ik was meteen verkocht), verschillende soorten charcuterie, vier soorten zelfgemaakte jam,… Koffie was er à volonté en je kon nog een eitje kiezen dat à la minute werd klaargemaakt. De rest van de dag hoefde ik bijna niet meer te eten. fullsizeoutput_434

Kortom, een aanrader van formaat. De jarige was verrast en héél tevreden.

PS: Dit is volledig mijn eigen ervaring, alles zelf betaald en zelf opgegeten. 😉

Tiny in Valencia

Valencia is een leuke bestemming voor even tussendoor: zeker in de winter, als het hier nog bitterkoud is, kan het daar soms in januari een gezellige twintig graden worden. Dat leek me wel wat!

Wij reisden met Vueling (heen) en met Ryanair (terug), allebei budget. Voor enkele euro’s meer kun je nu toch een extra handbagage bijboeken, zo kun je een klein rolkoffertje én een handtas meenemen en ben je er niet opgelegd.  Tip: als je vooraf incheckt en je wil stoelen kiezen: laat het systeem eerst gewoon zelf stoelen kiezen in plaats van meteen bij te betalen voor twee stoelen naast elkaar. Vaak zet het systeem je al automatisch naast elkaar (als je vroeg genoeg incheckt), maar als dat niet zo is, dan kun je gewoon één stoel veranderen en slechts één keer betalen voor een stoelreservatie. 

De luchthaven van Valencia heeft een goeie verbinding met het centrum van de stad, met de metro. Het is maar een kleine luchthaven, dus je hoeft niet ver te stappen. Als je aan de ticketmachine een “TuiN”-kaart koopt, dan kun je daar minimum 10€ reiswaarde opzetten en zo makkelijk met meerdere personen op die kaart reizen. Veel goedkoper dan losse tickets en super handig. Pas op: niet geldig op de bussen, enkel de metro.

Logeren: Wij boekten een hotel via Booking punt com en kozen er één aan het strand, aan de rand van de stad. Hotel Boutique Balandret. (Hele ruime kamers, schoon, praktisch, en héérlijk ontbijt) Voordeel: het is er heerlijk rustig en je kan genieten van het zeezicht, een strandwandeling maken voor het ontbijt of ’s avonds bij zonsondergang. Er zijn tal van restaurantjes op de boulevard. Nadeel: het is wel een twintigtal minuutjes met de bus/metro naar de binnenstad. Mààr: als je graag wandelt, kun je ook te voet, via het mooie Turia-park. Dat park is opgebouwd aan de oude rivierbedding en slingert zich een weg door de stad.

Je vindt er ook de Ciudad de las Artes y las Ciencias, Stad van Kunst en Wetenschap, een van de meest bezochte bezienswaardigheden en ENORM de moeite. Prachtige architectuur, veel waterpartijen, origineel. Instagram-waardig, zeg maar! Je vindt er het Operagebouw, het wetenschapsmuseum, het Aquarium, en de IMAX-bioscoop. We zijn nergens binnen geweest, want we waren er nà sluitingstijd. Misschien leuk voor als het weer wat minder zou zijn (of als het té warm is).

De binnenstad (Ciutat Vella) is ideaal om in te wandelen en te verdwalen in de kleine straatjes. Veel streetart, mozaïekkunst, maar ook prachtige gebouwen en pleintjes. Niet te missen: Mercado Central (overdekte markt), het postgebouw moet je zeker ook eens binnen gaan en omhoog kijken, La Lonja (de vroegere zijdebeurs), Plaza de la Reina (met veel restaurantjes) en Plaza Ayuntamiento (met het gemeentehuis).

Eten: wij aten ’s middags een goedkope Menu del dia, voor een 12€ krijg je meestal waar voor je geld en vaak is er nog een koffie en een drankje bij. ’s Avonds kun je natuurlijk een gezellig restaurant uitkiezen en eens proeven van de paella Valenciana met kip en konijn, maar wij gingen ook een avondje pintxos eten. Typisch spaans, iets uitgebreider dan tapa’s. Alles staat uitgestald aan de bar, je kiest wat je wil en neemt het mee; als je betaalt, dan tellen ze het aantal stokjes. Wees alsjeblieft eerlijk en laat geen stokjes verdwijnen. Spanjaarden krijgen weinig loon, voor hen is het leven duurder dan bij ons.

Drinken: ik lust graag sangria en dat wordt er volop aangeboden, goedkoop en lekker. Voor 4€ krijg je vaak een reuzenglas. Als je bestelt: het is sanGRIa, en niet SANgria. Probeer ook eens de typische cocktail Agua de Valencia, op basis van sinaasappelsap, met cava, wodka en gin. Niet héél erg sterk, maar je moet er ook geen drie van drinken, denk ik. Koffieleut: ook in Valencia struikel je over de koffiebars.

Nog even terug naar het strand: een beetje verderop vind je de wijk Cabanyal. Het lijkt een beetje achtergesteld, maar er zitten leuke kleine restaurants en bars, en een soort alternatief cultureel centrum: de IJsfabriek (La fabrica de hielo) waar je gezellig iets kan gaan drinken maar waar ook vaak concertjes zijn. Wij kwamen er toevallig terecht op een zondagmiddag en het zat afgeladen vol, er heerste een heel gezellige ongedwongen sfeer en volgens mij waren we daar de enige toeristen!

Vriendelijke mensen, lekker eten, gemoedelijke sfeer, vlot bereikbaar, lekker weer: Valencia is een toffe bestemming!

Als je nog vragen hebt, roep maar!

 

 

Tiny in Bratislava, deel 2

We verbleven in totaal drie nachten in Bratislava, meer dan genoeg. Ik schreef in de vorige blogpost al wat meer over de stad. Mijn reisgenoten gingen ook een dagje naar Wenen (een uurtje met de trein, super makkelijk en niet duur) maar ik bleef liever in de stad om nog een tweede city tour mee te maken, van Discover Bratislava, deze keer ging ik mee met de 20th century tour, om wat meer te weten te komen over het ontstaan van Slowakije, de opstand, de val van het communisme,…

Mijn gids was Vojtech, en opnieuw kregen we in iets meer dan twee uur een – absoluut niet saaie – uitleg over de stad. Zijn Engels was best okee, maar zoals de meeste Slovaken en Polen legde hij zijn accenten vaak totaal verkeerd, waardoor hij soms wat moeilijk te begrijpen was.

Oh en of we al veel Slovaaks kennen? Pfff, teleurstellend. Zo moeilijk! Ano is ja, nië is nee, pardon is sorry, mlieko is melk, kava is koffie (!!), posor is pas op, dobry den  is goeiedag, pivo is bier. Ik kon niet eens zeggen “Ik begrijp u niet“. Moeilijk om dan sociaal te zijn, maar ja met gebarentaal kom je ook al ver.

Verhongeren zul je in Bratislava zeker niet. Hier nog een paar tips:

  • drink eens een Kofola in plaats van een cola! Iets minder zoet en wat kruidiger dan cola, erg verfrissend, ik vond het héérlijk en drink het liever dan gewone cola. Het is de communistische cola, uit de tijd dat ze nog geen Coca-Cola konden/mochten invoeren – en blijkbaar is het nog steeds populair.
  • ga naar het Carlton Hotel en rechts er naast is een héél klein ijssalon, met het beste ijs. (Niet zo goed als Da Vinci in Brugge, maar kom) Vraag 1 bol, maar zeg dan dat je graag half/half wil, twee smaken dus. Dan krijg je in principe toch 2 bollen. 🙂 Koun, zo heet het.
  • Ook lekker: pannenkoeken bij Funki Punki. Zowel zoete als hartige palacinky voor twee keer niks. In een IKEA-free salon (dus alle meubeltjes vintage en origineel). Ook glutenvrij!
  • Een beetje toeristisch, maar niet overdreven en toch in de voetgangerszone: Linos. Slaatjes, burgers, lokale specialiteiten,… Erg lekker en ze zijn er vriendelijk. Let op, een vriendelijke ober is in Slowakije een unicum.
  • Nog meer lokale specialiteiten? Sla de toeristenvallen zoals de Slovak Pub en Bratislava Flagship over en ga twintig meter verder naar Pulitzer. Klinkt poepsjiek, maar is een gewone bistro, met lekker gevarieerd eten, héél schappelijke prijzen en opnieuw: vriendelijke obers. (En eigenlijk waren ’t nog knappe ook.)

Heb je het wel een beetje gezien in Bratislava, maar geen tijd om naar Wenen te gaan? Dan kun je altijd nog een uitstapje maken naar Devin. Zowel met de auto als met het openbaar vervoer ben je er in 20 minuten. Het kasteel daar is de moeite waard én je kan er mooie wandelingen langs de Donau en de Morava maken. Devin Castle dateert uit de 13e eeuw, is jammer genoeg bijna platgebombardeerd door Mister Napoleon Bonaparte, maar er valt nog veel te ontdekken.

Meer tips nodig, of nog vragen? Laat me gerust iets weten.

Met een beetje geluk zijn we vrijdagavond terug in België, als ze dat luchtruim daar tenminste weer open stellen…