taal

Tiny’s taalgevoel: Duits

Ik schrijf deze serie in de volgorde van de talen die ik leerde spreken: Nederlands, Frans, Engels en nu Duits.

Veel over Duits spreken en “een” Duitser in het bijzonder lees je best eens terug, bij Tiny en de Duitser. Er staat trouwens een foto bij… 😉

Bon, ik had een ferme motivatie om Duits te leren spreken, want mijn eerste echte crush was dus op die Duitser die wel wat Engels sprak, maar ja, dat was toch wat ongemakkelijk. In het derde middelbaar koos ik voor de optie Moderne Talen en kreeg ik naast het Engels en het Frans ook twee uur Duits. Fantastisch! Ik heb ook telkens leuke leerkrachten voor Duits gehad. Die naamvallen die je moet leren, kende ik nog vaag van die twee jaar Latijn (waar ik weinig woorden aan zal vuil maken, want die taal heb ik nooit gesproken, wel ‘bestudeerd’). Zo ingewikkeld was het niet volgens mij. Vier jaar (of nee vijf jaar) lang heb ik de “der-die-das” tabel op kunnen zeggen, en de voorzetselreeks van “aus-bei-mit-nach-seit-von-zu” voor de datief en die andere voor de accusatief (ééééééven denken): bis-durch-für-…. Ja oeps, sorry die is weg, lang leve Google dan vind ik die wel terug, maar daar heb ik nu even geen zin in want het is ook niet nodig, want ik schrijf deze blog in het Nederlands. Stel je voor dat ik dit in het Duits zou schrijven, mein Gott!

Tja, die Duitser heb ik nooit meer teruggezien, helaas. Ik heb wel een tijdje een andere pennenvriend gehad, ene Holger, ook uit Duitsland, maar daar heb ik ook in het Engels mee gecorrespondeerd – en ook nooit gezien. Jammer, want een gemiste kans!

We spreken nog steeds van midden jaren tachtig. Neue Deutsche Welle. Rinkelt er een belletje? Veel muziek in die jaren kwam uit Duitsland en was voor tieners écht steengoed en erg populair. Ik noem maar even wat: Nena (kent iedereen), Rheingold, Peter Schilling, Spider Murphy Gang, Kraftwerk, Falco (al is die uit Oostenrijk), Nina Hagen, oh en Trio!!

Voor Trio hoefde je écht geen Duits te kennen! Ik kocht het singeltje, en op de B-kant – ik vergeet het nooit meer – stond een Duits liedje dat al even belachelijk was als de A-kant, en het heette Sabine. Sabine was nu toevallig mijn beste vriendin en partner in crime als het over “De Duitser” ging. De eerste keer dat ik het aan haar liet horen, lagen wij plat van het lachen want het was een telefoongesprek, dus urenlang luisterden wij naar dat nummer en stelden ons voor dat De Duitser dit tegen haar zou zeggen/zingen.

Bon, de man babbelt verder en wij verstaan er bijna niks van. Maar: zwijmelen, ik geloof dat wij zwijmelden tot we er bij neervielen. Je vindt het nummer hieronder, maar ik waarschuw al: het trekt eigenlijk echt op niks. Het klinkt zelfs alsof de plaat zwaar beschadigd is.

Okay
Ja ja. Alles klar. Alles klar
Eh, muß ja auch nich’
Ja is klar
Du rufst dann wieder an, oder
Nee nee, das is’ schon in Ordnung
Nee, is’ schon in Ordnung
Okay, okay
Hmhm, tschüß
Tschüß

Heb ik na mijn schooltijd veel Duits nodig gehad? Bwah… In Amerika in 1992 sliep ik samen met een Duitse in een hutje in het bos (toen ik daar als vrijwilliger werkte) maar wij spraken ook weer Engels onder elkaar, omdat iedereen met iedereen Engels sprak, en dat was gewoon veel handiger. Met haar heb ik nog steeds contact en haar Engels is verwaterd en ik zeg vaak: “Sag es mal auf Deutsch” aan de telefoon als ze niet uit haar woorden geraak en ik versta haar prima. Maar echt deftig antwoorden in het Duits is een beetje moeilijk. De keren dat ik bij haar ben gaan logeren waren onze conversaties half Engels/half Duits want haar man en zonen spraken amper Engels, dan deed ik weer meer mijn best. Ik merk wel, als ik in een Duitstalig land ben en ik word ‘ondergedompeld’ dat ik het snel terug oppik.

Voor mijn werk moet ik af en toe eens naar Luxemburg en de eerste keer heb ik echt wel moeten studeren op het vakjargon. De knoppen Control en Enter, zijn Stringe en Eingabe, opslaan is speichern, downloaden is runterladen,… Een Duits klavier is ook weer anders dan een gewoon azerty of qwerty-klavier. Amai.

Duitse films en series? Oei. Vroeger veel naar Derrick gekeken! De film Christiane F wel gezien (over dat jong meisje dat heroïneverslaafde was) – ook het boek gelezen én het vervolg trouwens. Maar verder… wie tips heeft, laat maar komen.

Ik ken wel een heel mooi Duits nummer, van Peter Fox, uit 2008. Duidelijk gezongen en mooi Duits, mooie tekst, leuke muziek. Wie het nog niet wist: Ein See is een meer, en das Meer is de zee – in ’t Duits.

Und am Ende der Straße steht ein Haus am See.
Orangenbaumblätter liegen auf dem Weg.
Ich hab 20 Kinder, meine Frau ist schön.
Alle komm’n vorbei, ich brauch nie rauszugehen.

Dit is de elfde dag in #40dagenbloggen

Tiny’s taalgevoel: Engels

Ik schrijf deze reeks in volgorde van de talen die ik leerde spreken: Nederlands, Frans, en nu het Engels…

In de lagere school had ik al twee jaar Frans geleerd, maar ik kon er niks mee. Dat was wel even anders met het Engels, dagelijks luisterde ik naar Hilversum 3 voor de popprogramma’s (omdat ik niks naar mijn goesting vond op de BRT) en toen ik nog een kleine Tiny was, had ik ook nog nooit van lokale radiostations gehoord. Hilversum 3 stond altijd op en vooral Frits Spits in de Avondspits vond ik goed. Ook op televisie keek ik al van kleinsaf naar Toppop en Countdown.

Ik had het stilletjes aan wel gehad met Will Tura en Rob De Nijs, en kreeg mijn eerste echte eigen elpee: de soundtrack van Grease. Voor mijn Plechtige Communie kreeg ik een plaat van Boney M. Ik was ook zot van Queen en Cheaptrick en zong alle liedjes letterlijk mee, zonder al te veel te snappen waarover het ging. Toen ik amper twaalf was, ben ik een tijdje ziek geweest en ik zat een aantal weken thuis. Eenmaal de koorts weg, vond ik er niet beter op dan alle liedjes die ik graag hoorde, woord voor woord te noteren – als ik er geen platenhoes met de tekst van had. Mijn Engels was fonetisch, maar ik leerde er toch al snel de basis mee. De “dubbele rode” van The Beatles had een hoes met alle teksten op, die leerde ik uit mijn hoofd – zo leerde ik Engels. Ik keek naar Dallas en Dynasty, naar de films The Blue Lagoon en Grease en nog voor de jaren tachtig goed en wel begonnen waren, kon ik al redelijk wat verstaan.

Het eerste jaar Engels in de middelbare school was voor mij, eerlijk gezegd, a walk in the park. Ik vond het allemaal erg simpel en flauw, vond de grammatica wel interessant en was er snel mee weg. Het was een voordeel dat ik in Engels Tweede Taal zat, in een klein groepje want daardoor ging het tenminste wat vooruit. Maar voor mijn gevoel nog altijd super traag. Ik wou méér. Vanaf dat ik veertien was, heb ik bij mijn ouders de oren van het hoofd gezaagd om op taalkamp te mogen. Néén, niet met EF, dat bestond nog niet, of was toen ook al te duur, maar met een gelijkaardige organisatie. In de zomer dat ik 15 was, mocht ik mee: 17 dagen bij een gastgezin in Stirling, Schotland. Ja, ik leerde Engels in Schotland. Jaren later zei men mij wel vaker dat ik een Schots accent had. In de voormiddag was er taalles – van een echte Schotse, en in de namiddag waren er activiteiten. Ik vond het fantastisch en leerde héél veel bij.

Eenmaal terug op school moest ik in het vierde jaar veranderen naar Tweede taal Frans en zodoende Derde taal Engels, gevolg: NOG trager les. Abominabel niveau van de leerkracht, sorry mijnheer Snauwaert maar uw Engels was amper beter dan het mijne. Uw accent om bij te huilen. U hebt mij niks, maar dan ook niks bijgebracht.

De zomer van 1985, ik was toen zeventien, mocht ik terug op taalkamp, hooray! Deze keer naar Bournemouth, ik vertelde er al eerder over. Opnieuw enorm genoten en nog veel meer geleerd.

The Bournemouth-gang, beetje wazig in 1985. Ik ben tweede van links.

Pas in het vijfde en zesde jaar middelbaar had ik een strenge lerares Engels, die wel van wanten wist en ons extra oefeningen gaf, boekentips, poëzie leerde kennen… Daar was tenminste een uitdaging aan. Na het zesde middelbaar had ik echter mijn buik vol van talen en koos voor een totaal andere richting.

Toch bleef ik dromen van reizen naar Engelstalige landen, zeker naar de USA. Na mijn hogeschool schreef ik mij in voor een vrijwilligersproject: Camp Counselors USA, ik werd geselecteerd en mocht drie maanden naar Amerika, om er als vrijwilliger te werken in een zomerkamp voor mensen met een beperking. Ik schreef er al over hier.

Zoek me niet, ik sta er niet bij.

Op de foto: Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Engelsen, Nederlanders, Duitsers,… en ik leerde er niet alleen ongelofelijk veel Engels bij in alle verschillende accenten – maar natuurlijk ook ontzettend veel over werken met mensen met een beperking. Stond erg goed op mijn cv. 🙂

Engels is écht mijn tweede taal. Ik begon te dromen in het Engels, te denken in het Engels, want als je drie maanden lang alleen maar Engels spreekt, wordt dat een automatisme.

En reizen… goh hoeveel keer ben ik al niet in Londen geweest? Een keer of acht? Naar Ierland: vier keer. Bijna telkens alleen, bijna telkens zo goedkoop mogelijk, ik logeerde bij andere couchsurfers. Dat Couchsurfing mij nog véél meer Engels heeft bijgebracht, hoeft geen betoog. Engelstaligen kwamen logeren bij mij in Brugge en ik kon quasi overal ter wereld terecht voor een gratis verblijf – in ruil voor wat sociaal contact, samen koken, samen de stad in, samen op café. Nu zou ik er écht geld voor geven. Wat verlang ik terug naar die tijd.

50 shades of grey in Ierland…

Ik heb een tijdje voor de website van Couchsurfing gewerkt, in de good old days, toen ze nog werkten met vrijwilligers en het nog niet zo commercieel was als nu. Ik deed vertalingen: van het Engels naar het Nederlands, voor de website. Ik werkte mee met de support-afdeling om problemen achter de schermen op te lossen. En ik reisde me suf. Elk vrij weekend of vakantie was ik wel weg.

Moet ik ook iets schrijven over het hoofdstuk Engelstalige vriendjes? ‘k Zal het kort houden, ik heb een Schots vakantielief gehad in 1983, een Brit in Amerika in 1992 (die staat wel op die eerste foto maar je raadt toch nooit wie), en een Australiër tijdens de Couchsurf-periode. Ja, die van de apotheek. Wreed spectaculair was dat nu ook weer niet. Den Australiër was wel een schrijver, een dichter zelfs en ook hij heeft me heel veel geleerd – over de Engelse taal hé!

In 2017 reisde ik met mijn familie naar de USA voor een roadtrip, daar heb ik uitgebreid over geschreven, heerlijk om daar te zijn – en ik zou dit graag nog eens overdoen maar dan alleen met mijn lief.

En ja, ik wil ook graag nog terug naar Schotland, naar Ierland, en hopelijk geraak ik in mijn leven nog in Australië en Nieuw-Zeeland.

Engels is mijn lievelingstaal, dat was je vast al opgevallen.

Dit is de vierde dag van #40dagenbloggen

Tiny’s taalgevoel: Nederlands

Als ik met een serie wil beginnen over talen, dan lijkt het maar normaal dat ik begin met mijn moedertaal.

Maar daar valt al meteen heel wat over te zeggen. Er is wel het geschreven Nederlands, en dat is grotendeels voor iedereen hetzelfde, of je nu in Amsterdam, Twente, Opglabbeek, Schoten of Brugge woont. Laat ik daar dan maar mee beginnen.

Ik kon al vlot lezen voor ik naar de eerste klas ging. Nu lijkt dat al wat ingeburgerd want in de kleuterklas wordt er véél meer gewerkt aan voorbereidend lezen, dat was in mijn tijd wel even anders. Mijn moeder heeft mij leren lezen uit noodzaak. Hoe sneller zij op mij beroep kon doen om de cijfers op de bus, de bestemmingen voor de trein en de ondertitels op televisie voor te laten lezen, hoe gemakkelijker haar leven – en dat van mijn vader. Mijn moeder is al altijd zeer zwaar slechtziend geweest, kent héél vlot braille maar heeft ook wel gewoon schrift leren lezen en schrijven. Toen bleek dat ik die rare tekentjes goed kon onthouden en reproduceren, woordjes van letters maken, ging het snel. Ik las alles wat los en vast zat.

Aan het eind van de basisschool mochten we een namiddag ons ‘vrij’ bezig houden, sommigen hadden gezelschapsspelletjes bij, ik bracht een boek mee. Van Konsalik, ik vergeet het nooit. De juffrouw dacht dat ik het mee had om op te scheppen, maar ik zat al halverwege het verhaal en kon me er helemaal in verliezen.

Of het net dìt boek was, weet ik niet meer, maar iets in die zin.

Het zal dus wel duidelijk zijn dat Taal mijn lievelingsvak was en dat ik in het middelbaar Moderne Talen ging studeren. Leren over Oud-Nederlands, toneelstukken zien, poëzie lezen en leren begrijpen, ik was er gek op. Schrijven zonder fouten ging mij makkelijk af, nooit geen problemen gehad met d of t, ik ben een nerd wat schrijffouten betreft en vind een blog of iets dat gepubliceerd wordt op het www belangrijk genoeg om dat zonder fouten te doen. (Vergeef mij onoplettendheden en tikfouten.)

Voor de opmerkelijke lezer heb ik gisteren in mijn blog bewust een fout geschreven en ik vroeg me af wie van mijn lezers dat (1) ging opmerken en (2) mij ging zeggen waar de fout zat. Tot nu toe eentje, en het was niét de leraar Nederlands. Ik schreef: “…de mate waarin je word ondergedompeld” – terwijl het moet zijn wordt met een t, want géén inversie en je is stam + t.

Schrijffouten in handleidingen en zélfs in boeken komen jammer genoeg nog altijd voor. Gelukkig schrijft de man van mijn leven ook zonder fouten, had hij dit niet gekund dan was er toch een probleem, vrees ik.

Gesproken taal dan. Mijn pa komt uit Wuustwezel, de Antwerpse Kempen en al woont hij al meer dan vijftig jaar in Brugge, je hoort dat nog steeds. Mijn moeder is geboren in Westkerke, bij Oostende, en haar moeder kwam uit Menen. (Lees hier meer over mijn grootmoeder Anna.) Ik groeide op in Brugge, en sprak zowel met mijn ouders als met iedereen rondom mij, redelijk plat Brugs. Er was maar één juf, in het tweede schooljaar, die ons probeerde mooi te laten articuleren als we voorlazen, maar ik hoorde toen nog niet het verschil tussen een West-Vlaamse pét en het bekakte pet (eerder een ‘i’). Ik hoorde wel héél duidelijk verschil met mijn Kempense neefjes en nichtjes die het over een vies hadden in plaats van een vis.

Toen ik zestien was, ging ik solliciteren bij een lokale radio (lees meer hier). Ik wist van niks en ik dacht dat ik dat wel ging kunnen, presenteren. Ja hallo! Als je je eigen stem terug hoort op een opname, valt pas op hoe lelijk je spreekt. Dus hup, ik kreeg een aantal snellessen dictie. Ondertussen kan ik Nederlands spreken zonder al te dik accent, ik weet waar ik op moet letten. Ik neem wel graag (en vaak automatisch) dialecten of streektaal over. Zet mij tussen Gentenaren, Limburgers en die mensen uit de provincie Antwerpen en ik doe een beetje (veel) mee. In Holland spreek ik Hollands met de Hollanders. Mijn Nederlandse vriendin zegt dat je het helemaal niet hoort dat ik Vlaamse ben.

Toch ben ik een trotse West-Vlaming en erg fier op ons dialect. Noem het eerder een streektaal, want ik schreef al eerder over de verschillen tussen de Kortrijkzaan en de Bruggeling. Ik werkte ook tien jaar lang in Oostende en ben zeker dat er kust-klanken in mijn streektaal geslopen zijn. Er bestaan reeds vele liedjes in het West-Vlaams, het is moeilijk om er eentje uit te kiezen. Allez gow, deze dan: een vertaling van Wannes Cappelle van “Everybody hurts” van REM.

Ik geef je even de tekst mee, het is vooral om mensen die verzwelgen in eenzaamheid tijdens deze pandemie een hart onder de riem te steken.

Een dag een joar en een nacht

een nacht zoender mekoar

weet je nie wanneir of woar

da je latst lachte

we stoan kloar

we loaten olles vall’n

we kommen nor u toe

in alle geval

geliek oe

lik dam u zoe loaten schieten

lik dam u zoe laten goan

d’er is niets dam nie verstoan

sloaj de dagen deur mekoar

weet je ol lange niet meer wor

daj van droomde

we stoan kloar

we loaten olles vall’n

we kommen nor u toe

in alle geval

geliek oe

toe laat iets van u weten

mmm

m’en u veel te lang nie gehoard

ge peist toch nie daj gie ier ooit stoart

Lik een dag ee

weet je nie me wie of woar

daj nog lachte

we stoan kloar

we loaten olles vall’n

we kommen nor u toe

in alle geval

geliek oe