sport

Tiny schiet in actie

Het is genoeg geweest, met stilzitten, aperitieven door de week, chips bij de tv en meteen terug in de zetel kruipen bij de gedàchte aan sport. Mijn goeie voornemens heel in het begin van de eerste lockdown, met een ochtendroutine van fitness-oefeningen, zijn geen lang leven beschoren geweest. De kilo’s vliegen erbij en dat is niet alleen de schuld van de “blokjaren”. Maar vooral de schuld van mijn levenslang gebrek aan discipline.

Als ik volgend jaar in Tenerife de Yoga Teacher Training wil volgen, wil ik dit niet doen met een uitgezakt lijf dat al doodmoe wordt van het kijken naar een trap. Ik ga mij niet compleet belachelijk maken tussen twintigers als ik al de eerste les niet zou meekunnen met het niveau en als een hijgend boerenpaard moet meedoen.

Tijd voor actie. En het mag iets kosten. En néé geen dom fitness center waar ze begeleiding beloven maar dat toch nooit doen, en waar je na een tijdje gewoon wat staat te wandelen op een loopband, ik heb het daar wel gezien. Dus zocht ik op (hou je vast) Personal Trainer in Wevelgem op Google en vond iets interessants.

Er is vlak bij mijn huis een soort fitnesscentrum maar er staan maar weinig toestellen. De coach is een voormalig wielrenner die nu bewegingsdeskundige is, en mensen begeleidt naar een gezondere levensstijl, ofwel 1 op 1, ofwel in kleine groepjes. Maar je wordt dus continu persoonlijk begeleid en dat is een groot verschil met zo’n fitnesscentrum waar je eigenlijk vooral aan je lot wordt overgelaten en je dus maar ‘wat’ doet – met alle gevolgen vandien.

Falko van The Flock in Wevelgem

Ondertussen ben ik eerst gaan kennismaken, en ben ik nu bezig met drie opstartsessies (één op één) waarin hij me test om te zien wat ik aan kan. Dan word ik ingedeeld in een bepaald niveau zodat ik telkens kan zien welke oefeningen ik mag/kan doen. ’t Is met kleurtjes en ’t begint met wit, dan geel, dan oranje, rood,… enzovoort. Ik vreesde al dat ik om te beginnen gewoon onzichtbaar zou zijn van kleur, maar groot was mijn verbazing toen het met mijn kracht in mijn armen nog wel leek mee te vallen. Voor sommige oefeningen kreeg ik dus geel!

Dat zal wel komen van twintig jaar lang met dozen met beeldschermloepen te sleuren én van veel te masseren, denk ik.

De cardio was pittig, maar niet onoverkoombaar en dat is wel motiverend. Ook werd mij wat meer uitgelegd over het belang van gezonde voeding voor een gezond en fit lichaam, maar daar ben ik wel redelijk mee vertrouwd. Ik ga gewoon mijn gebruik van koolhydraten weer verder serieus verminderen, meer vis en véél meer groenten eten en oh ja, ik drink geen alcohol meer tijdens de week. Er is al een kilo af.

We zien wel hoe het loopt, maar ik ben begonnen en dat is al het halve werk. Hoe is ’t met jullie fysieke toestand?

Tiny kan het niet: 10 dingen

 

De opschepper in mij schreef al eens over de dingen die ze ‘een beetje’ kan. Maar het omgekeerde is wellicht grappiger.

  1. Fluiten

Ik kan wel een klein wijsje fluiten maar dat heeft geduurd tot mijn twintigste eer ik dat een beetje kon en er komt eigenlijk amper geluid uit. Op je vingers fluiten bij een concert bijvoorbeeld, vind ik super stoer als een vrouw dat doet, maar ik kan dat dus helaas niet.

2. Knipogen

Vraag mij om te knipogen en je ligt gegarandeerd plat van het lachen. Ik doe een verwoede poging en heel mijn gezicht gaat in een kramp. Of ik druk met mijn vingers één oog dicht, is dat ook goed?

3. Kauwgombellen blazen

Hoe cool was dat niet, zeg? Mijn vriendin kauwde hele dagen kauwgom en blies er dan de meest fantastische bellen mee, je hebt ook zo’n merk van kauwgom, Bubblicious of zo, waar dat nog véél beter mee gaat. Ook hier weer: ik heb duizenden pogingen ondernomen, een cursus gevolgd en massa’s tips gekregen, maar ik kan het niet.

4. Skiën

En eigenlijk alles waar je een zekere vorm van evenwicht voor nodig hebt. Dingen in de sneeuw zijn sowieso al niks voor mij, brr. Schaatsen kon ik nog een beetje, maar deed ik vooral om in het gezelschap van de coole gasten te zijn. En voor het café in het Boudewijnpark. 🙂

5. Voetballen

Goh er zijn veel sporten die ik niet kan, of niet goed kan, en vooral balsporten dan. Maar basket of volley zou me nog enigszins lukken (oh my god, ik hoop dat mijn lief dit niet leest). Voetballen daarentegen. Ik heb een zoon die het gelukkig ook niet kan, hoe zou dat komen? Van mij heeft hij het in elk geval nooit geleerd. Als er al een bal mijn richting uit komt, dan is de kans misschien 2 procent dat ik mijn voet daar tegen zal houden en die in een andere richting zal trappen. De kans is veel groter dat die bal gewoon tegen mijn kop zal vliegen, of dat ik gewoon héél hard weg loop in de andere richting.

6. Uitslapen

Zelfs al ben ik uit geweest tot ’s morgens vroeg, een paar uur later ben ik toch al weer wakker. Fris wakker, hmm dat nu ook niet, maar ik kan gewoon niet blijven liggen. Als ik in het weekend al eens slaap tot na achten is het een groot mirakel. Laat opblijven lukt me trouwens ook niet, tenzij ik in héél boeiend gezelschap zit OF als ik kan dansen. Vaak ben ik blij dat het 22 uur is en dat ik in mijn bed kan kruipen.

7. Planten verzorgen

Alles gaat dood bij mij. Gelukkig blijven de huisgenoten wel leven en de huisdieren over het algemeen ook. Geef mij de allermakkelijkste plant en die gaat nog dood. Zelfs de cactussen zagen er triestig uit. Ik begin er dus niet eens meer aan.

8. Rekenen

De gewone rekensommen lukken nog wel, maar vaak maak ik daar ook fouten in. Vraag mij dus niet om de rekening te delen op café want dat loopt gegarandeerd fout. Zelfs al heb ik een rekenmachine. Procenten berekenen of de regel van drie (of is het van vier?) lukt mij amper. Ook hier: ik begin er niet meer aan. Ik vraag het aan iemand anders, want geef mij een app of een machientje en ik draai die cijfers nog in de soep.

9. Over de bok springen (haasje over)

bok

Uren en avonden lang heb ik dit geoefend met mijn vader. Ik moést dit kunnen in de turnles, maar zelfs als die stomme bok op het laagste stond, geraakte ik er nog niet over. Eerst lopen, je dan afzetten en met je handen steunen, dan je benen spreiden en springen: het zijn te veel bizarre bewegingen na elkaar. En ooit in de jeugdbeweging moesten we zoals op de foto hierboven in een kring staan en zo iedereen over je rug laten springen en dat dan zelf doen. Drama! Iemand wou zelfs niet eens over mijn rug springen omdat ze te veel mijn ribben voelde, ze vond dat vies. Jeugdtrauma’s dus.

10. Breien

Wat. Een. Rotklus. Waarom moet je dat in ’s hemelsnaam leren? Wie breit er nu nog? Haken idem. Zowel mijn vriendin als mijn moeder kon dat supergoed, dus mocht ’s avonds na school mijn moeder die domme vis afbreien (dat werd dan een kussen, hoe kwamen ze er op??). En ja, mijn moeder is blind. En die kon dat dus. Hoe stom denk je dat ik me toen voelde?

Laat die kinderen een knoop aannaaien, iets inzoomen, met een naaimachine leren werken en nog beter: huishoudelijke klusjes! Breien in ’s hemelsnaam. Zucht.

 

Tiny’s detox, dag 7, 8 en 9

De laatste dagen, gelukkig. Het was ook slim om een detox 9-daagse te plannen in een periode waar geen weekend etentjes of feestjes zijn gepland, want dat zou nog tien keer moeilijker geweest zijn.
En wat nà die negen dagen, vragen velen zich af? Ga je dan weer aan de frietjes, de chips en de taartjes? De wijn, het bier en de cola? En terug kilo’s erbij wellicht in no time? Wel nee, da’s niet de bedoeling. Deze negen dagen zijn een soort reset voor je lichaam én je hoofd. Je maag is gekrompen dus je hebt niet zo veel honger meer en zit snel vol. Ik ga weer ontbijten met gewone simpele havermout en wat fruit, een gezonde lunch mee nemen naar het werk en en ’s avonds vooral veel groenten eten, weinig vettig vlees maar meer vis, geen aardappelen, matig met pasta en room en al die sausjes en misschien eens een taartje op zondag. Als je nooit mag genieten, is het dat ook niet waard. Ik blijf een Bourgondiër, iemand die geniet van lekker eten. Maar net als mijn alcoholgebruik wil ik ook dit jaar mijn voedingsgewoonten wat verbeteren.

Oh en ik héb dit weekend al gezondigd: ik nam op zaterdag het allerlaatste schelletje salami en op zondag at ik een volkoren boterham met een dun laagje frambozenjam én een granenkoffie. Ik ben wel op zaterdag anderhalf uur gaan sporten op zondag een uur gaan wandelen.

Een maaltijd, wellicht rond de 600 calorieën maar ik ben niet zo’n rekenwonder:

IMG_9747

Kalkoengehakt, gebakken in kokosolie met gegrilde bloemkool en courgette (gekruid met sojasaus, peper en rozemarijn)

Maandag is de laatste dag. Het wordt een a-typische dag want ik spendeer de hele dag op spoed. Néé, niet voor mezelf. En mijn vader is ondertussen weer thuis, alles is in orde, no worries. Ik had weer flink mijn lunchbox mee met salade, maar het was half twee eer ik daar aan toe kwam. Snel in dat ziekenhuis naar het restaurant gesjeesd voor, je gelooft het niet, een vork. Een halve portie naar binnen gewerkt en terug naar de cubicle waar mijn vader zat. Avondeten kon ik gewoon thuis weer doen: de andere helft van de salade maar ook, oh heaven, twee volkoren craquottes met kaas. Daarna ben ik uit pure frustratie nog een uur gaan sporten, want een hele dag stil zitten in spanning, daar val je niet alleen van af, maar daar word je ook behoorlijk ambetant van. Enfin, eind goed, al goed. Morgen weer meten en wegen. In de loop van de week lees je meer over het eindresultaat!

Lees mijn verslag over dag 1, over dag 2, dag 3 en 4, en dag 5 en 6.