slapen

Tiny slaapt (niet)

In maart schreef ik al over mijn slaapritueel, en het belang van een goeie slaaphygiëne. Een paar dagen geleden had ik een gesprek met iemand over de waarde van slapen, maar dat kwam op het verkeerde moment: ik had net een heel interessante podcast beluisterd op PS Grow, de podcast waar ik zelf ook al te gast was, een interview met Claudine Drees, slaapcoach. Ja, dat bestaat echt! Het gesprek was heel herkenbaar, het gaat over slecht slapen, over mensen die met enkele uurtjes slaap genoeg hebben, over jetlag, over slaap inhalen, over wat slaap te maken heeft met leeftijd en gewicht verliezen,… Een aanrader.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik belang hecht aan een goede slaaphygiëne. Hoe meer ik ook te weten kom over mezelf, en hoe ik op veel vlakken blijkbaar toch hypersensitief ben. Nu is dat ook weer een hype, bijna iedereen is HSP, maar dat claim ik zeker niet te zijn.

Als ik niet in slaap geraak, of ik word véél te vroeg wakker en ik kan niet meer slapen, dan gebruik ik eerst en vooral de ademhalingstechnieken die ik zelf ook aanleer tijdens mijn meditatie workshops. Gewoon langer uitademen dan inademen, om zo je hartslag tot rust te brengen. Je concentreren op je uitademing.

Of ik doe een bodyscan, je begint met je tenen en je overloopt zo je hele lichaam, geraak je afgedwaald met je gedachten, begin je terug opnieuw. Dit zorgt ervoor dat je je gedachten kan afleiden naar je lichaam.

Zelf heb ik nood aan zo weinig mogelijk prikkels en dan ga ik even de zintuigen af:

  • zien: het moet zo donker mogelijk zijn. Indien nodig gebruik ik zelfs een slaapmasker
  • horen: oordopjes for life! Ik zweer bij die van Quies! Als ik iemand naast me hoor ademhalen, kan ik al moeilijk slapen. Als die ademhaling dan nog luider wordt en het naar snurken over gaat, vergeet het dan maar helemaal. Gelukkig ben ik gezegend met een goeie slaappartner: hij snurkt niet (of amper) en ademt heel zachtjes.
  • voelen: ik moet “iets” op me hebben, of nog iets aanhebben, of een dun lakentje als het heel erg warm is – en er mag geen beweging zijn in bed. Iemand die zich omdraait: ik heb het gevoeld en ben weer wakker. Daarom hebben wij twee aparte matrassen en twee aparte dekbedden. En hoe romantisch het ook is om lepeltje lepeltje te liggen, om echt te slapen voel ik liever geen ander lichaam(sdeel) op een deel van het mijne. Zo dicht bij elkaar liggen dat je de uitademhaling voelt van de ander: no thank you.
  • ruiken: als ik de lichaamsgeur of een rare adem ruik van mijn bedpartner, dan is het ook om zeep. Als er een te indringende geur in het kussen zit (zelfs al is het fris wasmiddel) ook. Als de kamer te veel naar hout ruikt. Als je nog de etensgeuren kan ruiken.
  • proeven: ik moet mijn tanden gepoetst hebben, dat ik met een frisse bek ga slapen.

Een tip die ik mee neem uit de podcast met die Claudine, is dat je iets cognitiefs moet verbinden met je lichaam. Klinkt raar. Het is vooral, als je ligt te piekeren. Dan sta je ofwel beter even op, en je schrijft de piekergedachteno van je af. Of je gaat je aandacht leiden naar positieve gedachten, bijvoorbeeld het ABC opzeggen en voor elke letter een plaats kiezen waar je al eens geweest bent en waar je goeie herinneringen aan hebt. Voor mij is dat dan: Amsterdam, Brugge, Caïro, Darmstadt, Essen, Frankfurt, Gent,….

De stoere bewering “Ik slaap wel als ik dood ben” is eigenlijk maar voor weinig mensen van toepassing. Ja, je hebt er die (1) overal kunnen slapen, (2) genoeg hebben aan een paar uurtjes per nacht, (3) ook overdag gewoon kunnen slapen als het licht is, maar onderzoeken wijzen uit dat dit maar een minderheid van de bevolking is. En dat slaap inhalen in het weekend bijvoorbeeld ook niet zo gezond is.

Iedereen mag er het zijne van denken natuurlijk, maar ik vind slapen enorm belangrijk. Wat niet wil zeggen dat ik een langslaper ben, wel integendeel. Meestal slaap ik met de zon en de maan: ik slaap wanneer het donker is en ik word graag automatisch wakker als het weer licht wordt. Maar zo’n wekker met een lichtfunctie, daar heb ik dan weer een hekel aan. Het moet natuurlijk gebeuren. Dus ja, in de winter slaap ik wellicht meer, en in de zomer wat minder.

Wat zijn jullie tips, als je niet kan slapen? En vinden jullie slapen belangrijk, of komt het allemaal wel vanzelf?

Tiny gaat slapen en wordt weer wakker

Wereldschokkend.

Iedereen heeft echter een ander slaapritme, slaapritueel en dat is ook zo voor het wakker worden. Ik ging te rade bij enkele van mijn beste vriendinnen en mijn lief.

Ik ga meestal slapen tussen tien en elf uur ’s avonds, vaak lig ik al voor tien uur weg te dommelen tijdens een programma op televisie. En dan ben ik heel tevreden dat het àl tien uur is, dan mag ik van mezelf gaan slapen. Soms doe ik dat toch al eerder en dan zit ik in bed nog wat te lezen.

Zelfs als ik bezoek heb, of ik ben bij mensen te eten gevraagd (ergens in een lang vervlogen tijd…) dan wil ik eigenlijk liefst voor middernacht in mijn bed kunnen liggen. Sorry hé, jullie zijn niet saai, maar ik word dan moe. TENZIJ ik kan dansen, dan blijf ik wel tot vier uur of zo. Mijn lief is wel een plakker, die kan ook na middernacht nog altijd zeveren over koetjes en kalfjes, en nog eentje drinken en nog eentje, komaan. Ken je dat, het “scheidbier“? Hij zegt “skih-bier” in ’t Kortrijks, ik kan het amper uitspreken. ’t Is dus het laatste biertje voor je weggaat. Ik wil liefst al weg voor dat laatste drankje…

Wat heb je nodig om te kunnen slapen?

Een bed, zei mijn lief. Want hij moet echt wel kunnen liggen. Dus een matrasje of een matje voldoet ook? Kijk, daar had ik dus nog niet over nagedacht, maar inderdaad. Ik vroeg het aan Lieselotte en die zou overal kunnen slapen, zegt ze, maar ze is wel liefst”bedekt”, al is het maar met een sjaal. Heb ik ook. Josefien zei dan weer “warmte”, en kussentjes en desnoods een elektrisch deken en een warm kersenpitkussen. Oh ja! Met koude voeten kan ik ook niet slapen.

En stilte! Geen snurkers, zelfs niet een klein lief snurkje, of zoemende muggen, of zelfs ruisende golven… Ook in Egypte heb ik mijn oordopjes in. Idem voor Kelly, zij vindt het trouwens belangrijk dat haar hoofd leeg is: als ze nog iets moet doen, of ze heeft zich opgejaagd, dan kan ze ook niet slapen.

Door mijn neusprobleempjes gebruik al sinds jaar en dag 1 pufje van een neusspray om te kunnen slapen. Sowieso, als ik ergens ga liggen, zit mijn neus na 10 minuten verstopt en kan ik amper ademen, laat staan slapen. Verder gebruik ik niks nada noppes van medicatie, dus dat ene neusspraytje die mij goed doet slapen zal wel niet zo schadelijk zijn. Gezien ik dat al sinds mijn zeventiende gebruik en ik leef nog altijd.

Foto door Ivan Oboleninov op Pexels.com

Het moet donker zijn. In een lichte kamer kan ik niet slapen. Stel je voor dat je mij laat slapen in een kamer waar geen gordijnen of rolluiken zijn, dan word ik bij het eerste kleine beetje licht wakker en doe geen oog meer dicht. Daarom dat ik ook altijd een oogmaskertje mee neem, zeker als we in een tent slapen. Dat oogmasker moet wel héél licht zijn en niet spannen want met iets op mijn hoofd kan ik ook niet slapen. Wat ben ik lastig hé.

Hoedanook, donker of licht, meestal word ik rond een uur of zeven wakker, soms zelfs iets vroeger.

Wat heb je nodig om wakker te worden?

Eigenlijk niks. Mijn lief lacht dan en zegt: Jij hebt écht wel koffie nodig, maar nee nee, dat is niet waar. Omdat we ooit één incidentje hadden in Praag… pff. Ik was al een hele tijd op, we gingen wandelen maar het was nog een heel eind naar het centrum en ik wou eerst een koffietje drinken ergens. ‘k Heb dan mijn veto gesteld: ZONDER KOFFIE GA IK DE BRUG NIET OVER. Is een grapje onder ons nu, dat ik geen brug oversteek zonder koffie. Maar dat valt dus reuze mee.

Ik heb géén ochtendhumeur. Een koffietje ’s morgens vind ik super, maar ik kan ook zonder. Lieselotte heeft dan weer koffie en stilte nodig om wakker te worden, en Josefien een glas water en liefst ook een ontbijtje, want anders wordt ze hangry. Zelf kan ik dat gerust een tijdje uitstellen, maar néé we gaan hier géén discussie starten over ontbijten overslaan en intermittent fasting en dinges, onthou u alstublieft van commentaar, you do you, doe uw goesting, en wees blij. Ook Kelly wil graag koffie en een ontbijtje anders wordt ze grumpy. En liefst ook een douche, zei ze nog.

Mijn lief heeft alleen zijn biologische klok nodig om wakker te worden, ook hij is vaak al wakker voor de wekker afgaat. Wij zijn ook allebei geen langslapers, ook niet in het weekend. Als we om acht uur nog niet op zijn, is dat een half mirakel. Ik zou trouwens echt serieus problemen maken van een partner die een ander dag- en nachtritme heeft, zo eentje die om elf uur nog in zijn bed ligt bijvoorbeeld. Hebben jullie zo’n partner waar het verschil echt groot is?

Voor straks: lekker slapen en morgen gezond weer op. (Sonja Barend)

Oogjes dicht en snaveltjes toe. Slaap lekker. (Mijnheer de Uil)

Dit is de zestiende dag in #40dagenbloggen

Tiny in paniek

Néééé, ik ben niet in paniek. Echt niet. Toch nu niet. Er is niks aan de hand, so calm down.

Miss Positivo die altijd lacht, is soms veel te bezorgd en krijgt dan kleine paniekaanvalletjes. Ja echt, ikke. Heel weinig mensen weten dat, alleen mijn naasten. Dus letterlijk: degene die NAAST mij zitten/leven/wonen. Mijn zoon dus en mijn vriend.

Heel raar want vroeger was ik zo niet. Mijn ouders denken wellicht, huh? Tiny in paniek? Wat, waar, wie, hoe… wie ben jij en wat heb je met mijn rustige kalme dochter gedaan? Mijn jeugd en studentenleven was redelijk chill, ik panikeerde niet eens toen ik in het vijfde middelbaar dreigde te buizen en effectief ook finaal geflest was. Als student blokte ik wel een beetje, maar ik deed de vakken graag, dus ook die periode ging redelijk rustig voorbij. Examenstress, ik? Maar ba neen.

you-know-sometimes-i-can-still-recall-life-without-panic-attacks--17607

Als prille twintiger ging ik, helemaal alleen, naar Amerika om daar drie maanden te werken als vrijwilliger. Ik herinner mij dat ik dat allemaal zelf heb geregeld, maar veel had ik niet voorbereid. Inpakstress, ik? Maar ba neen.

Ik ging trouwen, kocht een huis, werd zwanger, beviel van een gezonde zoon. Relax man, alles onder controle. En toen besliste ik om weg te gaan van mijn echtgenoot en werd ik bijna letterlijk op straat gezet. Mwah, een klein beetje stress had ik wel. Maar alles kwam goed, in een week tijd vond ik een andere woning en leefde een paar weken als een happy camper zonder meubels met mijn tweejarig spruitje. Verhuisstress, ik? Maar ba neen.

Tien jaar lang werkte ik met mensen met een verstandelijke beperking, zalige job, echt waar. Moeilijk? Zwaar? Maar ba neen.

Toen ik veranderde naar een meer commerciële functie in een bedrijf, vertelde ik aan mijn ex-collega’s dat het soms wel stressen was in mijn nieuwe baan. Ze keken eens naar mekaar en zeiden: “Stressen, jij? Da’s iets nieuws. Dat kan niet!”

Hoe ouder ik word, hoe ouder mijn zoon wordt, hoe meer paniekerig ik word. Bepaalde zaken plan ik echt goed van te voren, mentale voorbereiding is mijn motto en dat helpt nog altijd. Soms denk ik, dat ik te veel plan, te veel voorbereid, zodat ik dan uiteindelijk niet meer kan genieten. Stresskip, noemt mijn vriend me soms. Mijn zoon zegt me vaak: “Chillax, mama, panikeer niet zo!”. En ’t is waar.

hysterisch

Ik stresste zo erg voor mijn vakantie in mei, dat, toen ik er eenmaal was, het amper lukte om er van te genieten. Ik bleef maar stressen. Constant dacht ik aan mijn zoon die alleen thuis was: “Zal hij wel op tijd opstaan? Zal hij wel regelmatig eten? Wast hij zich wel eens? Gaat hij wel naar school?” Hij werd dus belaagd door sms-jes en Messengerberichten, en trok er zich weinig van aan. Het resultaat was navenant, dat vertelde ik al. Maar dat heeft er dus voor gezorgd dat ik niet optimaal genoot van mijn zogezegde stressloze vakantie. Jammer hé.

Idem voor Graspop. Mijn zoon ging er ook naar toe, samen met een vriend die ik nog nooit gezien had. Ze hadden online afgesproken, maar ik ben zo’n ouderwetse die daar nog niet op vertrouwt. Hij had eerst nog niet eerst zijn telefoonnummer, en wist ook niet waar die knul ergens woonde. Verder waren er geen vrienden mee, want iedereen heeft nog examens. Ik zag mijn zoon al, helemaal alleen in een tentje, eenzaam tussen de duizenden mensen. Kan het nog zieliger??

De nacht voor hij ging vertrekken, lag ik daar dus wakker van.

Maar alles kwam goed: ik zag zelfs zijn vriend bij het station.

De volgende nacht lag ik ook weer wakker: het was zo koud ’s nachts, en hij had geen jas mee, en maar een gewoon slaapzakje, en zal hij zijn vrienden wel terug vinden? En zijn tent? En zal hij zijn gsm niet verliezen? Of zijn geld? Het is zo’n iel mannetje, in de moshpit lopen ze hem gewoon omver. Wat als hij een been breekt? Of erger, valt en een hersenschudding heeft? Of in coma geraakt?

Maar alles kwam (natuurlijk) weer goed. Ik zag hem zelfs voorbij wandelen tijdens KISS. En ja het was koud geweest ’s nachts, maar hij had zijn handdoek als deken gebruikt. En zijn gsm was plat. En hij heeft niet veel uitgegeven. En de moshpit overleefd. En zich rot geamuseerd natuurlijk. Mama toch.


Ik wil hier niet pretenderen dat ik lijd aan échte paniekaanvallen, er zijn mensen met een paniekstoornis, en dat is duizend keer erger dan wat ik hier zit te vertellen. Mijn blogs gaan over het échte leven, waar niet alles rozengeur en maneschijn is, en waar ik niks wil verbloemen. Wie niet door heeft dat ik soms wel eens durf te overdrijven, is niet goed mee.