schrijven

Tiny droomt

Het was druk in het café, ergens in de Jordaan in Amsterdam. Ik moest naar een kamertje achterin waar ik mijn opdracht zou krijgen om een stuk te schrijven voor het NRC Handelsblad. Als ik daarin zou slagen, maakte ik kans om écht journalist te worden bij die krant. Ik kreeg een hele dag de tijd.

Om mijn benen even te strekken tussen het schrijven door, belandde ik op één van de bovenverdiepingen. Een meisje leidde mij rond tussen kamers vol bedden: grote, kleintjes, kinderbedden, stapelbedden, bedjes met spijlen, waar her en der nog kinderen in lagen te slapen. Sommigen hadden geen matras en sliepen op de bedplanken in een dekentje, andere kindjes geraakten in hun slaap een beetje knel tussen de spijlen met hun voetjes.

Terug beneden ontdekte ik dat sommigen van onze groep schrijvers een briefje hadden gekregen en anderen niet. Die met een briefje mochten blijven en verder werken, anderen niet. Hoera, want er lag een briefje naast mijn laptop.

De avond viel en het café werd wat rustiger. Vooraan zag ik een paar bekende gezichten en ik stapte er naar toe. Al een beetje ouder, maar toch herkenbaar waren daar George Kooymans en Barry Hay en die andere twee van de Golden Earring. Ik vroeg me nog even af wie van de twee nu ook al weer George was, want aan hem wou ik iets vragen. Na lang twijfelen, stapte ik op hem af, oef, de juiste man!

Hoe komt het dat jullie tour, met Henny Vrienten en Boudewijn De Groot nog niet van start is gegaan? Ik zag een hele tijd terug al een documentaire en nu staan jullie nog altijd niet in de zalen?’ Hij keek me eerst een beetje spottend aan en begon toen met een lang en uitgebreid verhaal over afspraken en managers en agenda’s en van alles. Volgens mij was hij onder invloed, maar ik lachte vrolijk mee.

Er kwam een meisje in glitteroutfit de kledij van de muzikanten brengen, ook allemaal glitterstrikjes en witte overhemden. Ze maakten echter geen aanstalten om zich om te kleden en gingen eerst nog even wat eten. Ik mocht mee als ik wou, zei George, maar dat vond ik een slecht idee, want ik moest nog verder schrijven.

En toen werd ik wakker.

De tour was er al in 2016 maar gaat in 2018 opnieuw van start: Vreemde kostgangers  en nee, ik heb nog geen ticket.

Ik heb geen aspiraties om journalist in Amsterdam te worden, al lijkt me dat wel tof. En wat die kindjes daar in die bedjes deden? Geen flauw idee.

Tiny blogt. Waarom eigenlijk?

Waarom ben je ooit beginnen bloggen en waarom blog je nu nog altijd? #40dagenbloggen

Dat is één van de vragen die Kathleen voorstelde als inspiratie-idee.

Sinds augustus 2014 ben ik hier bezig. Lang hé? Ik schrik er zelf een beetje van. Voordien schreef ik dagboeken vol, dan een hele tijd niks meer wegens controlerende inwonende partners, dan af en toe een reisdagboek, later wat lange statusupdates op Facebook,…

Dé hamvraag, moeder waarom bloggen wij, is voor mij heel simpel.

“Wij zijn aandachtshoeren.”

Zo zei ik het zelf eens op een blogmeeting. Want sorry, hoor, geef het maar toe. Als je blogt dan toon je jezelf. Zeker als je bezig bent met een persoonlijk blog zoals ik. Zelfs als je geen foto’s toont van jezelf.

Misschien is het omdat ik niet meer op een podium sta. Ik heb jarenlang in een micro gesproken voor de radio. Ik heb nog langer in een groepje gezongen. En in een koor. Ik heb ook jaren aan een stuk meegespeeld in amateurtheater. Kortom, het podium lonkt. Dit is nu mijn podium. En ja, af en toe een beetje applaus doet deugd. Wat zeg ik? We leven er voor, wees nu eens eerlijk. Als mensen lief reageren, of zelfs naar je toe komen en zeggen: “Oh ik ben zo’n fan van je blog!”, als je ze al jaren niet meer hebt gezien. Er is toch niks beters?

Schrijfdrang

Een andere reden is dat ik enorm graag schrijf. Ik doe dat ook in sneltreintempo. Op 1 maart besliste ik in een zotte bui om mee te doen met #40dagenbloggen en diezelfde dag had ik al negen blogs klaar. Misschien heb ik er in totaal anderhalf uur over gedaan of zo. Ja, ik schrijf snel. Op school deed ik niet liever dan opstellen maken, later verhandelingen en mijn thesis was ook niet lastig. Waarom ik er dan niet mijn beroep van heb gemaakt? Omdat ik te graag onder de mensen zit. Schrijven is vaak een eenzaam beroep, denk ik. Tenzij je het geluk hebt om journalist te zijn en mensen mag gaan interviewen. Maar ook dat is dan meestal in opdracht. Ik zal zelf wel uitzoeken wie ik wil spreken en wanneer ik er een foto van wil maken.

Nu ja, als iemand dringend een opstel nodig heeft, of een gedichtje, of een songtekst, dan wil ik dat wel doen, hoor, en het zou wel tof zijn als ik daar dan voor betaald zou worden. Haha!

fullsizerender-1

Therapeutisch schrijven

Hoe vaak zat ik al niet met een ei? Met een idee in mijn hoofd, of een probleem, of een hele hoop vragen. Als ik begin te schrijven, dan gebeurt daar iets mee, dan ga ik dat ordenen, dan vind ik soms al schrijvend antwoorden. Ik kan het amper uitleggen, maar het gebeurt wel en dat is deels waarom ik schrijf. Toen ik over mijn zoon en zijn problemen blogde, kwamen daar ook massa’s reacties op. Je schept vertrouwen en je creëert (nieuwe) vriendschapsbanden waar je het niet verwacht. En dat doet deugd.

Vriendschap

En zo kom ik automatisch tot de laatste reden. Iets wat ik niet had verwacht: dat ik vrienden zou maken door te bloggen. Er is een community, een groepsgevoel en daar kan ik wat mee. Eenzaam zitten schrijven is goed voor alle bovenstaande redenen, maar dat ik dan af en toe ook eens samen kan zitten met gelijkgezinden, andere bloggers, die begrijpen waarom ik het doe, ook dat is fantastisch. Maar ook zonder ze in het echt te zien, heb je er iets aan. Ik denk maar even aan Thomas en Menck, die vaak reageren en me op één of andere manier een hart onder de riem steken. Eeuwige dank, zelfs al heb ik hen nog nooit in het echt gezien.

Is het een beetje duidelijk nu? Of snap je nog steeds niet waarom ik blog? Of als je zelf blogt, heb jij bepaalde redenen die ik niet aanhaalde?

 

Tiny kan van alles iets en van niets alles

Dat staat nu al een hele tijd bovenaan mijn blog en dat klopt nog steeds als een bus. Ik erger me soms aan mezelf. Is er nu eens niets dat ik écht goed kan? Maar écht goed? ZO goed dat ik er een eerste prijs mee zou kunnen winnen – ergens – als dat al zou bestaan?

talent

Neen. Er is niets. Ik kan van alles wat. Bijvoorbeeld:

  1. Ik kan een beetje schrijven. Vooral omdat ik het graag doe. Over het algemeen schrijf ik weinig spelfouten en is mijn stijl wel in orde, maar ik vind mezelf echt niet goed genoeg om van schrijven een soort broodwinning te maken. Ooit had ik wel een idee voor een boek (of zelfs meerdere) maar die blijven altijd liggen, ik geraak gewoon niet verder. Schrijven is ook eenzaam hé. Als dat boek er echt zou moeten komen, zou ik me maanden aan een stuk ergens moeten gaan afzonderen, vrees ik.

  2. Ik weet iets van fotografie. Ondertussen volg ik al bijna drie jaar les, ik weet hoe een spiegelreflexcamera werkt, en snap de begrippen sluitertijd, diafragma en ISO. Ik kan best mooie portretten maken, liefst met natuurlijk licht. Dat flitsgedoe is nog een ramp. Mijn Lightroom-kennis is genoeg om mijn foto’s iets te bewerken. Van Photoshop ken ik dan weer niks.

    dsc_0207-2

    Straatfotografie in Brugge ©Tiny

  3. Ik weet veel over blinden en slechtzienden. Ook over de psychologie, de problematiek, de zelfredzaamheid en de mogelijke hulpmiddelen. Ik kan ook braille lezen en schrijven. Maar ik weet niet zo heel veel (meer) over alle mogelijke oogziektes en de details er van. Veel problemen met hulpmiddelen kan ik oplossen, maar lang niet alles. Aan solderen heb ik een hekel. Prutsen met vijsjes en schroefjes is ook mijn ding niet en ik snap weinig van elektriciteit en spanning en voltage.

    4boeken

    Brailleboeken ©Tiny

  4. Ik weet veel over muziek. Maar dan vooral de muziek uit de jaren tachtig. Nu ben ik tot mijn grote schaamte niet meer zo goed mee en vaak herken ik op de radio niet het verschil tussen pakweg Ed Sheeran en Tom Odell. Maar als het oudere muziek betreft ben ik een wandelende jukebox, hoor!

  5. Ik kan best goed koken. Ook moeilijkere dingen, ik probeer van alles uit en meestal lukt het. Ik doe het ook graag (en eet het nog liever op). Mijn hutspot, stoofvlees, goulash, curry, veggie wok en ovenschotels zijn super lekker, al zeg ik het zelf.

  6. Reizen plannen met een beperkt budget, ha daar ben ik een ster in! Een mens heeft weinig luxe nodig, vind ik. Met een bed, of zelfs een matrasje, weinig lawaai en mogelijkheid om me te wassen, ben ik meestal al tevreden. Couchsurfen, airbnb, ik zag/zie het allemaal zitten. Eten van een kraampje, zelf iets klaarmaken, een dag leven op chips en koeken, en je spaart wel iets uit, haha!

  7. Brugge. Mijn geboortestad, waar ik ben opgegroeid en waar ik nu iets langer dan een jaar weg ben. Ik ken er bijna elk straatje, weet hier en daar wel iets te vertellen van de geschiedenis en kan een deftige rondleiding geven, waar je iets aan hebt. Maar vraag mij geen jaartallen, architectuurstijlen, schilders of beeldhouwers. (Ik schreef eerst ‘beenhouwers’, goh ja, dan ken ik er wel een paar goeie, haha!)

  8. En ach ja, ik kan wel iets met mijn stem. Zingen, ja. Ik heb les gevolgd, in een koor gezeten en in -tig rockgroepjes. Ik zing niet vals, maar kan geen hoge la aan en mijn kopstem trekt op niks. Als ik mezelf terug hoor op een opname, loop ik gillend weg. Of nee, ik blijf gillend zitten en overstem het geluid. 🙂

    Idem met presenteren. Jarenlang radio gemaakt, zie Tiny op de radio, maar ook daar was ik geen supertalent in. Achteraf hoor je dan, “Ach die Ellen, je houdt van haar stem of je hebt er een rothekel aan.” Slik.

Waar ben jij een kei in? Waar kun je zo een medaille voor krijgen? Of misschien heb je er zelfs één, of een trofee of zo?