roken

Tiny rookt niet meer

Afgelopen zondag hoor ik op de achtergrond de reporters van de Ronde Van Vlaanderen de “Marlboroughstraat” vermelden, genoemd naar de hertog van Marlborough die ooit de slag van Oudenaarde beheerste. Maar de naam deed me terugdenken aan een bepaald sigarettenmerk, jarenlang mijn favoriet.

Oei? Tiny? Heb jij vroeger gerookt? Ik hoor het verschillende mensen al vragen en ik geef toe: ja, ook ik had die irritante ongezonde gewoonte.

Hoe het begon…

Een vriendin van twee jaar ouder die al wel eens stiekem een sigaret had gerookt, maakte mij nieuwsgierig, ik was dertien, denk ik. Mijn vader was al een aantal jaren zelf volledig gestopt met roken, hij rookte vroeger van die hele dunne sigaartjes. En ik wist dat hij zelfs nog een half doosje liggen had (misschien als noodoplossing, maar bij mijn weten heeft hij er zich nooit meer aan bezondigd). Toen mijn ouders eens een middag niet thuis waren, nodigde ik mijn vriendin uit om allebei eens zo’n sigaartje te proberen. We stonden op de koer stoer te doen, ik probeerde vooral niet te hoesten en blies de rook meteen weer uit. Maar ik voelde me groot, volwassen, een échte, iemand die er bij hoorde.

Roken langs de vaart

In het kleine supermarktje in onze straat vroeg ik héél dapper om een pak Blauwe Belga’s, kostprijs 58 Frank, wat we net konden betalen van ons samengevoegde zakgeld. “’t Waren toch Blauwe hé, die mijn pa vroeg?”, vroeg ik héél luid aan mijn vriendin die verlegen achter mij stond. In de hoop dat de kassajuffrouw niét wist dat mijn vader (1) niet meer rookte en (2) nooit Blauwe Belga’s had gerookt.

We fietsten naar de Damse Vaart, waar je bij het tweede stuk een soort dijk hebt, daar zitten vaak vissers. Daarom waren er af en toe inhammetjes aan het water, waar je heel onopgemerkt kon zitten, waar wij konden roken. Niemand die het zag, tenzij de fietsers of wandelaars aan de overkant van de vaart, maar die zouden ons van die afstand toch niet herkennen. Hoopten we.

Roken op fuiven en in café’s

Een vuurtje vragen, bleek een heel dankbaar excuus om een gesprek te beginnen met iemand die je niet kende, maar die je wel al een paar uur in het oog had. Dus op de eerste fuiven rookte ik een behoorlijk aantal sigaretten per avond, omdat iedereen er toch een stuk stoerder uitzag met een sigaret erbij. Hoe belachelijk klinkt dat nu. Maar dat bleef toen mijn voornaamste reden om te roken.

Als ik met een paar vriendinnen op café ging, was het de normaalste zaak van de wereld dat ik mijn pakje sigaretten tevoorschijn haalde en er regelmatig eentje opstak. Ik was niet de enige. Dus toen ik eenmaal de bril had laten liggen en lenzen kreeg, moest ik na een tijd ontdekken dat wolken blauwe rook in kleine cafeetjes en lenzen niet de beste combinatie waren. Jarenlang sleurde ik zo’n lenzendoosje mee met lensvloeistof, waar ik op het toilet dan eens de linkse en dan weer de rechtste lens uit en in deed.

Don Quichotte en den Ambi(ori) op de Eiermarkt in Brugge waren lang mijn stamcafé’s.

Ontdekt!

Het heeft geduurd tot ik zeventien was, toen mijn moeder in mijn jaszak een pakje sigaretten vond. Ze verbood het mij niet maar zei alleen: “Als jij met je gezondheid wil spelen, moet je de gevolgen maar dragen”, of iets in die zin.

Ik vond niet dat ik verslaafd was, maar daar werd ook helemaal niet over gesproken, zelfs niet over nagedacht. En natuurlijk, je raakt het gewoon: ik rookte mijn eerste sigaret ’s morgens op de fiets naar school, ’s middags in de bosjes – bij de durvers en de coole bende – en ’s avonds op de fiets naar huis. Thuis durfde ik al wel eens mijn raam open zetten en dan hing ik uit het venster, maar zorgde er wel voor dat de as discreet in de goot belandde. En peukjes drukte ik goed uit en verstopte ik tussen ander afval.

Meer en minder

Hoe ouder ik werd, hoe meer mijn rookgedrag afhing van de jongen met wie ik samen was. Als hij niet rookte, dan rookte ik minder en op den duur zelfs helemaal niet. Eentje wist het te presteren om mijn bijna-vol pakje sigaretten in een Brugs kanaal te dumpen (de sluikstorter!!) en ondanks dat ik woedend was vanwege de geldverspilling, begreep ik zijn drijfreden wel en stopte prompt met roken.

Als het uit was, had ik echter weer een reden om te herbeginnen: liefdesverdriet kun je niet wegroken, maar het hielp ergens wel om troost te bieden. Opnieuw: een belachelijke reden, maar hey, ik was jong.

Ik heb vriendjes gehad die niet rookten toen ik met hen samen was, maar pas zijn beginnen roken als het uit was met mij. Oeps. Liefdesverdriet kun je niet wegroken, jongen!

Op kot

Het eerste jaar op kot in Kortrijk moest ik een beetje zuinig zijn met mijn zakgeld. Omdat het in de IPSOC hip was om arm te zijn, rookte iedereen zelfgerolde sigaretjes. Niet fancy met zo’n machientje, maar écht zelf met rooie blaadjes en Samsontabak. (Ik lees deze zin opnieuw en schiet in de lach: tussen de Samsonworst en de Samsonlunchbox heb ik het gewoon over Samsontabak…het gaat over die tabak met die leeuw op! En de hond bestond nog niet.)

Ik had er wel een handje van weg en heb veel sigaretjes gerold voor anderen die minder handig waren. Tussen haakjes: ik heb wel veel gerookt, maar ik heb nooit ‘gesmoord’. Ik wist zelfs niet eens waar ik wiet/hasj/jointjes kon scoren. Nooit naar op zoek gegaan ook. (Okee, sidenote: wèl toen ik al 30+ was, maar dat is een volledig ander verhaal.)

Op de hogeschool, in 1987 was het gewoon TOEGELATEN om te roken in de gangen. Ik wist niet wat ik zag en vond de nieuwe vrijheid fantastisch.

Gestopt

Gaandeweg vond ik er eigenlijk minder aan, aan dat roken. Ik deed soms nog eens mee, maar had er niet altijd zin in. Meestal had ik wel een pakje bij me, maar minder en minder maakte ik er nog gebruik van. Ja, bij het uitgaan (maar ik ging minder uit en deed meer samen met mensen die ook nièt rookten), of soms eens na het eten (vooral nà spaghetti bolognaise, gek genoeg).

De laatste tien, elf jaar rook ik zo goed als nooit meer. Mijn lief heeft nooit gerookt en wou absoluut geen lief die rookte. Hij heeft ooit eens gezegd: “Als je terug begint te roken, zet ik je buiten.”, en ik denk niet dat hij bedoelde dat ik dan maar in de tuin moest roken.

Ik heb wel eens een stiekem trekje genomen van een sigaret, maar ik kan die keren op één hand tellen en meestal was mijn goesting ook weer snel over.

En ja, natuurlijk heb ik er spijt van dat ik ooit heb gerookt, vooral omdat ik totaal niet door had hoe ongezond het was – daar werd in de jaren tachtig helaas nog niets over verteld. Hoe dwaas was ik om als erg jong meisje al te willen starten, gewoon om stoer te doen?

En jullie: ooit gerookt? Of een partner die rookt? Of nog steeds een verstokte roker? Ik veroordeel niemand, maar iedereen weet: Hoe meer je rookt, hoe sneller je verdwijnt. Ik verwijs ook door naar Tabakstop, voor wie wil stoppen en hulp nodig heeft.

Tiny geeft levensles

Er werd mij gevraagd of ik geen wijze levenslessen heb. Wat ik wil meegeven aan jonge(re) mensen, tips & tricks om het leven goed te doorspartelen. Wel ja, ik heb er wel een paar.

Gezondheid

  1. Rook niet. Begin er gewoon niet aan. Of ja, misschien eentje en wordt er dan alsjeblieft zo ziek van dat je er nooit meer aan wil denken. Als je er niet aan begint, zul je later nooit afzien om er mee te moeten stoppen.
  2. Laat je niet overhalen om alcohol te drinken als je dat niet lekker vindt. Of wacht tot je achttiende om er mee te beginnen en probeer er dan van te genieten. Proef eens om nieuwe smaken te ontdekken, maar leg jezelf niets op. Mix niet. Bier op wijn is venijn, wijn op bier is plezier, zeggen ze, maar neem ook dat maar met een flinke korrel zout.
  3. Blijf bewegen. Als je jong bent, fiets je misschien vaker, en moet je sporten op school. Zorg dat sport geen saaie verplichting wordt, maar probeer van alles uit en zoek een sport die je leuk vindt. Dat kan ook wandelen zijn in de bossen, muurklimmen of gewoon zwemmen, maar blijf het heel je leven regelmatig doen. En overdrijf niet. Blessures zijn zo gemaakt.
  4. Eet niet te veel maar zeker ook niet te weinig. Als je te mager bent: veel cola drinken en veel brood en chips en hamburgers eten helpt NIET. Als je te dik bent: zie hierboven en verminder  drastisch je brood, pasta en aardappelen. Eet meer fruit!

Studies en werk

  1. Onderschat jezelf niet. Je kan veel meer dan wat “men” denkt dat je kan. Volg je interesses en denk niet enkel aan wat je er later mee kan doen.
  2. Opleiding gevolgd en toch niet helemaal content met wat je nu kan doen? Volg een bijkomende cursus of opleiding, tegenwoordig is er van alles mogelijk. Ontdek!
  3. Heb je de kans om naar het buitenland te trekken voor een stage, cursus, werkervaring of gewoon als levenservaring? DOEN! Doen! Doen! Nu! Niet aarzelen. Wacht niet op iemand om mee te gaan, maar doe het alleen. Het zal de beste beslissing van je leven zijn geweest. Zelfs al beleef je er shitty momenten, het komt allemaal goed en je hebt iets meegemaakt dat je nooit meer zal vergeten.
  4. Laat een beroepskeuze of studiekeuze niet afhangen van iemand anders. Niet van je relatie, niet van je ouders, niet van je vrienden. Beslis zelf. Jij moet het doen, niet die ander. Luister naar advies, maar volg toch je hart.

Relaties

  1. Ga je trouwen? Ben je echt verliefd? Wil je alleen maar die ene en niemand anders meer? Nooit? Kun je samen koken, samen op reis, samen voor iets of iemand zorgen zonder dat er meningsverschillen zijn? Ok, ga er dan voor en blijf moeite doen.
  2. Aandacht krijgen van iemand is niet hetzelfde als iemand die verliefd op je is.
  3. Het gras is niet groener aan de overkant. Ook dat gras zal verkleuren als je het geen mest geeft of niet goed verzorgt. En er staat daar ook onkruid.
  4. Heb je een relatie en vind je het zalig om samen dingen te doen? Fantastisch. Maar doe ook eens af en toe iets alleen, en laat dat ook toe bij de ander. Dan kun je er achteraf gezellig tegen elkaar over vertellen. Het is belangrijk voor je eigenwaarde én je zelfstandigheid. Verwaarloos je vrienden niet. Je zal ze nog nodig hebben.
  5. De beste relatie is met iemand die het beste in jou naar boven brengt. Iemand die je kwaliteiten waardeert en die je ook stimuleert om er méér mee te doen. Doe dat dan ook met die ander.

 

Ik kan nog wel een tijdje doorgaan. Het is ongelofelijk hoe snel ik dit allemaal heb neergeschreven en ik verbaas mezelf dat ik zoveel wijsheden wil meedelen. Ik heb de waarheid niet in pacht hé, je gaat misschien niet met mij akkoord. Ik ben wel benieuwd naar jullie eigen levenswijsheden, misschien kan ik er ook nog wat van leren.

July2011 New Semi-Final