radio

Tiny’s muziek op reis

Een paar jaar geleden schreef ik al over herinneringen aan bestemmingen en landschappen en de muziek die ik dan daarbij hoor: Tiny en haar (reis)muziek.

Nu reed vooral mijn vriend naar de Dolomieten en terug en vroeg ik vaak: “Wat moet ik opleggen?” Dat woord opleggen dateert nog van de tijd waarin we een LP namen en hem op de draaitafel moesten leggen. Maar ’t was al gelijk, zei hij.

Na een paar podcasts (Relaas, Echt gebeurd, Thank you boomer,…) kwam ik bijna automatisch terecht op de Tijdloze Playlist, daar kun je weinig verkeerd mee doen. Veel rock, maar ook veel oude nummers, ideaal als afwisseling voor een afwisselend landschap.

We zeiden niet veel tijdens de autorit en dat hoeft ook niet. Genieten van het landschap, het stuur controleren en ondertussen je gedachten laten dwalen naar waar ze willen. De tijd vloog voorbij. En opnieuw realiseerde ik me, dat echt élk nummer samenhangt met ofwel een persoon, ofwel een gebeurtenis, of een plek in mijn leven. Maar heel vaak een persoon. Een paar voorbeelden:

Stairway to heaven, twee herinneringen.

Eventjes over de eerste: ik werkte als vrijwilliger op de lokale radio en we organiseerden een avond met live muziek. Er kwam een band optreden en er waren allerlei gastoptredens en mijn goeie vriend die ook meewerkte en muzikant was, overtuigde mij om zélf eens te zingen. Ik heb toen voor de eerste keer, zomaar, zonder repeteren, dit nummer gezongen met een live-band op de radio. Geen flauw idee hoe dat klonk, want ik heb het nooit meer terug gehoord. Ik vrees: niet zo goed. Achttien was ik, geloof ik.

Over de tweede herinnering bij dat nummer schreef ik al eens, bij Tiny’s nachtmerrie.

Troy van Sinead o’Connor.

Het was uit met mijn lief, al meer dan een half jaar. Ik was er nog een beetje verliefd op, maar het zou nooit meer goed komen. En op het onverwachte nodigde hij mij uit om samen op vakantie te gaan naar een Grieks eiland. Ik begreep er niks van, maar hij had absoluut geen bijbedoelingen, zei me zelfs meermaals dat ik zeker NIKS moest verwachten. En inderdaad, niks romantisch en hij had eigenlijk al een crash op een ander. In mijn hoofd had ik het idee om dit nummer voor hem te zingen, maar ik heb het nooit gedaan. “Do you love her? Is she good for you? Does she hold you like I do? Do you want me? Should I leave?…Oh, I love you God, I love you – I’d kill a dragon for you – I’ll die – But I will rise – And I will return – The Phoenix from the flame…” Ach, de passie, de machteloosheid, de kracht van dat nummer, jongens toch.

Cornflake girl van Tori Amos.

Het is niet moeilijk om liedjes te linken met mensen die je kende terwijl je in een radiostation werkte. Of wel? Er was ooit een conversatie in een brief, over dat ik een raisin girl was en geen cornflake girl – of was het net omgekeerd. Iets over niet passen tussen de gewone meisjes… Hé? Ikke? 😉 Van dit liedje kan ik linken naar nog wel tien andere nummers die allemaal met dezelfde persoon te maken hebben. Een hele playlist kan ik samen stellen. En néé, dat gaat totààl niet over eens een slow dansen op een bepaald liedje. Het was ingewikkeld. Mijn gedachten gingen tijdens de autorit met mij op de loop, van Brugge naar Knokke naar Zuid-Engeland langs de Dordogne. Ingewikkeld, quoi?

Ik kan nog een tijdje doorgaan, als muziekfreak. Wellicht hebben jullie dat ook wel, dat je bepaalde liedjes linkt aan een bepaalde persoon? En omgekeerd, mensen die mij een beetje kennen, hebben misschien een liedje waarbij ze aan mij denken?

Tiny’s taalgevoel: Italiaans

Ik schrijf dit in volgorde van de talen die ik leerde: Nederlands, Frans, Engels, Duits,…

Ha, je dacht dat het gedaan was zeker, met die serie over taalgevoel. Je bent een taal-nerd of niet hé, we gaan door. Ergens in de jaren negentig woonde ik in de Ganzenstraat in Brugge en werd er door het wijkcomité taalles Italiaans georganiseerd quasi schuin tegenover mijn voordeur. Een half jaar lang zat ik dus op woensdagmiddag tussen de gepensioneerden, die vaak al een stuk méér konden van dat Italiaans dan ik. Maar omdat ik ooit twee jaar Latijn studeerde, was ik rap mee.

Op het einde van dat half jaar zijn we nog uit eten gegaan bij Trium, een Italiaans restaurantje in Brugge, vlakbij het Jan Van Eyckplein. Allemaal Italianen daar, die weinig Nederlands spreken en ook niet zo super vriendelijk zijn, maar kom. Daar oefenden wij in het echt ons Italiaans.

Waarom Italiaans? Tja, goh, euh, hmm. Je voelt me al komen zeker? Er hangt weer een knul aan vast, Tiny? Bwah, misschien.

Toch was ik al van begin jaren tachtig zot van het Italiaanse liedje Ti amo, van Umberto Tozzi. Blijkt dat het om een nummer gaat uit 1977:

Ik vond niet alleen de zanger erg mooi, maar ook de taal, de klank, de melodie,… en ik viel voor dat Italiaans.

Even doorspoelen naar 1983. In de zomer gingen mijn ouders, mijn vriendin en ik naar Hengelhoef. We liepen daar nog maar een dag rond of er liepen al twee jongens achter ons, die contact probeerden te zoeken. Nogal luidruchtig. Allebei waren ze stekezot van mijn vriendin (blond met blauwe ogen) en ik was zoals steeds de troostprijs. Want aan triootjes deden ze nog niet in de prille jaren tachtig, haha. Zij koos voor de ene, die van Turkse origine was, en wie er overschoot was… Mario. Denk aan een typische Italiaan, donkere krullen, schitterende lach, luid, verleidend,… ja, voilà, dat is hem. Was ik verliefd? Mwah, ik was gecharmeerd, daar zullen we het op houden. Af en toe klonk er een woordenstroom Italiaans tussen zijn Limburgs accent en wat was ik kwààd dat ik daar niks van begreep. Ik heb de laatste dag nog een zilveren ketting van hem gekregen met de woorden: “Jaa meisje,… ik ging die eerst aan uw vriendin geven, maar jaaa, gij zijt ook een lieveke,… dus die is voor jou, dan denk je nog eens aan Marioooo…” – de gladde aal. 🙂

Vandaar mijn cursus Italiaans, helaas is er niet al te veel van blijven hangen, maar ik begrijp wel veel en kan wel een paar zinnetjes uit mijn mouw schudden. Vooral één zinnetje. Of ja, zeg maar ZIN.

Solo una sana e consapevole libidine salva il giovane dallo stress e dall’azione cattolica

Komt uit een liedje van Zucchero. Toen ik destijds bij de radio werkte, wou ik per se zonder fouten deze titel kunnen uitspreken en ik heb daar héél goed op geoefend, zo erg dat ik het nu nog altijd kan aframmelen. En ja, ik weet wat het betekent.

Zo zat ik eens in Rome. Samen met mijn tienjarige zoon was ik daar op reis en zaten we ’s avonds pizza te eten tussen een gezellig groepje Italiaanse couchsurfers. Ze vroegen me of ik Italiaans kon, weinig, antwoordde ik maar toch snapte ik hun grapjes in het Italiaans en lachte mee. Waarop ze zeiden, ha je begrijpt toch Italiaans – en vroegen ter controle te vertalen in het Engels wat ze juist hadden gezegd. Ik zei, ja ik begrijp véél maar ik spreek het amper. Of ja, één zin, hahaha. Waarop ik bovenstaande zin afratel. Het gezelschap valt stil. Kijken mij allemaal met open mond aan. En beginnen dan luid te lachen: “Jààà, goed gelukt hoor meisje, zeggen dat je geen Italiaans spreekt en doen alsof, hahaha, we hebben je door, je kan wel degelijk Italiaans hé, hahaha!” Helaas dus.

Lago Trasimeno, 2013

Ik ben wel een aantal keren naar Italië op vakantie geweest. Naar Rome dus, met de zoon. Naar Milaan, naar het Comomeer, naar Sicilië (oh vertelde ik dat vulkaanverhaal al? Toen de IJslandse vulkaan uitbarsten en ik vastzat in Sicilië?) en in 2013 met mijn vriend naar Lago Trasimeno, één van de kleinere meren maar erg mooi. Heerlijk eten, heerlijk weer, lieve mensen.

Dit is de achttiende dag in #40dagenbloggen

Tiny’s taalgevoel: Engels

Ik schrijf deze reeks in volgorde van de talen die ik leerde spreken: Nederlands, Frans, en nu het Engels…

In de lagere school had ik al twee jaar Frans geleerd, maar ik kon er niks mee. Dat was wel even anders met het Engels, dagelijks luisterde ik naar Hilversum 3 voor de popprogramma’s (omdat ik niks naar mijn goesting vond op de BRT) en toen ik nog een kleine Tiny was, had ik ook nog nooit van lokale radiostations gehoord. Hilversum 3 stond altijd op en vooral Frits Spits in de Avondspits vond ik goed. Ook op televisie keek ik al van kleinsaf naar Toppop en Countdown.

Ik had het stilletjes aan wel gehad met Will Tura en Rob De Nijs, en kreeg mijn eerste echte eigen elpee: de soundtrack van Grease. Voor mijn Plechtige Communie kreeg ik een plaat van Boney M. Ik was ook zot van Queen en Cheaptrick en zong alle liedjes letterlijk mee, zonder al te veel te snappen waarover het ging. Toen ik amper twaalf was, ben ik een tijdje ziek geweest en ik zat een aantal weken thuis. Eenmaal de koorts weg, vond ik er niet beter op dan alle liedjes die ik graag hoorde, woord voor woord te noteren – als ik er geen platenhoes met de tekst van had. Mijn Engels was fonetisch, maar ik leerde er toch al snel de basis mee. De “dubbele rode” van The Beatles had een hoes met alle teksten op, die leerde ik uit mijn hoofd – zo leerde ik Engels. Ik keek naar Dallas en Dynasty, naar de films The Blue Lagoon en Grease en nog voor de jaren tachtig goed en wel begonnen waren, kon ik al redelijk wat verstaan.

Het eerste jaar Engels in de middelbare school was voor mij, eerlijk gezegd, a walk in the park. Ik vond het allemaal erg simpel en flauw, vond de grammatica wel interessant en was er snel mee weg. Het was een voordeel dat ik in Engels Tweede Taal zat, in een klein groepje want daardoor ging het tenminste wat vooruit. Maar voor mijn gevoel nog altijd super traag. Ik wou méér. Vanaf dat ik veertien was, heb ik bij mijn ouders de oren van het hoofd gezaagd om op taalkamp te mogen. Néén, niet met EF, dat bestond nog niet, of was toen ook al te duur, maar met een gelijkaardige organisatie. In de zomer dat ik 15 was, mocht ik mee: 17 dagen bij een gastgezin in Stirling, Schotland. Ja, ik leerde Engels in Schotland. Jaren later zei men mij wel vaker dat ik een Schots accent had. In de voormiddag was er taalles – van een echte Schotse, en in de namiddag waren er activiteiten. Ik vond het fantastisch en leerde héél veel bij.

Eenmaal terug op school moest ik in het vierde jaar veranderen naar Tweede taal Frans en zodoende Derde taal Engels, gevolg: NOG trager les. Abominabel niveau van de leerkracht, sorry mijnheer Snauwaert maar uw Engels was amper beter dan het mijne. Uw accent om bij te huilen. U hebt mij niks, maar dan ook niks bijgebracht.

De zomer van 1985, ik was toen zeventien, mocht ik terug op taalkamp, hooray! Deze keer naar Bournemouth, ik vertelde er al eerder over. Opnieuw enorm genoten en nog veel meer geleerd.

The Bournemouth-gang, beetje wazig in 1985. Ik ben tweede van links.

Pas in het vijfde en zesde jaar middelbaar had ik een strenge lerares Engels, die wel van wanten wist en ons extra oefeningen gaf, boekentips, poëzie leerde kennen… Daar was tenminste een uitdaging aan. Na het zesde middelbaar had ik echter mijn buik vol van talen en koos voor een totaal andere richting.

Toch bleef ik dromen van reizen naar Engelstalige landen, zeker naar de USA. Na mijn hogeschool schreef ik mij in voor een vrijwilligersproject: Camp Counselors USA, ik werd geselecteerd en mocht drie maanden naar Amerika, om er als vrijwilliger te werken in een zomerkamp voor mensen met een beperking. Ik schreef er al over hier.

Zoek me niet, ik sta er niet bij.

Op de foto: Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Engelsen, Nederlanders, Duitsers,… en ik leerde er niet alleen ongelofelijk veel Engels bij in alle verschillende accenten – maar natuurlijk ook ontzettend veel over werken met mensen met een beperking. Stond erg goed op mijn cv. 🙂

Engels is écht mijn tweede taal. Ik begon te dromen in het Engels, te denken in het Engels, want als je drie maanden lang alleen maar Engels spreekt, wordt dat een automatisme.

En reizen… goh hoeveel keer ben ik al niet in Londen geweest? Een keer of acht? Naar Ierland: vier keer. Bijna telkens alleen, bijna telkens zo goedkoop mogelijk, ik logeerde bij andere couchsurfers. Dat Couchsurfing mij nog véél meer Engels heeft bijgebracht, hoeft geen betoog. Engelstaligen kwamen logeren bij mij in Brugge en ik kon quasi overal ter wereld terecht voor een gratis verblijf – in ruil voor wat sociaal contact, samen koken, samen de stad in, samen op café. Nu zou ik er écht geld voor geven. Wat verlang ik terug naar die tijd.

50 shades of grey in Ierland…

Ik heb een tijdje voor de website van Couchsurfing gewerkt, in de good old days, toen ze nog werkten met vrijwilligers en het nog niet zo commercieel was als nu. Ik deed vertalingen: van het Engels naar het Nederlands, voor de website. Ik werkte mee met de support-afdeling om problemen achter de schermen op te lossen. En ik reisde me suf. Elk vrij weekend of vakantie was ik wel weg.

Moet ik ook iets schrijven over het hoofdstuk Engelstalige vriendjes? ‘k Zal het kort houden, ik heb een Schots vakantielief gehad in 1983, een Brit in Amerika in 1992 (die staat wel op die eerste foto maar je raadt toch nooit wie), en een Australiër tijdens de Couchsurf-periode. Ja, die van de apotheek. Wreed spectaculair was dat nu ook weer niet. Den Australiër was wel een schrijver, een dichter zelfs en ook hij heeft me heel veel geleerd – over de Engelse taal hé!

In 2017 reisde ik met mijn familie naar de USA voor een roadtrip, daar heb ik uitgebreid over geschreven, heerlijk om daar te zijn – en ik zou dit graag nog eens overdoen maar dan alleen met mijn lief.

En ja, ik wil ook graag nog terug naar Schotland, naar Ierland, en hopelijk geraak ik in mijn leven nog in Australië en Nieuw-Zeeland.

Engels is mijn lievelingstaal, dat was je vast al opgevallen.

Dit is de vierde dag van #40dagenbloggen