pareltje

Tiny hing de toerist uit in Villers-la-ville

Hoewel West-Vlaanderen ongelofelijk mooie plekjes heeft, heb ik het meeste ondertussen al wel gezien, Corona-gewijs. We hadden een weekend vrij en omdat hotels in steden zonder horeca nu niet meteen aanlokkelijk lijken, kozen we er voor om ’s morgens al vroeg te vertrekken, ontbijt en koffie mee te nemen, broodje halen onderweg en hopla, weg waren wij.

Op de site Walloniebelgietoerisme staan een twintigtal leuke wandelingen voorgesteld en daar hadden we eentje uitgekozen, niet de verste, maar wel een leuke. Laatst zagen we nog in het journaal dat er gewerkt wordt aan de spoorweg die dwars door de abdij loopt van Villers-la-ville en we zeiden nog: Daar zijn we nog nooit geweest!

De wandeling was echt leuk, een stil natuurgebied, veel bos, veel omhoog en omlaag maar niet té, en op het einde zie je de abdij weer liggen van op een hoogte.

We waren er al aangekomen voòr 10 uur en hadden toen nog plaats genoeg op de (gratis) parking. Dat is echt wel een tip, want als je pas na de middag arriveert, begin maar te zoeken – en zeker in het weekend.

Nu we hier toch zijn, dachten we, laten we dan maar meteen ook die abdij bezoeken ook. Verwoest ten tijde van de Franse Revolutie, maar al gebouwd in de twaalfde eeuw. Een imposant bouwwerk waar nog veel van overeind staat, het spreekt enorm tot de verbeelding. Interessant was ook de fototentoonstelling die er momenteel loopt.

Je betaalt 9€ per persoon om “binnen” te mogen, maar eigenlijk is alles gewoon buiten. Het domein is erg uitgebreid, dus al is er behoorlijk was publiek aanwezig, je hebt niet de indruk dat er een massa volk is. Corona-proof dus. Omdat het buiten is, hoef je ook niet te reserveren.

Raar genoeg hoorden wij wel tien verschillende talen spreken door de bezoekers, we zagen een groot aantal Japanners (wel in hun eigen bubbel) en hoorden ook verschillende Amerikanen. Ik durfde niet vragen of het toevallig expats waren of écht toeristen. Bizar, momenteel toch.

De abdij van Villers-la-ville is ook erg gekend als typische trekpleister voor fotografen die er een reportage komen maken, huwelijksfotografen, modefotografen, je ziet er van alles.

Zeker aan te raden met kinderen (maar niet met kinderwagens want hier en daar wel moeilijke trappen). Ook de wandeling die we eerst deden is met stapgrage kinderen zeker goed te doen.

Zo waren we nog eens toerist in eigen land, we namen niet onze frigobox maar wel onze koffie zelf mee en hadden een écht leuke dag. Dikke aanrader.

Tiny en de goedkope truc

Nee. Niks over goochelen over truken van de foor. Goedkope truc in het Engels: cheap trick. Cheaptrick. Glamrock van de jaren zeventig. Het foute uurtje. I want you to want me. Ben je mee? Nee? Okee dan als het echt moet, bekijk dan eerst de originele versie. Of niet. Want het is ook een hele foute videoclip: het geluid is van de originele opname, maar het beeld is iets totaal anders. Terwijl je gillende Japanse meisjes hoort, zie je ongeïnteresseerde Britse tieners.

Maar hier wou ik het niet over hebben. Wel over een ander Youtube filmpje van een zeer getalenteerde man. Ooit al gehoord van Chase Holfelder? Nee?

Ik ook niet, tot iemand mij zijn Youtube-kanaal leerde kennen. Hij is een singer songwriter uit North Carolina en vond toevallig dat bepaalde nummers totaal anders gingen klinken (en vaak beter) als je ze omzette van majeur naar mineur.

Het verschil tussen majeur en mineur (voor de mensen die hun lessen notenleer al lang en breed vergeten zijn): majeur is een grote terts en klinkt eerder vrolijk, mineur is een kleine terts en klinkt vaak wat droeviger. Maar dit is wel erg kort door de bocht (muziekkenners, vergeef mij).

Chase Holfelder maakte van bovenstaand happy rocknummer een tragische smeekbede. Maar hij doet dat zo subtiel en met volledige overgave dat je het originele nummer bijna vergeet. Geniet ervan en ik ben benieuwd wat je er van denkt. Okee, toegegeven, naar het einde toe is het een beetje ‘over the top’. Maar de man heeft talent, als je dit op je eentje kan arrangeren, dan kàn je wel wat.

 

Tiny en het vergeten pareltje

Door op Spotify gewoon te luisteren naar alles wat enigszins aanleunt tegen mijn favoriete muziek, kwam ineens dit voorbij:

Even luisteren, het is geen video want er is niets te zien. Maar het is de originele versie uit 1976. Als je zoekt op Youtube vind je ook een versie van Boudewijn De Groot uit 2009, hij zingt het daar een paar noten lager. In 1976 was hij pas 32 jaar hé.

Vinden jullie niet dat Boudewijn op deze foto een beetje op Menck lijkt??

Vinden jullie niet dat Boudewijn op deze foto een beetje op Menck lijkt??

En er is ook een versie te vinden, gebracht door Deus, ter gelegenheid van Boudewijn’s vijftigste verjaardag in 1994. Deze versie vind ik vreselijk, ik was eerst van plan die hier ook te posten maar het verschil is veel te groot. Als je het per se wil horen, omdat je misschien fan bent van Deus, ga er dan maar gerust naar op zoek. En vertel me dan dat ik gelijk heb. 🙂

Terug naar het origineel, ik plak hieronder even de tekst integraal. Het is niét geschreven door Lennaert Nijgh, wat veel mensen denken omdat die zoveel voor Boudewijn heeft gemaakt, maar door de schrijver Gerrit Komrij. Wikipedia leert ons: “Het lied is een variant op de legende van de meermin (Sirenes, Lorelei). Annabelle is een meermin die zielsveel houdt van haar waterprins, maar haar meedogenloze natuur niet kan verloochenen. Ondanks haar grote liefde voor hem moet ze letterlijk zijn hart stelen. De even lieflijke als gruwelijke meermin schuilt ook nu nog in de donkerten van het water; “En nog altijd ruist de zee”.

Nog altijd ken ik het nummer uit mijn hoofd, de tekst is echt uitzonderlijk. Geniet er van.

Hij was twaalf, had rappe leden,
jongen uit de Hof van Eden.
Als hij lachte, lachten luidkeels
alle leeuweriken mee.
Met zijn blikkering van tanden,
met zijn marmerbleke handen
leek hij op een tere engel
uit een sierlijk bal masque.
Hij kon klaterhelder zingen
en zijn haar rook naar seringen.
Oh hij was een waterprins
die in zijn pak van goudlamee
was ontstegen aan de zee.

Zij was dertien, een gazelle,
en haar naam was Annabelle.
Annabelle noemden haar zowel
de hinde als het ree.
Met haar helderrode wangen,
met haar glinsterende spangen,
leek zij in haar gazen bruidsjurk
’t meest nog op een toverfee.
Blauw waren haar vreemde ogen,
blauw maar zonder mededogen.
Oh ze was een kleine meermin
die maar net van lieverlee
was ontstegen aan de zee.

Samen in het ochtendgloren
wandelden ze langs het koren.
Mild en zonder ze te storen
scheen het zonlicht naar benee.
En onder de roze stralen
kuste hij haar lippen dralend
en hij zei haar wonderwoorden,
zelfs het gras luisterde mee.
Op het horen van die woorden
week voor hen gedwee het koren
en het lispelde: wees welkom,
en bood doorgang aan die twee
zoals eens de Rode Zee.

Toen hij, op geblaf van honden,
dagen later werd gevonden,
lag de blanke prins geschonden
in het koren zonder fee.
Met zijn dode grote ogen
keek hij roerloos naar omhoog en
langzaam ritselde zijn bloed nog
uit een gruwelijke snee.
Niemand wist meer te vertellen
hoezeer kleine Annabelle
had gehouden van haar engel
uit het sierlijk bal masque.
Maar nog altijd ruist de zee.