opvoeding

Tiny en de 13 redenen #13reasonswhy

Of je nu ouder bent van een tiener, of je bent over tien jaar ouder van een tiener, of je was zelf ooit een tiener, dan kom/kwam je in aanraking met pesten. En als het helemaal niet mee zit, met zelfmoordgedachten.

Ga maar na: in je nabije omgeving heb je er zeker al mee te maken gehad, van dicht of van ver. De cijfers in België liegen er niet om, vooral jongeren hier in dit land zijn erg kwetsbaar. Hoe komt dit nu? En waarom zijn wij Belgen daar zoveel gevoeliger aan dan in onze buurlanden?

Als we alleen maar vergelijken met Nederland bijvoorbeeld, is het duidelijk dat wij Vlamingen enorme binnenvetters zijn. We spreken zelden over onze emoties. Jongeren zien altijd leuke foto’s op Instagram, Snapchat, Facebook maar er wordt amper gepraat over wat er zich écht afspeelt in hun hoofd. Eén op de drie mensen in België van 15 jaar en ouder voelt zich ongelukkig of heeft psychische problemen, zo blijkt uit de meest recente gegevens van de Gezondheidsenquête. Mensen klagen over slaaptekort door zorgen, ze hebben het gevoel voortdurend onder druk te staan en voelen zich mistroostig.

Pesten en zelfmoord wordt meer en meer bespreekbaar en dat is goed. Maar kinderen en jongeren krijgen amper houvast als het gaat om emotionele ondersteuning. Er moet al een serieus steekje los zijn eer je ziet als ouder, leerkracht, begeleider dat er iets misgaat met iemand. Ze zijn zo’n kei in het wegsteken van emoties, mijnheer.

30-13-reasons-why.w710.h473.2x

De serie op Netflix 13 reasons why maakt deze onderwerpen nog meer bespreekbaar en ook duidelijker. Zelfmoord is inderdaad een zeer complex gegeven en je kan nooit zeggen dat één iets de aanleiding was. In deze serie somt het hoofdpersonage 13 redenen op waarom ze een eind aan haar leven wil maken. Ze is zo slim om dat niet op Internet te zetten, er geen mp3-bestand van te maken, maar old school cassettes op te nemen en deze te sturen naar de personen die er mee te maken hebben.

Pesten bij jongeren, ach er wordt al zoveel over gepraat, zou je denken. Er wordt al zoveel aan gedaan. Het Pest Actie Plan en wat nog meer. Maar véél gebeurt zo subtiel. Iets wat duidelijk wordt aangetoond in de serie en dat vind ik er zo goed aan. Een lijst die wordt doorgegeven bijvoorbeeld, als grapje: wie heeft het mooiste kontje, wie het lelijkste? Wie heeft de mooiste mond, wie de lelijkste? Oh zo bekend voor mij. In het eerste middelbaar vond ik toevallig zo’n lijst in de klas, toen ik weer eens langer in de klas bleef hangen (zogezegd om op te ruimen, maar eigenlijk om de speeltijd te vermijden). Een opgerolde prop papier, verkreukeld maar nog zeer leesbaar. Wie is het mooiste meisje van de klas? Wie het lelijkste? En dan een lijstje met namen en streepjes er naast, een lijst om op te stemmen blijkbaar. Aan mij was die lijst in elk geval niet doorgegeven, maar ik stond er wel op.

Lelijkste meisje: Tiny (met zo’n 15 streepjes er naast)

En nee, ik toonde dit niet aan de leerkracht. Ik zei het aan niemand. Tot nu.

Had Awel toen al maar bestaan, ik zou er misschien naar toe gebeld hebben.

Denk je aan zelfmoord, ken je iemand die er aan denkt, heb je al zoiets meegemaakt en geraak je er niet aan uit? Praat er over. Met een vriend, met je lief, met iemand die je vertrouwt. Heb je niemand om mee te praten? Bel dan naar Tele-Onthaal of de Zelfmoordlijn. Je kan ook met hen chatten als je liever niet praat. Doen.

Ik was eventjes niet goed van de serie en het is jammer en een gemiste kans dat Netflix enkel verwijst naar hun eigen site enkel voor Amerikaanse hulp. Er werd vanuit Awel gevraagd voor een Vlaamse verwijzing maar dit werd jammer genoeg afgeketst. Vandaar: het mag wel eens extra gezegd worden.

Zijn ze nu niet bang voor copycat-gedrag? Naar aanleiding van die serie is er ook een discussie losgebarsten: heeft dit niet het omgekeerde effect? Vooral voor jongeren die zelf aan zelfmoord denken en zich identificeren met het hoofdpersonage kan het bekijken van de serie een risico inhouden. Op de Zelfmoordlijn-site geven ze wel tips, ik ga ze niet opsommen maar lees ze even hier. Je weet nooit wanneer je het nodig hebt.

Nog een keer: doen.

Advertenties

Tiny keert terug (Dag van de zorg)

DSC_0187Vijftien jaar geleden nam ik afscheid van mijn collega’s en mijn “gastjes” uit het bezigheidstehuis. Tien jaar lang werkte ik als opvoedster in Oostende, bij mensen met een mentale handicap. Het werken in een leefgroep, omgaan met die mensen, hen helpen in het dagelijkse leven, vond ik fantastisch, ik deed mijn werk erg graag. Maar het gebrek aan inspraak, het stilstaan in een zorgwereld in verandering, dat maakte dat ik op zoek ging naar iets anders.

Ondertussen is er effectief toch heel veel veranderd, ook in datzelfde bezigheidstehuis. Naar aanleiding van de Dag van de zorg ging ik er nog eens terug. Gewapend met een pak zakdoeken want de vorige keer dat ik er op bezoek ging, werd het me emotioneel te veel: heimwee of nostalgie, ik weet het niet.

Nu sprak ik vooral met ex-collega’s, sommigen had ik inderdaad al vijftien jaar niet meer gezien. Enkelen waren zelf al met pensioen en kwamen ook eens kijken of werken er nog steeds, maar dan als vrijwilliger. Sommigen zijn al oma, iemand is na jaren alleenstaande mama met drie dochters toch opnieuw getrouwd, een ander werd recent weduwnaar,… De verhalen volgden elkaar op. Het was goed om iedereen eens terug te zien en te horen wat er zo allemaal is veranderd.

DSC_0189

Een blik op ‘mijn’ vroegere leefgroep

De kokkin vroeg of ik soms nog eens terug dacht aan die tijd. Ik zei haar, het komt zo vaak voor dat ik iets klaar maak en dat ik denk: dàt is iets wat zij me heeft geleerd. Dus ja, ik denk er nog regelmatig aan terug.

De leefgroepwerking gaat vooral nog ’s morgens en ’s avonds verder, want overdag zijn de meesten gaan werken in het dagcentrum. ‘In mijn tijd’ deden we vooral groepsactiviteiten, of ze  nu zin hadden of niet: gaan zwemmen, naar de markt, wandelen, creatief bezig zijn, en zo meer. Nu doen ze dit nog steeds maar gaan ze uit van de vraag van de cliënt. Er is sprake van een volwaardig burgerschapsmodel, wat zo veel wil zeggen als dat mensen met een beperking als volwaardige en evenwaardige burgers zich binnen de maatschappij kunnen bewegen. Wonen, werken en vrije tijd is veel meer opgesplitst. Werken gebeurt in een dagcentrum en niet meer in het tehuis. Vrije tijd is iets wat ze zelf kunnen bepalen, er wordt een waaier van activiteiten aangeboden en er is een vrijetijdsloket: waar ze begeleiding kunnen krijgen op zoek naar een invulling van hun vrije tijd.

DSC_0191

Een hele verbetering als je er over nadenkt. Ik herinner me nog hoe ik er een hekel aan had als het donderdagmiddag was en het “crea-namiddag” was. Zelf ben ik helemaal niet creatief, kan amper knutselen, noch breien of smyrna, en zoiets in gang steken was voor mij een marteling. Gelukkig had ik altijd wel creatieve collega’s en kon ik gewoon helpen waar het kon.