onderwijs

Tiny gaat NIET op vakantie

15/40dagenbloggen

Ja, ik ga wel op vakantie, maar pas in juli. Vandaag vertrek ik voor 24 dagen naar Tenerife en iedereen veel mensen wensten mij “prettige vakantie”. Maar néé! Ik ga voor een opleiding. En het wordt pittig. En néé, het is niet eens zeker dat het steeds mooi weer zal zijn, de vooruitzichten zien er niet fantastisch uit. Soms denk ik dat het zelfs in België nog iets zonniger zal zijn.

Ik zal een kamer delen met ene Emily (meer dan haar naam weet ik nog niet van haar), waarvan ik dus vermoed dat ze Engelstalig zal zijn en de grote vraag: Snurkt ze? zal pas morgen opgelost worden…

Alle lessen worden in het Engels gegeven (al een geluk dat het niet in het Spaans is) en daar zit ik nu eens geen beetje mee in. Mijn voorbije cursussen (mediatiecoach, yin yoga) waren ook in het Engels, dus dat hele vakjargon zit wel in mijn hoofd. Ik heb al gewerkt in Engelstalige landen en dénk soms gewoon in die taal. Goed mogelijk dat een van de volgende dagen ik in het Engels zal beginnen bloggen. Als dat zo is, heeft daar iemand een probleem mee trouwens?

Elke morgen sta ik wellicht al rond 6u op, om mijn morning pages te kunnen schrijven en rustig een kopje koffie te drinken, want om 7u begint ons programma al.

Als ik dat allemaal optel, dan kom ik aan acht uur effectieve lessen PER DAG! Da’s al de moeite denk ik dan. Dus nee, vakantie zal het niet worden. Gelukkig mag er tussendoor ook gegeten worden, alle fruit en groenten komen van finca’s in de buurt en zullen zo super vers zijn, daar kijk ik wel naar uit.

Als je dit leest, ben ik op weg – of ben ik er al. Eens zien of ik tussendoor tijd zal hebben om nu en dan een verslagje te typen en foto’s te posten. Bij voorbaat sorry als dit maar halfslachtig zou zijn….

Tiny kleurt (3/40dagenbloggen)

Toen ik tien jaar was, zat ik in het vierde leerjaar bij juffrouw Denise. Van alle leerkrachten vond ik haar de liefste. Toch heeft ze het op een dag bij mij een beetje verkorven.

Ik was een prent aan het inkleuren en voelde me super goed en rustig. De kleuren spraken me aan, het ging goed, en ik was blij. De juf kwam even bij me zitten, voor een gewoon gesprekje want dat deed ze wel vaker en ze vroeg me wat ik later wilde worden.

Door mijn gevoel van dat moment antwoordde ik spontaan: “Tekenares!” Waarop ze zei: “Maar jij kàn toch helemààl niet goed tekenen!” En ja, ’t is waar, ze had gelijk, ik kon en kàn nog altijd écht niet goed tekenen. Dus paste ik mijn antwoord aan en zei dat ik “Inkleurder” bedoelde, zoiets als wat ik nu aan het doen was. Dat zou toch ook wel een beroep zijn, dacht ik.

Ja, maar dan moet je wel héél precies kunnen werken. En ALTIJD mooi binnen de lijntjes kleuren. En snel iets kunnen afwerken. En de juiste kleuren kunnen kiezen. En heel goed kunnen zien.

Droom aan diggelen, want al die dingen kon ik niet. Of toch niet goed. En nog steeds niet.

En dat voor een lievelingsjuf.

Zuster Tiny

Toen we in Gullegem voor de kapel van OLV ter Troost zaten, had ik eigenlijk zin om een beetje naar dat Mariabeeld te staren. Noem het een meditatieoefening, noem het bidden, noem het wegdromen,… Noem het niks.

Maar mijn lief was mee en ik wou toch wat sociaal zijn…

Ik vroeg hem of hij nog zijn weesgegroetje kende. We geraakten allebei niet verder dan “Wees gegroet Maria, vol van genade… Moeder Gods bid voor ons…. nu en in het uur van onze dood, Amen.”

De rest is weggedoken in de diepe kronkels van ons geheugen. We zijn allebei katholiek opgevoed. Dat is te zeggen… ik ga nu even alleen voor mezelf spreken.

Ik ben altijd naar een katholieke school gegaan, zowel de lagere school als de middelbare school. Er was in die late jaren zeventig nog een zuster directrice en de school lag naast een klooster(tje). In het middelbaar liep hier en daar nog een zuster rond (want ook daar was een klooster naast: de zusters van Sint Andreas) maar er waren er geen meer die les gaven.

Mijn ouders dachten niet na over al dan niet katholiek zijn. Zolang mijn grootvader leefde, gingen we wel élke zondag naar de kerk. Ik heb mijn Eerste Communie gedaan, zes jaar later mijn Vormsel, en ik dacht daar niet over na. Dat wàs gewoon zo. Het interesseerde mij wel. Voor mijn achtste verjaardag kreeg ik een hele dikke kinderbijbel en ik kan met enige trots en volledige zekerheid zeggen dat ik die vol-le-dig heb uitgelezen. Alle bijbelverhalen werden eenvoudig verteld en ik vond dat leuk om lezen.

Mijn grootmoeder van vaders kant was veel strenger katholiek: daar werd gebeden voor elke maaltijd (een weesgegroetje) en ik kreeg een kruisje op mijn voorhoofd (godzegenenbewareje) voor ik daar ging slapen.

In de middelbare school kregen we 2 uur godsdienst per week. Vaak was dat saai, zeker begin jaren tachtig. Je moest een Bijbel hebben, een échte deze keer, met van die dunne blaadjes en daar moest regelmatig iets in opgezocht worden en besproken. Gelukkig had ik de eerste twee jaar een fantastische Godsdienstleerkracht. Ik geloof dat ze toen ook nog maar net in de twintig was en ze doorspekte al haar verplichte leerstof met tal van grappige verhalen.

Nadat ik van mijn acht jaar tot mijn veertien muziekles had gevolgd in de parochie, stopte ik daarmee maar ging ik wel in het jeugdkoor van de parochie. Daar werden vaak christelijke liedjes gezongen, regelmatig moest er een mis opgeluisterd worden met onze gezangen. Wel een toffe bende! Dus ja, zingen in het Latijn (miserere nobis en in excelsis deo) was mij niet vreemd. Toen ik een jaar of twintig was ging ik samen met mijn moeder in een écht koor en heb daar ook ettelijke jaren meegezongen met de alten. Niet alleen misgezangen, maar ook moderne stukken.

Ik ben getrouwd voor de kerk. Vooral vanwege de traditie en omdat ik dat per se wel wou en ook om mijn (toen nog levende) grootmoeder een plezier te doen. Ze kwam helemaal uit Wuustwezel om dat mee te maken. Ik schreef al eerder hier over mijn fantastische trouwdag. Ahum, kuch kuch.

Die godsdienstlerares in het middelbaar deed mij al snel nadenken, kritisch nadenken over het geloof. Waarom gingen we naar de kerk? Waarom dreunde iedereen hetzelfde zinnetje op? Waarom is die bijbel zo belangrijk? Is dat allemaal wel echt gebeurd? Hoe zit dat nu precies, die geschiedenis? Waarom maakt iedereen op heel de wereld daar zoveel tam tam over en zijn er zoveel oorlogen die ontstaan door een geloofsovertuiging? Mijn tienerbrein werkte overuren.

Ik werd agnosticus. Dat werd ik pas toen ik eenmaal doorhad wat het woord betekende: geen overtuiging hebben of er nu wel of niet een bovennatuurlijke macht is. Ik weet het niet. Ik weet het nog altijd niet. Ik lig er ook niet wakker van en ik ben zeer verdraagzaam. Ik geloof in de mens en in de goedheid. Dat is het antwoord wat ik gaf op de vraag “Bent u christelijk?” bij mijn sollicitatie in de school van Spermalie. En blijkbaar was dat goed genoeg want ik werd aanvaard.

Voor mijn werk kom ik regelmatig bij oudere geestelijken: in abdijen, kloosters, gebedshuizen… waar ze slechtziende of blinde paters of zusters hebben. Daar eenmaal binnen, komt er een rust over mij. Ik wil er altijd nog wel een beetje langer blijven. Die gebouwen zijn ook zo fascinerend. Die mensen zo kalm en vriendelijk, rustgevend. Op mijn werk weten ze al dat ze mij daar altijd naar toe mogen sturen. “Ah, de klant is een Norbertijn op pensioen? Een kloosterzuster van Sint-Jan? We sturen Tiny!”

Meditatie heeft op zich niks te maken met religie. In elk geloof wordt er wel gemediteerd, mantra’s gezongen of gebeden opgezegd. Als het hun rust of inzicht brengt, is dat toch al een dikke meevaller? “Mijn religie is vriendelijkheid“, zei de Dalai Lama.