nostalgie

Tiny en de vrienden van weleer

Beste vrienden en vriendinnen op Facebook en daarbuiten,

lieve mensen die ik al jaren ken,

weten jullie dat ik vaak van jullie droom? En dat het soms zo intens is?

Dat ik droom dat jij me belt, lieve vriendin, maar dan ben ik weer terug in mijn ouderlijk huis en mijn vader neemt op. Ik hoor dat jij het bent maar je houdt een heel gesprek met mijn vader. Ik blijf er wat rond hangen, maar blijkbaar vraag je niet om mij te spreken. Na een hele tijd ga ik naar mijn kamer en dan komt mijn vader vertellen dat jij het was, hoe het met je gaat, dat je een eitje aan het eten was, maar ik vind het alleen maar jammer dat ik je niet zélf heb gesproken.

Dat ik droom, lieve vriend die ik misschien al twintig jaar niet meer heb gezien, dat we inderdaad samen fietsen langs de Dudzeelse Steenweg, op weg naar de schaatsbaan in Sint-Michiels. Dat je me vertelt dat je niet meer kan schaatsen, maar dat je toch al weer kan fietsen. En ik ben zo blij want het is weer net als vroeger. En ik vraag me af of je nog al je herinneringen hebt, of als die door die mottige ziekte ook zijn weggevallen.

Dat ik droom van jullie alle drie, met wie ik urenlang heb zitten lachen vroeger, tot de tranen over onze wangen rolden, terwijl we radio maakten. Dat we terug in een café zitten, en het is niet donker maar klaarlichte dag, en we drinken koffie in plaats van pintjes, en we spelen een of ander stom kaartspel in plaats van Risk. Maar we zijn samen. En we praten noch lachen, maar het gevoel is er wel. We zitten dicht bij elkaar en die nabijheid voelt goed.

Dat ik na zo’n droom altijd eerst wakker word met een blij gevoel, ha, ze denken nog aan me. Dat ik daarna bijna onmiddellijk moet huilen. Want het is niet echt.

Dat ik, zoals nu, in alle vroegte naar beneden ga, omdat ik niet meer kan slapen en mijn droom nog zo helder is dat ze wil vast houden en opschrijven.

Dat deze dromen héél vaak terug komen en dat dit een terugkerend gespreksonderwerp is bij de psycholoog. Dat ik een vriendschap die uitdooft of verwatert, eerlijk gezegd bijna tien keer erger vind dan een verloren liefde. Want daar zit een eindpunt en meestal ook een reden aan vast.

Wisten jullie, lieve vrienden van weleer, dat ik dit al héél vaak wou schrijven, maar de woorden niet vond? Dat dit dromen mij wel geholpen hebben. Dat ik jullie nog altijd mis.

Schermafdruk 2019-10-04 06.56.30

 

Tiny en de Sint

Zwarte Piet! Wiedewiedewiet! ‘k Hoor je wel maar ‘k zie je niet!

Alle discussies over al dan niet zwarte Pieten ten spijt, ik was er vroeger dol op, heel die Sinterklaasperiode. Narda van Beaunino schreef er over hoe zij het mee maakte in Nederland en dat zette me aan het denken…

Mijn geloof in de Sint heeft niet zo heel lang geduurd. Ik was een jaar of acht en de Sint kwam bij ons thuis. Hij rook een beetje raar en ik zag dat zijn baard was vastgeplakt met kleefband, dus ik bleef beleefd en stil en gaf een handje, kreeg mijn kadootje maar dacht er het mijne van.

Op de lagere school was zes december een feestdag. In plaats van na de bel naar binnen te wandelen in rijen van twee, was er grote chaos, want af en toe verscheen een zwart gezichtje achter één van de zolderramen van het schoolgebouw. En wij maar roepen: Zwarte Piet! Wiedewiedewiet! ‘k Hoor je wel maar ‘k zie je niet! Opeens werd een raam open gedaan en gooide Piet met een massa picknickjes. Of hoe noemen jullie dat? Nic-Nacjes? 220px-Nic-Nacs2

Eenmaal terug in de klas was er op de gang een heleboel lawaai want Sint ging met een aantal van zijn Pietjes alle klassen rond, en er werd gefluisterd dat er elk jaar toch minstens één meisje die grote zak in moest. Ik heb het nooit gezien, maar het was een zeer hardnekkig gerucht en we waren toch wel een beetje bang!

Thuis keken we steevast naar de intocht van Sinterklaas in Nederland. Bij mijn weten kwam hij gewoon rechtstreeks van Spanje naar Amsterdam, of waar het dan ook was destijds. In elk geval met een boot en een heleboel lollige zwarte Pieten. Ik geloof dat Mies Bouwman de presentatie deed, een hele geestige show was dat.

En ja, de liedjes. Ik ken ze denk ik nog allemaal uit mijn hoofd. Sinterklaas kapoentje, Hoor wie klopt daar kinderen, Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht, Oh kom er eens kijken, en heel de playlist. 🙂

Ik was enig kind en moest nooit kadootjes delen met iemand anders, heel vaak kreeg ik wat ik graag wou, een Barbie of Lego (jawel!) of een gezelschapsspel. Van mijn oma altijd een kleurboek – en ik deed dat niet graag, maar ja. En speculaas en marsepein en mandarijntjes! Chocolade hoefde niet meteen voor mij, maar ik at het ook wel op.

Vele vele jaren later ben ik uiteindelijk toch naar Sinterklaas in Nederland gaan kijken. Couchsurfing organiseerde jaarlijks een Sinterklaasparty en later zelfs een Sinterklaasweekend. Voor sommigen klinkt het wellicht belachelijk, maar het was super om al die buitenlandse toeristen uit te leggen wat die traditie nu eigenlijk in hield. En iedereen deed vrolijk mee. Nooit iemand horen klagen trouwens over het feit dat het zwarte pieten gedoe racistisch zou zijn. Zelfs niet door de vele kleurlingen die net zo vrolijk mee feesten.

Mijn (Hollandse) baas bezorgt ons trouw elk jaar een kadootje van de Sint, benieuwd of ik dit jaar mijn chocolade op krijg vóór Pasen!

fullsizeoutput_34b

Nu dacht ik écht nog een foto te hebben van Tiny en Sinterklaas maar die is foetsie. Ik was wel héél blij met mijn verpleegsters outfit!

Tiny’s FAQ, deel 5: nostalgie vs melancholie

De heer Menck, die zelf wel wat donkere kantjes heeft, vroeg mij of ik eerder van het nostalgische type ben, of ik hunker naar het verleden. Een filosofische vraag, me dunkt.

En ook een beetje een open doel. Al vele keren mijmerde ik er hier op los: over dagboekfragmenten, oude reisfoto’s, kinderherinneringen, familiefoto’s, liedjes uit het jaar stillekes,… Dus ja, ik ben een nostalgisch beestje. Maar let op. Er is een merkelijk verschil tussen nostalgisch zijn en melancholisch.

Nostalgie, het woord is afgeleid uit het Grieksnostos = terugkeer en algos = droefheid, pijn, lijden) is het gevoel iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt. Dit uit zich in heimwee naar het (persoonlijke) verleden. Het is echter al lang geen medische aandoening meer, maar wordt meer beschreven als jeugdsentiment. Vaak gaat het over een romantisch beeld van het verleden, zijn negatieve herinneringen vervaagd en blijven de positieve over.

Melancholie, ook uit het Grieks: melas = zwart en chelo = gal, zwartgalligheid. Dit is een gemoedstoestand die neigt naar depressie en zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen. Een melancholisch persoon is moeilijker te “genezen” dan een nostalgisch persoon.

Waar sta ik nu tussen die twee gevoelstoestanden? Dat schommelt. Vooral in de donkere wintermaanden neig ik naar dat melancholische, denk ik dat het nu allemaal maar kut is en dat ik vroeger méér vrienden had, méér activiteiten, dat de liedjes en de films allemaal beter waren dan nu en dat het maar niet vooruit gaat.

Over het algemeen ben ik toch een positivo, met een neiging te vaak naar herinneringen terug te grijpen. Ik pieker vaak over vriendinnen die ik ben verloren, en herlees regelmatig mijn oude dagboeken. Alle brieven van oud-lieven heb ik nog, briefjes van op school, en ik kan ze maar niet wegdoen. Dan ben ik inderdaad nostalgisch. Maar wil ik terug naar die tijd? Néén. Echt niet. Ik ben de mindere kantjes ook niet vergeten, en weet wel dat ik nu héél veel heb om gelukkig te zijn. Het kan altijd nog beter, maar ach.