nostalgie

Wat Tiny vroeger las…

Ondertussen weten jullie wel dat ik veel lees. Altijd heb ik wel een boek bij de hand en het is het laatste wat ik doe voor ik ga slapen. Dat is eigenlijk nooit anders geweest.

De bibliotheek stond vroeger op 500 meter van ons huis en al meteen toen ik leerde lezen, had mijn moeder mij al wegwijs gemaakt. Zowat alle jeugdboeken heb ik daar verslonden, één of twee keer per week kon je mij in de bib vinden. Toen ik 12 was, begon ik al aan de volwassen romans, want die jeugdboeken waren zo kinderachtig. 🙂

Om één of andere duistere reden was ik wel gek op meisjesboeken uit “den ouden tijd”. Ik las Joop Ter Heul, Schoolidyllen, en Goud-Elsje. Vaak met een godsdienstige ondertoon, maar daar stoorde ik mij niet aan. Dat Goud-Elsje af en toe aan het bidden ging, opdat ze toch maar minder snel een grote bek zou opzetten, nam ik er maar bij – al rolde ik wat met mijn ogen.

Die serie werd al gepubliceerd in 1946 en bestond uit tien delen. Ik las ze allemaal en sommige zelfs meer dan één keer.

Joop Ter Heul, van Cissy Van Marxveldt, is nog ouder. Het eerste deel kwam uit in 1921 dus bijna honderd jaar geleden. Je kan het nog steeds bestellen bij bol.com trouwens. Joop, kort voor Josephine, is een bakvis in de jaren twintig in Nederland en het werd met veel humor geschreven, in tegenstelling tot de Goud-Elsje reeks, waar alles nogal saai en zoutloos leek. Ik vond Joop en haar vriendinnen hilarisch en vond het interessant om te lezen waarmee ze zich in die tijd zoal bezighielden.

Het boek Schoolidyllen, van Top Naeff, heb ik nog steeds. Gek hé. Even een fragmentje:

“Dààr,” zei Maud, terwijl zij de inhoud van zak: pralines, fondants, rozijnen en amandelen in Jets lessenaar stopte, “die heb ik voor je bewaard gisterenavond.”

“Ha, dank je, hoe aardig om aan mij te denken als je zelf middenin een fuif bent,” en Jet kreeg een kleur door dit bewijs van hartelijkheid. “Was ’t leuk?”

“Ja heel aardig”, wou Maud zeggen, maar Jeanne die juist binnentrad, voorkwam haar met een:

“O Jet, je hebt geen idee hoe dol ’t was! Verrukkelijk gewoon, ik heb de hele nacht geen oog dichtgedaan van de napret. Zeg, hoor eens…” en terwijl zij haar arm door die van Jet stak en haar een eindje meetrok, vertelde zij gauw, vol naïef geloof, al de flauwe onzinnige complimentjes die de heren het mooie ijdele gansje in de gretigluisterende oortjes hadden geblazen.

Toch schattig? Ze zijn al lang niet meer te vinden in de moderne bibliotheken. Té oubollig natuurlijk.

Toen ik twaalf was, las ik voor het eerst Anne Frank en was er helemaal ondersteboven van. Toen ik zestien was, las ik het opnieuw en ontdekte hele andere lagen in het dagboek. Toen ik achttien was, nog een keer, en opnieuw toen ik al moeder was. Het boek koester ik, doe ik nooit weg en blijft altijd een lievelingsboek. Niet alleen omdat het écht is, en een historisch document, maar omdat het ook verdomd goed geschreven is voor een 13-14-jarig meisje in die tijd. Ik heb ook een aantal boeken die ingaan op de details, ik heb de “Dagboeken van Anne Frank” met alle notities en verhaaltjes er bij, ik heb een boek met het verhaal van haar vriendin, die de Holocaust overleefde, ik heb de volledige biografie van Anne Frank en zo meer… Ik denk dat het ook door dit dagboek komt, dat ik zelf altijd ben blijven schrijven.

1001004007630763

Toen begon ik wat te puberen en ging ik met Konsalik aan de slag. De Duitse schrijver schreef honderden romans, met welluidende titels als  “Verloren in de Taïga“, “Vlucht uit het duister“, “Heet als de steppewind” en ja een heleboel “Liefde in...”-romans: in de Stille Zuidzee, in de groene hel, in de Caraiben, enzovoort… Laat ons zeggen dat ik de uitgebreide versie van mijn seksuele opvoedingsles dààr heb uitgehaald. heet als de steppewind

Het is al jaren geleden dat ik nog een Konsalik-roman in handen heb gehad. Misschien moet ik voor de volgende leesclub, als het mijn beurt is om boeken te kiezen, eens een paar van deze klassiekers voorstellen? De boeken lezen makkelijk, dat kan ik je wel vertellen. 🙂

Wie herkent hier boeken van? En wie durft er zijn hand op te steken en te zeggen dat hij/zij nog nooit het Dagboek van Anne Frank heeft gelezen? Ik kom het voorlezen bij je bed, als je daar niet snel verandering in brengt! 🙂

 

Advertenties

Tiny en Elvis

Op 16 augustus van dat jaar was ik negen en alleen. Niks nieuws want ik ben enig kind en zat wel vaker alleen op mijn kamer naar de radio te luisteren. Maar mijn vriendinnetje die twee huizen verder woonde, was met haar familie naar de Ardennen en eigenlijk miste ik haar verschrikkelijk. Alles deed ik samen met haar, naar de bakker, de slager, naar de bibliotheek, samen naar school lopen,… Zij was twee jaar ouder en had een zus die nog eens drie jaar ouder was. Dus haar muziekkeuze kwam vaak van haar oudere zus en ik vond alles goed wat zij goed vond. Elvis was één van haar favorieten en automatisch ook van mij.

Op de radio zegt de man van het nieuws dat de zanger Elvis Presley overleden is, hij was pas 42. Eigenlijk vind ik dat al behoorlijk oud, maar toch, hij was nog zo jong, zeggen de mensen. Ik ben in shock. Vooral omdat mijn vriendin er niet is en ik haar niet kan troosten. Meteen neem ik pen en papier en schrijf een brief waarin ik haar het trieste nieuws meedeel. De Ardennen, voor mij is dat een andere planeet, en ik vrees dat ze daar ook geen radio hebben, dus ik moet haar voorzichtig inlichten…

Ik heb toen in de loop der jaren al zijn films gezien, kende heel veel liedjes uit mijn hoofd, kocht een aantal platen en zijn poster hing ook op in mijn kamer. Wel van toen hij nog jong en knap was…

Valerie schreef ook al over Elvis, maar was te jong om dit bewust mee te maken en vroeg welke nummers ons vooral waren bijgebleven. Ik denk meteen aan deze zotte opname van “Are you lonesome tonight?” – eigenlijk een klef nummer, maar deze versie vind ik hilarisch. In het midden van het nummer krijgt Elvis de slappe lach, wellicht vind hij de uithalen van achtergrondzangeres uitermate grappig – maar hij doet verder en maakt het nummer af. Je hoort het zelden, vandaar dat ik het even deel:

 

Een heel mooi liefdesliedje vind ik “Can’t help falling in love”, Zo eenvoudig en klein, hij bracht dit in de film Blue Hawaii:

De eerste optredens op televisie brachten een schokgolf teweeg in puriteins Amerika, zijn dansbewegingen waren zogezegd erotisch en schunnig, maar hij werd er wel beroemd mee. Dan hadden ze het vooral over wat hij deed tijdens het zingen van “Hound dog”, ook een tof rocknummer:

 

Graag sluit ik af met een nummer van Robbie Williams, volledig gewijd aan Elvis Presley, en zijn tragisch einde:

There’s no earthly way of knowing
What was in your heart when it stopped going
The whole world shook a storm was blowing through you

Waiting for god to stop this
And up to your neck in darkness
Everyone around you was corrupted
Saying something

There’s no dignity in death
To sell the world your last breath
We’re still fighting over
Everything you left over

I saw you standing at the gates
When Marlon Brando passed away
You had that look upon your face
Advertising space

Tiny en de ideale man

Toen ik een jaar of achttien was, met al een paar verkeerde keuzes in de liefde achter de rug, maakte ik voor mezelf een opsomming wat dan wel een goeie keuze zou zijn. Aan welke criteria zou mijn toekomstige man moeten voldoen?

Ik schreef ze op en echt waar, telkens als ik iemand leerde kennen voor wie ik gevoelens ontwikkelde, bekeek ik dat briefje en ging ik puntjes tellen. Hoe onnozel kun je zijn? Niet dat ik ooit iemand heb afgewezen op basis van dat lijstje echter…

img_6769

De goeie eigenschappen die er echter NIET opstonden, die zijn achteraf veel belangrijker gebleken. Maar hier dan toch, een overzicht van wat ik wou toen ik 18 was:

  1. tussen 1m70 en 1m90 (Blijkbaar was dat een issue, gezien de eerste plaats op het briefje – ach da’s ook relatief gebleken, maar toch wel leuk als de man wat groter is)
  2. tussen 18 en 30 (da’s ruim gerekend, nu zou ik eerder zeggen alles tussen tien jaar jonger en vijf jaar ouder, hihi – toen wou ik geen jong piepkuiken)
  3. slank, lichtjes gespierd (oftewel: geen body builder en geen bierbuik –  een ‘restaurantbuikje’ mag wel)
  4. mag een bril dragen als die past bij zijn persoonlijkheid (toch vriendelijk van mij hé)
  5. eender welk haar + ogen, liefst geen te kort haar (kaal was nog niet in de mode)
  6. heeft broers en/of zussen (geen idee waarom, ik wou wellicht ooit tante worden?)
  7. kleedt zich origineel en volgens eigen smaak
  8. woont niet al te ver van Kortrijk of Brugge (ik ging in Kortrijk studeren, vandaar. Toch wel goed gezien van mij om het nu in Wevelgem te zoeken)
  9. goede relatie met ouders (dat toont gewoon aan dat je in een warm nest bent opgegroeid of toch ongeveer en dat je nog geeft om wie je heeft opgevoed)
  10. gaat graag uit (ik ben nu eenmaal zelf niet echt een huismus)
  11. drinkt met mate (<10 pintjes/avond)
  12. rookt met mate of niet (liever niet dus, maar ik had er toen nog geen probleem mee)
  13. houdt véél van muziek, vele soorten (ja, dit had beter op de eerste plaats gestaan!)
  14. is op de hoogte van hedendaagse muziek (want stel je voor dat hij was blijven hangen in de sixties…)
  15. kan in de toon zingen, kan veel liedjes mee zingen (heerlijk als een man ook kan zingen, vind ik, maar ja, die zijn dun gezaaid)
  16. speelt een instrument (“och kind toch”, denk ik nu, da’s wel aantrekkelijk en handig als je in dezelfde band zit, maar absoluut geen garantie voor geluk)
  17. houdt van talen nl Engels, Duits, Italiaans (een Waal zou nooit een kans gemaakt hebben, vrees ik)
  18. kan goed dansen, is bereid mij te leren swingen (verdorie toch, ik kan nog altijd alleen maar goed swingen met een goeie vriend, de ex-gitarist, omdat die zo goed kan leiden – en een goeie leraar heb ik nog altijd niet gevonden)
  19.  kan Nederlands schrijven zonder fouten (op een verstrooide dt-fout of iets verkeerd typen uit verstrooidheid knap ik niet af, maar als je het verschil niet kent tussen men en m’n of jou en jouw… – oei!)
  20. heeft A1 gestudeerd of is dat van plan of is bezig, mag ook univ zijn (da’s wel een serieus vooroordeel, vind ik achteraf)
  21. houdt van psychologie en filosofie, is een goede mensenkenner (met andere woorden, een grote zaag… je kan ook overdrijven hé, maar dat wist ik toen nog niet)
  22. leest graag boeken en tijdschriften (twee per jaar is echt een minimum)
  23. schrijft graag brieven (laten we zeggen, terugschrijven op een mail is tegenwoordig ook al okee)
  24. schrijft gedichten (serieus? die moet ik nog altijd tegenkomen…)
  25. heeft ook al verschillende meisjes gehad (een beetje ervaring is toch wel meegenomen)
  26. is niet getrouwd, niet gescheiden (ja als 18-jarige zou ik daar toch wel eens raar van opkijken)
  27. houdt van lekker eten (ik had beter gezet: en kan ook goed koken!! Maar zover was ik toen zelf nog niet)
  28. reist graag, is avontuurlijk
  29. houdt van films bekijken (en niet de Rambo-serie, en geen Louis de Funés-toestanden alstublieft. Nu krijg ik weer de fans over me heen zeker?)
  30. is een beetje autoritair maar ook een beetje afhankelijk (uitleg: hij moet mij aankunnen)
  31. houdt van romantiek maar niet overdreven (elke zondag een hartje tekenen op een gekookt eitje télt voor bonuspunten. Mijn haar mooi over mijn schouders leggen ook.)
  32. is geïnteresseerd in mijn heden, verleden en toekomst (dat bleek toch wel een belangrijk puntje te zijn)
  33. kan goed opschieten met mijn vrienden (niet moeilijk, want ik heb alleen maar toffe, sociale vrienden)
  34. heeft zelf ook goeie vrienden (ah ja, want als ik met vriendinnen uit wou, kon hij zich dan ook amuseren met zijn maten)
  35. wil later kinderen (ik had een hele grote kinderwens)
  36. kan knutselen (elektrisch, hout, sanitair…) Ondertussen heb ik dat toch maar zelf een beetje geleerd, gelukkig
  37. zwemt graag
  38. is optimist (geen kniesoor of zielepiet alstublieft)
  39. spreekt geen Antwerps dialect (ik hoor sommige mensen al luidop lachen…)
  40. wil mij wel verleiden (ofwel: hij moet zelf ook een beetje moeite doen, ik heb genoeg gedaan, ’t is aan u)

Natuurlijk, de perfecte man bestaat niet, maar ik heb toch een behoorlijk geslaagd exemplaar op de kop kunnen tikken. Het heeft een tijdje geduurd en de nodige omzwervingen waren wellicht nodig, maar ik ben waar ik moet zijn. Allen die denken beter te scoren: te laat, sorry! 😉