nostalgie

Tiny en de Hollanders

Afgelopen week moest ik voor het werk naar Nederland. Niet zo bijzonder als je weet dat ons hoofdkantoor in Nederland staat.

Maar ik wou het even hebben over mijn Nederlands gevoel. Als je hier al langer mee leest, dan is je dat misschien al opgevallen, ik heb het wel voor Hollanders. Eigenlijk is het een half mirakel dat ik nog nooit ‘iets heb gehad’ met een Nederlander. Zelf ben ik trouwens ook een achtste: toevallig ontdekte ik ooit dat mijn overgrootvader in Nederland is geboren, zodoende. Stiekem (of net niet) ben ik daar wel trots op.

Mensen die vervallen in cliché’s zoals daar zijn:

  • krijg je dan een glaasje karnemelk bij je lunch in Nederland?
  • zal er wel lunch zijn, gierige Hollanders die geen Bourgondiërs zijn zoals wij?
  • ik zie je al staan in je klompen, lol 🙂
  • zag je nog veel sleurhutten op weg naar de Ardennen? 🙂
  • praat je dan ook een mondje Hollands?
  • haal je een kroketje uit de muur?

… daar krijg ik een punthoofd van. Even antwoorden:

  • nee ik kreeg toevallig netjes de keuze tussen een hoop soorten koffie of thee, en lekker fruitsap van Appelsientje
  • ja er was lunch, lekkere broodjes allerhande
  • ik ken geen enkele Hollander die nog klompen heeft thuis staan, die dingen zijn al een tijdje uit de mode en trouwens f*cking onhandig
  • dat viel ontzettend mee, het is ’t seizoen nog niet, denk ik. En ook wij Belgen zijn sterk in caravans sleuren. (Lees: cèrèvèn)
  • ja (hierover straks meer)
  • nee en ook nog nooit gedaan, waarom zou ik als onze frituur ze veel  lekkerder maakt?

Het is allemaal de schuld van mijn ouders, Mies Bouwman en Jos Brink. Oh en ook van Rob De Nijs en Frits Spits.

Toen ik opgroeide in de jaren zeventig en tachtig luisterden wij voornamelijk naar Hilversum 3 en keken wij bijna alleen maar naar Nederland 1 en 2. Johan en de Alverman, move over. Zelfs het nieuws kende ik enkel van de Nederlandse zenders. Ik zal vast wel wat gemist hebben maar ik werd er ook veel rijker van, qua cultuur zeg maar.

Als kind begon het al: Tita Tovenaar, Swiebertje, De Fabeltjeskrant, De Bereboot, Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?, Pommetje Horlepiep, De show van Ome Willem, De grote mijnheer Cactus show,…

En muziekprogramma’s: Toppop, Countdown, de Top 50, de Avondspits, veel meer bestond er niet voor mij. Die ellendige BRT Top 30, ik vond het vreselijk. Op vrijdagmiddag luisterde ik samen met mijn moeder naar de Nederlandstalige top tien en ik dweepte niet alleen met Rob, maar ook met Frank Boeijen, Doe Maar, Normaal, Toontje Lager, en nog een aantal. Néé, ik was geen fan van Corry Konings, of André Hazes of (oh my god) Hepie en Hepie. Google it, baby. 🙂

Maar ook cabaret vond ik fantastisch: Wim Kan, Wim Sonneveld, Toon Hermans was mijn held, André Van Duin in vroeger jaren, de Mounties,… En toen zag je ook nog leuke toneelstukken op televisie, en musicals! Zo blijf ik nog wel even doorgaan.

Vind je ’t gek dat ik dan héél snel het Nederlandse accent oppikte? Dat ik het feilloos kon en kan spreken? Dat in Nederland geen kat vermoedt dat ik Vlaamse ben, zolang ik dat volhoudt?

Dat mijn lief mij kwaad aankijkt echter als ik in dat Hollands verval? En dat ik mij wat in houd als ik met mijn Nederlandse collega’s aan de telefoon zit, wanneer een Vlaming meeluistert? Omdat ik de rare blikken ondertussen al wat gewoon ben. Ja, sorry, ik spreek Hollands met de Hollanders, en Limburgs met de Limburgers. Lach mij maar uit. Aan Antwerps doe ik niet, zo ver ga ik nu ook weer niet – tegen mensen uit die provincie haal ik mijn gekuiste versie van het Vlaams boven. 😉

Stiekem supporter ik een beetje mee voor het Nederlands elftal bij het EK of WK. Tenzij het België-Nederland is, dan ben ik keihard gewoon Belg.

Tiny kijkt uit naar…

Het is nog geen mei en onze grote vakantie is al gedaan. En nu? Geen reisjes meer gepland, oei. Da’s ook niet van mijn gewoonte. We gaan dat hier een beetje forceren hé.

Welke andere leuke dingen komen er dan aan? Ik moet toch naar iets kunnen uitkijken…

  • 29 april is er een Golden Years party in Brugge. Je kent het al hé, geef mij wat jaren tachtig muziek (of ouder) en ik ben vertrokken voor een lange nacht op de dansvloer. Als je mij eens in het echt wil zien, trek uw dansschoenen aan en kom mij zoeken. Moeilijk zal ’t niet zijn: ik ben dat meisje (kuch) dat staat te dansen gelijk een zotje en dat weg loopt naar ’t toilet als Michael Jackson speelt. 🙂
  • 1 mei is er weer Red Rock Rally in Brugge. Hopen op mooi weer, want eerste festivalletje buiten en hopen op veel vrienden en vriendinnen. Trakteer mij gerust een pintje!
  • 9 mei ga ik nog eens naar een optreden, ook al weer van een oude rocker: Paul Carrack. Wedden dat de helft van jullie niet eens weet wie die man is? Ik zal jullie een Youtube filmpje cadeau doen en wie weet rinkelt er dan een belletje:

  • Eind mei wordt mijn lief vijftig. Geen flauw idee wat we gaan doen. De kinderen zijn er, dus een romantisch weekend ontsnappen zit er niet in. Een surprise fuif ook niet, want ik zou niet weten wie ik moet uitnodigen. Ik verzin nog wel iets.
  • Half juni is er weer Graspop, ik schreef er twee jaar geleden zeer uitgebreid over, in drie delen zelfs. En nu gaan we opnieuw. Niet met een tentje, dat ziet oma niet zitten (hihi) maar we logeren in de buurt met Airbnb.
  • Ik zoek nog wat leuke dingen in juli…
  • Begin augustus is er weer Dranouter, en wist je ’t al? Doe Maar komt! DOE MAAR!! 🙂
  • Op 12 augustus komen er nog een paar helden uit mijn jeugd naar het Nostalgie Beachfestival: UB40, Boomtown Rats, Nik Kershaw,… en er moeten nog namen bijkomen, ik ben benieuwd.

Verder hoop ik dat er nog een en ander bijkomt, want je moet niet denken dat ik heel de zomer thuis ga zitten koekeloeren. Nee nee, Tiny gaat op stap! 🙂

Tiny keert terug (Dag van de zorg)

DSC_0187Vijftien jaar geleden nam ik afscheid van mijn collega’s en mijn “gastjes” uit het bezigheidstehuis. Tien jaar lang werkte ik als opvoedster in Oostende, bij mensen met een mentale handicap. Het werken in een leefgroep, omgaan met die mensen, hen helpen in het dagelijkse leven, vond ik fantastisch, ik deed mijn werk erg graag. Maar het gebrek aan inspraak, het stilstaan in een zorgwereld in verandering, dat maakte dat ik op zoek ging naar iets anders.

Ondertussen is er effectief toch heel veel veranderd, ook in datzelfde bezigheidstehuis. Naar aanleiding van de Dag van de zorg ging ik er nog eens terug. Gewapend met een pak zakdoeken want de vorige keer dat ik er op bezoek ging, werd het me emotioneel te veel: heimwee of nostalgie, ik weet het niet.

Nu sprak ik vooral met ex-collega’s, sommigen had ik inderdaad al vijftien jaar niet meer gezien. Enkelen waren zelf al met pensioen en kwamen ook eens kijken of werken er nog steeds, maar dan als vrijwilliger. Sommigen zijn al oma, iemand is na jaren alleenstaande mama met drie dochters toch opnieuw getrouwd, een ander werd recent weduwnaar,… De verhalen volgden elkaar op. Het was goed om iedereen eens terug te zien en te horen wat er zo allemaal is veranderd.

DSC_0189

Een blik op ‘mijn’ vroegere leefgroep

De kokkin vroeg of ik soms nog eens terug dacht aan die tijd. Ik zei haar, het komt zo vaak voor dat ik iets klaar maak en dat ik denk: dàt is iets wat zij me heeft geleerd. Dus ja, ik denk er nog regelmatig aan terug.

De leefgroepwerking gaat vooral nog ’s morgens en ’s avonds verder, want overdag zijn de meesten gaan werken in het dagcentrum. ‘In mijn tijd’ deden we vooral groepsactiviteiten, of ze  nu zin hadden of niet: gaan zwemmen, naar de markt, wandelen, creatief bezig zijn, en zo meer. Nu doen ze dit nog steeds maar gaan ze uit van de vraag van de cliënt. Er is sprake van een volwaardig burgerschapsmodel, wat zo veel wil zeggen als dat mensen met een beperking als volwaardige en evenwaardige burgers zich binnen de maatschappij kunnen bewegen. Wonen, werken en vrije tijd is veel meer opgesplitst. Werken gebeurt in een dagcentrum en niet meer in het tehuis. Vrije tijd is iets wat ze zelf kunnen bepalen, er wordt een waaier van activiteiten aangeboden en er is een vrijetijdsloket: waar ze begeleiding kunnen krijgen op zoek naar een invulling van hun vrije tijd.

DSC_0191

Een hele verbetering als je er over nadenkt. Ik herinner me nog hoe ik er een hekel aan had als het donderdagmiddag was en het “crea-namiddag” was. Zelf ben ik helemaal niet creatief, kan amper knutselen, noch breien of smyrna, en zoiets in gang steken was voor mij een marteling. Gelukkig had ik altijd wel creatieve collega’s en kon ik gewoon helpen waar het kon.