nostalgie

Tiny en de Sint

Zwarte Piet! Wiedewiedewiet! ‘k Hoor je wel maar ‘k zie je niet!

Alle discussies over al dan niet zwarte Pieten ten spijt, ik was er vroeger dol op, heel die Sinterklaasperiode. Narda van Beaunino schreef er over hoe zij het mee maakte in Nederland en dat zette me aan het denken…

Mijn geloof in de Sint heeft niet zo heel lang geduurd. Ik was een jaar of acht en de Sint kwam bij ons thuis. Hij rook een beetje raar en ik zag dat zijn baard was vastgeplakt met kleefband, dus ik bleef beleefd en stil en gaf een handje, kreeg mijn kadootje maar dacht er het mijne van.

Op de lagere school was zes december een feestdag. In plaats van na de bel naar binnen te wandelen in rijen van twee, was er grote chaos, want af en toe verscheen een zwart gezichtje achter één van de zolderramen van het schoolgebouw. En wij maar roepen: Zwarte Piet! Wiedewiedewiet! ‘k Hoor je wel maar ‘k zie je niet! Opeens werd een raam open gedaan en gooide Piet met een massa picknickjes. Of hoe noemen jullie dat? Nic-Nacjes? 220px-Nic-Nacs2

Eenmaal terug in de klas was er op de gang een heleboel lawaai want Sint ging met een aantal van zijn Pietjes alle klassen rond, en er werd gefluisterd dat er elk jaar toch minstens één meisje die grote zak in moest. Ik heb het nooit gezien, maar het was een zeer hardnekkig gerucht en we waren toch wel een beetje bang!

Thuis keken we steevast naar de intocht van Sinterklaas in Nederland. Bij mijn weten kwam hij gewoon rechtstreeks van Spanje naar Amsterdam, of waar het dan ook was destijds. In elk geval met een boot en een heleboel lollige zwarte Pieten. Ik geloof dat Mies Bouwman de presentatie deed, een hele geestige show was dat.

En ja, de liedjes. Ik ken ze denk ik nog allemaal uit mijn hoofd. Sinterklaas kapoentje, Hoor wie klopt daar kinderen, Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht, Oh kom er eens kijken, en heel de playlist. 🙂

Ik was enig kind en moest nooit kadootjes delen met iemand anders, heel vaak kreeg ik wat ik graag wou, een Barbie of Lego (jawel!) of een gezelschapsspel. Van mijn oma altijd een kleurboek – en ik deed dat niet graag, maar ja. En speculaas en marsepein en mandarijntjes! Chocolade hoefde niet meteen voor mij, maar ik at het ook wel op.

Vele vele jaren later ben ik uiteindelijk toch naar Sinterklaas in Nederland gaan kijken. Couchsurfing organiseerde jaarlijks een Sinterklaasparty en later zelfs een Sinterklaasweekend. Voor sommigen klinkt het wellicht belachelijk, maar het was super om al die buitenlandse toeristen uit te leggen wat die traditie nu eigenlijk in hield. En iedereen deed vrolijk mee. Nooit iemand horen klagen trouwens over het feit dat het zwarte pieten gedoe racistisch zou zijn. Zelfs niet door de vele kleurlingen die net zo vrolijk mee feesten.

Mijn (Hollandse) baas bezorgt ons trouw elk jaar een kadootje van de Sint, benieuwd of ik dit jaar mijn chocolade op krijg vóór Pasen!

fullsizeoutput_34b

Nu dacht ik écht nog een foto te hebben van Tiny en Sinterklaas maar die is foetsie. Ik was wel héél blij met mijn verpleegsters outfit!

Advertenties

Tiny’s FAQ, deel 5: nostalgie vs melancholie

De heer Menck, die zelf wel wat donkere kantjes heeft, vroeg mij of ik eerder van het nostalgische type ben, of ik hunker naar het verleden. Een filosofische vraag, me dunkt.

En ook een beetje een open doel. Al vele keren mijmerde ik er hier op los: over dagboekfragmenten, oude reisfoto’s, kinderherinneringen, familiefoto’s, liedjes uit het jaar stillekes,… Dus ja, ik ben een nostalgisch beestje. Maar let op. Er is een merkelijk verschil tussen nostalgisch zijn en melancholisch.

Nostalgie, het woord is afgeleid uit het Grieksnostos = terugkeer en algos = droefheid, pijn, lijden) is het gevoel iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt. Dit uit zich in heimwee naar het (persoonlijke) verleden. Het is echter al lang geen medische aandoening meer, maar wordt meer beschreven als jeugdsentiment. Vaak gaat het over een romantisch beeld van het verleden, zijn negatieve herinneringen vervaagd en blijven de positieve over.

Melancholie, ook uit het Grieks: melas = zwart en chelo = gal, zwartgalligheid. Dit is een gemoedstoestand die neigt naar depressie en zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen. Een melancholisch persoon is moeilijker te “genezen” dan een nostalgisch persoon.

Waar sta ik nu tussen die twee gevoelstoestanden? Dat schommelt. Vooral in de donkere wintermaanden neig ik naar dat melancholische, denk ik dat het nu allemaal maar kut is en dat ik vroeger méér vrienden had, méér activiteiten, dat de liedjes en de films allemaal beter waren dan nu en dat het maar niet vooruit gaat.

Over het algemeen ben ik toch een positivo, met een neiging te vaak naar herinneringen terug te grijpen. Ik pieker vaak over vriendinnen die ik ben verloren, en herlees regelmatig mijn oude dagboeken. Alle brieven van oud-lieven heb ik nog, briefjes van op school, en ik kan ze maar niet wegdoen. Dan ben ik inderdaad nostalgisch. Maar wil ik terug naar die tijd? Néén. Echt niet. Ik ben de mindere kantjes ook niet vergeten, en weet wel dat ik nu héél veel heb om gelukkig te zijn. Het kan altijd nog beter, maar ach.

Tiny en de liedjes van de Côte d’Azur

Altijd als ik op vakantie ga, is er wel een themaliedje in mijn hoofd. Meestal zelfs meer dan eentje.

Toen we vorige week dinsdagochtend al vroeg in Marseille aankwamen, schoot het zot liedje van Rolling Stone Bill Wyman door mijn hoofd: “Je suis un rockstar“. De bassist van de Stones nam het op in 1981, meer als grap bedoeld, en eigenlijk is zijn Cockney French hilarisch. Hij woonde in de jaren zeventig in Saint-Paul-de-Vence, op een wipje van waar wij verbleven.

Tijdens onze wandeling over de rotsachtige kust aan Théoule-sur-mer liep ik zodoende met een zwaar Engels accent “Voulez-vous partir with me, and come and restez-là with me in France?”

DSC_0008

Toen ik op woensdag mijn ouders belde om te vertellen hoe het ging, en vertelde dat de Middellandse zee inderdaad blauw, zo blauw was, begon mijn moeder al meteen te zingen (het tweede liedje waar ik steeds mee in mijn hoofd zat):

Uit 1958, jawel! Heerlijk, toch?

Ondertussen dromen mijn lief en ik verder van een rustige oude dag, in het zuiden van Frankrijk, of in Italië of in Spanje. Voorlopig kunnen we nog niet kiezen en volgt mijn lief voor alle zekerheid toch al vast Spaanse les. Of ik dat liedje kende, vroeg hij me, dat in 1973 nét niet het songfestival had gewonnen “Eres tu?” En natuurlijk ken ik dat, duh! Ergens midden jaren tachtig was ik een halve songfestivalspecialist, dus ja. Hij had dat liedje moeten bestuderen in de les en kon dus meteen ook vertalen, erg interessant. Zodoende zat ik met dit Spaans liedje even erg in mijn hoofd als de vorige twee:

Past wonderwel tijdens een boottochtje over de baai van Cannes!

IMG_0342

Wat is het hier trouwens vreselijk koud geworden ondertussen! Meteen na thuiskomst haalde ik mijn winterpantoffels en dikke truien uit, en in plaats van een fris slaatje maakte ik een hutspot van spruitjes en spekjes! Ik vrees dat mijn winterdepressie extra hard zal toeslaan dit jaar.