muziek

Tiny en de liedjes van de Côte d’Azur

Altijd als ik op vakantie ga, is er wel een themaliedje in mijn hoofd. Meestal zelfs meer dan eentje.

Toen we vorige week dinsdagochtend al vroeg in Marseille aankwamen, schoot het zot liedje van Rolling Stone Bill Wyman door mijn hoofd: “Je suis un rockstar“. De bassist van de Stones nam het op in 1981, meer als grap bedoeld, en eigenlijk is zijn Cockney French hilarisch. Hij woonde in de jaren zeventig in Saint-Paul-de-Vence, op een wipje van waar wij verbleven.

Tijdens onze wandeling over de rotsachtige kust aan Théoule-sur-mer liep ik zodoende met een zwaar Engels accent “Voulez-vous partir with me, and come and restez-là with me in France?”

DSC_0008

Toen ik op woensdag mijn ouders belde om te vertellen hoe het ging, en vertelde dat de Middellandse zee inderdaad blauw, zo blauw was, begon mijn moeder al meteen te zingen (het tweede liedje waar ik steeds mee in mijn hoofd zat):

Uit 1958, jawel! Heerlijk, toch?

Ondertussen dromen mijn lief en ik verder van een rustige oude dag, in het zuiden van Frankrijk, of in Italië of in Spanje. Voorlopig kunnen we nog niet kiezen en volgt mijn lief voor alle zekerheid toch al vast Spaanse les. Of ik dat liedje kende, vroeg hij me, dat in 1973 nét niet het songfestival had gewonnen “Eres tu?” En natuurlijk ken ik dat, duh! Ergens midden jaren tachtig was ik een halve songfestivalspecialist, dus ja. Hij had dat liedje moeten bestuderen in de les en kon dus meteen ook vertalen, erg interessant. Zodoende zat ik met dit Spaans liedje even erg in mijn hoofd als de vorige twee:

Past wonderwel tijdens een boottochtje over de baai van Cannes!

IMG_0342

Wat is het hier trouwens vreselijk koud geworden ondertussen! Meteen na thuiskomst haalde ik mijn winterpantoffels en dikke truien uit, en in plaats van een fris slaatje maakte ik een hutspot van spruitjes en spekjes! Ik vrees dat mijn winterdepressie extra hard zal toeslaan dit jaar.

Advertenties

Tiny’s eerste festival

Nog maar eens duiken in mijn herinneringen van dat magische jaar 1984.

Rock Werchter was toen nog Torhout/Werchter. Op zaterdag één podium in Torhout, op zondag één podium in Werchter. Al een aantal maanden droomde ik van het festival, mijn allereerste festival en dan nog niet eens zo ver weg. Kamperen was helemaal niet nodig, want Brugge-Torhout is een moeiteloos te overbruggen afstand. Zelfs met de fiets (al had ik een brommertje).

Het plan was oorspronkelijk met mijn toenmalig lief te gaan, die had een auto en was zelf ook muzikant, dus ik zou in goed gezelschap zijn. Helaas, hij had ineens aangekondigd dat hij tóch niet zou gaan. En een week later was het uit. Oei, en nu? Mijn vriendinnen mochten helemaal niet gaan, eigenlijk kende ik bitter weinig mensen in mijn omgeving die naar Rock Torhout gingen.

Een week voordien hoor ik op de schaatsbaan (ja, die van het Boudewijnpark) dat een vriend van een vriend (die ik eigenlijk amper kende, maar wel te vertrouwen leek) ook zou gaan en dat hij gerust samen met mij wou gaan. Hij was een paar jaar ouder, maar zou met de fiets komen en mij oppikken. Okee, da’s beter dan niks en de dag erna kocht ik mijn ticket in de Bilbo.

De dag zelf was ik meer bezig met mijn outfit, mijn make-up en mijn oorbellen dan met nadenken wat ik zou meenemen. Dus: ik nam niks mee buiten mijn ticket, mijn jeansjas , een beetje geld en mijn lippenstift. Geen water, geen frigobox, geen eten. De vriend kwam mij ophalen, en zei tegen mijn ouders: “Ik zal er goed voor zorgen”, waarop ik dubbel plooide van het lachen. Hij had sandwiches met kaas en hesp mee en verder ook niet veel meer dan ik.

Ik herinner mij hoe overdonderd ik was toen we aankwamen op de weide. Zoveel mensen samen had ik nog nooit gezien, het ging mijn verstand bijna te boven. We installeerden ons ergens in het midden en ik heb van – heel – de – dag niet verder dan twee meter gewandeld. Ik durfde niet. Was bang dat ik onze plek nooit meer zou terugvinden. Ik ben dus ook geen eten gaan halen, en toen ik zowat scheurde van de honger was ik reuze blij dat ik een sandwich kreeg aangeboden van G., die vriend. En af en toe een slok van zijn cola.

De muziek. Hét belangrijkste want daarvoor was ik vooral gekomen. 070784torhout

Vooral Paul Young en Joe Jackson waren mijn favorieten. En het zijn die twee optredens die ik me nu nog steeds herinner. Tegen dat Lou Reed aan zijn optreden begon, had ik het al een beetje gehad. Het gezelschap was namelijk niet zo spraakzaam. We hebben de hele dag misschien vijf zinnen gewisseld. Het klikte dus van geen meter.

En het is eigenlijk doodzonde maar ik ben niet gebleven voor de Simple Minds. Ik ben – alleen – terug naar Brugge getuft, en heb nog een uurtje staan dansen in dancing Limelight vooraleer ik mooi terug op tijd naar huis ging.

Voila, mijn reputatie van de geboren rockbitch is hiermee volledig verpest, in 1984 was ik op veel vlakken nog een subbedutje. 🙂

Tiny’s nachtmerrie

Op een ochtend in mei word ik wakker. Het regent. Op zich niet zo verwonderlijk, want dit is tenslotte België. Alleen jammer dat het vandaag ook net mijn trouwdag is. Het ziet er naar uit dat het de hele dag zal regenen, en dat het nog koud is bovendien.

Ik rij nog vlug naar de Steenstraat in Brugge waar een parapluwinkel zit, daar hebben ze vast een witte paraplu die zal passen bij mijn wit trouwkleed. En ja, ze hebben er eentje, zelfs een hele grote.

De hele dag hou ik mijn wit jasje aan, jammer dat niemand mijn trouwkleed volledig zal zien, het is véél te koud.

De openingsmuziek in de kerk wordt gespeeld door mijn gitarist, hij speelt de intro van Stairway to heaven, maar hij trekt het zò lang dat we al tien minuten voor de priester staan en hij nòg bezig is. Verder zingt het koor, dat moet wel, want zowel mijn moeder als ik zelf zingen daar ook in mee. Beetje saai. Saaie priester ook.

Ik rij met mijn eigen auto, geëmancipeerd als ik ben, van de kerk naar de feestzaal. Er werd geen rijst gegooid, één, omdat het regent en twéé, omdat ik toch al zwanger ben.

In de zaal is er blijkbaar geen verwarming en iedereen heeft het de hele avond koud.

De openingsdans is het verkeerde nummer. De DJ stuurt nog iemand achter de juiste cd en ’s avonds laat wordt dan wel het juiste nummer gespeeld, maar ja, het moment is weg natuurlijk.

Ik zing in een groepje en we hebben beslist om op onze trouwavond ook een optreden te geven. Alles mislukt. Het geluid is barslecht. Iedereen speelt slecht of verkeerd, misschien zijn ze dronken, oh en ik zing vals. Nog nooit zo’n slecht optreden gegeven. Niemand danst.

Als ik tijdens de fuif wil dansen op supergoeie muziek – want verder is het echt wel een goeie DJ – kan dat niet, want de eerste mensen komen al afscheid nemen en gaan naar huis. En zo gaat het heel de avond door.

De fotograaf van dienst is een collega van mijn man, die heeft aangeboden om gratis een trouwreportage te maken, dat zou dan zijn cadeau zijn aan ons. Achteraf zien we tachtig foto’s van onze ringen tussen bloemetjes en plantjes, tachtig foto’s van zijn collega’s, vijf foto’s van mijn familie, geen enkele foto van mijn vrienden (waren die er eigenlijk wel?), één domme foto van het optreden, en drie domme foto’s van ons als koppel. Niks bruikbaars.

Het eten was lekker. Denk ik. Er was een walking diner maar ik heb eigenlijk geen tijd gehad om iets in mijn mond te steken.

Dan bleek het ook nog de verkeerde man te zijn met wie ik was getrouwd.

En nee, het bleek geen droom.