muziek

Tiny’s zoon, de rockster

Vrijdagavond trad Ed Sheeran op in een uitverkocht Koning Boudewijnstadion, het was met vuurwerk, een ronddraaiend podium en een vijfkoppige live band, maar naar ’t schijnt was het beste stuk toen hij heel alleen met zijn gitaar de laatste liedjes bracht.

Vrijdagavond was er ook een optreden van een lokaal groepje aan het Entrepot in Brugge. DORP is een soort pop-up zomerbar waar elke week jonge bands kunnen optreden. Het stond al een tijdje in onze agenda want er kwam een bekende optreden: mijn zoon.

Hij en ik, het is al een hobbelig parcours geweest: zij die mij al een tijdje volgen, weten dat. De algemene vraag van goedbedoelde kennissen naar zijn dagelijkse activiteiten is moeilijk te beantwoorden. Maar tegenwoordig zeg ik zoals hij het zelf verwoordt: hij is muzikant. En dat is ook zo. Al van jong ventje zong hij enthousiast mee, leerde hij wat pianospelen, leerde notenleer en volgde zang. Hij leerde zichzelf eerst bas en daarna gewone gitaar. Urenlang kan hij zich daarop concentreren. ADD, zeiden ze. Concentratieproblemen, zeiden ze.

Er was op privé-vlak een scheiding toen hij twee jaar was. En nog een nieuwe scheiding toen hij acht jaar was. Daarna was het een hele tijd gewoon hij en ik, maar eenmaal puber werd het niet makkelijk om een nieuwe man mee naar huis te nemen, zelfs al is het zo’n schat als mijn huidig lief. Samenwonen met twee vreemde kinderen en mijn zoon: out of the question. Na enkele holidays from hell zijn we daar niet eens aan begonnen. Hij ging alleen wonen toen hij achttien was, met veel hobbels en bobbels. En ik moest leren loslaten en me niet altijd moeien.

Ondertussen zijn we zeven jaar verder. Op Graspop kwam mijn zoon mijn lief tegen en hebben ze een uur zitten babbelen samen. Als ik op vakantie ga, dan gaat hij mijn ouders helpen. Als ik geluk heb, krijg ik, als we elkaar zien, zelfs een knuffel.

Dus nu kon ik eindelijk weer eens trots zijn. Hij stond daar op het podium, vulde samen met zijn vaste drummer en goeie vriend een drie kwartier durende setlist en was gewoon op zijn duizendste gemak zijn vrolijke zelf. Die bindteksten! Hilarisch. Dus ja, ik was een tevreden moeder die een beetje op de achtergrond naar haar rockende zoon kwam kijken. De mama van Ed Sheeran zal ook wel ooit zo begonnen zijn.

Tiny’s muziek op reis

Een paar jaar geleden schreef ik al over herinneringen aan bestemmingen en landschappen en de muziek die ik dan daarbij hoor: Tiny en haar (reis)muziek.

Nu reed vooral mijn vriend naar de Dolomieten en terug en vroeg ik vaak: “Wat moet ik opleggen?” Dat woord opleggen dateert nog van de tijd waarin we een LP namen en hem op de draaitafel moesten leggen. Maar ’t was al gelijk, zei hij.

Na een paar podcasts (Relaas, Echt gebeurd, Thank you boomer,…) kwam ik bijna automatisch terecht op de Tijdloze Playlist, daar kun je weinig verkeerd mee doen. Veel rock, maar ook veel oude nummers, ideaal als afwisseling voor een afwisselend landschap.

We zeiden niet veel tijdens de autorit en dat hoeft ook niet. Genieten van het landschap, het stuur controleren en ondertussen je gedachten laten dwalen naar waar ze willen. De tijd vloog voorbij. En opnieuw realiseerde ik me, dat echt élk nummer samenhangt met ofwel een persoon, ofwel een gebeurtenis, of een plek in mijn leven. Maar heel vaak een persoon. Een paar voorbeelden:

Stairway to heaven, twee herinneringen.

Eventjes over de eerste: ik werkte als vrijwilliger op de lokale radio en we organiseerden een avond met live muziek. Er kwam een band optreden en er waren allerlei gastoptredens en mijn goeie vriend die ook meewerkte en muzikant was, overtuigde mij om zélf eens te zingen. Ik heb toen voor de eerste keer, zomaar, zonder repeteren, dit nummer gezongen met een live-band op de radio. Geen flauw idee hoe dat klonk, want ik heb het nooit meer terug gehoord. Ik vrees: niet zo goed. Achttien was ik, geloof ik.

Over de tweede herinnering bij dat nummer schreef ik al eens, bij Tiny’s nachtmerrie.

Troy van Sinead o’Connor.

Het was uit met mijn lief, al meer dan een half jaar. Ik was er nog een beetje verliefd op, maar het zou nooit meer goed komen. En op het onverwachte nodigde hij mij uit om samen op vakantie te gaan naar een Grieks eiland. Ik begreep er niks van, maar hij had absoluut geen bijbedoelingen, zei me zelfs meermaals dat ik zeker NIKS moest verwachten. En inderdaad, niks romantisch en hij had eigenlijk al een crash op een ander. In mijn hoofd had ik het idee om dit nummer voor hem te zingen, maar ik heb het nooit gedaan. “Do you love her? Is she good for you? Does she hold you like I do? Do you want me? Should I leave?…Oh, I love you God, I love you – I’d kill a dragon for you – I’ll die – But I will rise – And I will return – The Phoenix from the flame…” Ach, de passie, de machteloosheid, de kracht van dat nummer, jongens toch.

Cornflake girl van Tori Amos.

Het is niet moeilijk om liedjes te linken met mensen die je kende terwijl je in een radiostation werkte. Of wel? Er was ooit een conversatie in een brief, over dat ik een raisin girl was en geen cornflake girl – of was het net omgekeerd. Iets over niet passen tussen de gewone meisjes… Hé? Ikke? 😉 Van dit liedje kan ik linken naar nog wel tien andere nummers die allemaal met dezelfde persoon te maken hebben. Een hele playlist kan ik samen stellen. En néé, dat gaat totààl niet over eens een slow dansen op een bepaald liedje. Het was ingewikkeld. Mijn gedachten gingen tijdens de autorit met mij op de loop, van Brugge naar Knokke naar Zuid-Engeland langs de Dordogne. Ingewikkeld, quoi?

Ik kan nog een tijdje doorgaan, als muziekfreak. Wellicht hebben jullie dat ook wel, dat je bepaalde liedjes linkt aan een bepaalde persoon? En omgekeerd, mensen die mij een beetje kennen, hebben misschien een liedje waarbij ze aan mij denken?

Tiny blikt terug op Graspop 2022

Vier dagen vlogen voorbij. Op donderdagmorgen vertrokken we met een volgeladen auto, waar onder andere twee fietsen in zaten, naar camping Berkenstrand in Retie, om van daaruit telkens te fietsen naar de festivalweide iets voorbij Dessel. Telkens een ritje van een klein half uur. Wij hebben geen fietsendragers op de auto staan, dus was het foefelen om alle bagage er in te krijgen, maar ’t was gelukt.

De camping was ook al drie jaar geleden geboekt, en voor amper veertig euro hadden we een mooie standplaats aan de vijver voor vier nachten. Heel rustig was het daar, ’s morgens hoorde je gewoon de vogeltjes fluiten en ook ’s nachts was het super stil. Zalig. We konden – als Graspoppers – er zelfs elke morgen een ontbijtje krijgen voor vier euro. Dan hadden we toch al goed gegeten vooraleer we vertrokken naar de weide.

Het festival ligt tussen industrieterreinen, dus omwonenden hebben amper ‘last’ van het festival. De lokale mensen daar werken bijna allemaal mee als vrijwilligers, want dat zijn verenigingen die volop hun leden laten meegenieten van het festival. Dus zowel de crew om het verkeer te regelen, mensen aan de fietsparking, die bij de ticketing, bedieners aan de bar, bij de toiletten, de milieucrew: duizenden vrijwilligers die vaak al zelf 40-plussers waren en daar met de glimlach kwamen helpen. Mooi om zien.

Mensjes kijken is daar trouwens een van onze favoriete bezigheden, wat je allemaal ziet! Veel kleurrijke figuren, pakweg 70% mannen, sommigen volledig verkleed (zelfs op de hete zaterdag!). Ik ging regelmatig zitten of zelfs liggen en amuseerde mij met rondkijken. Mijn lange brede zwarte sjaal deed dienst als ‘dekentje’ om op te zitten en op zaterdag heb ik diezelfde sjaal zo’n viertal keer kletsnat gemaakt met het gratis drinkwater om mijn hoofd en nek te verfrissen en te bedekken. Ik ben niét verbrand, want we hadden voldoende zonnecrème mee en gingen af en toe ook schaduw opzoeken of een band binnen (overdekte tent) beluisteren.

Op het nieuws hoorden we achteraf vertellen dat mensen héél lang moesten aanschuiven aan de kraantjes: onzin. Als je je een beetje strategisch opstelt, kun je zonder drummen binnen de vijf minuten aan drinkbaar water. Het lege waterflesje dat ik mee had, kwam ook vlotjes door de security – al mocht dat zogezegd niet, ze deden daar niet moeilijk over.

Oh ja, we kwamen voor de muziek natuurlijk! Ik heb vooral genoten van Iron Maiden, een groep die ik al ‘volg’ van toen ik twaalf jaar oud was, en die ik nog nooit live had gezien. Verder ook van Powerwolf, Europe, Foreigner, Whitesnake, Alestorm, Dropkick Murphy’s, Alice Cooper en minder bekende groepen zoals Creeper, Heilung, Sloper, en voor vele anderen iets bekend maar voor mij nieuw: de Noorse groep Dimmu Borgir.

Mijn lief was heel aangenaam verrast door Stake (uit Wevelgem), Amenra, Tiamat en Kadaver, hij gaat dan ook af en toe helemaal op de eerste rij gaan staan om volop van de ambiance te genieten (en crowdsurfers door te geven). Het is een vak apart. 😉

De laatste dag ben ik dan eindelijk ook mijn zoon tegen gekomen, die er goed uit zag, beetje verbrand maar tevreden en ik was erg blij om hem eventjes te zien. Ook op zondag kwam nog een vriendin met haar lief af, met haar ben ik samen naar wat optredens gaan kijken en onze vriendjes gingen dan vaak naar iets anders – meer hun smaak.

Dat viel mij opnieuw weer op: hoe goed wij samen naar een festival kunnen gaan als koppel. We doen regelmatig ons eigen ding, zelfstandig en onafhankelijk, maar spreken telkens weer af en hebben heel veel lol. Ook het kamperen gaat ons vlot af, het gebrek aan luxe vinden wij totaal geen probleem, en al draag ik vier dagen hetzelfde jurkje (omdat het zo makkelijk was), en was mijn haar een zooitje, hij vindt dat geen ramp. Als hij die ene nacht twee uur later dan ik terug was op de camping omdat hij nog per se een late groep wou zien, vond ik dat ook geen probleem.

En ja, ik ben een beetje moe. En ja, ik had vaak last van mijn rug (maar dan ging ik liggen of zitten, om het even waar zelfs). En ja, een festival is duur (maar de kaarten zijn al drie jaar geleden betaald) en het eten en de drank nog meer (maar we dronken veel gratis water en gingen zuinig om met onze muntjes). En ja, we gebruikten onze aangepaste oordoppen. En ja, ik merkte toch wel invloed na Corona: mensen staan minder tegen elkaar gedrukt en geven elkaar precies wel meer ruimte. En ja, er wordt door mannen nog altijd veel geluld (gezeverd) tegen vrouwen, maar daar doen ze dat op een respectvolle en grappige manier, gewoon teruglullen en lachen en je wordt nooit lastig gevallen. Altijd als ik ergens ging zitten of liggen, kwam er meteen random iemand aan me vragen of ik wel okee was.

Toch wel schatjes, die Graspop-mensjes.