muziek

Tiny draait: Music please…

Weer zo’n leuk overzicht gevonden in dit blogland, ik doe graag mee nadat ik het bij Vief, Samaja en Saturn9 had gelezen.

In te vullen zonder Google te gebruiken, daar heb ik nu eens geen enkele moeite mee, ik kan meerdere liedjes verzinnen voor één thema. Is er nog iemand verbaasd? Ha ha!

Something to Wear – Blue suede shoes van Elvis Presley.
Something to drink – Eééééén kopje koffie van VOF De Kunst (sorry, hoog oorwurmgehalte)
A PlaceNew York state of mind van Billy Joel
A food Peaches van The presidents of the USA

An animal– Twee motten van Dorus (want er mag toch ook eens gelachen worden en het mag ook uit een tijd komen toen ik nog niet geboren was, in 1957)


A Number One van U2. Of Be my number two van Joe Jackson. Of Three times a lady van The Commodores. Of Four times more van Elisa Waut. Alléé, deze laatste dan maar. Uit de tijd dat BH’s overrated waren. 😉


A Color – In a white room, van Cream. Of Whiter shade of pale van Procul Harum. Of Weisse Rosen aus Athen van Nana Mouskouri. Of White Horse van Laid Back. Of Zwart/Wit van Frank Boeijen. Ik zal maar niet aan de andere kleuren beginnen zeker?
A Girl’s Name – Martine van Louis Neefs. Of Martien van Toast. Of Tina van Rob De Nijs.


A Boy’s NameFrankie van Sister Sledge. Toevallig hé, zo net onder die Martine?


A Profession – Rue des Bouchers van Johan Verminnen? Of dat liedje over de juffrouw die de tandarts helpt, maar ‘k ga het jullie niet aandoen om de titel te vermelden, want dat zou trauma’s kunnen veroorzaken… Nee, ik kies voor iets lekkers, het kon ook bij Food gestaan hebben: Ice Cream Man van Jonathan Richman, uit 1977.


Day of the Week – Eight days a week van The Beatles, dan heb ik ze allemaal en dan is het ook een nummer. Of Friday I’m in love van The Cure. Of I don’t like Mondays van The Boomtown Rats. Of Ruby Tuesday van Rolling Stones?

Sorry, ik heb het waarschijnlijk verpest voor alle mensen die het nog zelf wilden invullen. Komop, je hebt nu een extra uitdaging, je kent vast nog meer liedjes en andere, moderne, hedendaagse! Succes!

Tiny en Roger

Het wordt bijna een serie: Tiny en Philip, Tiny en Paul, Tiny en wie nog allemaal….

Deze keer ben ik helemaal in de ban van Roger Daltrey en zijn nieuwe boek. Roger who? Ja, juist: die Roger van The Who. Als je nu nog eens zegt: “De wie-dadde??” haal ik je persoonlijk door de internetkabel. Ken uw klassiekers alstublieft!Roger2

Roger Daltrey is al sinds 1964 de leadzanger van The Who, die fameuze rockband die vaak beruchter was voor hun herorganiseren van hotelkamers, dan voor hun muziek. The Who, van een aantal toch super gekende nummers: My generation, Substitute, You better you bet, the rockopera Tommy, Pinball Wizard… Allee, hier eentje om je geheugen op te frissen:

(Let vooral ook op drummer Keith Moon die als een malle tekeer gaat, en kijk of zap naar het einde waar gitarist Pete Townsend zijn gitaar in frut slaat: dat werd als kunst beschouwd en was ook typisch voor de band!)

Enfin, Roger heeft nu een biografie geschreven en omdat ik hou van zelfgeschreven en zelfvertelde biografieën, kocht ik het audiobook op audible.fr en begon te luisteren. Roger vertelt het zelf, in zijn heerlijk sappig Londens accent (net als Phil Collins destijds), er zit humor in, het is niet saai, je leert er van bij, en als voormalig leadzangeresje van onbekende bands kon ik wel relateren aan wat ervaringen.roger3

Al vroeg in het verhaal deelt hij zijn mening over zingen: Er wordt bijna niet meer gezongen op straat of op het werk, overal speelt wel een radio. Die waren er vroeger niet (in de jaren vijftig) dus zongen de mensen vaak zelf. Of je nu goed kon zingen of niet, dat had geen belang. Zingen verbindt. Zeker als je in groep zingt, of het nu in een koor is, een vereniging, een vriendengroep,… Er komt een soort energie vrij als je zingt, en als je samen zingt, kom je in harmonie, je wordt er vrolijk van. 

Ik geef hem overschot van gelijk en zat in mijn auto te knikken als een gek.

Roger was in zijn jonge jaren echt een jonge hippie-god, blonde lange krullen, mooi gezichtje, bruin gebrand, atletisch,… Ja, ja, ’t zou gewerkt hebben bij mij.

Maar hij vertelt ook over het drugsgebruik in die jaren, de chaos op Woodstock, het ellenlange wachten vooraleer je op een podium moet en de saaiheid daarvan, zijn agressief gedrag en de gevolgen,… Toch is hij een van de weinige rockers die al sinds 1970 getrouwd is en nog altijd samen is met zijn Heather. Hoewel hij héél eerlijk toegeeft dat hij, tijdens maandenlange tours zonder echtgenote, niet altijd a good boy was. En dat er een verschil is tussen a shag when you’re lonely en falling in love with someone else. Maar dat hij ze nog altijd graag ziet, en zij hem. Schoon hé.

Roger had ook een filmcarrière én een solocarrière waar ik vooral dit nummer van heb onthouden, ik vind het nog steeds een prachtige love ballad:

Oh en nog een klein woordje voor de dertigers onder jullie, je denkt misschien dat Behind Blue Eyes van Limp Bizkit is, ha ha ha, nee zulle. Ook dit nummer is origineel van The Who:

Ik las eerder al de autobiografie van Bruce Springsteen, van Gene Simmons (Kiss), van Phil Collins, en ik wil er nog lezen. Alleen die van Robbie Williams vond ik saai. Misschien omdat het niet door hemzelf werd ingelezen maar door iemand die zijn stem nadeed. Raar. Als je nog tips hebt, dan ga ik op zoek of ze ook werden ingelezen door de schrijver zelf, want dat is toch een belangrijk verschil.

En ja, ik ben misschien een klein beetje geobsedeerd door muziek. 😉

Tiny en moeder’s radio

Mijn moeder werd vernoemd naar de Heilige Cecilia, want ze werd toevallig geboren op die naamdag. Wellicht was mijn grootvader overgelukkig met die timing, want de Heilige Cecilia is de patroonheilige van de muzikanten. Zelf was hij een begenadigd orgelspeler en grote muziekliefhebber. Zo werd de liefde voor muziek al snel doorgegeven.

Altijd was er een radio in huis. Toen ik kind was, stond er zelfs nog een oude bandopnemer, een radio in de keuken en iets later een platenspeler.

In de living stond het radiomeubel prominent te pronken in de living en dat is altijd zo gebleven. Ik mocht er niet aan komen, mijn vader ook niet, maar dat was helemaal zijn ding niet, hij bemoeide zich er niet mee en luisterde gewoon mee naar wat mijn moeder graag hoorde. Ofwel stond de radio op, ofwel lag er een plaat te spelen. Urenlang tot ’s avonds laat, tot ik al lang in mijn bed lag.

In de jaren tachtig kwam er een fancy stereotoren, en op het eind van de jaren tachtig natuurlijk ook een cd-speler, wij waren één van de eerste gezinnen met zo’n ding in huis, want muziekliefhebster als ze was, wou ze dat perfecte geluid per se hebben.

Ergens in de jaren negentig besloot mijn moeder dat het merk Bang & Olufsen het neusje van de zalm was en kocht ze een supermodern stereosysteem met vreselijk dure luidsprekers erbij. Ik snapte er niks van, want vond het een lelijk ding, maar zij was in de wolken met dat fantastisch geluid. Nu ja, in elk geval kreeg ik de afgedankte stereotoren, handig toen ik alleen ging wonen.

bang_and_olufsen_beomaster_3000

Ondertussen zijn ze verhuisd, is de Bucht & Overschot vervangen door een deftige Marantz versterker + radio en luisteren ze nog steeds naar peperdure maar fantastische luidsprekers. Maar onlangs ergerde ze zich meer en meer omdat de radio vaak storing gaf en werd ze meegesleurd in het verhaal van digitale radio.

Een tijdje terug kwam ik toevallig te weten dat ze eigenlijk niet meer naar de radio konden luisteren en dat de televisie ook “kuren” had. ’t Is kapot, zei ze. We kopen zo’n nieuw digitaal ding, zei ze.

Afgelopen week stond het nieuwe ding te blinken, samen met een nieuwe afstandsbediening. Ik herademde toen ik dat zag, want de knoppen leken in elk geval duidelijk voelbaar. (Waarom dat belangrijk is, lees je hier.) Maar tegenwoordig zijn dingen met knopjes voor mijn moeder net zo verwarrend als quantumfysica voor mij. Zelfs toen ik drie vierde van het ding afplakte met Scotch tape, kon ze niet meer onthouden welke volgorde van knopjes ze moest induwen of waar de preselecties (knop 1 tot 6) zich bevonden. Dus gaf ik mijn vader een snelcursus radio-bedienen, bij hem lukt het nog wel, al heeft hij zich daar nog nooit mee moeten bezig houden.

Vergis je niet: al die bovenstaande apparaten waren duizend keer ingewikkelder. Daar draaide ze haar hand niet voor om.

Maar nu wist ze gewoon niet meer hoe de versterker of de televisie aan te zetten, weet ze al een tijd ook niet meer precies op welke knop ze moet duwen om de telefoon op te nemen, is ze totaal vergeten hoe ze met haar computer moet werken, en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Woensdag gaan we samen naar de geheugenkliniek. Ik ga hier in de toekomst nog wel meer over vertellen, maar ik wou een begin maken. Als muziek je liefste hobby was, en je kan de radio niet meer aanzetten…

Ik weet niet hoe het verder gaat evolueren, maar het doet pijn om ze zo te zien, mijn mama.