melancholie

Tiny’s FAQ, deel 5: nostalgie vs melancholie

De heer Menck, die zelf wel wat donkere kantjes heeft, vroeg mij of ik eerder van het nostalgische type ben, of ik hunker naar het verleden. Een filosofische vraag, me dunkt.

En ook een beetje een open doel. Al vele keren mijmerde ik er hier op los: over dagboekfragmenten, oude reisfoto’s, kinderherinneringen, familiefoto’s, liedjes uit het jaar stillekes,… Dus ja, ik ben een nostalgisch beestje. Maar let op. Er is een merkelijk verschil tussen nostalgisch zijn en melancholisch.

Nostalgie, het woord is afgeleid uit het Grieksnostos = terugkeer en algos = droefheid, pijn, lijden) is het gevoel iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt. Dit uit zich in heimwee naar het (persoonlijke) verleden. Het is echter al lang geen medische aandoening meer, maar wordt meer beschreven als jeugdsentiment. Vaak gaat het over een romantisch beeld van het verleden, zijn negatieve herinneringen vervaagd en blijven de positieve over.

Melancholie, ook uit het Grieks: melas = zwart en chelo = gal, zwartgalligheid. Dit is een gemoedstoestand die neigt naar depressie en zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen. Een melancholisch persoon is moeilijker te “genezen” dan een nostalgisch persoon.

Waar sta ik nu tussen die twee gevoelstoestanden? Dat schommelt. Vooral in de donkere wintermaanden neig ik naar dat melancholische, denk ik dat het nu allemaal maar kut is en dat ik vroeger méér vrienden had, méér activiteiten, dat de liedjes en de films allemaal beter waren dan nu en dat het maar niet vooruit gaat.

Over het algemeen ben ik toch een positivo, met een neiging te vaak naar herinneringen terug te grijpen. Ik pieker vaak over vriendinnen die ik ben verloren, en herlees regelmatig mijn oude dagboeken. Alle brieven van oud-lieven heb ik nog, briefjes van op school, en ik kan ze maar niet wegdoen. Dan ben ik inderdaad nostalgisch. Maar wil ik terug naar die tijd? Néén. Echt niet. Ik ben de mindere kantjes ook niet vergeten, en weet wel dat ik nu héél veel heb om gelukkig te zijn. Het kan altijd nog beter, maar ach.

Advertenties

Tiny’s herinneringen

Je moet in het NU leven“, zegt de man. En: “Morgen kunnen we dood zijn. Dan hebben we nu in elk geval toch plezier gehad. Blijf nog even.”.

In een ander gesprek gaat het over al mijn dagboeken en brieven die ik al meer dan dertig jaar bij houd. Ze zitten allemaal in grote dozen op zolder en ik weet perfect welk schrift ik moet vastpakken als ik me iets wil herinneren over pakweg het jaar 1989. “Hou je dat allemaal bij? Ik heb nooit iets bewaard, het heden en wat er de komende dagen of weken gebeurt is zoveel belangrijker.

Waarom gaat het in deze blog ook zo vaak over herinneringen? Over dingen die meer dan dertig jaar geleden zijn gebeurd? Waarom vind ik dat zo belangrijk?

Eén ding is zeker: ik ben blij dat ik het ooit allemaal heb opgeschreven, want juist daardoor herinner ik me het nog. Ik ben er van overtuigd dat, door te schrijven wat je meemaakt, je geheugen ook wordt getraind. Dat het me iets gaat opleveren, als ik zeventig of tachtig ben.

Ten tweede ben ik er van overtuigd dat je enorm veel kan leren van je vroegere zelf. Hoe pakte je problemen vroeger aan, hoe ging je er mee om? Welke fouten heb je gemaakt en maakte je nog eens opnieuw? Wat heeft er jou gemaakt tot wat je nu bent? Jezelf beter leren begrijpen door terug te grijpen naar oude dagboeken en brieven? Volgens mij lukt dat.

Ten derde wil ik wel even melden dat het soms ook nefast kan zijn. Als ik inderdaad te lang blijf hangen in die herinneringen, als ik er niets mee doe in het heden, als ik wegdroom naar ‘hoe het vroeger was’. Het komt niet meer terug hé? En mensen veranderen. Die jongens en meisjes waar ik over schreef, die zijn er nog altijd en ik spreek ze nog wel, maar zij zijn ook veranderd. Ze zijn vaders en moeders geworden. Echtgenoten. En hopelijk hebben ze allemaal ook echt genoten. Van die tijd lang geleden en van wat nu is.

Het blijft altijd eventjes leuk om herinneringen op te halen, maar daarna moet je verder. Moet je weer nieuwe verhalen maken, samen of alleen. Met oude vrienden nieuwe dingen doen. Of omgekeerd.

Ik ga mijn best doen om meer in het NU te leven, maar die dagboeken en brieven doe ik nooit weg. Marie Kondo kan op haar kop staan.

Tiny en de moderne eenzaamheid

 

FullSizeRender (3)

Gezellig rond de tafel zitten, de kinderen vinden het maar saai. Eigenlijk vind ik dat ook vaak. Tenzij je dat met mensen kan doen die je niet vaak ziet en met wie je maar niet uitgepraat raakt.

Maar waar zijn al die mensen? Waar zijn die vierhonderd “vrienden” op Facebook? Als je alles al hebt gezegd tegen je lief of je gezin, en als je eens wil zagen tegen vrienden van vroeger of van straks. Wie stuurt er nog een sms naar iemand die je al lang niet meer hebt gehoord, gewoon om te vragen hoe het is? Ik geef toe, zelf doe ik dat ook niet vaak.

Eenzaamheid zit niet meer in een klein hoekje tegenwoordig, het is overal. Iedereen zit maar op een kluitje, toont aan de wereld hoe leuk ze het hebben, via Instagram, Twitter of Facebook en toch zijn we de grote helft van onze vrije tijd alleen. We kunnen urenlang bingewatchen, hoera er is Netflix en ja, het is heerlijk luisteren naar podcasts en oh wat lezen we veel boeken, kijk maar op Goodreads. Sociale media zijn misschien niet zo sociaal als we denken.

En ja ik ben inderdaad een introvert, die graag alleen is, maar soms wil ik wel eens wat meer interactie. Wil ik wel eens een avondje zagen en klagen tegen een vriend of vriendin die me weer met mijn voetjes op de grond zet. Die me misschien goeie raad geeft die al honderd keer tegen me is gezegd, maar die het ook niet beter weet. Die lacht en zegt dat we twee oude dozen zijn die nu al zeggen dat het vroeger beter was.

Ik mis de tijd van de Free Hugs en het Couchsurfen. Misschien soms te oppervlakkig maar de grote hoeveelheid sociale interactie deed mij ook deugd en plaatste mijn zelfvertrouwen terug op een hoger vuurtje. Het was natuurlijk ook in een tijd dat ik single was en op die manier veel andere gelijkgestemden ontmoette.

Ik mis Brugge, maar misschien heb ik daar ook een verkeerd idee over. Vroeger kwam ik altijd wel bekenden tegen, nu lijkt het of iedereen altijd binnen blijft zitten.

Ik mis soms de oude tijd van het brieven schrijven. Toen ik het niet kon gezegd krijgen, schreef ik het wel op. En als ik geluk had, kreeg ik post terug van een gelijkgestemde ziel.

Toen ik nog geen auto had en afhankelijk was van mijn fiets of het openbaar vervoer, zag ik meer vrienden dan nu, nu ik kan gaan en staan waar en wanneer ik wil. Alles moet gepland. Alle afspraken moet je weken van tevoren maken. Niemand loopt nog zomaar ergens binnen.

Waarom gaat deze blog zo vaak over het verleden? Over mijn melancholie naar vroeger tijden, naar wat ik meemaakte toen ik “jong” was? Is mijn leven nu dan zo saai?

De meerderheid vindt vast dat ik geen recht van spreken heb, dat ik toch alles kan doen wat ik wil, dat ik het er zelf naar kan maken. Dat ik toch allerlei hobby’s heb? Hobby’s? Ik braak al van het woord alleen. En dat ik regelmatig op reis ga? Het is nooit genoeg, zo lijkt het wel.

Vroeger dacht ik altijd, later als ik groot ben, spring ik gewoon binnen bij een vriendin en zij bij mij, om een koffietje te drinken en te praten over “de kinders”. Nu moet ik ze met een vergrootglas eerst gaan zoeken om daarna hemel en aarde te bewegen om eens te kunnen afspreken.

Vroeger was het beter. Of niet?