mannen

Tiny’s taalgevoel: Italiaans

Ik schrijf dit in volgorde van de talen die ik leerde: Nederlands, Frans, Engels, Duits,…

Ha, je dacht dat het gedaan was zeker, met die serie over taalgevoel. Je bent een taal-nerd of niet hé, we gaan door. Ergens in de jaren negentig woonde ik in de Ganzenstraat in Brugge en werd er door het wijkcomité taalles Italiaans georganiseerd quasi schuin tegenover mijn voordeur. Een half jaar lang zat ik dus op woensdagmiddag tussen de gepensioneerden, die vaak al een stuk méér konden van dat Italiaans dan ik. Maar omdat ik ooit twee jaar Latijn studeerde, was ik rap mee.

Op het einde van dat half jaar zijn we nog uit eten gegaan bij Trium, een Italiaans restaurantje in Brugge, vlakbij het Jan Van Eyckplein. Allemaal Italianen daar, die weinig Nederlands spreken en ook niet zo super vriendelijk zijn, maar kom. Daar oefenden wij in het echt ons Italiaans.

Waarom Italiaans? Tja, goh, euh, hmm. Je voelt me al komen zeker? Er hangt weer een knul aan vast, Tiny? Bwah, misschien.

Toch was ik al van begin jaren tachtig zot van het Italiaanse liedje Ti amo, van Umberto Tozzi. Blijkt dat het om een nummer gaat uit 1977:

Ik vond niet alleen de zanger erg mooi, maar ook de taal, de klank, de melodie,… en ik viel voor dat Italiaans.

Even doorspoelen naar 1983. In de zomer gingen mijn ouders, mijn vriendin en ik naar Hengelhoef. We liepen daar nog maar een dag rond of er liepen al twee jongens achter ons, die contact probeerden te zoeken. Nogal luidruchtig. Allebei waren ze stekezot van mijn vriendin (blond met blauwe ogen) en ik was zoals steeds de troostprijs. Want aan triootjes deden ze nog niet in de prille jaren tachtig, haha. Zij koos voor de ene, die van Turkse origine was, en wie er overschoot was… Mario. Denk aan een typische Italiaan, donkere krullen, schitterende lach, luid, verleidend,… ja, voilà, dat is hem. Was ik verliefd? Mwah, ik was gecharmeerd, daar zullen we het op houden. Af en toe klonk er een woordenstroom Italiaans tussen zijn Limburgs accent en wat was ik kwààd dat ik daar niks van begreep. Ik heb de laatste dag nog een zilveren ketting van hem gekregen met de woorden: “Jaa meisje,… ik ging die eerst aan uw vriendin geven, maar jaaa, gij zijt ook een lieveke,… dus die is voor jou, dan denk je nog eens aan Marioooo…” – de gladde aal. 🙂

Vandaar mijn cursus Italiaans, helaas is er niet al te veel van blijven hangen, maar ik begrijp wel veel en kan wel een paar zinnetjes uit mijn mouw schudden. Vooral één zinnetje. Of ja, zeg maar ZIN.

Solo una sana e consapevole libidine salva il giovane dallo stress e dall’azione cattolica

Komt uit een liedje van Zucchero. Toen ik destijds bij de radio werkte, wou ik per se zonder fouten deze titel kunnen uitspreken en ik heb daar héél goed op geoefend, zo erg dat ik het nu nog altijd kan aframmelen. En ja, ik weet wat het betekent.

Zo zat ik eens in Rome. Samen met mijn tienjarige zoon was ik daar op reis en zaten we ’s avonds pizza te eten tussen een gezellig groepje Italiaanse couchsurfers. Ze vroegen me of ik Italiaans kon, weinig, antwoordde ik maar toch snapte ik hun grapjes in het Italiaans en lachte mee. Waarop ze zeiden, ha je begrijpt toch Italiaans – en vroegen ter controle te vertalen in het Engels wat ze juist hadden gezegd. Ik zei, ja ik begrijp véél maar ik spreek het amper. Of ja, één zin, hahaha. Waarop ik bovenstaande zin afratel. Het gezelschap valt stil. Kijken mij allemaal met open mond aan. En beginnen dan luid te lachen: “Jààà, goed gelukt hoor meisje, zeggen dat je geen Italiaans spreekt en doen alsof, hahaha, we hebben je door, je kan wel degelijk Italiaans hé, hahaha!” Helaas dus.

Lago Trasimeno, 2013

Ik ben wel een aantal keren naar Italië op vakantie geweest. Naar Rome dus, met de zoon. Naar Milaan, naar het Comomeer, naar Sicilië (oh vertelde ik dat vulkaanverhaal al? Toen de IJslandse vulkaan uitbarsten en ik vastzat in Sicilië?) en in 2013 met mijn vriend naar Lago Trasimeno, één van de kleinere meren maar erg mooi. Heerlijk eten, heerlijk weer, lieve mensen.

Dit is de achttiende dag in #40dagenbloggen

Tiny ging naar Bazel

“We zullen afspreken in Bazel,” zei hij. Waarop ik meteen mijn ski’s inpakte, een vignet voor Zwitserland ging halen en de auto in sprong.

Ja, tarara. Ik ski niet. Ik ga voorlopig niet naar het buitenland, want Corona weet je wel, en het gaat over Bazel bij Kruibeke, niet Basel in Zwitserland.

Een wandeldate, wel ja waarom niet. Ik had hem al meer dan een jaar niet gezien, hij woont in Antwerpen en ik niet (over my dead body), en behalve whatsappen en videochatten was ons contact maar waterig. Tijd om daar verandering in te brengen. “Breng een picknick mee,” zei hij nog en dat ik waterdichte schoenen moet aantrekken tegenwoordig wist ik wel.

Hij bracht nog meer mee: een verrekijker, een miniflesje wijn en een mondmasker. Want al liepen we op bijna anderhalve meter van elkaar, op bospaadjes moet je eens wat dichter lopen en al was hij negatief getest, hij was een beetje ziek geweest en wou geen risico nemen.

Groot was mijn verbazing wanneer al snel bleek dat we tussen vele vogels wandelden. Ik ken geen snars van vogels, herken geen mus van een vink, geen specht van een kraai. Hij wees me op aalscholvers, groene spechten, tamme en wilde ganzen, Canadese ganzen, grauwe ganzen, wulpen, en nog een deel beesten met vleugels die ik al vergeten ben. Oh ja en we zagen zelfs reetjes. Geen blote pensen maar kleine hertjes, een ree is de kleinste hertensoort (dank u Google, want dat vergat ik te vragen aan de landbouwingenieur).

Meer info over het gebied vind je hier.

In totaal liepen we zo’n dertien kilometer. Af en toe even rusten om naar vogeltjes te kijken, en iets langer neerstrijken op een bankje voor de picknick. Die er nogal gek uit zag, misschien. Ik ben in een periode waar ik de kilo’s naar beneden duw, dus ik at boontjes, blauwe bessen en een havermoutmuffin. Hij had boterhammetjes mee maar dus ook een klein flesje rode wijn en twee glaasjes. Koddig hé?

Er was ook wel meer te zien dan fauna en flora: uitgewoonde huisjes, hofjes of vissersplekjes, veel info over de streek,… Heel interessant en afwisselend, ik keek mijn ogen uit.

Op het eind van de wandeling zei hij nog: “Niet wegrijden, ik heb nog iets voor je!” en toverde uit zijn fietszak twee boeken, met de mededeling dat ik ze zéker nog niet gelezen had. Ah, hij bekeek mijn want to read lijst op Goodreads. Waar heb ik dat aan verdiend? Voor mijn Pasen, mijn verjaardag, mijn Kerst en mijn Nieuwjaar, zei hij. Of had hij nog iets goed te maken misschien, toen hij in november 1983 zei dat het uit was tussen ons?

Geen kat begrijpt waarom ik ga wandelen met een ex-lief. Maar dat is een verhaal apart. Waarom zou je geen vrienden kunnen zijn met iemand waar je ooit eens aan blijven plakken bent, toen je vijftien jaar was? We go waaayyyy back.

Ter info: mijn man en zijn vrouw zijn volledig op de hoogte en kennen mekaar ook, hoor.

Tiny’s brief aan een jarige

Dag X,

vandaag ben je jarig, even tellen, je moet nu 53 worden, denk ik.

Wat is er gebeurd tussen onze eerste ontmoeting, nu al 23 jaar geleden, en nu? Hoeveel zijn we veranderd? En in welke richting? Ik heb zoveel vragen die ik wil stellen aan jou, zoveel antwoorden die ik nooit ga krijgen. Ik zou zo graag die cirkel rond willen maken, kunnen afsluiten, ik kan dat met bijna alles maar niet met jou. Je negeert me, doet alsof ik niet besta en ik vraag me af wat dat voor nut heeft. Okee, ik heb je pijn gedaan maar er was al pijn voordien. Lang voordat je definitief zei dat wij twee voorbij waren, heb ik veel om jou gehuild, maar altijd opnieuw voor jou gekozen. Als ik terugkijk, lijkt dat op een soort zelfpijniging. Er was vaak ruzie, er waren veel geheimen, van beide kanten weet ik nu. Maar er was ook romantiek, er waren complimentjes en er was aandacht. Maar die waren er vaak op verkeerde momenten en vaak niet genoeg. Hoe ben jij geëvolueerd van iemand die wagenwijd openstond voor nieuwe ideeën, experimenten en verrassingen, naar zo’n gesloten boek die niemand meer toe laat en die lijkt tevreden te zijn met wat er is. Niet dat dat verkeerd is, maar jij wou altijd méér, wou dingen verbeteren of aanpassen.

Zorg je voor jezelf, of zorgt er iemand voor jou? Zou jij nu openstaan voor zaken als yoga, meditatie, schrijven in een flow? Jouw vroegere ik zeker, dat weet ik. Wie ben je nu? Wat heb ik daar aan bijgedragen? Ben je nu een beter mens of niet? Want ik ben dat wel. En nee, jij hebt me dat niet geleerd. De breuk met jou deed dat, bracht me uit een vertrouwde cirkel, die ik eerst miste, maar die ik daarna enorm heb vergroot. Tot aan de andere kant van de wereld toe, zelfs zonder te reizen.

Dus ja, ook dank u, X. Dank u, om van mij, van ons, weg te gaan en mij zo te forceren om nieuwe mensen te leren kennen. Ook bedankt om mij stapsgewijs met een pc te leren werken en met Internet, toen dat nog niet vanzelfsprekend was. Om mij te laten ontdekken dat je zo een virtuele wereld binnenstapt waar je mensen leert kennen die ik anders nooit had gevonden.

En dat ik je ergens nog mis, maar dan je vroegere ik van 20 jaar geleden. De spring in ’t veld, de enthousiasteling, de man met de wilde plannen, de man die een hele nacht kon feesten en dansen, de man van de tango en de kreeft in de pot, de computer in de oven. De man die ook wilde vragen stelde, onverwachte vragen, diepere vragen, die benieuwd was om mij te leren kennen, niet alleen in het begin maar ook vijf jaar later.

Ja, ik heb nachtenlang gehuild om jou. Om de fouten die ik heb gemaakt maar ook om die fouten die we samen maakten. Ik weet niet of we hadden kunnen samen blijven. Wellicht niet, want er ging nog te veel op ons afkomen. De storm zou wellicht te groot geweest zijn.


Ik heb geen einde voor deze brief. Ze ontstond tijdens een schrijfworkshop in het bos, waar ik al eerder over blogde. De brief zal nooit gelezen worden door X, want ik kan ze niet opsturen naar een adres dat ik niet ken. En zou dat kunnen, dan werd die vast verscheurd. Maar het moest er nog eens uit.