mannen

Tiny’s nachtmerrie

Op een ochtend in mei word ik wakker. Het regent. Op zich niet zo verwonderlijk, want dit is tenslotte België. Alleen jammer dat het vandaag ook net mijn trouwdag is. Het ziet er naar uit dat het de hele dag zal regenen, en dat het nog koud is bovendien.

Ik rij nog vlug naar de Steenstraat in Brugge waar een parapluwinkel zit, daar hebben ze vast een witte paraplu die zal passen bij mijn wit trouwkleed. En ja, ze hebben er eentje, zelfs een hele grote.

De hele dag hou ik mijn wit jasje aan, jammer dat niemand mijn trouwkleed volledig zal zien, het is véél te koud.

De openingsmuziek in de kerk wordt gespeeld door mijn gitarist, hij speelt de intro van Stairway to heaven, maar hij trekt het zò lang dat we al tien minuten voor de priester staan en hij nòg bezig is. Verder zingt het koor, dat moet wel, want zowel mijn moeder als ik zelf zingen daar ook in mee. Beetje saai. Saaie priester ook.

Ik rij met mijn eigen auto, geëmancipeerd als ik ben, van de kerk naar de feestzaal. Er werd geen rijst gegooid, één, omdat het regent en twéé, omdat ik toch al zwanger ben.

In de zaal is er blijkbaar geen verwarming en iedereen heeft het de hele avond koud.

De openingsdans is het verkeerde nummer. De DJ stuurt nog iemand achter de juiste cd en ’s avonds laat wordt dan wel het juiste nummer gespeeld, maar ja, het moment is weg natuurlijk.

Ik zing in een groepje en we hebben beslist om op onze trouwavond ook een optreden te geven. Alles mislukt. Het geluid is barslecht. Iedereen speelt slecht of verkeerd, misschien zijn ze dronken, oh en ik zing vals. Nog nooit zo’n slecht optreden gegeven. Niemand danst.

Als ik tijdens de fuif wil dansen op supergoeie muziek – want verder is het echt wel een goeie DJ – kan dat niet, want de eerste mensen komen al afscheid nemen en gaan naar huis. En zo gaat het heel de avond door.

De fotograaf van dienst is een collega van mijn man, die heeft aangeboden om gratis een trouwreportage te maken, dat zou dan zijn cadeau zijn aan ons. Achteraf zien we tachtig foto’s van onze ringen tussen bloemetjes en plantjes, tachtig foto’s van zijn collega’s, vijf foto’s van mijn familie, geen enkele foto van mijn vrienden (waren die er eigenlijk wel?), één domme foto van het optreden, en drie domme foto’s van ons als koppel. Niks bruikbaars.

Het eten was lekker. Denk ik. Er was een walking diner maar ik heb eigenlijk geen tijd gehad om iets in mijn mond te steken.

Dan bleek het ook nog de verkeerde man te zijn met wie ik was getrouwd.

En nee, het bleek geen droom.

Advertenties

Tiny’s herinneringen

Je moet in het NU leven“, zegt de man. En: “Morgen kunnen we dood zijn. Dan hebben we nu in elk geval toch plezier gehad. Blijf nog even.”.

In een ander gesprek gaat het over al mijn dagboeken en brieven die ik al meer dan dertig jaar bij houd. Ze zitten allemaal in grote dozen op zolder en ik weet perfect welk schrift ik moet vastpakken als ik me iets wil herinneren over pakweg het jaar 1989. “Hou je dat allemaal bij? Ik heb nooit iets bewaard, het heden en wat er de komende dagen of weken gebeurt is zoveel belangrijker.

Waarom gaat het in deze blog ook zo vaak over herinneringen? Over dingen die meer dan dertig jaar geleden zijn gebeurd? Waarom vind ik dat zo belangrijk?

Eén ding is zeker: ik ben blij dat ik het ooit allemaal heb opgeschreven, want juist daardoor herinner ik me het nog. Ik ben er van overtuigd dat, door te schrijven wat je meemaakt, je geheugen ook wordt getraind. Dat het me iets gaat opleveren, als ik zeventig of tachtig ben.

Ten tweede ben ik er van overtuigd dat je enorm veel kan leren van je vroegere zelf. Hoe pakte je problemen vroeger aan, hoe ging je er mee om? Welke fouten heb je gemaakt en maakte je nog eens opnieuw? Wat heeft er jou gemaakt tot wat je nu bent? Jezelf beter leren begrijpen door terug te grijpen naar oude dagboeken en brieven? Volgens mij lukt dat.

Ten derde wil ik wel even melden dat het soms ook nefast kan zijn. Als ik inderdaad te lang blijf hangen in die herinneringen, als ik er niets mee doe in het heden, als ik wegdroom naar ‘hoe het vroeger was’. Het komt niet meer terug hé? En mensen veranderen. Die jongens en meisjes waar ik over schreef, die zijn er nog altijd en ik spreek ze nog wel, maar zij zijn ook veranderd. Ze zijn vaders en moeders geworden. Echtgenoten. En hopelijk hebben ze allemaal ook echt genoten. Van die tijd lang geleden en van wat nu is.

Het blijft altijd eventjes leuk om herinneringen op te halen, maar daarna moet je verder. Moet je weer nieuwe verhalen maken, samen of alleen. Met oude vrienden nieuwe dingen doen. Of omgekeerd.

Ik ga mijn best doen om meer in het NU te leven, maar die dagboeken en brieven doe ik nooit weg. Marie Kondo kan op haar kop staan.

Tiny en de liefde

Op dit moment zijn we honderd jaar, ongeveer. En we zijn nu al meer dan zeven jaar samen.

Gitta (die – hopelijk maar voor even – verdwenen is uit blogland) vroeg een tijd geleden of ik eens wou bloggen over hoe ik hem leerde kennen. Eigenlijk kun je dat zeggen in twee zinnen, maar ik geef jullie toch de lange versie.

Lange tijd was ik single en behoorlijk happy. Ik ging veel op reis, korte tripjes hier en daar, organiseerde veel met en voor Couchsurfing, leerde zo allerlei mensen kennen en daar zat hier en daar ook wel eens iets interessants tussen – maar nooit voor lang. En als ’t dan een keer een echt leuke man was, dan ging hij na drie weken terug naar Australië. Bummer!

Dus ik gooide mijn profiel op datingsites en als hij leuk kon schrijven in de chat, en we leken beiden geïnteresseerd, durfde ik al eens afspreken. Na enkele rampen en een enkel drama hield ik het eigenlijk voor gezien. Nog één keer zou ik gaan vissen in die grote vijver maar als er na een week niks meer zou opduiken, dan zou ik dat hele datingsite verhaal sluiten. Foert, dacht ik.

Tot ik opeens wel een heel leuk profiel zag. Regio Kortrijk. Da’s toch al een pak dichter dan Australië, hé? Twee kinderen. Ach ja, da’s normaal op onze leeftijd. Sportief en er stond een ienie mienie fotootje bij waarop ik toch wel zag dat hij groot en slank was. We zijn een beetje beginnen chatten, dat was leuk, hij schreef ook zonder fouten en antwoordde snel. Na enkele weken spraken we af, in Brugge. Zijn kinderen waren een week bij de mama, mijn zoon was gewoon thuis, maar al 14 dus hij kon best een paar uur alleen.

Nog vòòr die afspraak vroeg ik hem om een wat duidelijker foto, zodat ik hem toch zou herkennen. Ik herinner me nog precies waar ik zat en hoe ik reageerde toen ik die foto opende op mijn computer. Zijn gezicht leek te stralen, en er was een soort herkenning, een aha-erlebnis bijna. Zo van: aha, daar is hij ! Héél raar, maar héél leuk. Achteraf bleek dat hij hetzelfde gevoel had toen hij mijn eerste portretfoto zag.

Enfin, we zouden elkaar voor het eerst zien in de Estaminet – mijn lievelingscafé. Het kon nog altijd slecht uitdraaien, want ik ben nogal kritisch. Ik stap die avond binnen in het vertrouwde café, en ik zie tegelijk hém én aan de andere kant een koppel dat ik al een jaar niet meer zag omdat ze op wereldreis waren geweest. Ouch – want wie moet ik nu eerst goeiedag zeggen? Ik zei sorry, ik kom zo, tegen hem en begroette het koppel pijlsnel. Daarna begon ik al meteen met hem uit te leggen waarom ik eerst naar hen was gegaan. Maar het ijs was al snel gebroken en hij vergaf me. 😉

We hebben een spaghetti gegeten en hij dronk een tarwebiertje – toevallig ook mijn favoriet bier, als ik al eens bier drink. We babbelden honderduit en een paar uur later opperde ik dat de datingsite misschien beter een soort Tripadvisor zou worden, waar je achteraf een review zou kunnen geven op de date, met sterren en al. Eigenlijk viste ik naar een evaluatie, we wilden gewoon van elkaar weten hoe we over elkaar dachten, op dat moment. Dat bleek zowel voor hem als voor mij positief – hoera – en we bezegelden dat met een kus, zo over de tafel.

De vijf sterren waren aan het fonkelen en aan het vermenigvuldigen, er klonken toeters en bellen en engelengezang, er was vuurwerk, die eerste kus was ongelofelijk. Maar echt hé, zonder overdrijven. Hij keek me aan en zei ook: wat was me dat? Hij had het ook gevoeld. Schitterend.

En dat was het begin van een mooi verhaal – met hier en daar wat putten en kasseien, lastige rotsblokken en vieze plassen, maar hij is er altijd en helpt me overal door. Zoals het moet zijn.

DSC_0973

Death Valley – maar wij zo levendig als ’t maar kan. Foto blijft er maar tijdelijk opstaan, dus geniet ervan. 😉