LP’s

Tiny en The Boxer

Vanmorgen hoorde ik het nummer van Simon & Garfunkel voorbij komen in de aanloop naar de Tijdloze op Studio Brussel en viel ik bijna van mijn stoel toen de jonge presentatrice zei dat ze het nummer niet kende.

Heiligschennis.

The Boxer is een legendarisch nummer uit 1969, en gaat helemaal niet over een bokser, maar over iemand die arm en eenzaam is in New York. Deels autobiografisch (Paul Simon’s grootvader), deels zelfs een stukje op de Bijbel gebaseerd. Zelf leerde ik het pas kennen ergens eind 1980 toen ik de Live elpee grijs draaide, met het Live Concert in Central Park. Ik ken zelfs alle aan- en afkondigingen uit mijn hoofd.

Well we wanted to have fireworks tonight… but they wouldn’t let us have ‘em. So let’s make our own fireworks, allright?”

Maar de nummers kwamen vooral tot leven in 1985 toen ik op vakantie was in Bournemouth met nog een hoop andere tieners. Eentje was al achttien, had een gitaar mee en kon een aardig stukje zingen. Hij had de ouderwetse naam Georges en hij was grappig en slim. Toen bleek dat onze zangstemmen redelijk bij elkaar pasten, gingen we zelfs zingen in het park (alle nummers van Simon & Garfunkel die hij kon spelen en nog wel een hoopje klassiekers) en verdienden we net geld genoeg voor ijsjes voor de groep. Ik schreef hier al over op Tiny in Bournemouth – ga maar eens kijken, dan zie je nog een foto.

Die achttienjarige jongen Georges is rechten gaan studeren. Diezelfde jongen is ondertussen professor aan de universiteit van Gent. En ik heb hem een mailtje gestuurd met de blog van Bournemouth in. Eens kijken of hij antwoordt…

Ah ja, moest je denken: Amai die hebben al die jaren contact gehouden! Eh nee. Totaal niet zelfs. Denk dat we nog één keer een reünie hebben georganiseerd in Brussel maar daarna is het contact verwaterd. Dus ik heb gewoon even mijn Sherlock-Holmes-kwaliteiten aangewend en Google is nog altijd mijn beste vriendje hé.

Benieuwd!

Tiny in het paradijs bij het licht van het dashboard

Thomas Pannenkoek geeft me deze morgen inspiratie. Hij had het over bovenstaand nummer, waarvan ik de Youtube-link NIET mee geef, want die moet je maar bij hem bekijken OF die zit al gewoon tientallen jaren in je geheugen.

Ik wou bij hem een reactie schrijven maar die ging véél te lang worden, want hier wil ik wel één en ander over kwijt.

Het alomgekende nummer zong ik al luidkeels en met totaal onbegrijpelijk Engels mee toen ik tien jaar oud was. Ik vond het gewéldig. Ik speelde het nummer telkens na samen met mijn vriendin, zij was Karla en ik was MeatLoaf of omgekeerd. Hoe meer ik Engels leerde, hoe beter ik de tekst begreep en hoe beter ik het kon zingen. Want ja, ook op fuiven in de jaren tachtig kwam dit nummer vaak meer dan één keer op een avond voorbij. Altijd meegezongen en meegedanst. (Ondertussen ben ik het beu gehoord.)

Nu ja, gedanst: moeilijk wel. Dat vroeg Pannenkoek ook, hoe dans je op dit nummer? Wel, het antwoord is: WILD. Het eerste deel is een soort swingdance, dus daar kun je nog op rock’n’rollen, met twee als er iemand voorhanden is of alleen. Maar dan komt al meteen het trage deeltje: “Though it’s cold and lonely in the deep dark night, I can see paradise by the dashboard light”, dus daar kun je dan welgeteld tien seconden op slowen.

Dan gaan we terug naar de swing. Nog eens de slow. Terug de swing. Maar dan! Een ritmeverandering! Een hoop geleuter op een radio, de stem van de verslaggever van een baseballwedstrijd.

En nu komt het. Want dit nummer reflecteert niet alleen een vrijpartij maar ook het verloop van een honkbalwedstrijd. Nu moet je weten dat in de Amerikaanse cultuur er vaak gerefereerd wordt naar First Base, Second Base, Third Base en een HomeRun. Daarmee bedoelen ze: hoe ver ben jij geraakt in je vrijpartij?

Het veld bevat vier honken. Wanneer een aanvallende speler alle vier de honken op rij is gepasseerd dan wordt er een punt gescoord. Wanneer alle honken in de eigen slagbeurt worden gepasseerd dan heet dat een homerun.

De homerun waarvan sprake is het ultieme: het penetreren en het orgasme (dat van de man weliswaar, want in deze tijden deed het er weinig toe of de vrouw klaarkwam of niet). Met First Base wordt bedoeld dat je ocharme gewoon een beetje hebt zitten tongzoenen. Second Base mag je al eens voelen onder een trui of zelfs onder een BH. Third Base is foefelen onder de gordel, vingeren, aftrekken, zuigen, beffen,… en dergelijke. (Er lezen toch géén kindjes mee hé???)

Dus in het liedje zijn ze volop bij het Third Base aangekomen en staan op het punt een Home Run te scoren tot het meisje uitroept: STOP RIGHT THERE! En vraagt naar enkele voorwaarden: Hou je wel van mij? Ga je altijd van me houden? Ga je voor me zorgen? Ga je met me trouwen?

De sukkelaar van een jongen houdt het niet meer, hij was er ZO dichtbij, hij zou JA op alles antwoorden als hij maar mag voortdoen. Stop met zagen en doe verder! Alstublieft zeg.

Nu heb ik daar (weeral) mijn bedenkingen bij. In Amerikaanse en bij uitbreiding Angelsaksische culturen is het vaak de trend dat je eerst iemand leuk vindt (I like you), dan ga je er mee op date, dan begin je al eens te foefelen, en soms pas na nog een hoop dates wordt er metéén al geneukt (I fuck you). DAN PAS, na vaak weken of maanden, wordt er eens gesproken over I’m falling in love with you – en als je dan lang genoeg wacht en mekaar heel goed leert kennen, is het van “I Love you“. Serieus hé? Zo gaat dat daar gewoon, ik weet dat niet alleen van films maar ook uit eigen ervaring. Er is niet alleen Tiny en de Australiër maar ook ergens Tiny en de Engelsman – maar die blog moet ik nog eens schrijven.

Dus dat er hier in dit nummer iets wordt doorbroken, is een feit. En niet alleen het maagdenvlies.

Kortom, een nummer met laagjes.

Ik kocht destijds de LP Bat out of hell van MeatLoaf en een ander mooi nummer (dat een beetje aansluit bij het vorige) is “Two out of three ain’t bad“. Ik ga NOOIT vergeten hoe er ooit eentje zijn bijna-liefde verklaarde aan mij, maar dan dit nummer draaide en zei: Dit is wat ik voor je voel.

Ik moet nog altijd een beetje wenen.

Tiny en Melissa

Ofwel: Tiny’s jukebox deel 4. (De link brengt je naar de vorige delen)

Jarenlang heb ik in verschillende covergroepjes steeds hetzelfde nummer gezongen: Like the way I do van Melissa Etheridge. Nog altijd een schitterend nummer, maar omdat ik het al zo vaak gezongen heb, is het voor mij als een afgedragen jeans, die nog altijd lekker zit, maar tot op de draad versleten is.

In de jaren negentig was ik zwaar fan van haar. Toen ik het “internet” als begrip leerde kennen, en ik op een computer mijn gang mocht gaan, was zij de eerste naam die ik opzocht. Ik heb een aantal cd’s van haar, en vooral die ene cd “Your little secret” koester ik. Ik heb hem gedeeld met wie het maar horen wilde, en ook niet horen wilde. 😉

9200000021838149

Dit album kwam uit in 1995, mijn zoon was nog niet geboren, en allerlei donkere gedachten speelden door mijn hoofd. Ik was verward, niet in mijn goeie doen, op zoek, gefrustreerd, misschien verliefd, soms wanhopig,… en alles wat daarbij komt. Your little secret gaf behoorlijk goed weer hoe ik me voelde. Er staan een paar ijzersterke nummers op, volgens mij dan, die echt niet bekend zijn, maar die ik heerlijk vind. De titelsong is er eentje van:

In de clip zie je een man met een t-shirt aan met Brad Pitt op, in die tijd was Melissa goeie vriendjes met Jennifer Aniston, de toenmalige partner van Brad. Het was ook tien jaar voor Melissa geconfronteerd werd met kanker, vòòr haar chemotherapie waar ze al dat lange blonde haar door verloor. Maar ze kwam terug.

Haar nummers maken mij wakker. Halen mij uit mijn winterslaap. Zorgen dat ik weer één wordt met mijn emoties.

Misschien vind je haar stem verschrikkelijk: rauw, rokerig, hees, brullend, ze schreeuwt al haar frustraties er uit. Ik hou er van.