lichaam

Tiny zonder spiegel

In mijn hutje op het strand in de Sinaï was er toevallig geen spiegel meer. In alle andere hutjes zit zo’n spiegel vlak naast de deur, boven het bakje waar je je toiletgerief kan leggen, bij mij was die weg. Kan gebeuren. Ik had het eerst niet eens opgemerkt. De “badkamer” is twintig meter verder, een bijgebouw met douches en toiletten, en ja daar hangt wel een spiegel.

Toen ik de eerste ochtend opstond en mijn gezicht insmeerde met zonnecrème, deed ik dat gewoon in mijn hutje, zonder spiegel, want dat heb je toch niet nodig, ik vind mijn eigen gezicht wel terug. Thuis doe ik altijd minimum wel wat mascara op, maar hier liet ik dat achterwege: als je gaat zwemmen of snorkelen is dat toch meteen weg. Ook mijn haar borstelen kan ik zonder spiegel. Dus nee, ik ben niet gaan janken dat er geen spiegeltje was.

Pas na een paar dagen bedacht ik me eigenlijk: tiens, ik heb geen spiegel. En telkens ik naar de badkamer ging en ik na het toilet mijn handen waste, en terug weg liep, dacht ik daarna pas: hey, ik heb niet eens in de spiegel gekeken. Ik weet op geen honderd jaar hoe ik er op dit moment uitzie.

En ja, er waren nog andere mensen, vrouwen, mannen, ik was daar niet alleen. Maar dacht ik aan mijn uiterlijk? Geen moment. Dat viel me op, zo na een paar dagen. Dat ik geen behoefte had om mezelf in de spiegel te bekijken. Voor een man is dat misschien normaal, maar ik denk dat de meeste vrouwen wel meerdere keren per dag in de spiegel (willen) kijken – of ben ik fout?

Er werden nu en dan foto’s genomen, waarop ik vrolijk lachte, zonder schroom. Vaak werd dan snel het resultaat getoond en schrok ik soms een beetje van de aanblik van mezelf: aah zie ik er tegenwoordig zo uit? Maar ik was er zo gelukkig dat dit altijd positiever uitdraaide dan ik oorspronkelijk dacht.

Ik kijk een beetje bedenkelijk: is dat allemaal voor mij?

Zou jij het kunnen/willen? Een week of langer zonder spiegel? Kijk je vaak in de spiegel, heb je die nodig? (Oh, ik voel het al aankomen, er gaan mensen beginnen over lenzen. Ik had lenzen tussen mijn 14 en mijn 21, en na pakweg een paar maanden kon ik ook die blindelings in- en uitdoen. Maar ja, ik ben dan ook een kind van blinden, heeft dat er mee te maken misschien?)

Tiny slaapt (niet)

In maart schreef ik al over mijn slaapritueel, en het belang van een goeie slaaphygiëne. Een paar dagen geleden had ik een gesprek met iemand over de waarde van slapen, maar dat kwam op het verkeerde moment: ik had net een heel interessante podcast beluisterd op PS Grow, de podcast waar ik zelf ook al te gast was, een interview met Claudine Drees, slaapcoach. Ja, dat bestaat echt! Het gesprek was heel herkenbaar, het gaat over slecht slapen, over mensen die met enkele uurtjes slaap genoeg hebben, over jetlag, over slaap inhalen, over wat slaap te maken heeft met leeftijd en gewicht verliezen,… Een aanrader.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik belang hecht aan een goede slaaphygiëne. Hoe meer ik ook te weten kom over mezelf, en hoe ik op veel vlakken blijkbaar toch hypersensitief ben. Nu is dat ook weer een hype, bijna iedereen is HSP, maar dat claim ik zeker niet te zijn.

Als ik niet in slaap geraak, of ik word véél te vroeg wakker en ik kan niet meer slapen, dan gebruik ik eerst en vooral de ademhalingstechnieken die ik zelf ook aanleer tijdens mijn meditatie workshops. Gewoon langer uitademen dan inademen, om zo je hartslag tot rust te brengen. Je concentreren op je uitademing.

Of ik doe een bodyscan, je begint met je tenen en je overloopt zo je hele lichaam, geraak je afgedwaald met je gedachten, begin je terug opnieuw. Dit zorgt ervoor dat je je gedachten kan afleiden naar je lichaam.

Zelf heb ik nood aan zo weinig mogelijk prikkels en dan ga ik even de zintuigen af:

  • zien: het moet zo donker mogelijk zijn. Indien nodig gebruik ik zelfs een slaapmasker
  • horen: oordopjes for life! Ik zweer bij die van Quies! Als ik iemand naast me hoor ademhalen, kan ik al moeilijk slapen. Als die ademhaling dan nog luider wordt en het naar snurken over gaat, vergeet het dan maar helemaal. Gelukkig ben ik gezegend met een goeie slaappartner: hij snurkt niet (of amper) en ademt heel zachtjes.
  • voelen: ik moet “iets” op me hebben, of nog iets aanhebben, of een dun lakentje als het heel erg warm is – en er mag geen beweging zijn in bed. Iemand die zich omdraait: ik heb het gevoeld en ben weer wakker. Daarom hebben wij twee aparte matrassen en twee aparte dekbedden. En hoe romantisch het ook is om lepeltje lepeltje te liggen, om echt te slapen voel ik liever geen ander lichaam(sdeel) op een deel van het mijne. Zo dicht bij elkaar liggen dat je de uitademhaling voelt van de ander: no thank you.
  • ruiken: als ik de lichaamsgeur of een rare adem ruik van mijn bedpartner, dan is het ook om zeep. Als er een te indringende geur in het kussen zit (zelfs al is het fris wasmiddel) ook. Als de kamer te veel naar hout ruikt. Als je nog de etensgeuren kan ruiken.
  • proeven: ik moet mijn tanden gepoetst hebben, dat ik met een frisse bek ga slapen.

Een tip die ik mee neem uit de podcast met die Claudine, is dat je iets cognitiefs moet verbinden met je lichaam. Klinkt raar. Het is vooral, als je ligt te piekeren. Dan sta je ofwel beter even op, en je schrijft de piekergedachteno van je af. Of je gaat je aandacht leiden naar positieve gedachten, bijvoorbeeld het ABC opzeggen en voor elke letter een plaats kiezen waar je al eens geweest bent en waar je goeie herinneringen aan hebt. Voor mij is dat dan: Amsterdam, Brugge, Caïro, Darmstadt, Essen, Frankfurt, Gent,….

De stoere bewering “Ik slaap wel als ik dood ben” is eigenlijk maar voor weinig mensen van toepassing. Ja, je hebt er die (1) overal kunnen slapen, (2) genoeg hebben aan een paar uurtjes per nacht, (3) ook overdag gewoon kunnen slapen als het licht is, maar onderzoeken wijzen uit dat dit maar een minderheid van de bevolking is. En dat slaap inhalen in het weekend bijvoorbeeld ook niet zo gezond is.

Iedereen mag er het zijne van denken natuurlijk, maar ik vind slapen enorm belangrijk. Wat niet wil zeggen dat ik een langslaper ben, wel integendeel. Meestal slaap ik met de zon en de maan: ik slaap wanneer het donker is en ik word graag automatisch wakker als het weer licht wordt. Maar zo’n wekker met een lichtfunctie, daar heb ik dan weer een hekel aan. Het moet natuurlijk gebeuren. Dus ja, in de winter slaap ik wellicht meer, en in de zomer wat minder.

Wat zijn jullie tips, als je niet kan slapen? En vinden jullie slapen belangrijk, of komt het allemaal wel vanzelf?

Tiny in de zon

Wat ben ik blij als ik ’s morgens de keukendeur openschuif en ik gewoon mijn morning pages op het terras kan schrijven. Of als ik in onze tuin om acht uur ’s morgens al mijn matje kan uitrollen en een échte zonnegroet doen. Hello sunshine!

Ik fleur echt op, bijna letterlijk: mijn huid is dankbaar voor wat warmte, mijn gemoed begint lichter en lichter te worden. Hoe heerlijk zou het zijn om dag in dag uit buiten te kunnen leven – maar daarvoor wonen we in het verkeerde land.

Toch ben ik geen zonneklopper. Al neem ik graag een boek vast om in een makkelijke zetel te lezen in de tuin, of ga ik graag wandelen met de zon op mijn bol, dit hou ik nooit langer dan een uur vol. Dan wil ik terug schaduw, of variatie en voel ik: het is té veel.
Want al smeer ik me te pletter met zonnecrème en ben ik een gemakkelijke bruiner, ik ben hemelste bang voor huidkanker. Sinds een goeie vriend hieraan is overleden, nu al enkele jaren geleden, ben ik geducht voor alle rare vlekjes en bubbeltjes die niet normaal ogen.

Goedele Liekens zei het ook: “Ik word al bruin als het weerbericht goed is, dus ik hoorde niet tot de risicogroep.” Maar ook zij kreeg die diagnose. Luister even naar een interview met haar in De Zevende Dag: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/06/06/goedele-liekens-huidkanker/

Er worden zonnige momentjes gepland: gezellig uit eten met ouders, terrasje doen met de wandelbitches, ijsje gaan eten met mijn lief,…

Maar ook verder vooruit plannen: een Yoga Teacher Training gaan volgen in zonnig Tenerife, maar dan wel pas volgende lente (als het niet té warm is) en wie weet toch ook terug naar de Sinaï-woestijn, liefst als het hier koud is.

Mijn lief en ik groeiden op in de jaren zeventig: we speelden heel veel buiten en kunnen ons niet herinneren dat er op onze jonge velletjes zonnecrème werd gesmeerd. Misschien een likje van de blauwe doos van Nivea – alsof we klaar waren voor de barbecue.

Acht jaar was ik, toen ik met mijn ouders naar Benidorm ging en we alledrie wél smeerden, maar toch verbrandden.

Mijn lief had trouwens pas zijn eerste zonnebril rond zijn dertigste, kun je dat geloven?

Hoe jonger je huid is blootgesteld aan de zon en hoe vaker je al verbrand bent geweest in je leven, hoe groter de kans op huidkanker. Geen wonder dat we nu méér dan ooit opletten, zelfs al genieten we héél hard van de zon.

Reizen doen we ook liefst naar zonnige bestemmingen maar ook daar zijn we geen zwembadliggers (the horror) of strandgangers. Al is een tripje naar een buitenlands strand nooit verkeerd, maar dan liefst ’s morgens of ’s avonds als de zon bijna ondergaat. Niet alleen omdat je best de uren mijdt tussen 12 en 3 om in de zon te zitten, maar ook omdat er dan minder volk rondloopt, alles veel rustiger is en de foto’s mooier.