humor

Tiny wou dat het al lente was

Is die winter bijna gedaan?

Hmm. Er worden mij boze blikken toegeworpen en gezegd dat het zelfs nog écht winter moet worden. Of mijn kerstboom al staat? Wat ik gekregen heb van Sinterklaas? En grote euforie bij mijn medemens als er drie sneeuwvlokken uit de lucht dwarrelen.

Is iedereen op zijn kop gevallen en blijven kaatsen of zo? Jongens toch. Ik krijg al de kriebels als het Halloween wordt, met die stomme pompoenen en plastieken spinnen in de etalages. Onnozelaars. Pompoensoep is wel lekker, ja, daar heb ik niks op tegen. Ook niet in de zomer.

En daarna wordt iedereen met kinderen juichend wakker, want Sinterklaas of zijn vriendje Sint-Maarten komt! Niet op vijf of zes december, nee, liefst al direct in november. Overdrijf eens niet zo, jongens. Zet dat schoentje op vijf december en gooi er ’s nachts wat in en hop, klaar. Laat de Sint in de lagere school komen en maak er daar een feestje van, maar hou hem toch weg uit winkels en bedrijven. Waar zijn we mee bezig?

Sint is nog niet helemaal weg of de straten zijn al versierd met Kerststerren en bij de bakker ligt het Nieuwjaarsgebak al klaar. De eerste sneeuwvlokken zorgen voor 400 kilometer file.

En ja ja, die Kerstsfeer, oh wat is het toch gezellig. Samen met de familie. Joepie. Laten we ook nog eens een kerstboom zetten en we gooien er snel nog honderd euro kerstversiering tegenaan. (Als ’t aan mij lag, was er niks, maar omdat we nog twee gezellige tieners hebben rondlopen, doen we maar mee.) Eenmaal de kerstboom gezet, kruipt iedereen weer op zijn kamer – en ik zit “gezellig” naast de boom te lezen. De familie op Kerstavond zal uit ons twee bestaan en met wat geluk de drie kinderen. Verder niks gepland.

Het is ook de tijd waarin niemand iemand durft te bellen: oh ze zullen het wel te druk hebben met familiefeestjes en zo. Nee hoor!

Ik heb een warme muts gekocht ten voordele van de MUG-heli bij Miete Confiete, voor Music For Life. Da’s genoeg Kerst voor mezelf, vind ik. Cadeau’s? Geen flauw idee van. Geen inspiratie. Mij mogen ze een boekenbon voor Theoria geven en ik ben content.

Kerstmarkten, oh horror. Sneeuw, ijs, temperaturen onder nul, dank u vriendelijk. In de zomer op een koude dag wil ik net zo goed een glühwein of een jenever drinken, dat moet nu niet per se. Mijn warme truien zal ik met liefde terug verhuizen naar de onderste regionen van mijn kleerkast.

Dus, lieve mensen: mag ik even een beer zijn en mij ingraven voor mijn winterslaap? Kom mij wakker maken als de zon terug is en de krokusjes bloeien. Dank u en slaapwel.

lente

Advertenties

Tiny en de ideale man

Toen ik een jaar of achttien was, met al een paar verkeerde keuzes in de liefde achter de rug, maakte ik voor mezelf een opsomming wat dan wel een goeie keuze zou zijn. Aan welke criteria zou mijn toekomstige man moeten voldoen?

Ik schreef ze op en echt waar, telkens als ik iemand leerde kennen voor wie ik gevoelens ontwikkelde, bekeek ik dat briefje en ging ik puntjes tellen. Hoe onnozel kun je zijn? Niet dat ik ooit iemand heb afgewezen op basis van dat lijstje echter…

img_6769

De goeie eigenschappen die er echter NIET opstonden, die zijn achteraf veel belangrijker gebleken. Maar hier dan toch, een overzicht van wat ik wou toen ik 18 was:

  1. tussen 1m70 en 1m90 (Blijkbaar was dat een issue, gezien de eerste plaats op het briefje – ach da’s ook relatief gebleken, maar toch wel leuk als de man wat groter is)
  2. tussen 18 en 30 (da’s ruim gerekend, nu zou ik eerder zeggen alles tussen tien jaar jonger en vijf jaar ouder, hihi – toen wou ik geen jong piepkuiken)
  3. slank, lichtjes gespierd (oftewel: geen body builder en geen bierbuik –  een ‘restaurantbuikje’ mag wel)
  4. mag een bril dragen als die past bij zijn persoonlijkheid (toch vriendelijk van mij hé)
  5. eender welk haar + ogen, liefst geen te kort haar (kaal was nog niet in de mode)
  6. heeft broers en/of zussen (geen idee waarom, ik wou wellicht ooit tante worden?)
  7. kleedt zich origineel en volgens eigen smaak
  8. woont niet al te ver van Kortrijk of Brugge (ik ging in Kortrijk studeren, vandaar. Toch wel goed gezien van mij om het nu in Wevelgem te zoeken)
  9. goede relatie met ouders (dat toont gewoon aan dat je in een warm nest bent opgegroeid of toch ongeveer en dat je nog geeft om wie je heeft opgevoed)
  10. gaat graag uit (ik ben nu eenmaal zelf niet echt een huismus)
  11. drinkt met mate (<10 pintjes/avond)
  12. rookt met mate of niet (liever niet dus, maar ik had er toen nog geen probleem mee)
  13. houdt véél van muziek, vele soorten (ja, dit had beter op de eerste plaats gestaan!)
  14. is op de hoogte van hedendaagse muziek (want stel je voor dat hij was blijven hangen in de sixties…)
  15. kan in de toon zingen, kan veel liedjes mee zingen (heerlijk als een man ook kan zingen, vind ik, maar ja, die zijn dun gezaaid)
  16. speelt een instrument (“och kind toch”, denk ik nu, da’s wel aantrekkelijk en handig als je in dezelfde band zit, maar absoluut geen garantie voor geluk)
  17. houdt van talen nl Engels, Duits, Italiaans (een Waal zou nooit een kans gemaakt hebben, vrees ik)
  18. kan goed dansen, is bereid mij te leren swingen (verdorie toch, ik kan nog altijd alleen maar goed swingen met een goeie vriend, de ex-gitarist, omdat die zo goed kan leiden – en een goeie leraar heb ik nog altijd niet gevonden)
  19.  kan Nederlands schrijven zonder fouten (op een verstrooide dt-fout of iets verkeerd typen uit verstrooidheid knap ik niet af, maar als je het verschil niet kent tussen men en m’n of jou en jouw… – oei!)
  20. heeft A1 gestudeerd of is dat van plan of is bezig, mag ook univ zijn (da’s wel een serieus vooroordeel, vind ik achteraf)
  21. houdt van psychologie en filosofie, is een goede mensenkenner (met andere woorden, een grote zaag… je kan ook overdrijven hé, maar dat wist ik toen nog niet)
  22. leest graag boeken en tijdschriften (twee per jaar is echt een minimum)
  23. schrijft graag brieven (laten we zeggen, terugschrijven op een mail is tegenwoordig ook al okee)
  24. schrijft gedichten (serieus? die moet ik nog altijd tegenkomen…)
  25. heeft ook al verschillende meisjes gehad (een beetje ervaring is toch wel meegenomen)
  26. is niet getrouwd, niet gescheiden (ja als 18-jarige zou ik daar toch wel eens raar van opkijken)
  27. houdt van lekker eten (ik had beter gezet: en kan ook goed koken!! Maar zover was ik toen zelf nog niet)
  28. reist graag, is avontuurlijk
  29. houdt van films bekijken (en niet de Rambo-serie, en geen Louis de Funés-toestanden alstublieft. Nu krijg ik weer de fans over me heen zeker?)
  30. is een beetje autoritair maar ook een beetje afhankelijk (uitleg: hij moet mij aankunnen)
  31. houdt van romantiek maar niet overdreven (elke zondag een hartje tekenen op een gekookt eitje télt voor bonuspunten. Mijn haar mooi over mijn schouders leggen ook.)
  32. is geïnteresseerd in mijn heden, verleden en toekomst (dat bleek toch wel een belangrijk puntje te zijn)
  33. kan goed opschieten met mijn vrienden (niet moeilijk, want ik heb alleen maar toffe, sociale vrienden)
  34. heeft zelf ook goeie vrienden (ah ja, want als ik met vriendinnen uit wou, kon hij zich dan ook amuseren met zijn maten)
  35. wil later kinderen (ik had een hele grote kinderwens)
  36. kan knutselen (elektrisch, hout, sanitair…) Ondertussen heb ik dat toch maar zelf een beetje geleerd, gelukkig
  37. zwemt graag
  38. is optimist (geen kniesoor of zielepiet alstublieft)
  39. spreekt geen Antwerps dialect (ik hoor sommige mensen al luidop lachen…)
  40. wil mij wel verleiden (ofwel: hij moet zelf ook een beetje moeite doen, ik heb genoeg gedaan, ’t is aan u)

Natuurlijk, de perfecte man bestaat niet, maar ik heb toch een behoorlijk geslaagd exemplaar op de kop kunnen tikken. Het heeft een tijdje geduurd en de nodige omzwervingen waren wellicht nodig, maar ik ben waar ik moet zijn. Allen die denken beter te scoren: te laat, sorry! 😉

Tiny en de Hollanders

Afgelopen week moest ik voor het werk naar Nederland. Niet zo bijzonder als je weet dat ons hoofdkantoor in Nederland staat.

Maar ik wou het even hebben over mijn Nederlands gevoel. Als je hier al langer mee leest, dan is je dat misschien al opgevallen, ik heb het wel voor Hollanders. Eigenlijk is het een half mirakel dat ik nog nooit ‘iets heb gehad’ met een Nederlander. Zelf ben ik trouwens ook een achtste: toevallig ontdekte ik ooit dat mijn overgrootvader in Nederland is geboren, zodoende. Stiekem (of net niet) ben ik daar wel trots op.

Mensen die vervallen in cliché’s zoals daar zijn:

  • krijg je dan een glaasje karnemelk bij je lunch in Nederland?
  • zal er wel lunch zijn, gierige Hollanders die geen Bourgondiërs zijn zoals wij?
  • ik zie je al staan in je klompen, lol 🙂
  • zag je nog veel sleurhutten op weg naar de Ardennen? 🙂
  • praat je dan ook een mondje Hollands?
  • haal je een kroketje uit de muur?

… daar krijg ik een punthoofd van. Even antwoorden:

  • nee ik kreeg toevallig netjes de keuze tussen een hoop soorten koffie of thee, en lekker fruitsap van Appelsientje
  • ja er was lunch, lekkere broodjes allerhande
  • ik ken geen enkele Hollander die nog klompen heeft thuis staan, die dingen zijn al een tijdje uit de mode en trouwens f*cking onhandig
  • dat viel ontzettend mee, het is ’t seizoen nog niet, denk ik. En ook wij Belgen zijn sterk in caravans sleuren. (Lees: cèrèvèn)
  • ja (hierover straks meer)
  • nee en ook nog nooit gedaan, waarom zou ik als onze frituur ze veel  lekkerder maakt?

Het is allemaal de schuld van mijn ouders, Mies Bouwman en Jos Brink. Oh en ook van Rob De Nijs en Frits Spits.

Toen ik opgroeide in de jaren zeventig en tachtig luisterden wij voornamelijk naar Hilversum 3 en keken wij bijna alleen maar naar Nederland 1 en 2. Johan en de Alverman, move over. Zelfs het nieuws kende ik enkel van de Nederlandse zenders. Ik zal vast wel wat gemist hebben maar ik werd er ook veel rijker van, qua cultuur zeg maar.

Als kind begon het al: Tita Tovenaar, Swiebertje, De Fabeltjeskrant, De Bereboot, Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?, Pommetje Horlepiep, De show van Ome Willem, De grote mijnheer Cactus show,…

En muziekprogramma’s: Toppop, Countdown, de Top 50, de Avondspits, veel meer bestond er niet voor mij. Die ellendige BRT Top 30, ik vond het vreselijk. Op vrijdagmiddag luisterde ik samen met mijn moeder naar de Nederlandstalige top tien en ik dweepte niet alleen met Rob, maar ook met Frank Boeijen, Doe Maar, Normaal, Toontje Lager, en nog een aantal. Néé, ik was geen fan van Corry Konings, of André Hazes of (oh my god) Hepie en Hepie. Google it, baby. 🙂

Maar ook cabaret vond ik fantastisch: Wim Kan, Wim Sonneveld, Toon Hermans was mijn held, André Van Duin in vroeger jaren, de Mounties,… En toen zag je ook nog leuke toneelstukken op televisie, en musicals! Zo blijf ik nog wel even doorgaan.

Vind je ’t gek dat ik dan héél snel het Nederlandse accent oppikte? Dat ik het feilloos kon en kan spreken? Dat in Nederland geen kat vermoedt dat ik Vlaamse ben, zolang ik dat volhoudt?

Dat mijn lief mij kwaad aankijkt echter als ik in dat Hollands verval? En dat ik mij wat in houd als ik met mijn Nederlandse collega’s aan de telefoon zit, wanneer een Vlaming meeluistert? Omdat ik de rare blikken ondertussen al wat gewoon ben. Ja, sorry, ik spreek Hollands met de Hollanders, en Limburgs met de Limburgers. Lach mij maar uit. Aan Antwerps doe ik niet, zo ver ga ik nu ook weer niet – tegen mensen uit die provincie haal ik mijn gekuiste versie van het Vlaams boven. 😉

Stiekem supporter ik een beetje mee voor het Nederlands elftal bij het EK of WK. Tenzij het België-Nederland is, dan ben ik keihard gewoon Belg.