honden

Tiny’s Pinksterweekend

Met Pinksteren in het hier altijd feest: Sinksen Kortrijk. Ik kan je niet zeggen of dat daar leuk is, want blijkbaar zijn wij altijd op stap met Pinksteren. Ergens heb ik een vermoeden dat jullie ook liever de nét iets meer exotische verslagjes lezen… 😉

Nu ja, zo exotisch kun je Luxemburg niet noemen, al heeft het ons wel deugd gedaan.

Omdat we nog een Bongo-bon mochten opsouperen, boekten we voor zondagavond een nachtje in Clervaux. Straks meer daarover.

Voor zaterdagavond ben ik op zoek gegaan bij Airbnb, want dat is al altijd en overal super meegevallen. In hele grote steden zou ik het minder aanraden, de prijzen swingen zelfs daar de pan uit. Maar in Vaux-sur-Sûre bijvoorbeeld, is het de max. Je boekt, krijgt meteen persoonlijk antwoord van de verhuurder, je kan nog vragen stellen of afspreken wanneer je wil aankomen. Zo ook deze keer. Toen we op weg waren, kreeg ik een berichtje dat ze pas weer thuis zouden zijn na 15u, maar dat ze de poort zouden open laten en dat Kiwi en Django ons zouden verwelkomen. Chance dat er een foto bij was, zo wist ik al dat het ging om lieve hondjes. (En ja, er was vooraf gevraagd of we geen bezwaar hadden tegen hun aanwezigheid)

Eenmaal geïnstalleerd, vertrokken we meteen weer om te gaan wandelen in de omgeving. De bossen in, de weiden door, weidse vergezichten, veel beestjes (koeien, schapen, geiten, ezels, paarden, vlindertjes,…). En een kerkhof. Altijd een kerkhof.

Onze gastvrouw zagen we later nog eventjes, maar we hadden volledige privacy. Al was de badkamer gedeeld, we hebben ze daarna eigenlijk niet meer gezien of gehoord. Zelfs hun baby van zes maanden was super stil. De volgende ochtend sliep die zelfs nog, om half negen! Wat een baby! Iedereen jaloers zeker? Ja, ik ook.

Op zaterdagavond zijn we heerlijk gaan eten in Bastogne, als je daar ooit nog eens terecht komt: reserveer (of kom vroeg) bij Italiaans restaurant Giorgi. Dikke aanrader!

Omdat we op zondagochtend al vroeg uit de veren waren, reden we meteen door naar Clervaux in Luxemburg. Eventjes gestopt bij het prachtig uitzicht, zo’n koolzaadveld is toch de max?

IMG_8479

In Clervaux kun je in de omgeving heerlijk wandelen, je maakt het zo makkelijk of lastig als je zelf wil. Het zou regenen in de namiddag, dus tegen 12u zat ik al aan mijn tienduizend stappen en dat hebben we nog eens verdubbeld, want die regen bleef toch uit. Van dat Luxemburgs (Letzeburgs) op de reclameborden snap ik wel niks, wie vertaalt?

Het hotel had een wellness ruimte. Ja, ja. Een zwembadje in de kelder (lekker fris én schoon, dat wel) en een sauna waar je nét met twee in kan – als die al vrij was. Enkel gratis toegankelijk tussen 15 en 19u. Voor de infrarood en het stoombad moest je dan weer bijbetalen, wat ik totaal belachelijk vind. En nee, dat staat niet op hun website vermeld.

Er was wel een diner bij inbegrepen in het hotel zelf, en dat was wel lekker. Niet spectaculair, maar toch voldoende en in orde. Net als het ontbijt ’s morgens.

De maandagochtend kon ik bijna niet meer lopen… zo stijf! Niks gewoon hé. Beste remedie: nog eens gaan wandelen, zei mijn lief. En gezien ik altijd naar hem luister… Okee dan.

Maandagavond had ik gelukkig wel dikke chance dat ik nog ergens terecht kon voor een deugddoende massage, merci Geert!

 

Advertenties

Tiny in Egypte, deel 4

Lees hier deel 1, deel 2 en deel 3.

Om half zes ben ik al klaarwakker, maar ik heb goed geslapen. Het is al licht en ik ga wandelen langs het strand. Naast ons kamp zijn er nog tal van andere kampen, maar die zijn bijna allemaal leeg, er zijn hier nog niet veel toeristen.

Vandaag komt de zon er goed door en na het ontbijt ben ik snel opgewarmd in de cirkel. Ik duik het water in. Je kan de zee in wandelen over een heel stuk met enkel zand, en dan kom je in een soort ‘zwembadje’, waar het iets dieper is. Het water is heerlijk koel, maar niet koud. Zalig. Ik ben wel wat paniekerig, zie mijn eigen schaduw voor een grote vis aan en als ik een rotsje zie, denk ik dat het een zee-egel is.

egypte-214

Maar vandaag hebben we ook een trip gepland. Salem neemt ons eerst mee naar zijn dorp, Messina-al-Nuweiba, waar we thee drinken bij zijn familie: zijn vijf kinderen, zijn pa en ma, zijn vier zussen en twee broers, en al hun kinderen, komen één voor één een handje geven.

egypte-272

Daarna met de jeep, richting woestijn. Warme kleren meenemen, was ons gezegd, want daar zitten we meteen een stuk hoger en wordt het kouder, zeker als de zon gaat zakken. Om half zes ’s avonds is het hier al bijna donker. In the middle of nowhere stappen we uit, en we klimmen een heuvel op, waar bovenaan een prachtig uitzicht op ons wacht. Elk afzonderlijk hebben we ons daar neergezet, wat gemediteerd, wat genoten van het uitzicht en gewacht op de zonsondergang.

Ik ga op de rand zitten, kijk richting westen. Achteraf vertelt Claudine mij, dat het bepalend is, waar je precies gaat zitten op deze plek. Ik ging op die plaats blijkbaar spreken met mijn voorouders. Hmm. Ze waren nogal stil…

De berg weer af als de zon onder is, en Taha en Salem staan ons op te wachten, het vuur is aan, de thee is klaar. Taha maakt met bloem, water en wat zout een broodje, drukt het plat en legt het in de as van het vuur. Ondertussen stopt er nog een auto, ene Abdellah stapt uit met een zelfgemaakt instrument, een soort sitar, en begint voor ons te spelen. Het volgende moment sta ik te dansen in de woestijn. Hoe zot! Wat is dit voor een plek??

We eten het broodje, het smaakt fantastisch en het is zo simpel. Voor die mensen daar ìs het leven ook werkelijk zo simpel. Vanaf nu probeer ik echt te genieten van elk moment. Dit ga ik in België al zeker niet meemaken.

Als we terug naar het kamp rijden, passeren we hier en daar een kameel. Alsof we een fietser zouden voorbij steken. Doodnormaal. En néé, ik ben niet van plan op een kameel te zitten. Net zo weinig kans als dat ik ooit zou betalen om met dolfijnen te kunnen zwemmen, of aapjes te mogen strelen of een olifant te voederen. Ik ben nogal principieel op dat vlak. Die beesten hebben daar niet om gevraagd.

In plaats daarvan zal ik de honden hier, Ramses, Gizeh, Marley en Sheba wel duizend aaitjes geven. Die genieten er van…

Tiny en Liesbeth, over Anti-Broodfok en geplaatste jongeren

In navolging van twee andere sterke vrouwen, Anick-Marie en Virginie, sprak ik ook met Liesbeth uit Lommel. Ik ken haar al een jaar of acht, we werkten samen voor Awel. Maar daar gaat het nu even niet over. Liesbeth is méér dan een dierenvriend en méér dan een opvoedster. Even schetsen.

DSC_0224

Toen Liesbeth nog klein was…

leefde ze samen met haar mama want haar ouders waren gescheiden. Toch zegt ze, de verstandhouding tussen beide ouders was altijd prima in orde als het haar opvoeding betrof. Ze zijn allebei ook heel sociaal en net als Liesbeth zijn ze ook echte gevers.

Vroeger had ze geen huisdieren, want dat mocht niet op het appartement. Pas later, toen ze ging samenwonen, kwam er een hondje in huis.

Liesbeth studeerde sociale readaptatiewetenschappen in Leuven, een algemeen sociale opleiding want ze wou overal wel van proeven. Toch was ze al van jongsaf aan geïntrigeerd door de gebouwen van de gemeenschapsinstelling in Mol, met die tralies en zo. Ze vroeg zich af wie daar ‘woonde’, of dat een gevangenis was. ‘Nee’, zei haar moeder, ‘daar zitten de stoute jongens!’. Ze kon zich daar niets bij voorstellen. (De tralies waren er nog bij de oude gebouwen, nu worden die gebouwen gebruikt door de Kunstacademie.) 

In het eerste jaar van haar opleiding kon ze daar al stage gaan doen, dit was precies wat ze wou. Al was het de eerste tijd vreselijk moeilijk, toch heeft ze daar drie jaar lang stage gedaan en meteen na het afstuderen kon ze daar ook aan het werk als opvoedster. Ondertussen werkt ze er al zestien jaar.

Liesbeth als opvoedster: 

Het eerste jaar van haar stage was ze zelf amper achttien jaar, de jongens (toen enkel jongens) waren zestien, zeventien en dat was enorm moeilijk, maar ze leerde bij als een sneltrein. Dat was best wel pittig. Liesbeth werkte toen bij ‘De Hutten’, een gesloten afdeling voor jongens die zware strafbare feiten hadden gepleegd. Als een volwassene dit had gedaan, dan krijgt die zeker 5 tot 10 jaar gevangenisstraf. Een zestienjarige wordt soms wel berecht als volwassene, maar komt dan niet in de reguliere gevangenis terecht. Dit heeft ze gedaan tot in 2008 en daarna wou ze even iets anders. Er konden vanaf toen ook meisjes terecht in de instelling en dit was iets wat ze wel wou proberen.

Werken met meisjes, daar krijgt ze veel meer voldoening van, maar het is honderd keer moeilijker. Terwijl jongens recht voor de raap zijn, maar bij meisjes blijft dat hangen. Conflictsituaties blijven ‘leven’, er zijn meer kliekjes… en zij zijn ook veel destructiever naar zichzelf toe. Dat doet wel iets met je, vertelt Liesbeth. Toch is ze ondertussen verantwoordelijke van haar leefgroep, de time-out, waar meisjes voor 14 dagen worden geplaatst om even uit hun oorspronkelijke instelling te zijn, om conflictsituaties te bespreken, daarna gaan ze weer terug. Het is heel afwisselend werk, omdat het telkens ook andere meisjes zijn. Al komen die soms nog wel eens terug…

Een sterke opvoedster

Zelf ben ik niet in de wieg gelegd om bij jongeren met problemen te werken. Daar heb ik geen geduld voor. Stuur mij met tien mentaal beperkten een week naar Lourdes, en ik leef op. Maar wat Liesbeth doet…

Ze heeft veel geduld met haar meisjes. Terwijl ze thuis niet echt een geduldig persoon is. Ze ziet in elke meid het goede. Zelfs al hebben ze van alles uitgespookt wat totaal niet door de beugel kan, ze is er van overtuigd dat elkeen een nieuwe kans verdient. Misschien is het dat. Zelf heeft ze geen kinderen en zo kan zij thuis wel volledig tot rust komen. Ze ziet zichzelf ook niks anders doen dan dit werk.

Haar slagzin: Je bent in elke omstandigheid vrij om te kiezen, maar je bent niet vrij van de gevolgen van jouw keuze.

DSC_0220-2

Liesbeth en de dieren

Ooit is ze begonnen op een dierenforum op het Internet. Ze las daar heel vaak over broodfokkers. Wat is dat nu precies, vroeg ze zich af? Een broodfokker is een hondenkweker die dieren kweekt ‘om den brode’, dus alleen maar voor het geld, waarbij geen rekening wordt gehouden met het welzijn van de dieren.

Ze leerde op dat forum iemand kennen, die zo’n ‘kweekteef’ in huis had genomen, een grote Sint-Bernard. Dat reuzegroot beest kon zelfs niet meer blaffen omdat de stembanden waren geëlektrocuteerd. Wablief? Ja want dan was er geen geluidsoverlast meer. Kun je je dat voorstellen?

Liesbeth ging ook eens samen wandelen met een groep, waar ze nog meer horrorverhalen hoorde: een hondje dat tien jaar lang in een broodfokkerij had gezeten, kende niks: geen buitenlucht, geen gras, geen regen, geen kiezelsteentjes, geen tapijt,… want het dier kende enkel maar ‘het hok’. Eerst werd Liesbeth steunend lid van de Anti-Broodfok Actie, maar gaandeweg wou ze méér doen. Een aantal jaar geleden werd in Oostkamp een broodfokkerij leeggehaald, die man was failliet gegaan. Daar zaten een stuk of honderdvijftig (150!!) teven en die honden gingen naar verschillende asielen. Eén hondje, Border Collie Tess, heeft Liesbeth geadopteerd. Zij was er het ergst aan toe: ze woog nog 12 kilo, had geen haar meer, schurft, schimmel, etterende wonden,… Ook zij had nog nooit op het gras gelopen, wist niet wat dat was.

Voorzitter van de Anti Broodfok actie

Sinds het opdoeken van de fokkerij in 2011 is Liesbeth in het bestuur gegaan van de vzw en sinds 2015 is ze voorzitter. Ze organiseren optochten, staan op evenementen met infostands, verkopen merchandise, geven info aan mensen die zich hebben laten vangen, of mensen die twijfelen bij hun aankoop van een pup. Ook op wetgevingsvlak probeert de vzw iets te veranderen, zowel bij het Ministerie van Landbouw (want ook honden zijn blijkbaar landbouwdieren) als bij het Ministerie van Dierenwelzijn.

Een fokker uit het Limburgse heeft onlangs een aanvraag gedaan voor een uitbreiding tot 150 honden. (Let op, eerst vroeg hij dit voor 480 honden.) Vooral teven dan, om mee te kweken. Let wel, die dieren zijn twee keer per jaar loops en krijgen dan steeds opnieuw een nestje pups. Al die pups zijn (volgens de wet) zolang ze geen zes maanden oud zijn, onbestaand. Begrijp je? Die. Zijn. Er. Niet. Kun je je enigszins voorstellen hoe zo’n fokbedrijf (want dit is echt een bedrijf!) er uit ziet, met honderd mama-hondjes en al de pups? Liesbeth heeft me foto’s getoond, vreselijk. Deze teefjes hebben zo goed als geen menselijk contact, zitten alleen maar in een hok, en worden behandeld als broedmachines. Als puppies hun hele jonge leven in een hokje zitten, worden ze niet gesocialiseerd, kennen ze geen stofzuiger of geluid van tv of een auto die passeert. Met als gevolg dat deze honden ‘angstbijters’ kunnen worden. Puppies zien er misschien schattig uit, maar denk eens verder na… Check hun website met tips om een goeie kweker te herkennen, als je dan toch per se een pup wil. Een iets oudere hond uit het asiel kan net zo lief zijn.

Liesbeth heeft nu drie honden, Tess (ex-kweekteef), James, een schattige mini Amerikaanse herder en Flor, een grappig mixje. En nog enkele lieve poezen!

Wil je ook iets betekenen voor de Anti-Broodfok? Je kan steunend lid worden, voor 15€ per jaar, klik dan hier. Of je kan een leuk gadget kopen om hen te steunen, klik hier. Alvast bedankt!