festival

Tiny zomert verder

Er valt niet veel te schrijven, vond ik. We gaan beiden terug volop werken, er was weinig spectaculairs te beleven, de gewone dingen en af en toe een kleine uitspatting. Het is nu uitkijken naar eind september, als ik terug mijn stilteweekend organiseer in de mooie Ardennen. Ik hoop op mooi nazomerweer, maar het is daar elk seizoen wel heerlijk toeven. Lekker vegetarisch eten, ik geef wat meditatie- en yogales, alles op het gemak. Er zijn nog plaatsen trouwens! Klik hier.

Ik blader even door mijn foto’s van de afgelopen maand om te zien wat er nog te vertellen valt.

Yoga @sea

Voor het meisjesteam U16 van de basket in Wevelgem organiseerde ik een yogasessie op het strand. Eerst hadden ze al een uur een workout gehad als teambuilding, door de yoga konden ze nog wat stretchen en ontspannen. Interessant om dit eens aan jonge meisjes te geven, ze stonden er zeker voor open en deden goed mee.

Oostduinkerke beach

Met de trainer van die ploeg was ik de avond voordien al eens de ruimte gaan checken…

De Handzamevaart

Met een andere man ging ik dan weer een dagje kajakken in Diksmuide en omgeving. Laten we daar proberen jaarlijkse nazomer-gewoonte van maken want zo op het water rustig varen vind ik heerlijk. Mijn man is daar niet voor te vinden, en laat mijn beste vriend nu toevallig een opblaaskajak hebben. Heel stevig is zo’n ding, kantelt niet om, heeft handige zitjes en is in een oogwenk vaar-klaar. Door de stad Diksmuide varen op de IJzer levert trouwens altijd grappige blikken op van de wandelaars of de omwonenden. En laat ik nu toevallig één van die bewoners kennen, dus toen we aan zijn achterdeur voeren, was zijn verbazing enorm!

Eco-shop Diksmuide

Voor wie nog een prehistorische massagetafel zou nodig hebben: er staat er eentje in de Eco-shop in Diksmuide! Ik kan maar zeggen dat die van mij een stuk comfortabeler is. 😉

Foto uit “meetjeslander.be”

Afgelopen vrijdag ging ik na lange jaren afwezigheid nog eens naar het Boombalfestival, waar ik ooit al over schreef. Wat een heerlijke dag vol jigs, bourrées, tovercirkels, mazurka’s, walsen,… Samen met een vriendin deed ik eerst nog eens de workshop over koppeldansen mee (al om 11u ’s morgens!) om er weer in te komen. En verder hebben we gedanst tot we er bijna letterlijk bij neervielen. Wat viel op: dat een zalige gedifferentieerde groep mensen is die daar op komt, jong en oud (van baby tot tachtigjarige of meer), alle kleuren van de regenboog (qua huidskleur en qua gender), héél veel nationaliteiten, uit alle soorten en lagen van de bevolking en ik durf zeggen dat 80% van de dansers daar STUKKEN beter danst dan ik. Soms hopste ik maar een beetje mee, want ik moest echt mijn best doen.

Dat het warm was de afgelopen weken, dat deert me niet zo. Als je op vakantie gaat naar het zuiden is het ook warm. En ja okee, als je moet werken en het is 35 à 40 graden, dat is minder. Maar ik krijg het er soms van als mensen weer gaan klagen dat het te warm is, terwijl ze over een paar weken weer gaan klagen dat het regent of dat het te koud is.

Hoe is ’t met jullie zomergevoel? Nog volop in die sfeer of heb je het er wel mee gehad?

Tiny blikt terug op Graspop 2022

Vier dagen vlogen voorbij. Op donderdagmorgen vertrokken we met een volgeladen auto, waar onder andere twee fietsen in zaten, naar camping Berkenstrand in Retie, om van daaruit telkens te fietsen naar de festivalweide iets voorbij Dessel. Telkens een ritje van een klein half uur. Wij hebben geen fietsendragers op de auto staan, dus was het foefelen om alle bagage er in te krijgen, maar ’t was gelukt.

De camping was ook al drie jaar geleden geboekt, en voor amper veertig euro hadden we een mooie standplaats aan de vijver voor vier nachten. Heel rustig was het daar, ’s morgens hoorde je gewoon de vogeltjes fluiten en ook ’s nachts was het super stil. Zalig. We konden – als Graspoppers – er zelfs elke morgen een ontbijtje krijgen voor vier euro. Dan hadden we toch al goed gegeten vooraleer we vertrokken naar de weide.

Het festival ligt tussen industrieterreinen, dus omwonenden hebben amper ‘last’ van het festival. De lokale mensen daar werken bijna allemaal mee als vrijwilligers, want dat zijn verenigingen die volop hun leden laten meegenieten van het festival. Dus zowel de crew om het verkeer te regelen, mensen aan de fietsparking, die bij de ticketing, bedieners aan de bar, bij de toiletten, de milieucrew: duizenden vrijwilligers die vaak al zelf 40-plussers waren en daar met de glimlach kwamen helpen. Mooi om zien.

Mensjes kijken is daar trouwens een van onze favoriete bezigheden, wat je allemaal ziet! Veel kleurrijke figuren, pakweg 70% mannen, sommigen volledig verkleed (zelfs op de hete zaterdag!). Ik ging regelmatig zitten of zelfs liggen en amuseerde mij met rondkijken. Mijn lange brede zwarte sjaal deed dienst als ‘dekentje’ om op te zitten en op zaterdag heb ik diezelfde sjaal zo’n viertal keer kletsnat gemaakt met het gratis drinkwater om mijn hoofd en nek te verfrissen en te bedekken. Ik ben niét verbrand, want we hadden voldoende zonnecrème mee en gingen af en toe ook schaduw opzoeken of een band binnen (overdekte tent) beluisteren.

Op het nieuws hoorden we achteraf vertellen dat mensen héél lang moesten aanschuiven aan de kraantjes: onzin. Als je je een beetje strategisch opstelt, kun je zonder drummen binnen de vijf minuten aan drinkbaar water. Het lege waterflesje dat ik mee had, kwam ook vlotjes door de security – al mocht dat zogezegd niet, ze deden daar niet moeilijk over.

Oh ja, we kwamen voor de muziek natuurlijk! Ik heb vooral genoten van Iron Maiden, een groep die ik al ‘volg’ van toen ik twaalf jaar oud was, en die ik nog nooit live had gezien. Verder ook van Powerwolf, Europe, Foreigner, Whitesnake, Alestorm, Dropkick Murphy’s, Alice Cooper en minder bekende groepen zoals Creeper, Heilung, Sloper, en voor vele anderen iets bekend maar voor mij nieuw: de Noorse groep Dimmu Borgir.

Mijn lief was heel aangenaam verrast door Stake (uit Wevelgem), Amenra, Tiamat en Kadaver, hij gaat dan ook af en toe helemaal op de eerste rij gaan staan om volop van de ambiance te genieten (en crowdsurfers door te geven). Het is een vak apart. 😉

De laatste dag ben ik dan eindelijk ook mijn zoon tegen gekomen, die er goed uit zag, beetje verbrand maar tevreden en ik was erg blij om hem eventjes te zien. Ook op zondag kwam nog een vriendin met haar lief af, met haar ben ik samen naar wat optredens gaan kijken en onze vriendjes gingen dan vaak naar iets anders – meer hun smaak.

Dat viel mij opnieuw weer op: hoe goed wij samen naar een festival kunnen gaan als koppel. We doen regelmatig ons eigen ding, zelfstandig en onafhankelijk, maar spreken telkens weer af en hebben heel veel lol. Ook het kamperen gaat ons vlot af, het gebrek aan luxe vinden wij totaal geen probleem, en al draag ik vier dagen hetzelfde jurkje (omdat het zo makkelijk was), en was mijn haar een zooitje, hij vindt dat geen ramp. Als hij die ene nacht twee uur later dan ik terug was op de camping omdat hij nog per se een late groep wou zien, vond ik dat ook geen probleem.

En ja, ik ben een beetje moe. En ja, ik had vaak last van mijn rug (maar dan ging ik liggen of zitten, om het even waar zelfs). En ja, een festival is duur (maar de kaarten zijn al drie jaar geleden betaald) en het eten en de drank nog meer (maar we dronken veel gratis water en gingen zuinig om met onze muntjes). En ja, we gebruikten onze aangepaste oordoppen. En ja, ik merkte toch wel invloed na Corona: mensen staan minder tegen elkaar gedrukt en geven elkaar precies wel meer ruimte. En ja, er wordt door mannen nog altijd veel geluld (gezeverd) tegen vrouwen, maar daar doen ze dat op een respectvolle en grappige manier, gewoon teruglullen en lachen en je wordt nooit lastig gevallen. Altijd als ik ergens ging zitten of liggen, kwam er meteen random iemand aan me vragen of ik wel okee was.

Toch wel schatjes, die Graspop-mensjes.

Tiny en het contrast

Flashback naar vorige zondag: stilte in een tuin, 12 gelijkgezinde mensen die toch zo verschillend zijn, maar die genoten van verbinding tussen lichaam en geest. Met andere woorden: mijn evenement “Zen op Zondag” was héél geslaagd, toffe contacten gemaakt, ideetjes opgedaan en zelfs een beetje verbrand in de middagzon.

Flash forward naar komend weekend:

nog meer zon, allesbehalve stilte overdag en hopelijk redelijk wat stilte ’s nachts en ’s morgens. We gaan eindelijk weer naar Graspop. Tiny, de yogalerares met haar stiltedagen en meditatie workshops, kiest ervoor om vier dagen te luisteren naar hard rock en heavy metal en alles wat daar ook maar enigszins op lijkt. Ik schreef er al eerder over, want ik was er al in 2015 en 2017. We gingen gaan in 2020, maar ja… je weet wel hé.

Een beetje verstand hebben we al, als vijftigplussers: we gaan slapen op een camping 8 kilometer verder, aan een zwemvijver, en dat lijkt me heerlijk met deze warme voorspellingen. Benieuwd.

Overdag rijden we met onze fiets naar de festivalweide, gewapend met oordoppen, zonnecrème, en het eerste wat we gaan aanschaffen is een flesje water dat we telkens gratis kunnen bijvullen.

Ik kijk uit naar de show van Alice Cooper, Iron Maiden, Whitesnake, Europe (jaja, die van The Final Countdown), Foreigner (jaja, die van I want to know what love is), Powerwolf, The Offspring, Alestorm, Dropkick Murphy’s en een hoop andere groepen die ik nog niet ken, maar die mij vast wel zullen verrassen.

Note to self: véél smeren, veel water drinken, niet te veel pintjes, af en toe schaduw zoeken en regelmatig gaan liggen op je dekentje om je rug te sparen. Of ik het overleef, en hoe, dat hoor je dan wel volgende week.