festival

Tiny blikt terug op Graspop 2022

Vier dagen vlogen voorbij. Op donderdagmorgen vertrokken we met een volgeladen auto, waar onder andere twee fietsen in zaten, naar camping Berkenstrand in Retie, om van daaruit telkens te fietsen naar de festivalweide iets voorbij Dessel. Telkens een ritje van een klein half uur. Wij hebben geen fietsendragers op de auto staan, dus was het foefelen om alle bagage er in te krijgen, maar ’t was gelukt.

De camping was ook al drie jaar geleden geboekt, en voor amper veertig euro hadden we een mooie standplaats aan de vijver voor vier nachten. Heel rustig was het daar, ’s morgens hoorde je gewoon de vogeltjes fluiten en ook ’s nachts was het super stil. Zalig. We konden – als Graspoppers – er zelfs elke morgen een ontbijtje krijgen voor vier euro. Dan hadden we toch al goed gegeten vooraleer we vertrokken naar de weide.

Het festival ligt tussen industrieterreinen, dus omwonenden hebben amper ‘last’ van het festival. De lokale mensen daar werken bijna allemaal mee als vrijwilligers, want dat zijn verenigingen die volop hun leden laten meegenieten van het festival. Dus zowel de crew om het verkeer te regelen, mensen aan de fietsparking, die bij de ticketing, bedieners aan de bar, bij de toiletten, de milieucrew: duizenden vrijwilligers die vaak al zelf 40-plussers waren en daar met de glimlach kwamen helpen. Mooi om zien.

Mensjes kijken is daar trouwens een van onze favoriete bezigheden, wat je allemaal ziet! Veel kleurrijke figuren, pakweg 70% mannen, sommigen volledig verkleed (zelfs op de hete zaterdag!). Ik ging regelmatig zitten of zelfs liggen en amuseerde mij met rondkijken. Mijn lange brede zwarte sjaal deed dienst als ‘dekentje’ om op te zitten en op zaterdag heb ik diezelfde sjaal zo’n viertal keer kletsnat gemaakt met het gratis drinkwater om mijn hoofd en nek te verfrissen en te bedekken. Ik ben niét verbrand, want we hadden voldoende zonnecrème mee en gingen af en toe ook schaduw opzoeken of een band binnen (overdekte tent) beluisteren.

Op het nieuws hoorden we achteraf vertellen dat mensen héél lang moesten aanschuiven aan de kraantjes: onzin. Als je je een beetje strategisch opstelt, kun je zonder drummen binnen de vijf minuten aan drinkbaar water. Het lege waterflesje dat ik mee had, kwam ook vlotjes door de security – al mocht dat zogezegd niet, ze deden daar niet moeilijk over.

Oh ja, we kwamen voor de muziek natuurlijk! Ik heb vooral genoten van Iron Maiden, een groep die ik al ‘volg’ van toen ik twaalf jaar oud was, en die ik nog nooit live had gezien. Verder ook van Powerwolf, Europe, Foreigner, Whitesnake, Alestorm, Dropkick Murphy’s, Alice Cooper en minder bekende groepen zoals Creeper, Heilung, Sloper, en voor vele anderen iets bekend maar voor mij nieuw: de Noorse groep Dimmu Borgir.

Mijn lief was heel aangenaam verrast door Stake (uit Wevelgem), Amenra, Tiamat en Kadaver, hij gaat dan ook af en toe helemaal op de eerste rij gaan staan om volop van de ambiance te genieten (en crowdsurfers door te geven). Het is een vak apart. 😉

De laatste dag ben ik dan eindelijk ook mijn zoon tegen gekomen, die er goed uit zag, beetje verbrand maar tevreden en ik was erg blij om hem eventjes te zien. Ook op zondag kwam nog een vriendin met haar lief af, met haar ben ik samen naar wat optredens gaan kijken en onze vriendjes gingen dan vaak naar iets anders – meer hun smaak.

Dat viel mij opnieuw weer op: hoe goed wij samen naar een festival kunnen gaan als koppel. We doen regelmatig ons eigen ding, zelfstandig en onafhankelijk, maar spreken telkens weer af en hebben heel veel lol. Ook het kamperen gaat ons vlot af, het gebrek aan luxe vinden wij totaal geen probleem, en al draag ik vier dagen hetzelfde jurkje (omdat het zo makkelijk was), en was mijn haar een zooitje, hij vindt dat geen ramp. Als hij die ene nacht twee uur later dan ik terug was op de camping omdat hij nog per se een late groep wou zien, vond ik dat ook geen probleem.

En ja, ik ben een beetje moe. En ja, ik had vaak last van mijn rug (maar dan ging ik liggen of zitten, om het even waar zelfs). En ja, een festival is duur (maar de kaarten zijn al drie jaar geleden betaald) en het eten en de drank nog meer (maar we dronken veel gratis water en gingen zuinig om met onze muntjes). En ja, we gebruikten onze aangepaste oordoppen. En ja, ik merkte toch wel invloed na Corona: mensen staan minder tegen elkaar gedrukt en geven elkaar precies wel meer ruimte. En ja, er wordt door mannen nog altijd veel geluld (gezeverd) tegen vrouwen, maar daar doen ze dat op een respectvolle en grappige manier, gewoon teruglullen en lachen en je wordt nooit lastig gevallen. Altijd als ik ergens ging zitten of liggen, kwam er meteen random iemand aan me vragen of ik wel okee was.

Toch wel schatjes, die Graspop-mensjes.

Tiny en het contrast

Flashback naar vorige zondag: stilte in een tuin, 12 gelijkgezinde mensen die toch zo verschillend zijn, maar die genoten van verbinding tussen lichaam en geest. Met andere woorden: mijn evenement “Zen op Zondag” was héél geslaagd, toffe contacten gemaakt, ideetjes opgedaan en zelfs een beetje verbrand in de middagzon.

Flash forward naar komend weekend:

nog meer zon, allesbehalve stilte overdag en hopelijk redelijk wat stilte ’s nachts en ’s morgens. We gaan eindelijk weer naar Graspop. Tiny, de yogalerares met haar stiltedagen en meditatie workshops, kiest ervoor om vier dagen te luisteren naar hard rock en heavy metal en alles wat daar ook maar enigszins op lijkt. Ik schreef er al eerder over, want ik was er al in 2015 en 2017. We gingen gaan in 2020, maar ja… je weet wel hé.

Een beetje verstand hebben we al, als vijftigplussers: we gaan slapen op een camping 8 kilometer verder, aan een zwemvijver, en dat lijkt me heerlijk met deze warme voorspellingen. Benieuwd.

Overdag rijden we met onze fiets naar de festivalweide, gewapend met oordoppen, zonnecrème, en het eerste wat we gaan aanschaffen is een flesje water dat we telkens gratis kunnen bijvullen.

Ik kijk uit naar de show van Alice Cooper, Iron Maiden, Whitesnake, Europe (jaja, die van The Final Countdown), Foreigner (jaja, die van I want to know what love is), Powerwolf, The Offspring, Alestorm, Dropkick Murphy’s en een hoop andere groepen die ik nog niet ken, maar die mij vast wel zullen verrassen.

Note to self: véél smeren, veel water drinken, niet te veel pintjes, af en toe schaduw zoeken en regelmatig gaan liggen op je dekentje om je rug te sparen. Of ik het overleef, en hoe, dat hoor je dan wel volgende week.

Tiny ging nog eens naar een festival

Post-Corona! Eindelijk! Ondertussen staan we er blijkbaar nog maar amper bij stil, dat er meer dan twee jaar bijna niets mogelijk was van cultuur, of enkel in serieus afgeslankte versie, of met mondmaskers en afstand.

Nu gingen we naar Labadoux in Ingelmunster, nog nooit geweest maar ik hoorde al vaak dat het daar zo gezellig zou zijn. We gingen enkel op zondag, voor 20€ een hoop concertjes meepikken, én genieten van de festivalsfeer, we zagen het zitten. Zeker omdat het zo’n zalig lekker weer was.

Ik wou vooral op die dag gaan, omdat Luka Bloom zou optreden. Al dertig jaar ben ik fan van zijn stem en zijn liedjes, hij heeft een reeks hits op zijn naam staan, maar doet het de laatste jaren rustig aan. Hij woont in een klein dorpje in West-Ierland, afgezonderd van alles en iedereen, maar hij treedt wel nog steeds op. De laatste twee jaar zong hij voor zichzelf, in zijn lege keuken, zei hij – en dat was hij grondig beu. Het was zijn eerste festival nà Corona en hij genoot er zelf van, dat zag je niet alleen maar dat zei hij ook.

Vlak voor zijn optreden was er Guy Swinnen (ex-Scabs) en zijn band maar die hebben we maar met stukjes en beetjes gezien. Ondertussen was ik twee jongens tegengekomen waar ik nog mee in de klas zat tijdens mijn studieperiode in Kortrijk. Een man riep mij en zei dat hij mij kende van in “den IPSOC” en ik moest twee keer kijken, wist ook zijn naam niet meer. Wat doe je nu, vroeg ik, nog iets in de sociale sector? Bleek dat hij vooral bezig was met WOI en herdenkingen in Ieper en in Langemark… Ha! Ik hoor Langemark en ik denk Lieselotte. Blijkt dat die twee mekaar kennen natuurlijk. Hoe klein is de wereld.

Een tiental minuten voor Luka Bloom zou beginnen, gingen we binnen in de concerttent, waar mensen in het midden op stoeltjes zaten, maar ik kon gewoon doorlopen tot heel vooraan – en daar zou ik blijven staan. Een concertje meemaken vanop de eerste rij, wat had ik dat gemist!

De tent liep ondertussen aardig vol en de presentator kwam het podium op, en vroeg om voor de veiligheid met de stoelen naar de zijkanten te verhuizen, zodat meer mensen de tent binnen konden en men niet onder de voet zou gelopen worden. Het viel me op dat iedereen toch plaats had om makkelijk te staan/zitten, dat er niet gedrumd werd.

Luka Bloom is ondertussen 67. En zoals die helden van onze jeugd tegenwoordig vallen als vliegen, wil ik liefst nog zoveel mogelijk optredens meemaken. Ik heb heel erg genoten, mijn lief ook want al zei hij voordien dat hij wellicht niet zou blijven staan, maar eens zou gaan wandelen, hij heeft zijn mening over Luka Bloom moeten herzien, want het was veel boeiender dan hij dacht. Ook goed: aan wie vooraan stond werden gratis oordopjes uitgedeeld. Kortom: Tiny blij. Op naar Graspop (nog iets meer dan een maand).