eten

Tiny’s plannetjes

Oh waar is de tijd dat er geen zak op de planning stond en ik daar een beetje kregel van werd. Niks in het vooruitzicht, in volle coronatijd, iedereen maakte het mee.

Stilletjes aan komen er weer dingen in mijn agenda, korte termijn en lange termijn en het voelt fantastisch. Vooral omdat ik kies voor mezelf: geen sociale verplichtingen, geen etentjes die ik niet wil, maar connectie met lieve mensen en uitstappen naar mooie plekken.

Zijnde:

  • Ecstatic Dance op een zaterdagmiddag in een tuin in Assenede. Ik ken de mens die het organiseert en ga samen met twee gelijkgezinden die graag dansen en zich niet aantrekken van wat een ander denkt als die iemand ziet dansen. Ik deed het al eerder en schreef er over hier.
  • Mijn zelf-georganiseerd meditatie-weekend in de Ardennen, van 8 tot 10 oktober. Kleinschalig, maximum vijf mensen gaan er mee. Er is nog plaats voor eentje (als je interesse hebt, stuur me een bericht). Dit wordt ongeveer het programma:

Wil je er graag eens bij zijn, maar lukt het niet op deze data? Geen nood, in het voorjaar organiseer ik het opnieuw.

  • Over minder dan twee maanden, begin november ga ik EINDELIJK terug naar Egypte. Voor tien dagen deze keer, met een klein groepje lieve mensjes. Ik ga véél minder in paniek zijn dan de laatste keer, en ga er veel méér van kunnen genieten, dat is zeker.
  • We wilden al héél lang eens héél lekker gaan eten met de meisjes van de leesclub en ook dat is gepland, ergens in november, in restaurant Rebelle in Marke.
  • Met diezelfde meisjes gaan we in maart op weekend, wellicht naar de Heilige Rita, klinkt goed en ziet er prachtig uit, vinden wij.
  • En het grote plan daarna: in maart ga ik helemaal alleen naar Tenerife, voor een Yoga Teacher Opleiding. Kleine groepjes, met maximum zes personen, in een prachtige omgeving. Voor iets meer dan drie weken, jawel.

Ondertussen werk ik naarstig verder, geef ik nog steeds massages in bijberoep en ga ik elke vrijdag meditatieles geven in de gevangenis. A busy Tiny is a happy Tiny.

Tiny schiet in actie

Het is genoeg geweest, met stilzitten, aperitieven door de week, chips bij de tv en meteen terug in de zetel kruipen bij de gedàchte aan sport. Mijn goeie voornemens heel in het begin van de eerste lockdown, met een ochtendroutine van fitness-oefeningen, zijn geen lang leven beschoren geweest. De kilo’s vliegen erbij en dat is niet alleen de schuld van de “blokjaren”. Maar vooral de schuld van mijn levenslang gebrek aan discipline.

Als ik volgend jaar in Tenerife de Yoga Teacher Training wil volgen, wil ik dit niet doen met een uitgezakt lijf dat al doodmoe wordt van het kijken naar een trap. Ik ga mij niet compleet belachelijk maken tussen twintigers als ik al de eerste les niet zou meekunnen met het niveau en als een hijgend boerenpaard moet meedoen.

Tijd voor actie. En het mag iets kosten. En néé geen dom fitness center waar ze begeleiding beloven maar dat toch nooit doen, en waar je na een tijdje gewoon wat staat te wandelen op een loopband, ik heb het daar wel gezien. Dus zocht ik op (hou je vast) Personal Trainer in Wevelgem op Google en vond iets interessants.

Er is vlak bij mijn huis een soort fitnesscentrum maar er staan maar weinig toestellen. De coach is een voormalig wielrenner die nu bewegingsdeskundige is, en mensen begeleidt naar een gezondere levensstijl, ofwel 1 op 1, ofwel in kleine groepjes. Maar je wordt dus continu persoonlijk begeleid en dat is een groot verschil met zo’n fitnesscentrum waar je eigenlijk vooral aan je lot wordt overgelaten en je dus maar ‘wat’ doet – met alle gevolgen vandien.

Falko van The Flock in Wevelgem

Ondertussen ben ik eerst gaan kennismaken, en ben ik nu bezig met drie opstartsessies (één op één) waarin hij me test om te zien wat ik aan kan. Dan word ik ingedeeld in een bepaald niveau zodat ik telkens kan zien welke oefeningen ik mag/kan doen. ’t Is met kleurtjes en ’t begint met wit, dan geel, dan oranje, rood,… enzovoort. Ik vreesde al dat ik om te beginnen gewoon onzichtbaar zou zijn van kleur, maar groot was mijn verbazing toen het met mijn kracht in mijn armen nog wel leek mee te vallen. Voor sommige oefeningen kreeg ik dus geel!

Dat zal wel komen van twintig jaar lang met dozen met beeldschermloepen te sleuren én van veel te masseren, denk ik.

De cardio was pittig, maar niet onoverkoombaar en dat is wel motiverend. Ook werd mij wat meer uitgelegd over het belang van gezonde voeding voor een gezond en fit lichaam, maar daar ben ik wel redelijk mee vertrouwd. Ik ga gewoon mijn gebruik van koolhydraten weer verder serieus verminderen, meer vis en véél meer groenten eten en oh ja, ik drink geen alcohol meer tijdens de week. Er is al een kilo af.

We zien wel hoe het loopt, maar ik ben begonnen en dat is al het halve werk. Hoe is ’t met jullie fysieke toestand?

Tiny klaagt op restaurant

Doen jullie dat wel eens? De ober aan zijn of haar mouw trekken en zeggen dat iets niet in orde is?

Heel begrijpelijk als je iets bestelt en het is niet het juiste gerecht, dat zou ik ook meteen doen. En als je de wijn voorproeft en hij blijkt zuur te zijn, daar zou ik ook onmiddellijk iets van zeggen, geen probleem.

Maar wat als je het niet lekker vindt? Smaken verschillen, leg je er bij neer? Of zeg je dat?

Wat als je een gerecht bestelt dat je al twintig keer hebt gegeten maar deze éénentwintigste keer trekt het echt op geen bal? Wanneer doe je je mond open?

Ik ben daarin nogal een schijtluis, het moet al echt vreselijk slecht zijn eer ik er iets van zeg. Nu ben ik een makkelijke eter: ik eet zo goed als alles en lust héél veel. Ook ben ik opgevoed met “ouders uit den oorlog” die mij hebben geleerd altijd mijn bord leeg te eten. Heb je al eens aan tafel gezeten met mijn pa? Ik raad het u aan.

De mens is volledig blind, eet altijd met vork en mes op een ongelofelijk simpel lijkende manier en hij eet ALTIJD zijn bord uit tot de laatste kruimel. De laatste erwt zal hij vinden en op zijn vork prikken. Hoe vaak ik al niet heb gemompeld: “Pa, pak het met je vingers, geen haan die er naar kraait” – nee, hij slaagt er altijd in om met vork en mes ALLES op te eten. Wie ben ik dan om iets in mijn bord te laten liggen?

Wij gingen in Spanje naar een ogenschijnlijk ‘sjiek’ restaurant gaan eten. Het was de eerste avond in het dorp en in plaats van twee leek er maar één restaurant te zijn, het lag op een steile heuvel en zoals je weet van mijn vorige blogpost, wil ik na een berg (heuvel) beklommen te hebben, mij gewoon neerploffen en genieten van drank en eten.

Er hing géén menukaart uit. De tafels waren deftig gedekt en ik vreesde al voor een gepeperde rekening, dus fluisterden we: “We nemen gewoon een hoofdgerecht en een glas wijn”.

De mevrouw die ons bediende sprak echt geen woord Engels noch Frans, enkel Spaans. Het menu ook enkel in het Spaans, dus kwam Google translate er aan te pas. Pescada is vis en Rodaballo bleek tarbot te zijn. Laat dat nu één van de lekkerste én duurste vissen te zijn, maar het beestje stond voor 22€ op de kaart, dus was mijn keuze snel gemaakt. De rest was rond dezelfde prijsklasse, dus, het kon erger! Achteraf gezien was dit het duurste hoofdgerecht van onze hele reis.

’t Was met patatjes en wat warme groenten en sla, al bij al viel het goed mee. Ik mag van mijn lief geen foto’s meer maken van mijn eten, dus kan ik het niet tonen, maar geloof mij: het was een vis van een deftig formaat.

Lekker ook.

Maar. Een tarbot (en dat kan ik wel even op een foto van internet tonen) is een platvis maar die is niet overal even plat. Rond de kop is die wat dikker.

Ik vind het ook niet erg om wat te peuzelen en graatjes vis (pun intended) ik er wel uit dus ik begin met staart en zijkanten. Maar hoe meer ik naar het midden ga, hoe minder goed de vis van de graat valt. Hij is zelfs lauw tot een beetje koud in het midden. Ik aarzel. Mijn lief ziet dat en vraagt wat er scheelt. Ik toon het hem. Hij is de man die twee jaar Spaans volgde en ik hoop zo’n beetje dat hij met veel bravoure de kelner zal aanspreken en zeggen: “Excuseer, maar de vis van mijn vrouw is in het midden niet volledig doorbakken.”

Helaas. Na “Perdon, el pescado…” zit hij vast. Enfin, da’s niet waar. Hij begint er niet eens aan. Google translate dan maar weer. Ik roep de ober en zeg “Het is jammer – Es una pena – pero el pescado e non completamente frutti“.

Spaanstaligen zullen zich wellicht onnozel lachen, maar ik illustreerde het probleem en ze rammelde een heel Spaans opstel tegen mij af en nam de vis mee, terug naar de keuken. Ze leek niet boos. Ze liet mijn vork en mes liggen. Ik dacht: “En nu?”

Ondertussen at mijn lief met smaak zijn goedgebakken (dus niet goed gebakken, want dat wil hij niet – zucht) entrecote volledig op. Na tien minuten kreeg ik – echt waar – een volledig nieuw bord. Mét doorbakken vis, met opnieuw patatjes, groenten en sla. Opnieuw rammelde ze zevenentachtig zinnen Spaans af, waarvan ik alleen “en principio” begreep.

Zo at ik dus op één avond zo goed als twee tarbots (tarbotten?) en vroegen we ons nog af of we er twee gingen moeten betalen?

Nee dus. Lekker gegeten, maar we zijn er toch niet meer terug geweest. We gingen wel drie keer terug naar een terras met tapas daar vlak bij (niét op de heuvel en tien keer goedkoper). Een een ober die Engels, Frans en Spaans sprak. (Waarbij wij toch koppig in het Spaans bleven bestellen, hihi.)