depressief

Waarom Tiny zo stil is…

Ach, tegenwoordig hou ik liever mijn mond in plaats van meteen op het podium te springen. Probeer ik me wat terug te trekken en tot mezelf te komen. Laat ik anderen vertellen en ben ik soms blij dat ze niet te veel aan mij vragen.

Nog altijd de weerslag van mijn reis naar Egypte? Misschien.

Bloggen is ook een soort vorm van de aandacht opeisen. Ik zat vroeger in rockgroepjes, speelde amateurtheater of presenteerde een radioprogramma. Miss Tiny stond blijkbaar graag in de kijker. En dat terwijl ik eigenlijk nogal verlegen ben.

Klagen kan ik wel, ja. Dat ik amper nog vriendinnen zie. Dat ik niet weet wie ik moet bellen als het eens niet lekker gaat.

En dan, vlak na weer zo’n klaagzang, krijg ik een sms of ik met een oude vriend koffie wil gaan drinken. Of wanneer we met twee oude schoolvriendinnen eens op bezoek gaan bij die andere vriendin. Of als ik voor een half uurtje op de stoep sta bij iemand die al een hele tijd in een zware dip zit. Dan denk ik, ach het valt nog wel mee met mij.

Aan de andere kant: kritiek hakt er altijd wel in. Dagen- en nachtenlang lig ik te denken of ik (zoals sommigen zeiden) niet te bot ben, niet te sarcastisch, niet te veeleisend, te negatief of te denigrerend. Piekeren over waar ik verkeerd heb gedaan, wat ik verkeerd heb gezegd.

En ja, ik zit vaak alleen. Misschien heb ik het zelf gezocht hé. Misschien heb ik met ouder worden ook geen zin meer in zinloos gekakel.

Enfin, Vrolijk Pasen. 😉

Advertenties

Tiny wou dat het al lente was

Is die winter bijna gedaan?

Hmm. Er worden mij boze blikken toegeworpen en gezegd dat het zelfs nog écht winter moet worden. Of mijn kerstboom al staat? Wat ik gekregen heb van Sinterklaas? En grote euforie bij mijn medemens als er drie sneeuwvlokken uit de lucht dwarrelen.

Is iedereen op zijn kop gevallen en blijven kaatsen of zo? Jongens toch. Ik krijg al de kriebels als het Halloween wordt, met die stomme pompoenen en plastieken spinnen in de etalages. Onnozelaars. Pompoensoep is wel lekker, ja, daar heb ik niks op tegen. Ook niet in de zomer.

En daarna wordt iedereen met kinderen juichend wakker, want Sinterklaas of zijn vriendje Sint-Maarten komt! Niet op vijf of zes december, nee, liefst al direct in november. Overdrijf eens niet zo, jongens. Zet dat schoentje op vijf december en gooi er ’s nachts wat in en hop, klaar. Laat de Sint in de lagere school komen en maak er daar een feestje van, maar hou hem toch weg uit winkels en bedrijven. Waar zijn we mee bezig?

Sint is nog niet helemaal weg of de straten zijn al versierd met Kerststerren en bij de bakker ligt het Nieuwjaarsgebak al klaar. De eerste sneeuwvlokken zorgen voor 400 kilometer file.

En ja ja, die Kerstsfeer, oh wat is het toch gezellig. Samen met de familie. Joepie. Laten we ook nog eens een kerstboom zetten en we gooien er snel nog honderd euro kerstversiering tegenaan. (Als ’t aan mij lag, was er niks, maar omdat we nog twee gezellige tieners hebben rondlopen, doen we maar mee.) Eenmaal de kerstboom gezet, kruipt iedereen weer op zijn kamer – en ik zit “gezellig” naast de boom te lezen. De familie op Kerstavond zal uit ons twee bestaan en met wat geluk de drie kinderen. Verder niks gepland.

Het is ook de tijd waarin niemand iemand durft te bellen: oh ze zullen het wel te druk hebben met familiefeestjes en zo. Nee hoor!

Ik heb een warme muts gekocht ten voordele van de MUG-heli bij Miete Confiete, voor Music For Life. Da’s genoeg Kerst voor mezelf, vind ik. Cadeau’s? Geen flauw idee van. Geen inspiratie. Mij mogen ze een boekenbon voor Theoria geven en ik ben content.

Kerstmarkten, oh horror. Sneeuw, ijs, temperaturen onder nul, dank u vriendelijk. In de zomer op een koude dag wil ik net zo goed een glühwein of een jenever drinken, dat moet nu niet per se. Mijn warme truien zal ik met liefde terug verhuizen naar de onderste regionen van mijn kleerkast.

Dus, lieve mensen: mag ik even een beer zijn en mij ingraven voor mijn winterslaap? Kom mij wakker maken als de zon terug is en de krokusjes bloeien. Dank u en slaapwel.

lente

Tiny en de moderne eenzaamheid

 

FullSizeRender (3)

Gezellig rond de tafel zitten, de kinderen vinden het maar saai. Eigenlijk vind ik dat ook vaak. Tenzij je dat met mensen kan doen die je niet vaak ziet en met wie je maar niet uitgepraat raakt.

Maar waar zijn al die mensen? Waar zijn die vierhonderd “vrienden” op Facebook? Als je alles al hebt gezegd tegen je lief of je gezin, en als je eens wil zagen tegen vrienden van vroeger of van straks. Wie stuurt er nog een sms naar iemand die je al lang niet meer hebt gehoord, gewoon om te vragen hoe het is? Ik geef toe, zelf doe ik dat ook niet vaak.

Eenzaamheid zit niet meer in een klein hoekje tegenwoordig, het is overal. Iedereen zit maar op een kluitje, toont aan de wereld hoe leuk ze het hebben, via Instagram, Twitter of Facebook en toch zijn we de grote helft van onze vrije tijd alleen. We kunnen urenlang bingewatchen, hoera er is Netflix en ja, het is heerlijk luisteren naar podcasts en oh wat lezen we veel boeken, kijk maar op Goodreads. Sociale media zijn misschien niet zo sociaal als we denken.

En ja ik ben inderdaad een introvert, die graag alleen is, maar soms wil ik wel eens wat meer interactie. Wil ik wel eens een avondje zagen en klagen tegen een vriend of vriendin die me weer met mijn voetjes op de grond zet. Die me misschien goeie raad geeft die al honderd keer tegen me is gezegd, maar die het ook niet beter weet. Die lacht en zegt dat we twee oude dozen zijn die nu al zeggen dat het vroeger beter was.

Ik mis de tijd van de Free Hugs en het Couchsurfen. Misschien soms te oppervlakkig maar de grote hoeveelheid sociale interactie deed mij ook deugd en plaatste mijn zelfvertrouwen terug op een hoger vuurtje. Het was natuurlijk ook in een tijd dat ik single was en op die manier veel andere gelijkgestemden ontmoette.

Ik mis Brugge, maar misschien heb ik daar ook een verkeerd idee over. Vroeger kwam ik altijd wel bekenden tegen, nu lijkt het of iedereen altijd binnen blijft zitten.

Ik mis soms de oude tijd van het brieven schrijven. Toen ik het niet kon gezegd krijgen, schreef ik het wel op. En als ik geluk had, kreeg ik post terug van een gelijkgestemde ziel.

Toen ik nog geen auto had en afhankelijk was van mijn fiets of het openbaar vervoer, zag ik meer vrienden dan nu, nu ik kan gaan en staan waar en wanneer ik wil. Alles moet gepland. Alle afspraken moet je weken van tevoren maken. Niemand loopt nog zomaar ergens binnen.

Waarom gaat deze blog zo vaak over het verleden? Over mijn melancholie naar vroeger tijden, naar wat ik meemaakte toen ik “jong” was? Is mijn leven nu dan zo saai?

De meerderheid vindt vast dat ik geen recht van spreken heb, dat ik toch alles kan doen wat ik wil, dat ik het er zelf naar kan maken. Dat ik toch allerlei hobby’s heb? Hobby’s? Ik braak al van het woord alleen. En dat ik regelmatig op reis ga? Het is nooit genoeg, zo lijkt het wel.

Vroeger dacht ik altijd, later als ik groot ben, spring ik gewoon binnen bij een vriendin en zij bij mij, om een koffietje te drinken en te praten over “de kinders”. Nu moet ik ze met een vergrootglas eerst gaan zoeken om daarna hemel en aarde te bewegen om eens te kunnen afspreken.

Vroeger was het beter. Of niet?