couchsurfing

Tiny knuffelt er op los

Dag 23/40dagen bloggen

Tot ik vierentwintig was, had ik nog nooit een knuffel gekregen van iemand – uitgezonderd van een liefje. Niet van mijn ouders, niet van vriendinnen, dat werd gewoon niet gedaan.

Op mijn vierentwintigste ging ik voor drie maand werken in de USA, samen met een internationaal gezelschap en daar werd vooral door de Amerikanen en de Engelsen enorm veel geknuffeld; Ik vond het zàlig! Eenmaal thuis moest ik weer wennen aan het feit dat niemand écht knuffelde bij ons.

Toen ik dit vertelde in de groep waar ik nu zit, tijdens de Yoga Teacher Training, zat iedereen me met open mond aan te kijken. We hadden het net over knuffelen gehad, dat wij blijkbaar een groep zijn die erg ‘touchy’ is, in de zin van elkaar eens een aaitje geven, of een knuffel, of een hand op een schouder leggen en zo – en wij vinden dat alle acht volstrekt normaal.

Dag twee van deze cursus en we deden al een ‘group hug’. De lerares zegt ook dat er groepen zijn die dit amper of veel minder doen, dat wij een groep zijn die zo warm is naar elkaar. Zonder een dergelijke steun zou ik dit veel moeilijker vinden trouwens.

Een jaar of vijftien geleden ongeveer was er een hype, internationaal zelfs: de Free Hugs movement. Samen met andere couchsurfers heb ik tal van evenementen georganiseerd, in Brugge, in Gent, in Dublin,… waar je op straat ging met een groot bord “Free Hugs” en zo konden complete vreemden je een knuffel komen geven. Ik begrijp dat sommige mensen daar heel hard van weg lopen, maar ik kreeg daar ZO VEEL energie van. De hele middag met een glimlach op je gezicht tot je kaken er van pijn deden. Dat was écht super.

Ik miste knuffels tijdens de lockdown.

Als je me ooit in real life tegen komt, en je hebt zin in een knuffel: kom maar af. Ik geef ze met plezier. Zelfs al heb ik je nog nooit gezien. Voor alle vrienden en vriendinnen: altijd klaar voor een welgemeende knuffel.

Foto door Alain Bachellier

Tiny is de 40 (al lang) gepasseerd

Een vriendin die dit jaar veertig wordt, stuurde mij een paar vragen om eens over na te denken, als veertigplusser. Nee nee, ik ga niet verklappen over wie het gaat (maar ze blogt, dus grote kans dat je het al raadt) en ik ga ook niks zeggen over die vragen en al zeker niet over mijn antwoorden. Die komen later bij haar wel aan bod.

Maar het deed me terug denken aan de periode waarin ik veertig werd. Ik zei haar dat ik de grootste moeite had met dat getal. 40. Dat ik vaak mijn werkelijke leeftijd niet wou verklappen. Tussen mijn 38 en 48 was ik heel druk bezig met Couchsurfing, ontmoette ik reizigers met gemeenschappelijke interesses aan de lopende band en héél vaak waren die een héél stuk jonger. Zie Tiny en de Australiër, om er eentje te noemen. Op dat Couchsurfing-profiel verborg ik mijn ware leeftijd, want vaak gingen reizigers op zoek enkel naar mensen van hun eigen leeftijd en viel ik te veel uit de boot. Sommigen waren ook gewoon té nieuwsgierig, dus schreef ik vaak dat ik 103 jaar oud was. De één zag er de humor van in, de ander vond het belachelijk en de meesten zeiden: “Oh but you don’t look a year older than 100!”. Hahaha.

Ik wou geen feest voor mijn veertigste, absoluut niet. Dus organiseerde ik er eentje toen ik 39 werd. Schot in de roos. Veel feestvierders, geen haan die kraaide naar mijn leeftijd, want PARTY-time!!! Zaaltje gehuurd, samen met een nog een jarige, veel kadootjes, veel goeie muziek, veel gedanst, kortom: een fantastische avond.

Het jaar daarna, toen ik effectief veertig werd, wisten dit maar héél weinig mensen. Mijn goeie vrienden hadden door dat ik geen gedoe wou, geen kaartjes met schreeuwerige “40” er op, geen feest (want dat was al goed geweest het jaar ervoor). Mijn beste vriend op dat moment deed me een voorstel: “Als we nu eens gewoon bij de Indiër gaan eten, de avond van je verjaardag? Ik trakteer! En daarna gaan we nog eentje drinken in ’t stad.” Wat een fantastisch plan. Heerlijk. Ik was single, had geen zin in veel andere dingen, dus ik ging akkoord.

Die avond, rustig in het restaurant: een lekkere maaltijd en was het gezellig…? Hmm. Mijn tafelgenoot was voor mijn gevoel érg veel bezig met zijn gsm. Hij zei iets over een mogelijke love intrest, maar ging er niet verder op in. En toen we na de maaltijd nog ergens iets wilden gaan drinken, wou hij per se nog eerst naar zijn huis, want hij was zijn sigaretten vergeten. Ik herinner me nog dat ik me ergerde, kon hij nu niet eens één avond zonder die stinkstokjes? Maar ik liep mee, ’t was niet ver. Hij leek een beetje nerveus, ik dacht vanwege zijn tabaksverslaving, maar toen we in zijn donkere keuken kwamen en hij het licht aanknipte, stond daar ineens een tiental man te zingen! Voor mij! Surprise!

En ja, het klopt, ik heb altijd gezegd: dat lukt niemand om voor mij een surprise avond te regelen, want ik heb dat altijd door, maar dit had ik totààl niet door en ik vond het super. Gelukkig waren we met niet zo veel, allemaal lieve mensen en zijn we alsnog een klein feestje gaan vieren in de stad. Onverwacht toch nog héél gezellig dus.

Ik denk er met veel plezier en dankbaarheid aan terug.

Foto door lawe filips op Pexels.com

Tiny en de holebi’s

In 2008 liep ik rond in Amsterdam tijdens de Gay Pride. Fantastische ervaring. Mijn drie partners in crime voor die dag waren ook couchsurfers die ik de dag ervoor pas had ontmoet, het was bijna een klucht: een lesbienne, een homo, een bi-man en ik. Die dag verliep erg feestelijk, ik genoot van de parade op de grachten, de sfeer in de straten, de heerlijke feestmuziek, karaoke en dragqueens en iedereen was vrolijk en blij. De homosexuele man die bij ons was, was een Italiaan en hij vertelde hoe hij genoot van de open sfeer in Amsterdam, dat zoiets in zijn thuisland amper mogelijk was, dat hij steeds moest opletten wat hij deed, wat hij zei en wat hij aantrok, dat hij al meer dan eens in elkaar was geslagen.

Foto: Reguliers.net

Het meisje dat op meisjes viel, was een Poolse en zei dat ze in haar thuisland het voor quasi iedereen geheim hield dat ze lesbisch was, omdat er veel mensen openlijk tegen homoseksualiteit waren, zelfs in haar eigen familie.

Helaas zijn mijn foto’s van die dag verdwenen, jammer want het waren zo’n kleurrijke sfeerbeelden.

In de late jaren tachtig viel ik op een knappe jongen, die later homo bleek te zijn, maar ik had dat natuurlijk weer niet door. Ondertussen is hij nog altijd samen met zijn man, ’t zijn schatjes. Ik heb een paar vriendinnen die lesbisch zijn, ook schatjes. De mama van mijn pluskinderen is ook lesbisch. Hoe dat precies zit, ga ik hier niet uitleggen, ze worden er gelukkig zelden mee gepest en dat zou ook totaal geen issue mogen zijn.

Zelf ben ik redelijk hetero, iets waar ik niet te veel over wil uitweiden maar dat ik ooit al verliefd was op meisjes, geef ik gerust toe. Ook hier zou er véél meer openheid in mogen komen, er rust nog altijd een taboe op het uiten van die bepaalde gevoelens. Nog steeds zijn volwassen mannen en vrouwen bang om toe te geven dat ze ooit/soms/vroeger nog gevoelens hebben gehad voor iemand van hetzelfde geslacht. En dan? Net omdàt we bang zijn om dit te uiten, is er nog steeds sprake van schaamte, van angst om uitgemaakt te worden voor homo of lesbo of watdanook. Net omdàt we bang zijn, steken we liever onze kop in het zand.

Door de vreselijke gebeurtenis in Beveren (David van 42 werd vermoord in een park door drie jongens die blijkbaar al eerder homo’s hadden aangevallen) en na het lezen van dit artikel, wou ik hier ook nog even een lans breken voor openheid en gelijkheid. Ik kan er met mijn kop niet bij dat zoiets anno 2021 gewoon nog gebeurt. Maar in het artikel wordt duidelijk gemaakt hoe dat precies wèl kan, hoe het komt, vanwaar die homohaat ontstaat. Lees dàt even voor meer duiding, ik kan het zelf niet beter uitleggen.

Foto door Shamia Casiano op Pexels.com

Dit is de zesentwintigste dag in #40dagenbloggen