concert

Tiny ging een beetje los

In West-Vlaanderen zeggen ze dan: “Tiny hing een beetje los” en misschien is dat een betere omschrijving.

Zoals ik in vorig bericht schreef, ging ik op zaterdag alléén naar Dranouter. Maar ik ben van de hele dag misschien een half uur echt alleen geweest, te midden van duizenden andere festivalgangers natuurlijk.

’s Morgens even langs de dispatching waar ik de voorbije jaren werkte, daarna mijn lief tot ziens gekust, want die ging in de buurt gaan mountainbiken. Per ongeluk naar de verkeerde camping gewandeld en dan nog eens de hele weg terug naar de juiste camping waar er vrienden zaten – om daar wat te kletsen, tussen de babbels door nog drie achillespezen gemasseerd en gezamenlijk richting festivalterrein gewandeld. Waar aan de kerk net mijn lief terug aan kwam, zodat we samen nog iets gegeten hebben. Pasta aan ’t Folk: nièt lekker en weinig smaak – da’s al lang geleden dat festival-eten mij echt tegenviel.

Op het plein: eindelijk! En het was al om en bij twee uur ’s middags. Nog twee nummers gehoord van de groep Elephant sessions: leuk!

Uit Schotland!

Ondertussen was mijn tweede gezelschap aangekomen: (pas op, ’t is moeilijk) de mama van het lief van de zoon van mijn lief. We kennen mekaar eigenlijk niet, maar hadden zo ’t idee dat we goed met elkaar zouden kunnen opschieten en dat bleek ook wel: vier uur later zaten we nog met elkaar te babbelen!

Toen ging ze haar eigen gezelschap opzoeken om samen iets te eten en zag ik net nog de laatste twee nummers van SX, de Kortrijkse groep met Stefanie Callebaut die hun allerlaatste concert speelden.

Daarna dacht ik: laat ik even gaan zitten en wat mensjes kijken, vaak zie ik dan wel een bekende voorbij struinen. En inderdaad, amper vijf minuten later zie ik een vriend die ik meestal alleen op Dranouter tegen kom, die ik al ken van toen ik vijftien was en met wie ik na bijna veertig jaar nog altijd een goeie klik heb. “Kom, we gaan eentje drinken!”, zei hij, en verliet prompt zijn eigen bende.
Drie uur later zaten we nog aan de Guinness-bar. Zo van ver heb ik de muziek gehoord van het optreden van Tourist Le MC aan de ene kant en Guido Belcanto langs de andere kant, maar niet te luid zodat we op een normaal volume konden praten en dat heeft me zo veel deugd gedaan.

Gewoon babbelen met mensen die je al dan niet goed kent: uren aan een stuk, zonder te moeten rekening houden met afspraken, andere mensen, concerten die op een bepaald uur beginnen, treinen die je moet halen,…

Oeps, zo werd het ineens bijna elf uur ’s avonds, bijna tijd voor het enige concert dat ik écht wel wilde zien, maar ik had niks meer gegeten. Bijna alle eetkraampjes waren al dicht en ik kon nog net een (dit keer wél lekkere) pitta scoren, maar helaas moest ik de overvolle concerttent van de zijkant benaderen en stond ik totaal niet van voor, maar had ik wel redelijk zicht en geluid.

Flip Kowlier, Wannes Cappelle, Brihang, Wim Opbrouck, Wim Willaert en drie vrouwelijke surprises: Stefanie Callebaut gaf een zalige Westvlaamse cover ten gehore van “Feeling good” van Nina Simone, en Fanny en Conny van Kenji Minogue mochten kleurrijk nog eens “Ol wattam me getten” vertolken. Leve het West-Vlaams!

https://vrtnws.be/p.j1RvMwpWy78

Daarna was mijn plan om nog naar de “Palace” te gaan om de DJ-set van Lisa Jordens mee te maken, zij draait goeie, afwisselende dansbare plaatjes en ik ging daar de mama van het lief van de zoon van mijn lief terug zien. Maar wat een volksverhuizing! Die feesttent is dit jaar niet meer op het gewone festivalterrein maar meer dichter bij de camping, wat een hoop minder opkuiswerk betekent voor vele ploegen én veel minder overlast voor de mensen in het centrum. Dat snap ik.

Maar als je om 1u ’s nachts nog ergens moet aanschuiven om binnen te geraken… daar had ik op dat moment geen zin meer in. Om dan wellicht nog te gaan dansen in een feesttent waar je misschien net één vierkante decimeter plaats had om een voetje te verzetten… Ben ik dan toch iets té oud geworden?

Dus nog even goeiedag gezegd tegen mijn eerste adoptie-vrienden van de dag die werkten in het café en flink naar huis vertrokken. Waar mijn lief ook nog maar nét in bed lag, want die had zelf ook nog een stapje gezet. Dat hij gelijk heeft.

Conclusie: ik ben gematigd los gegaan, was mijn oordopjes vergeten maar heb ze niet gemist, heb de mensen gesproken die ik wou spreken en daar uitermate van genoten én de heerlijke festivalsfeer opgesnoven en heel de dag buiten gezeten. Dik in orde.

Tiny wil eens los gaan

Oei. Dat klinkt erg decadent en egoïstisch. Maar laat me iets uitleggen.

Dit jaar gaan we niet, ik herhaal: NIET werken op Dranouter. Mijn lief ziet het niet meer zitten en bijgevolg zie ik het niet zitten om dat alleen te doen en om vier dagen alléén rond te hangen op het festival is ook maar zielig. Zelfs al kom ik regelmatig mensen tegen die ik ken.

Maar ik heb een kaart gekocht voor zaterdag, mijn lief blijft thuis en ik ga alleen, voor één dag dan, naar het festival. Ik vertrek al vroeg, want om 11u30 organiseren ze daar “Silent yoga” en daar wil ik bij zijn. En ik wil blijven tot het einde van het laatste optreden want dat is “Het beste van ’t Westen” met Flip Kowlier, Wannes Cappelle, Brihang, Wim Opbrouck & Willaert dus vijf vliegen in één klap op het podium.

Over het algemeen, als ik ergens naartoe ga, alleen, dan blijf ik niet tot het einde, hou me in, zorg dat ik niet te veel drink, vertrek op tijd, ben voorzien op kou, regen en hittegolven en ben ik zuinig en spaarzaam én zorg ik dat ik op een mooi uur terug in mijn bedje lig. Keurig naast mijn lief.

Maar ik schreef al eens over het genieten. En ik herinner me vaak de woorden van die vriend die met zijn auto over kop ging en nét aan de dood ontsnapte, die zei dat hij nu NOG meer ging genieten van elke dag, elk uur, elke minuut.

Ik herinner me Lieselotte die zei dat ik niet hoef te piekeren over dingen waar ik toch niks aan kan veranderen.

Ik herinner me de woorden van mijn lief die zei: “Misschien kun je wel ergens blijven slapen, op goed geluk, op Dranouter zodat je ten volle kan genieten.”

Ik herinner me mijn eigen voornemen van een paar maanden geleden om dingen meer los te laten en me minder te focussen op al die zogezegde verantwoordelijkheden, waardoor ik zelf minder geniet. Ik wil dansen tot ik zo moe ben dat ik een uurtje moet gaan zitten. En daarna nog een beetje. Ik wil optredens zien en liefst van voor, om er echt in op te kunnen gaan.

Kom mij gerust adopteren als je zelf naar Dranouter gaat, want ik ga er vast meestal alleen rond dwalen. Maar dat is niet erg. Ik ga proberen te babbelen tegen een hondje met een strikje. Misschien drink ik wel een pintje omdat ik dan meer durf.

De verantwoordelijke Tiny zegt nog net tegen zichzelf dat ze ook véél water moet drinken, zodat ze de volgende dag geen hoofdpijn heeft én dat ze zich goed moet insmeren met zonnemelk. En dat ze oordopjes moet meenemen.

Tiny ging nog eens naar een festival

Post-Corona! Eindelijk! Ondertussen staan we er blijkbaar nog maar amper bij stil, dat er meer dan twee jaar bijna niets mogelijk was van cultuur, of enkel in serieus afgeslankte versie, of met mondmaskers en afstand.

Nu gingen we naar Labadoux in Ingelmunster, nog nooit geweest maar ik hoorde al vaak dat het daar zo gezellig zou zijn. We gingen enkel op zondag, voor 20€ een hoop concertjes meepikken, én genieten van de festivalsfeer, we zagen het zitten. Zeker omdat het zo’n zalig lekker weer was.

Ik wou vooral op die dag gaan, omdat Luka Bloom zou optreden. Al dertig jaar ben ik fan van zijn stem en zijn liedjes, hij heeft een reeks hits op zijn naam staan, maar doet het de laatste jaren rustig aan. Hij woont in een klein dorpje in West-Ierland, afgezonderd van alles en iedereen, maar hij treedt wel nog steeds op. De laatste twee jaar zong hij voor zichzelf, in zijn lege keuken, zei hij – en dat was hij grondig beu. Het was zijn eerste festival nà Corona en hij genoot er zelf van, dat zag je niet alleen maar dat zei hij ook.

Vlak voor zijn optreden was er Guy Swinnen (ex-Scabs) en zijn band maar die hebben we maar met stukjes en beetjes gezien. Ondertussen was ik twee jongens tegengekomen waar ik nog mee in de klas zat tijdens mijn studieperiode in Kortrijk. Een man riep mij en zei dat hij mij kende van in “den IPSOC” en ik moest twee keer kijken, wist ook zijn naam niet meer. Wat doe je nu, vroeg ik, nog iets in de sociale sector? Bleek dat hij vooral bezig was met WOI en herdenkingen in Ieper en in Langemark… Ha! Ik hoor Langemark en ik denk Lieselotte. Blijkt dat die twee mekaar kennen natuurlijk. Hoe klein is de wereld.

Een tiental minuten voor Luka Bloom zou beginnen, gingen we binnen in de concerttent, waar mensen in het midden op stoeltjes zaten, maar ik kon gewoon doorlopen tot heel vooraan – en daar zou ik blijven staan. Een concertje meemaken vanop de eerste rij, wat had ik dat gemist!

De tent liep ondertussen aardig vol en de presentator kwam het podium op, en vroeg om voor de veiligheid met de stoelen naar de zijkanten te verhuizen, zodat meer mensen de tent binnen konden en men niet onder de voet zou gelopen worden. Het viel me op dat iedereen toch plaats had om makkelijk te staan/zitten, dat er niet gedrumd werd.

Luka Bloom is ondertussen 67. En zoals die helden van onze jeugd tegenwoordig vallen als vliegen, wil ik liefst nog zoveel mogelijk optredens meemaken. Ik heb heel erg genoten, mijn lief ook want al zei hij voordien dat hij wellicht niet zou blijven staan, maar eens zou gaan wandelen, hij heeft zijn mening over Luka Bloom moeten herzien, want het was veel boeiender dan hij dacht. Ook goed: aan wie vooraan stond werden gratis oordopjes uitgedeeld. Kortom: Tiny blij. Op naar Graspop (nog iets meer dan een maand).