cijfers

Tiny is bijna klaar en geeft antwoorden

Katrien van Perfect Imperfect was de afgelopen 38 dagen de enige zot die mee deed met deze veertig dagen bloggen challenge. Zij nam het initiatief en ik had er direct ook zin in.

Het is bijna gedaan er mee, en nu pas bedenk ik me: oei, ’t is zondag nog helemaal geen Pasen? Blijkt dat we al wat vroeg gestart zijn met deze challenge, Katrien had in het begin aangegeven dat we 6 dagen konden skippen, maar dat heb ik niet gedaan.

Op het laatst hebben we nu elkaar nog wat vragen gesteld over de afgelopen weken en dit zijn mijn antwoorden op haar vragen.

1. Wat dacht je toen je mijn uitdaging om 40 dagen te bloggen las? Was je meteen even gek als ik of heb je toch getwijfeld?

Ik was al redelijk snel méé met het idee, vooral omdat het al een paar jaar geleden was, van in 2017 dat ik nog eens 40 dagen na elkaar blogde. En toen ik je inspiratielijstje las, was ik helemaal verkocht, ik vermoedde dat het me nog wel eens ging lukken. Voordeel van 2017 was dat ik toen grotendeels op reis was, en elke dag gewoon een verslagje kon maken, dat was nu wel even anders. 


2. Wat vond je de grootste uitdaging de afgelopen 40 dagen?

Ik wou toch telkens een paar dagen vooruit bloggen, dat ging wel goed tot ik wat stress kreeg dat er voor de volgende dagen niks gepland stond. De grootste uitdaging was dus onderwerpen verzinnen waar ik (1) nog niet eerder over geblogd had en (2) niet hetzelfde waren als vele andere bloggers. Niet te saai worden dus.

3. Welk pad zou je graag nog eens bewandelen met je blog?

Als ik nog eens terug op reis mag, wil ik graag weer meer reiservaringen neerpennen, eventueel zelfs elke dag. Dat is voor mij leuk om later nog eens na te lezen, een soort dagboek, en voor anderen leuk om te lezen omdat ze dan ook het idee hebben van even wég te zijn OF omdat ze er zelf ook reistips kunnen uithalen. 


4. Hoe heb jij de uitdaging aangepakt? Heb je de onderwerpen op voorhand bedacht of werkte je vooral ad hoc?

In de eerste week heb ik wat ideetjes opgeschreven, en ook eens een vraag gesteld aan mijn lezers, of zij nog inspiratie hadden voor mij. Daar heb ik ook wel een en ander uitgehaald. Ik werkte dus voor een paar dagen verder en zorgde dat er telkens een stuk of wat blogs op de planning stonden, dat maakte mij gerust. 

5. Hoe verzamelde jij alle onderwerpen? Waar haal je ideeën voor je blog? 

Dat verschilt enorm. Soms is het gewoon een gevoel. De idee om iets te doen met taal speelde al langer, dus daar heb ik meteen een serie over gemaakt, tips over boeken, films en series doe ik wel vaker, dus dat was ook makkelijk, en dan duik ik af en toe eens in het verleden: oude foto’s opsnorren en daar dan het verhaal bij schrijven, dat helpt altijd. Of ik las wat ideetjes bij de reacties, of via andere blogs.


6. Welke impact heeft 40 dagen bloggen op je blog gehad?

Ik merkte in de statistieken dat ik elke dag veel meer lezers heb. Meestal is dat in pieken, de dag dat ik iets post, heb ik dan ineens veel lezers, maar er waren er nu elke dag gemiddeld een pak meer. Er zijn dus mensen  die echt elke dag zijn komen lezen en dat is wel heel leuk.


7. Kreeg je er veel nieuwe lezers bij?

Ik vermoed van wel, maar dat is moeilijk te controleren als ze niet echt volgen of niet reageren. Maar ik kreeg soms wel reacties van mensen die anders nooit reageren, of nog nooit gereageerd hebben. De allerleukste reactie was van mijn oud-leraar Nederlands, die ik op mijn blog de hemel had ingeprezen. Die blog was door iemand anders naar hem doorgestuurd en toen heeft hij ook zelf gereageerd – ik was volledig van mijn melk.

8. Welke vraag zou je graag eens aan andere bloggers stellen?

Zouden jullie mij graag willen ontmoeten? En hoe zie je dat dan? Een blogmeeting met nog mensen of liever één op één – gesteld dat er geen Corona-maatregelen zijn natuurlijk. 

9. Ga je in een zwart gat vallen na 40 dagen bloggen?

Ik ga een paar dagen niet bloggen, denk ik en als de inspiratie komt, zet ik er wel weer iets op. Maar er zal minder gepland worden en meer à la minute. Hoewel ik altijd mijn blogs wel minimum één dag vooraf schrijf, ik post dan pas de volgende ochtend. 


10. Sluiten we nu meteen een deal om het volgend jaar nog eens te doen?

Oh dan hoop ik zo dat ik iets leuks te melden heb, dat ik kan teren op een hoop herinneringen en reiservaringen die er tussen NU en volgend jaar februari zijn bijgekomen. Dus ja, wat mij betreft hebben we een deal!

Morgen een overzichtje en zondag een quiz!

Dit is de achtendertigste dag in #40dagenbloggen

Tiny heeft gevloekt

Bende broekschijters! Naïevelingen! Dwazen! Keikoppen!

Sorry. Ik ging een blogje schrijven over wat ik de afgelopen tijd allemaal gedaan heb: geplant, gewandeld, gelezen, geluisterd, gekeken, gegeten, je kent het wel… En ik bleef hangen bij “gevloekt”. Normaal gebruik ik mijn blog niet om te zagen of te neigen want dat wordt er al genoeg gedaan maar nu moet me dit toch eens van het hart. Één keer.

Vrijdagavond 19 maart, persconferentie na het zoveelste Corona-overlegcomité. Begin van deze week werd het duidelijk dat cijfers weer de hoogte in gaan, het gaat nièt goed, méér besmettingen maar ook méér mensen in het ziekenhuis en ik kreeg door via een vriendin dat de helft van haar COVID-patiënten mensen zijn ONDER de zestig jaar.

Op donderdag zeggen ze dan dat er wordt overlegd om te vergaderen of er vrijdag moet overlegd worden in plaats van pas volgende week. Komààn! Neem die koe bij die horens en zeg: “We vergaderen vrijdag. Punt.”

Op vrijdag wordt er weer overal gespeculeerd: komen er verstrengingen, komt er een strengere avondklok, gaan ze terug de winkels sluiten, wat, hoe, waar?? En wat je het meeste hoort: “Ze moeten gewoon sneller vaccineren.” Ja mensen, maar dat is het probleem, niet de regering of de gemeentes werken niet mee, maar het is de farma-industrie die niet levert wat er beloofd werd. Daar kan noch regering, noch gemeente iets aan doen. Iedereen is er klaar voor: het systeem werkt, er zijn vaccinatiecentra, de mensen zijn bereid,… maar die vrijwilligers in die centra zitten grotendeels met hun vingers te draaien. We kennen mensen die er werken en die maar twee keer per week een dag moeten komen meedraaien omdat er gewoon geen spuitjes zijn. Ze kunnen er verder niks doen. Zucht. Maar hiervoor moeten we niet schieten op de regering.

Vrijdagavond, half zeven: de persconferentie begint. Let wel: de cijfers schieten serieus de hoogte in, pieken van 5000 besmettingen per dag, elke dag méér opnames,… en wat zeggen ze: we gaan de versoepelingen “on hold” zetten. Verder gaan we de kindjes nog een beetje meer straffen: er wordt niet gestart met voltijdse lessen in het middelbaar, vakantiekampen voor de kleintjes worden afgezwakt of geannuleerd, en de ministers moeten tegen maandag een nieuw plan maken voor het onderwijs. Buitenschoolse activiteiten worden grotendeels opgeschort of beperkt. Pretparken mogen niet open. Oh en de kinderen tussen tien en twaalf moeten ook een mondmasker dragen.

Ik hoor van véél ouders dat die gasten al een hele tijd spontaan een mondmasker dragen op school. Ik ben van mening dat het virus ALTIJD al in de scholen rond dwarrelde, maar dat dit nu pas aan het licht komt omdat ook kinderen getest worden. Het is nog maar vrij recent dat kinderen op school ook getest worden, maar dat zat er volgens mij altijd al! Ik begon me al behoorlijk op te winden.

Dan zijn ze bang voor overvolle treinen in de Paasvakantie. Dus wat gaan ze doen? In de weekends en de vakanties mag er alléén maar aan het raam gezeten worden in de trein, beperktere toegang dus. Hoe gaan ze dat controleren? Wat gebeurt er dan als de trein “vol” zit? Ik voorspel grote massa’s in de stations en gefrustreerde reizigers die niet mee kunnen én een heleboel mensen die zeggen “Foert, ik ga hier wel zitten“.

Onnozelaars! Dat lijkt op een regeltje dat even snel snel werd voorgesteld maar waar niet erg lang is over nagedacht en waar de NMBS niet eens bij betrokken werd.

Verder? Wordt er iets verstrengd? Ba neen. Hou u maar aan de maatregelen, lieve mensen. Je moét telewerken.

Sorry, da’s een grapje zeker? Ik heb een lief die màg telewerken van zijn baas, maar dan maar 40% van de tijd en oh ja, oei er is nog altijd geen laptop voor u, maar ja, u zit toch alleen in uw bureau hé? Kom dan maar naar kantoor.

Als ik tijdens de week naar mijn ouders rijd, Wevelgem-Brugge en terug, zie ik enorm veel verkeer. Rond het spitsuur zijn er overal weer files. Statistisch gezien is er slechts 20% minder verkeer dan pre-Corona. De parkings van vele werkplekken staan vol.

Ik volg volledig Marc Van Ranst in deze kwestie die verbolgen is omdat er niet een hardere aanpak werd aangekondigd. Hij is een doener, hij wil actie. Desnoods gewoon een korte strenge lockdown.

Andere landen zijn véél strenger. Net over de grens in Frankrijk (10 minuten hier vandaan) mag je slechts 10 km van je huis verwijderd zijn. Alle niet-essentiële winkels sluiten er, de scholen blijven wel open, maar er is een avondklok vanaf 19u.

Waarom kan dat bij ons niet?

Zijn ze bang voor opstand? Of omdat het niet kan gecontroleerd worden? Zijn ze bang voor de repercussies van de economie? Daar is het nu toch al te laat voor. Als we zo doorgaan, kan er geen horeca open op 1 mei, kan er niet naar het buitenland gereisd worden, kan er niet versoepeld worden. Waarom dan niet eventjes allemaal de adem inhouden? Ik merk nu weinig verschil, want iedereen doet grotendeels zijn eigen goesting.

Zo, mijn ei is gelegd, mijn hart gelucht. Het moest er eens uit.

Ik ben niet kwaad omdat ik nog niet kan starten met mijn bijberoep, ik ben niet kwaad omdat ik niet op restaurant kan, ik wil daar allemaal gerust een tijd mee wachten. Maar ik ben kwaad omdat het slecht gaat, omdat het huis wéér in brand staat en er niet geblust wordt, maar omdat men er weer gewoon op staat te kijken.

Dank u, Iris van Robays!

Dit is de drieëndertigste dag in #40dagenbloggen.

Tiny is een gierige krent

Mijn ouders zijn niet rijk. Mijn moeder was zelfs gewoon huisvrouw, tegen wil en dank want ze wou pianolerares worden op Spermalie maar dat mocht niet, ze gaven de job aan een non. Papa werkte in Siemens als monteerder, elke dag de vroegen, dus om zeven uur starten en om vier uur ’s namiddags was hij terug.

Er was geen armoede maar we gooiden ook nooit geld over de balk. Eén keer gingen we naar Spanje op reis, en verder altijd in eigen land, naar Hengelhoef in Limburg. Dure kleren kochten we nooit, tenzij mijn communiekleedjes bij Miss Sheila in Brugge. (Kent iemand dat nog?)

Tot mijn twaalf of dertiende jaar gingen we ook nooit uit eten, of ja ik kreeg wel eens een hotdog na het zwemmen in de bar daar. Maar toen we iemand leerden kennen die werkte in ’t Voske, op de Eiermarkt in Brugge, gingen we daar wel af en toe gaan eten, op restaurant. Ik nam steevast een garnalencocktail en daarna zeetong met frietjes. Van de rest van de kaart lustte ik (toen nog) niet veel.

Begin jaren negentig was ik enkele maanden werkloos, ging dan maar als vrijwilliger naar Amerika en daarna kon ik in Oostende vast aan de slag. Maar niet als Opvoedster A1 – mijn diploma Orthopedagogie dus – ik kreeg een contract als A2. Minder betaald, maar toch vast werk. Ik ben dan ook meteen alleen gaan wonen, niet om weg te zijn van thuis maar om zelfstandig en onafhankelijk te kunnen zijn. Ik verdiende net genoeg om een simpel appartementje te kunnen betalen aan de rand van de stad.

Door de jaren heen heb ik ongeveer zeventien jaar in verschillende huurhuizen gewoond, dus niet kunnen sparen. Eén huis stond ooit op mijn naam maar is met héél veel verlies weer uit mijn handen gegaan. Ik heb nog steeds geen eigen huis en ben al over de vijftig. Toch heb ik – wat mij betreft – een goed inkomen. Maar ik heb nooit meer genoeg opzij kunnen zetten om een huis te kopen. Ik ben ook nog nooit samen met iemand geweest (getrouwd, samen gewoond,…) die (veel) meer verdiende dan ik.

Zo lijkt het logisch dat ik altijd al op mijn centen heb gelet. Ik ben altijd al goedkoop op reis gegaan. En nu nog steeds. (Ja, nu vooral, haha! #corona)

Maar het valt mij soms op dat ik nogal krenterig ben in mijn aankopen. Als het nu over kleren of schoenen gaat, ik ga nog altijd in de goedkopere winkels kijken en koop pas iets als ik het écht nodig heb. Ik heb geen enkel kledingstuk dat méér kost dan 100€. Als ik moet kiezen uit 3 menu’s ga ik vaak voor de goedkoopste optie. Als ik een koffie moet kiezen in een fancy koffiezaak kijk ik eerst naar de prijs en dan bedenk ik wat ik zou willen en wat ik er voor over heb. Ik heb niets duurs in huis. Geen juwelen van waarde. Mijn Macbook is wellicht het duurste gebruiksvoorwerp en daar doe ik al vijf jaar mee. Ik weet dat er mensen zijn die met nog veel minder moeten rondkomen, maar het is wel nog altijd zo dat de rijken rijker worden en de armen alsmaar armer. Ik voel me soms rijk omdat ik in het huis van mijn vriend mag wonen – al betaal ik daar wel aan mee – maar ook arm omdat ik zo goed als niets van eigen bezittingen heb. Zet hij mij morgen op straat, dan moet ik in mijn auto slapen. Die dan nog niet eens van mij is, maar van het werk.

Enfin, ’t kan altijd nog slechter, en daarom ben ik soms gieriger dan nodig is. Veel geld uitgeven aan kleren, eten, reizen,… ik kan het niet.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Dit is de zeventiende dag in #40dagenbloggen