Brugge

Tiny’s FAQ, deel 4: of ik Brugge mis

 

Laura vroeg via Instagram of ik Brugge erg mis, nu ik al méér dan drie jaar in het Zuiderse Wevelgem woon. De vraag is even simpel als het antwoord: Ja.

Ja, ik mis Brugge. Als je je hele leven in de stad woont, waar je geboren bent, dan ben je er een beetje mee vergroeid. Het belachelijke liedje ‘k En Bruhhe in m’n erte zegt het zoals het is. Dus het is toch niet zo belachelijk…

Natuurlijk mis ik de tienduizend toeristen niet, maar daar heb ik me vroeger zelden aan geërgerd, er zijn genoeg mooie plekjes in Brugge om die te ontlopen. ’s Avonds na 19u is er bijna geen kat.

 

Er is het excuus: ja maar ik wérk nog in Brugge, ik kom er bijna elke dag, en ja maar mijn ouders en mijn zoon en tal van vrienden wonen er nog. Maar eerlijk: dat is niet hetzelfde. Moest ik nu in het midden van de stad werken en af en toe eens over de Dyver/Burg/Markt kunnen lopen, dan had ik er wellicht minder last van. En toen ik vorig jaar nog fotografiecursus volgde in Brugge, en daardoor héél vaak foto’s mocht gaan nemen in de stad, tijdens de les, was ik super gelukkig.

Mijn zoon woont wel boenk in het centrum, maar dat is toch niet zo romantisch als het klinkt. Het is een oud kot dat ze eigenlijk beter zouden afkeuren en het is véél te duur voor wat het is. Je kan er natuurlijk ook met moeite je auto kwijt, dus als ik iets moet gaan brengen, rij ik wel eventjes rond – of sta ik dubbel geparkeerd.

De vrienden die ik heb in Brugge zijn op één hand te tellen, of toch die waar ik eens rap kan binnen springen. Wat was het zalig toen ik een paar maand geleden een mini-reünie had met twee oud-klasgenoten in de Snuffel in de Ezelstraat. Genieten en herinneringen ophalen.

Het beste in Brugge voor mij is nu mijn leesclub. Toen ik die vier jaar geleden begon, had ik nooit gedacht dat ik met die dames zo’n dikke vriendinnen ging worden. Heerlijk om met hen in een middeleeuwse kelder af te spreken, iets te gaan eten in een Brugs restaurantje, of samen in Brugge te gaan kwissen. Topwijven zijn het!

Weet je, de sfeer in Brugge is gewoon totaal anders dan pakweg in Kortrijk. Ik volgde mijn cursus massage in Kortrijk en had geen klik met mijn medecursisten. Ik deed een specialisatiecursus in Brugge en dat voelde veel meer vertrouwd aan, tussen die Bruggelingen voelde ik mij meer op mijn gemak. Misschien zit het tussen mijn oren hoor, ik gooi geen stenen naar inwoners van Groot Kortrijk en zo. Als ik in Brugge wil leuteren* tegen iemand, dan leutert die zonder problemen gewoon mee. In Kortrijk en omgeving kijken ze vaak raar en durven ze zelfs zeggen: “Gie zie nie van hier, hé?”

Als ik straks (nog even wachten aub) doodga, begraaf me dan in Brugge. Je mag kiezen waar.

Als ik met pensioen ga, keren we terug naar Brugge. Dat was de afspraak met mijn lief. En moest het eerder kunnen, ’t is ook goed.

Ik zou me beter inschrijven voor nog een specialisatiecursus fotografie of massage in Brugge hé, dat gaat mij op alle vlakken deugd doen.

 

*leuteren: zeveren, grappige dingen vertellen, vooral jezelf niet serieus nemen… 🙂

Advertenties

Tiny kiest

Toen ik 17 was en nog niet mocht stemmen, heb ik op die 13e oktober 1985 wel alle kiesbureau’s van Brugge bezocht. Destijds had ik een lief bij Alpenradio, die zeer actief was als journalist in spé. We hadden het plan om een peiling te doen tijdens de verkiezingsochtend en vroegen tal van mensen of ze anoniem wilden vertellen op wie ze gingen stemmen. Al die briefjes werden ’s middags geteld en zo hadden wij een behoorlijk goeie peiling van wat er in Brugge leefde. Héél interessant. In de weken voor die verkiezingen hielden wij op de radio debatten met de grote ankers van Brugge (de enige die ik me nog herinner van toen, is P. Vandendriessche, toen nog een jonge twintiger met blond baardje).  Méér over de redactie van Alpenradio.

Nee, ik deed niet mee aan dat debat, het was dat lief die dat in goeie banen leidde. Ik luisterde gewoon en hield er stilletjes mijn eigen mening op na.

pic9

De microkamer, waar debatten werden gevoerd bij Alpenradio.

Zoveel jaren later, in 2007 denk ik, schrik ik me te pletter omdat ik op een kieslijst een naam herken. En het was niet op een lijst waar ik voor zou stemmen. Integendeel. Extremer kon niet en ik had dat nooit verwacht van die vriend. We konden altijd overal héél goed over praten, uitgenomen over politiek. Onze meningen konden niet verder van elkaar staan. Ik ben hem dan eens tegengekomen op de markt, al zwaaiend met verkiezingsfolders en ik ben er met grote schaamte van weggelopen omdat ik niet geassocieerd wou worden met die partij.

Ik heb ook eens “mogen” gaan zitten als bijzitter, of hoe heet dat? Eigenlijk vond ik dat wel tof: je ziet eens al de mensen uit je regio voorbij komen.

Nu woon ik in Wevelgem: ik ken hier geen kat en dus ook niemand van de lijsten. In Brugge ken ik er bij zowat elke partij wel een paar: oude kennissen, een collega, schoolgenoten, mede-vrijwilligers,…

Mijn zoon moet ook voor de eerste keer gaan stemmen. Zijn mening is duidelijk en zelfs zonder dat ik hem hier ooit in gestimuleerd of beïnvloed heb, stemt hij behoorlijk gelijk met mij. Sinds kort woont hij officieel in Brugge, maar hij moet nog komen stemmen in Wevelgem omdat zijn domicilie in augustus nog hier was. En moet je nu eens iets weten: er rijdt op zondag geen rechtstreekse trein meer tussen Brugge en Kortrijk. Erg hé! Welke politieker gaat dat eens veranderen, alstublieft dankuwel?

Enfin, ik weet voor wie ik ga stemmen. Sowieso vrouwelijk. En ik stem met mijn hart. En ik ga niet in discussie. 😉

Tiny in de turnles

Het is de schuld van Thomas Pannenkoek. Door zijn foto te delen die getuigt van turnen in lang vervlogen tijden, rakelde ik mijn eigen herinneringen terug op. Maar tegelijk vroeg ik me af: is het eigenlijk al een beetje verbeterd met die turnlessen? Want iedereen reageerde zowat hetzelfde: onze jeugd werd gemeenschappelijk getekend door hatelijke turnlessen.

In de lagere school is het in vele scholen nog altijd verplicht om van die simpele witte gymschoenen te dragen:                                                  20429870

Misschien goed om een paar koprollen op de mat mee te doen, maar wij moesten daar alles mee doen, ook buiten gaan lopen. Nefast voor de voeten, toch? Is dat tegenwoordig al aangepast of niet? Want enkele jaren geleden nog maar moesten de pluskinderen hier nog steeds dergelijk schoeisel aandoen voor de gymles.

Verder over dat uniform: een belachelijk kort shortje en een t-shirt dat na één keer wassen volledig uit model bleek te zijn. Pubers in de groei waren zowat verplicht om elk jaar een nieuw te kopen of je zag er in het tweede jaar middelbaar uit alsof het veel te warm gewassen was.

Lopen was verplicht. Of je nu mee kon of niet, er stond altijd wel een turnjuf te brullen: “Komaan, Tiny, loooopen, hop hop hop!” Maar niemand zei hoé je moest lopen, dat je traag moet beginnen, dat je het moet opbouwen,… Kinderen zijn altijd enthousiast dus die beginnen sowieso met een sneltreinvaart, om dan na enkele minuten met tong uit de mond niet meer verder te kunnen. In het middelbaar gingen we uiteindelijk lopen in de Botanieken Hof, het Astridpark in Brugge, waar genoeg struiken en bomen zijn om je enkele minuten achter te verschuilen.

Koningin-Astridpark-antwerpen-buitenshuis

In het vijfde middelbaar was ik voor geen enkel wetenschappelijk vak geslaagd (Aardrijkskunde, Fysica, Scheikunde, Wiskunde, Biologie) maar ook niet voor Lichamelijke Opvoeding. Ik had 19 op 40, dat vergeet ik nooit. En omdat ook dat vak telde voor twee uren, was ik voor een volledig leerjaar gebuisd. Jaar opnieuw. Stom hé. Ja ook stom omdat ik niet genoeg had gestudeerd, maar kom.

Kleedkamerperikelen dan. Iedereen kan er wel van meespreken. In mijn tijd (ahum, kuch kuch) hadden we nog geen douches. Of misschien waren er die wel – ergens – maar het was zeker niet de bedoeling dat wij gingen douchen. Hup, kleren terug aan en naar de volgende les. Bezweet of niet. Ik herinner me zelfs niet dat er toen al iemand deodorant mee bracht naar school. Wellicht zou dat zelfs afgepakt worden. Stinken ga je!!

Maar je omkleden in een kamer vol meisjes, ik verzeker je, dat is geen pretje. Als je lichaam ook maar ietsje afwijkt van het gemiddelde, heb je het sowieso verkorven. Te veel of een gebrek aan lichaamshaar, je had het vlaggen. Een beetje lijfgeur? Idem. Raar ondergoed? Niets om je achter te verstoppen. Wel of geen BH? Verwacht je maar aan een resem opmerkingen. Het was nooit goed. Meisjes onderling, mijnheer, dat is de hel.

Hoe meer ik er over schrijf, hoe harder ik ga denken dat ik er een trauma van heb opgelopen. Maar zo erg was het nog niet eens. Er waren meisjes die nog veel erger dan ik werden gepest. Ik vraag me af hoe zijn opgegroeid. Sterker dan ooit? Of voor altijd ergens in een hoekje, verlegen om hun lichaam te tonen.

Er is geen juf of begeleider in de kleedkamer. Niemand hoort wat er gezegd wordt. En nee, je gaat zoiets niet gaan vertellen aan de leerkracht of de zorgleerkracht of wat dan ook. Want dat is klikken. En dat doe je niet. Want dan wordt het erger.

Maar ik hoop écht, uit de grond van mijn hart, dat er toch al iets veranderd is. Dat er turnjuffen zijn met verstand van sport. Leerkrachten L.O. die weten waarover ze spreken. Die ook een beetje kinderpsychologie hebben gestudeerd. Die misschien zelf zijn gepest geweest en er meer oog voor hebben. Die in de turnles ook eens pràten met hun leerlingen in plaats van de dictator uit te hangen.

Ik hoop dat kinderen die gepest worden bellen of chatten met Awel. Of praten met een vriendin, of met hun ouders. Of in een groepje samen stappen naar die ene leerkracht die ze wel vertrouwen. Ik hoop het echt.