Brugge

Tiny in de gevangenis

Soms vraag ik: “Heb ik al eens verteld over die keer in de gevangenis?” en ik denk dat ik dat hier op de blog nog nooit heb verteld. Ik moet ook héél diep in mijn geheugen graven. Mijn zoon was nog niet geboren, ik zong in één van mijn eerste groepjes als backing zangeres. Pushkin, zo heette de groep en die bestond uit een jonge toetsenist, een drummer, een bassist en een gitarist die ook zong.

Als ik het mij goed herinner, was het de bassist die connecties had met iemand die werkte in de gevangenis en hij vroeg ons ineens: “Zouden jullie willen optreden in de gevangenis?”

In 1991 werd het Pandreitje in het centrum van Brugge voorgoed verlaten door alle gevangenen en ging ook de oorspronkelijke vrouwengevangenis in Sint-Andries dicht. Het Penitentiair Complex aan de Legeweg in Sint-Andries was spiksplinternieuw en werd zo meteen een van de grootste in België. Ommuurd, met een gracht tussen en een hoop prikkeldraad. Van buitenaf ziet het er indrukwekkend uit.

Er is een aparte vrouwenafdeling en twee mannenafdelingen: de lang gestrafte mannen en de kortverblijvers, vaak in afwachting van een proces of voor korte straffen.

Wij mochten er drie avonden optreden, voor elke afdeling een apart optreden. We werden er voor betaald, al was dat niet veel, maar voor de ervaring alleen al zagen wij dat enorm goed zitten. Het was volgens mij in 1994.

Wij werden uitgebreid gescand, door de metaaldetector, al ons materiaal werd gecontroleerd, we werden gefouilleerd, en moesten dan vele lange gangen door, samen met een bewaker. Veel deuren en veel sleutels. In de eetzaal voor het personeel kregen we ook een warme maaltijd. De kleedkamers waren naar onze maatstaven fantastisch: spiegels met van die lampjes errond, kastjes en kapstokken en zelfs een douche! De concertzaal zag er ook erg professioneel uit: een echt podium, en zeker meer dan honderd zitplaatsen, net een theater.

Er zat veel verschil tussen de optredens. Wij deden steeds hetzelfde, maar het publiek was anders: de langgestrafte mannen mochten niets doen, die mochten niet rechtstaan, er waren meer bewakers, ze mochten wel klappen en meezingen, maar waren enthousiast doch kalm.

De mannen die er korter verbleven, mochten ook niet rechtstaan, maar waren dat even vergeten tijdens de voorstelling van de groepsleden. Zoals altijd kondigde de leadzanger tegen het einde van het optreden iedereen even aan, je kent dat wel: “Onze drummerrrrr: DIRK!” – Applaus! “Op de bas: HANS!” – Applaus! enzovoort. Tot hij bij mij kwam: “Onze zangeres: TINY!” Applaus??? Nee nee, die stoere mannen gingen volledig uit de bol! Klappen, fluiten, brullen, tot ze zelfs gingen scanderen: “TINY! TINY! TINY!” minutenlang. Ik krijg er nu nog altijd kippenvel van als ik het vertel, dat was ZO indrukwekkend. Begrijpelijk, want die gasten hadden al eventjes geen vrouw meer gezien, denk ik.

De vrouwen, die de laatste avond naar ons optreden kwamen, mochten rechtstaan en dansen. Stel je voor, meer dan honderd uitgelaten stoere vrouwen, die eindelijk een paar uur vertier kregen en dan vijf van die viriele jonge mannen op het podium. Er werd gegild, gefloten, geklapt, geroepen en getierd en volgens mij werd hier en daar ook geflasht (in de zin van t-shirt omhoog en tonen wat ze in huis hadden). Onze muzikanten waren over the moon van contentement, en wij hebben allemaal nog een paar dagen daarna in een soort roes van roem doorgebracht. Precies alsof we supersterren waren, zo’n gevoel gaven zij ons. Zalig.

Om af te sluiten: ik ga de komende weken terug de gevangenis in. Niet met een band, nee helemaal alleen. Ik ga daar telkens een groep mannen en een groep vrouwen meditatietraining geven. Blijkbaar is daar veel vraag naar en ik werd gecontacteerd met de vraag of ik dat zag zitten.

Nu vrijdag is de eerste keer, ik vind het erg spannend. Helaas niet in de concertzaal maar in een klein klaslokaaltje en ik denk ook niet dat ze deze keer mijn naam zullen scanderen. En nee, ik ben niet bang.

Tiny maakt reclame voor haar meditatie workshop

Is ze daar wééral? De zaag? De zweefteef!

Zo roepen die duiveltjes in mijn hoofd als ik nog eens iets op Facebook of op Instagram post over de workshop die ik nu zondag 20 juni ga geven in Brugge.

Maar ja, waarom zou je niet meedoen?

  1. Het is te ver: ja voor mij is ’t ook drie kwartier rijden, want ik woon niet meer in Brugge, maar in Wevelgem maar er zitten daar toch een pak mensen die mij kennen en ik ben gewoon zo lief. 🙂
  2. Ik kan niet stilzitten op mijn gat op een matje. Goed nieuws want we gaan dat niet doen, je kan ook op een stoel of op een kussen en we gaan liggen en rusten en stretchen en wandelen, en rechtstaan en weer zitten. Je krijgt uitleg over welke houdingen je kan gebruiken om te mediteren.
  3. Het duurt me te lang. Van 9u30 tot 12u, ik heb dat uitgetest hé. Mijn proefkonijnen zeiden allemaal dat het zeker niet te lang was en dat ze nog wel verder wilden doen. Omdat ik er veel afwisseling in steek en omdat ik veel uitleg wil geven én de mensen dat dan proefondervindelijk wil laten uittesten, kom je makkelijk aan twee à drie uur.
  4. Ik heb geen zin in een kennismakingsrondje. Goed nieuws: we slaan dat over want wie je bent en wat je doet, doet eigenlijk niet ter zake. Nog méér goed nieuws: als je twee uur lang wil zwijgen en genieten van veel stilte, dan is dat jouw goed recht op dat moment.
  5. Het is te duur. Daar heb ik dus wakker van gelegen hé, van die prijssetting. Ook dàt heb ik besproken met mijn proefkonijnen, en zij vonden 40€ voor die tijdspanne en wat ze allemaal leerden een zeer schappelijke prijs. Heb je toch moeite met dat bedrag om persoonlijke redenen, mag je me dat zeker aangeven en we zoeken naar een oplossing.
Foto door Pixabay op Pexels.com

Waarom zou je wel mee doen?

  1. Wordt het niet eens tijd om wat meer bewust om te gaan met je mentale gezondheid? Je moet geen burn out of geen depressie hebben om met meditatie of mindfulness te beginnen hé, je bent die duiveltjes beter vòòr.
  2. Meditatie is net als rusten: je lichaam heeft rust nodig na inspanning, maar je hoofd blijft maar doorgaan. Al dat piekeren, hoe zet je dat stil? Het gaat er om hoe je met die gedachtes omgaat. En dat kun je leren.
  3. Het is wetenschappelijk bewezen dat meditatie ook goed is voor je lichaam: een lagere bloeddruk, een evenwichtiger hartritme, een sterker immuunsysteem,… allemaal fysieke voordelen als je regelmatig mediteert.
  4. Minder angsten, minder paniekmodus, minder een eenzaamheidsgevoel.
  5. De Alpha-golven in je hersenen nemen toe. Euh… pardon? Het komt er op neer dat je door meditatie te beoefenen je beter kan concentreren en meer focus hebt, die Alpha-golven zorgen er voor dat je minder afgeleid wordt door andere prikkels.

inschrijven kan nog tot zaterdagavond. Place to be is een basisschooltje in Sint-Michiels, waar we een zaal kunnen gebruiken maar bij mooi weer ook buiten kunnen zitten.

Via deze link kom je bij de inschrijving: https://forms.gle/FGVrNBbtWTVacG9G8

Als je deze keer niet kan, er komen nog wel gelegenheden en andere locaties!

Tiny speelde toneel (3)

Met uitzondering van mini-toneelstukjes tijdens mijn opleiding Orthopedagogie (we hadden een vak “Animatie en creativiteit”) heb ik na 1988 jarenlang geen toneel meer gespeeld.

Opeens zat mijn zoon in het eerste leerjaar en kwam ik terecht op mijn vroegere middelbare school, waar hij nu zelf in de lagere school zat. Tijdens een informele middag met andere ouders, kwam het gesprek op “Het Toneel” van één van de mama’s. Een andere mama vertelde me dat ze vorig jaar naar hun stuk was gaan kijken en dat ze bijna over de vloer waren gerold van het lachen. De mama die blijkbaar al enkele jaren meespeelde, vertelde dat ze nu dit jaar wel in de problemen zaten want dat er onverwachts een actrice was uitgevallen. En dat ze niemand anders vonden om dit op zeer korte termijn over te nemen.

Ik vroeg zo stilletjes “Is dat een grote rol, of euh…? – waarop de publiek-mama meteen riep: “Oooh, speel jij toneel of zo? Hey, Leen, kijk, dit is Tiny, zij kan jou helpen!” Leen gaf mij meteen tekst en uitleg, het ging om een klein rolletje, regisseur en hoofdacteur waren broers en van Sint-Jozef en… Ho. Wacht. Hoe heten die? En wie speelt er nog mee? Blijkt dat ik de helft van het gezelschap eigenlijk ken van vroeger, toen ik opgroeide in Sint-Jozef. Eén actrice is de dochter van de beste vriendin van mijn mama, de hoofdacteur heeft mij ooit nog willen versieren en was samen met mijn broer leider in de Chiro en vaak aanwezig op volksdansavonden. Ja, ja, ik ken ze wel.

Of ik eens wou afkomen.

Er kwam zelfs geen auditie aan te pas. Eén keer meelezen, een hernieuwde kennismaking met de acteurs en het was geklonken. Ze waren dolbij dat ik op zo’n korte termijn wou inspringen. Het ging om amper een twintigtal zinnen, ik was misschien een kwartiertje op het podium en we hadden nog anderhalve maand voor de vijf uitvoeringen. Piece of cake. Zo belandde ik dus in “Comme chez Swa”. Je kunt het al raden: een zogeheten deurenkomedie over een restaurant. Ik speelde een controleur van het voedselagentschap.

Na de uitvoeringen vroeg de regisseur of ik wou blijven, en meedoen aan het volgende stuk. Grààg, zei ik. Toffe bende, leuke mensen, veel leute en veel in ’t West-Vlaams. Het was nu niet meteen hoogdravend toneel, verre van, maar er zaten leuke stukken in en ik heb in deze periode enorm veel gelachen.

In 2004 speelde ik een nymfomane in “De Kameleon”.

In 2005 een oude ongehuwde vrijgezelle boerin in “Nooit te oud om gek te doen”,

in 2006 een gekke tante in “Paranormaal gedoe”,

in 2007 speelde ik Prinses Clothilde, compleet met Frans accent en al in “Kuuroord Fontina”,

In Belgische driekleur net een klap gegeven aan de middelste man.

in 2008 speelde ik mee in Mamma Mia, maar ik ben vergeten wie of wat ik was,

en in 2010 de laatste keer, de hoofdrol in Martha en Mathilda. Ik was Martha.

Martha is de middelste

In datzelfde jaar zat ik meer in Wevelgem dan in Brugge en bleek mijn lief zien en repeteren een moeilijker combinatie dan gedacht, dus ik heb mijn ontslag gegeven. Ik weet niet of ik hier in de streek nog toneel zou spelen, misschien. Ik spreek de taal niet hé, ze horen direct dat ik uit het Noorden kom… 🙂

Epiloog: een paar jaar geleden stap ik een broodjeszaak binnen ergens in Brugge, ik wil mijn bestelling doen en de vrouw achter de kassa kijkt mij aan, en zegt “Moh! ’t Is gie!” en roept naar achter “Schat? Kom ne ki kiekken, ’t is de prinsesse ier in de wienkel!” Jaren later werd ik dus nog herkend als prinses Clothilde. Ook ben ik nog de schrijver van dat stuk (Pol Anrys) tegen het lijf gelopen en die zat destijds ook in de zaal. Hij fluisterde zachtjes in mijn oor: “Ik heb mijn stuk al héél vaak zien opvoeren, maar jij bent mijn favoriete Clothilde.

Dit is de dertigste dag in #40dagenbloggen