#boostyourpositivity

Tiny krijgt energie van…

… koffie! … masseren! … dansen! …de zon! … festivals! (oh, wait.)

Tot zover de saaie opties.

Ik krijg ook energie van… seks! Heb ik nu je aandacht? Lees dan even verder, want ik ga hier een taboe op tafel gooien.

De Najaarsblogchallenge vroeg mij waar ik energie vandaan haal, wat mijn kleine gelukjes zijn, mijn lievelingsplaten, mijn super-adviezen. Laat ik daar nu al eens genoeg over geschreven hebben. Vijf jaar geleden hadden we ook al zo’n uitdaging in blogland: de Boost-your-positivity en wat hebben we daar een hoop toffe contacten aan over gehouden!

Het ontbreekt sommige mensen (mij ook) wel eens aan inspiratie en dan is schrijven in opdracht wel eens leuk. Hoe makkelijk zou het zijn om even linkjes te leggen naar mijn voorbije blogschrijfsels over energiegevers:

In die antistress-lijst stond ook seks vermeld. Ik heb daar toen weinig woorden aan vuil gemaakt, maar het mag gezegd zijn als vijftigplusser: ik geniet (nog steeds) van seks. En nee, je moet niet blozen, ik ga niet uit bed klappen. Verwacht geen uitleg over standjes of plekjes of – spaar me daar van – foto’s en filmpjes!

Maar hé, dit is zo’n huizenhoog taboe, jongens! Wie oh wie kan mij een link bezorgen die niet pornografisch is, van iemand die blogt over vrijen en alles wat daar bij hoort? Dat zou ik nu eens graag lezen zie. Met wie prààt je over zo’n dingen? Wat als het niet meer zo lekker is tussen de lakens? Wat als je er nooit geen tijd meer voor lijkt te hebben? Wat als het pijn doet? Wat als het op één of andere manier gewoon niet meer lukt? Wat als je chronisch ziek bent?

Je bent nog steeds een koppel en je bent daar dankbaar voor. Het is je goed recht om dat te vieren met elkaar en ik wens iedereen uit de grond van mijn hart toe dat dit nog altijd met veel plezier en respect voor elkaar gebeurt. En néé, ik vraag geen uitleg, ik zit daar totaal niet op te wachten.

Toch mag je eerlijk toegeven dat je daar energie van krijgt. Allez ja, ik toch. Het heeft tot na mijn dertigste geduurd eer ik eindelijk eens complimentjes kreeg over mijn lichaam en eer ik op dat vlak ook wat zelfvertrouwen kreeg. Dan moet ik er geen tekeningetje bij maken om duidelijk te stellen dat het vanaf toen seksueel allemaal in stijgende lijn ging, zeker?

Mag ik hier dan en passant een lans breken om seksuele problemen meer bespreekbaar te maken? Een vriendin van mij is onlangs afgestudeerd als Master in de Seksuologie en is nu ook aan de slag bij een praktijk: huisartsen, kinesisten, psychologen én een seksuologe, ik hoop dat ze veel klanten over de vloer krijgt. Want hoe erg is het als je bij problemen op dit vlak niet DURFT te praten met je huisarts? Omdat die zo conservatief is, of je ouders kent, of je er geen klik mee hebt? Vaak is het dan net makkelijker om contact te zoeken met iemand die jou niet kent, om bepaalde problemen te bespreken.

Want als het eventjes niet goed gaat, dan zijn er zéker oplossingen. Ook op lange termijn. Een seksuologe kan met je mee denken, helpen zoeken naar andere manieren om intimiteit te beleven, zodat het weer fun wordt in plaats van een opgave.

Och, ik heb mijn roeping gemist, denk ik. Uren zou ik hierover kunnen schrijven én praten. Jullie delen wat je willen, en privé is privé – ik heb hier eigenlijk ook niks gezegd over mijn eigen ervaringen – maar laten we seks ook niet dood zwijgen. En voor wie single is: erken ook die behoefte, het is geen zonde.

(Foto’s hieronder komen uit mijn collectie van de cursus Straatfotografie die ik volgde in 2016)

Tiny en haar body – 1 jaar later

Vorig jaar schreef ik (een beetje omdat het moest) van #boostyourpositivity over mijn lichaam: Tiny en haar body.

Ik had toen zelfs beloofd dat ik jullie op de hoogte zou brengen van de vorderingen, want ik was iets te dik en ging toch proberen meer te bewegen.

Ondertussen zijn er een hoop Youtube video’s en wandelpogingen gepasseerd, maar ben ik ook veelvuldig op vakantie geweest, waar we wel wandelden, maar ook veel lekkere dingen aten. Af en toe ging er wel eens een kilo af, maar die zat er ook snel weer aan.

Toen ontdekte ik een dieet dat eigenlijk geen dieet is, het 5:2 dieet, ideetje van Mr. Mosley en in het Vlaams uitgewerkt door Lien Braeckevelt. En er gingen een paar kilo’s af. En die kwamen er weer bij… Etentjes, vreetavonden voor de tv met chips,…

De truc is namelijk, niet alleen minder en gezonder eten, maar ook meer bewegen. En daar wrong het schoentje. Ik bewoog wel hoor: van mijn bureau naar de keuken en terug, van mijn auto naar de klant en terug (knàl zei mijn kuitspier tussendoor), een straatje of twee doorlopen en shoppen,… Maar echt bewegen is dat niet hé. Zo slim was ik ook al wel. Het écht doèn, dat bleek een ander paar mouwen.

Tot de plusdochter begon te zeuren dat ze naar de fitness wou en dat ze een abonnement wou. Nu zijn die dingen schijteduur, vooral als je niet regelmatig gaat en we vreesden een beetje dat ze het niet zo lang zou volhouden. Pubers, weet je wel… 🙂 Maar er is een fitnessketen, waar je één kaart mag gebruiken met verschillende familieleden. Zo zou ik zelf ook af en toe kunnen gaan.

Het probleem was, dat ik al eerder een fitnessabonnement heb gehad en dat ik me vaak meer stond te ergeren: de flutmuziek die ze er draaien, de belachelijke domme oefeningen die je er kan/moet doen, de krachtpatsers die op je neerkijken,… en mijn gebrek aan discipline.

Laat ik nu het geluk hebben samen te wonen met een man die naast zijn beroepsactiviteit niet alleen basketcoach is, maar ook kenner van sportblessures, trainingsschema’s, welke oefening je moet doen om wat te bereiken, hoeveel, hoe snel, op welke manier… Dat helpt wel hé. Dus ja: Tiny op de fiets, de ligfiets, de crosstrainer, de loopband. Eén keer per week doe ik ook een les X-coreTijdens zo’n les train je je buik, rug, benen en armen. Met een aluminium koker gevuld met grit dat bij elke beweging heen en weer beweegt in je handen, worden je spieren extra gestimuleerd. Ook doe ik elke week een half uur buikspieroefeningen, erg intensief, ik zweet me te pletter.

Wat ik nog niet doe: dansen, lopen en springen of alles wat te veel druk zet op mijn kuitspier, die is nog altijd niet volledig genezen en nog gevoelig.

Maar! Het leuke is nu, dat ik probeer twee keer per week een 500 à 600 Kcal per dag te eten, de rest van de week “normaal” – en terwijl ik vroeger als een jojo op en neer ging in gewicht, dit nu redelijk stabiel blijft (zelfs al eet ik veel kaas en drink ik af en toe een wijntje). Méér nog, ik ben al drie kilo kwijt. Voortdoen dus! Hop met de beentjes.

In mijn vorige blog over podcasts schreef ik al dat zo’n verhaal in je oren wel helpt bij het sporten, dat heeft zeker ook te maken dat ik nu makkelijker kan doorzetten. Ik ben nu een maandje bezig en zit vol goede moed.

Tiny krijgt een complimentje

Soms zou je iets insta-audio willen opnemen en posten. Net zoals Instagram maar dan met geluidsfragmenten, gesprekken, muziekjes,…

Mijn laatste telefoongesprek op het werk was eentje om in te kaderen. Eentje om mee te nemen naar “Nationale complimentjesdag”.
Op mijn werk hang ik heel veel aan de telefoon, zowel in het Vlaams (en alle mogelijke dialecten) als in het Frans, want de helft van onze klanten zijn Franstalig. Ik geef hen zo goed mogelijk uitleg, probeer een oplossing te zoeken, of maak afspraken voor latere leveringen.

De tijd heeft mij geleerd dat je druk maken aan de telefoon helemaal niks helpt. Ik probeer altijd rustig en kalm te blijven, verhef mijn stem zelden (tenzij ze zwaar slechthorend zijn) en vertel iets stap voor stap. Mijn Frans is zeker niet perfect, maar men begrijpt mij wel.

secretary

Ik had een Franstalige man aan de lijn, hij was al 87, zei hij en ik maakte met hem een afspraak voor een levering over twee dagen. Oh, hij was zo blij dat zijn bestelling al zo snel zou komen en hij spelde me heel exact de naam van zijn straat. Hij ging een extra bordje met het huisnummer voor het venster zetten, zei hij, want het is anders niet duidelijk zichtbaar. Merci, zeg ik, en och, ik heb een gps, maak u geen zorgen, ik zal het wel vinden en ik kom op tijd. “Faites à votre aise“, zegt hij, “doe op uw gemak, als er files zijn, doe geen ongelukken, ik wacht wel.”

Een uur later belt hij nog eens terug, hij had nog een bijkomende vraag, die ik hem meteen kon beantwoorden. “Madame“, zegt hij, “u hebt echt een aangename stem. En ik zal u vertellen, ik ben al zestig jaar slechtziend en beroep mij vaak op mijn gehoor. Een stem aan de telefoon herken ik al snel als vervelend en onvriendelijk, of aangenaam en prettig. En als ik de mens in kwestie dan in het echt leer kennen, ben ik altijd juist: dan is de persoon zelf ook ofwel onvriendelijk, ofwel aangenaam in de omgang. En bij u heb ik een zeer goed gevoel. Ik kijk er erg naar uit om u over twee dagen te zien, niet alleen voor mijn bestelling, maar ook om u te ontmoeten. Het zal zeker een prettige ontmoeting zijn.”

Wauw. Let op, ik zou het herkennen als dit een slijmjurk zou zijn, een eng mannetje die de vrouwtjes een beetje te graag ziet. Deze heer echter, komt gesofisticeerd en correct over, meer zelfs, het klinkt òòk als een erg aangename mens. En ja, ik ben ook benieuwd om hem te ontmoeten.

Kan téllen hé, als compliment?

Mijn stem is inderdaad mijn belangrijkste werkinstrument. Al eerder schreef ik over mijn zingen en mijn presenteren, in vroeger jaren en nu ben ik blij dat ik met mijn stem nog altijd veel (mensen) kan bereiken.