blinden

Tiny is (niet) oud

Hallo hier ben ik weer, dag vriendjes allemaal! – Sorry, zat even met een oud liedje in mijn hoofd:

Luk Bral, 1974

Ze zitten al in de tiende week, de bloggers en Instagrammers die meedoen met Saturnein’s photochallenge. Na mijn veertig dagen bloggen challenge dacht ik al, wie weet kan ik inpikken met deze.

Deze week gaat het over “oud” en daar kun je van alles bij verzinnen, maar ik moest een foto hebben. Vorig weekend was ik bij mijn ouders en ik keek even naar wat er in de kast staat. De combinatie vind ik wel grappig.

Links een porseleinen beeldje, zoals je er veel zag bij “oude mensen” vroeger en misschien ook nog vandaag. Voor mijn ouders hebben zo’n beeldjes wel een grotere betekenis: je kan er aan voelen. Ze zijn zeer gedetailleerd. Een foto of een schilderij in huis was voor mijn ouders nooit echt een meerwaarde – moest je het nog niet weten: ze zijn blind hé.

Maar regelmatig werd er eens een nieuw beeldje aangekocht. Dit dateert van de vroege jaren zeventig, vorige eeuw. Iemand moet gedacht hebben: oh dit is schattig, een mama, een papa en een dochter die alle drie musiceren, hoe toepasselijk. De mama speelt piano, en dat is ook exact wat mijn moeder deed, ze wou ook pianolerares worden, maar toen kwam er een non en die pikte die plaats in.

Ik heb altijd graag gezongen, zong in koren en in bandjes, dus dat klopte ook wel. Mijn vader heeft in een vorig leven nog bugel gespeeld, een soort trompet, dus ergens klopt dit ook wel een beetje. Het beeldje heeft jaren op de tafel gestaan thuis en er werd vaak aan gevoeld, ook door andere blinde vrienden die op bezoek kwamen.

De foto er naast is, je kan het al raden: mini-Tiny. Wellicht was ik een jaar of twee, misschien drie. Kort blond haar en bruine ogen en een mollig lijfje: ja, ik ben nog helemaal niks veranderd! 🙂

Tiny vond wat oude foto’s

Mijn oma was er ook zo eentje die niks kon weggooien. Vooral haar foto-album was heilig en dat vond mijn moeder blijkbaar ook, want na de dood van mijn oma in 1985 bewaarde zij dit ergens op zolder. Ondertussen kan mijn moeder zelf bijna niks meer zien en heeft ze die foto’s al lang aan mij doorgegeven. Maar er zitten enkele tussen waar ik niks van snap omdat ze volgens mij véél ouder zijn dan zelfs de jeugd van mijn oma. Ook een beetje griezelig.

Wat al zo goed als zeker is, is dat deze foto is genomen tijdens een muziekles in Spermalie, het blindeninstituut in Brugge. De meisjes (want de jongens zaten in een heel andere afdeling!) houden hun handen met twee vingers vooruit om de maat aan te geven. Een klassieke vierdemaats gaat omhoog, omlaag, naar links, naar rechts: ik heb dit mijn moeder genoeg zien doen toen ze zelf pianoles gaf.

Er is een pianiste maar ook een lesgevende non (met kap). Het Spermalie-gesticht voor blinden en doven zag zijn oorsprong al in 1836, onder leiding van de Zusters van Spermalie. Meer info, zie deze link naar Wikipedia. Mijn moeder zat er zelf op internaat tussen 1948 en 1960. Mijn oma niet, die komt uit Menen en is naar een ‘gewone’ school geweest, al was ze zelf slechtziend.

Iemand met wat meer kennis van geschiedenis van de mode zou er misschien meer kunnen over zeggen. De uniformen zijn lange tijd gebleven, mijn moeder heeft daar ferm op gevloekt, dat vertelde ze vaak. Ruwe stof, echt niet prettig om aan te doen, dingen die vaak niet pasten.

Volgende foto dan, een typische fotografen-foto uit de jaren stilletjes.

Echt geen flauw idee wie dit zou kunnen zijn. Moeder en dochter wellicht? Maar waarom in zo’n automobiel? Dit was duidelijk zo’n bordkartonnen foto mét achtergrond waar ze dan tussen moesten gaan staan – en lang stilstaan. Was dit een oud schoolvriendinnetje van mijn oma? Maar die foto’s waren wellicht erg duur en daar werden toch maar enkele van gemaakt? Het blijft een raadsel.

Gelukkig vond ik er toch wat bekenden tussen:

Dit moet ergens begin jaren zestig zijn. Mijn oma en opa en in het midden mijn tante, zij is geboren met Spina Bifida (een open ruggetje, zeggen ze dan) en kon amper lopen. Toen lukte dat nog een beetje met van die speciale schoenen met ijzers aan, nu zit ze al een hele tijd in een rolstoel. Maar die mode: mijn oma had precies iets héél modern aan, het lijkt een beetje Desigual (jammer dat het zwart-wit is). Mijn tante was rond de 18, denk ik, zij had héél donker en héél veel haar en op deze foto ziet haar kapsel er echt spectaculair uit. Pépé was een no nonsense man, heel gewoon gekleed, heel gewoon in denken en doen en heel vaak vrolijk. Altijd zingen. Hij was een tijdje koster en organist in Sint-Jozef, Brugge. Daarvoor was hij leraar mandenvlechten in een revalidatiecentrum voor blinden (niks te maken met Spermalie van hier boven). Ik schreef er al eens eerder over hier.

Godfried overleed in 1983 en Anna in 1985.

Dit is de negende dag in #40dagenbloggen

Tiny hoopt in 2021…

Mijn eerste post in het nieuwe jaar en het is al 10 januari. Heb ik mij ondertussen bezonnen? Gemediteerd? Nagedacht over het leven? Niks van dat alles. Same old, same old.

Metro – boulot – dodo maar dan de Corona-versie. Ik sta vroeg op, al voor zeven uur ben ik in de weer, nog altijd startend met morning pages.

De afgelopen maanden (vanaf de restaurants dicht gingen) tot nu speel ik traiteur voor mijn ouders in Brugge. Een échte traiteur is niet alleen een pak duurder, maar die lijken nooit de smaken van mijn zelfgemaakte eten te evenaren. Ze hebben er verschillende geprobeerd, maar vooral mijn moeder is zeer kieskeurig.

Ik maak gerechten, soms apart voor hen, soms gewoon extra van wat wij gaan eten, ik snij het vlees, doe het in potjes en vries het in. Al doende ontdekten we dat bloemkoolgerechten super slap worden eenmaal ingevroren en terug ontdooid en opgewarmd – en dat varkensvlees zoals bv kotelet of cordon bleu terug ontdooid en opgewarmd veranderd in een leren lap. De rest: vinden ze super lekker. Minestronesoep, spirelli bolognaise, opgevulde tomaten met tomatensaus en rijst, risotto met spinazie en champignons, zoete aardappel met spruiten en een kaasburger, ovenschotel met pasta, erwtjes, prei en kip: het zit op dit moment allemaal in mijn diepvries en het gaat er morgenmiddag uit om bij mijn ouders te deponeren. Dan kunnen ze er weer tegen tot de week erop.

Maar hoe lang kan ik dit nog doen? Wat als er ineens iets gebeurt met mijn vader, waardoor hij niet meer voor mijn moeder kan zorgen? Ze komen niet meer buiten nu het slecht weer is (koud, nat, glad) en hij is zo stijf als een plank. Als hij niet meer uit de zetel geraakt, kan mijn moeder niemand bellen (want ze weet amper nog hoe de telefoon op te nemen!), ze kan niet meer voor haar eigen eten zorgen (hoewel een boterham smeren misschien nog wel zou lukken), geen radio en tv bedienen,… Maar ze wast zich nog zelfstandig (hoewel niet meer in de douche want daar snapt ze ook de knopjes niet meer van) en ze walst nog met mij de kamer rond tijdens het Nieuwjaarsconcert.

Sorry voor mijn gezaag.

We gaan verder. Ik lijd aan een onstuitbare goesting in ongezonde hapjes. Geen chocolade, maar vooral hartige dingen. Chips, ik haal er expres geen in huis, maar dan heeft mijn man er toch weer gehaald. “Je lievelingssoort, goed hé van mij!” Ja, héél lief schat. Ugh. Ik kreeg een fles Martini van de plusdochter. De kilo’s komen er bij, ik voel me een soort plumpudding. En ja, ik ga nog steeds regelmatig wandelen maar er zijn helaas méér dagen waarop ik gewoon geen poot verzet. Van mijn bureau (de tafel in de woonkamer) naar de keuken en het toilet en terug.

Ik heb het al een paar dagen bitter koud gehad in 2021. Verwarming kapot. Nu ja, niet de vloerverwarming, maar de ketel. Ondertussen hersteld, maar ondertussen ook enkele dagen gewerkt bij 16° in de woonkamer.

Dromen van Egypte. Er zijn niet eens vluchten. Ik kan niet weg want ik zorg voor mijn ouders. Ik word wellicht gelyncht als ik nu zou vertrekken. Doe geen moeite, ’t gaat toch niet.

Maandag nieuwe tandjes. Hoera. Dat klinkt alsof ik een full on kunstgebit krijg terwijl het gewoon gaat om een brug, maar ’t zijn wel voortanden. De ‘voorlopige’ versie zit er nu al drie jaar in, dus ’t wordt de hoogste tijd voor het echte werk. Kost me wel mijn eindejaarspremie en nog een rib uit mijn lijf. Géén voortanden lijkt me geen optie.

Volgende week ga ik niet mijn verjaardag vieren. Ik ga niet op café, ik ga niet gaan dansen, ik ga zelfs niet eens naar de film met mijn gratis filmticket. Misschien dat ik die dag eens niet hoef te koken, dat zou mooi zijn. Of gewoon niet verjaren en dus ook niet ouder worden, misschien is dat wél een optie?