blinden

Tiny gaat naar een voetbalwedstrijd

Ooit heb ik het ook opgeschreven: op mijn niet-echt-bestaande bucketlist stond: “Live een voetbalmatch meemaken.” Waarop mijn ene collega zei: ‘Oh je mag wel eens mee met ons, als een familielid niet mee kan naar Club Brugge, wij hebben een abonnement.” Maar een andere collega had nog een ander voorstel: “Ga je mee naar België-Rusland? Ik heb een begeleider nodig.”IMG_9665

Bovenstaande collega is zelf blind en had kaarten om op de blindentribune te gaan zitten bij de kwalificatiewedstrijd voor het EK, de Rode Duivels tegen de Russen. Wat is nu die blindentribune?

Je zit in de eerste tribune, de rolstoelmensen staan vooraan en wij zitten daar vlak achter. Dichtbij het veld dus. Je krijgt een koptelefoontje, van de mensen van Inter (die vragen bij het parkeren ook al of je hulp nodig hebt), en zo hoor je tijdens de match live commentaar en kan de blinde of slechtziende perfect meevolgen.IMG_9677

Die commentator hé, die wordt speciaal ingeschakeld om het zo goed mogelijk uit te leggen aan mensen die het niet zien. En toeval wil: wij kénnen die! Die commentator was deze keer de zoon van die eerste collega (zie boven), we mochten met hem meerijden en konden zo parkeerproblemen en openbaar vervoer shizzle vermijden. Goed hé! Collega één had ons ook nog een zak Rode Duivels parafernalia meegegeven, handig die sjaal – want het was toch een beetje fris!

Laat iets duidelijk zijn: ik ken zeer weinig van voetbal. Maar die EK en WK-wedstrijden volg ik wel en dan hang ik de hypocriete Belg uit die ineens een groot nationaal gevoel lijkt te ontwikkelen voor 11 ventjes op een groene wei. Sorry hé. 😉

Dat koptelefoontje was dus voor mij ook een handig middel om te weten wie er bij de bal was, want ik herkende wel een paar mannetjes (Mertens, Batshuayi en zelfs Thielemans), maar verder: geen flauw idee!

We waren er ruim op tijd, zo zagen we de mannen al opwarmen, konden we nog een frietje stekken, een pintje drinken (dat hoort zo, niet waar?) en acclimatiseren. Bij het Belgisch volkslied gingen we rechtstaan en kreeg ik zowaar een krop in de keel. Daar stond ik dan, in dat grote stadion met wel meer dan veertigduizend mensen. Speciaal, en ik voelde me blij, tevreden dat ik er nu toch eens geraakt was. De wedstrijd verliep vlot, er vielen in totaal vier doelpunten, er werd ook eens een rode kaart gegeven en de avond vloog voorbij. En ja, we zijn dus gewonnen hé, mocht je het nieuws niet gehoord hebben.

Ik heb van die voetballiedjes meegebruld, riep ook keihard THIELEMANS als die gescoord had, ik heb een driekleurige hanenkam gedragen, kortom: mij vermomd als voetbalfan. En het was de max.

Advertenties

De week van Tiny (week 6)

fullsizeoutput_3bd

Dinsdag moet ik in het hoofdkantoor in Nederland iets gaan uitleggen. Dat klinkt eng, hé? Nee, het gaat over een toestel (een voorleesbril) dat ik hier in Vlaanderen al veel heb uitgelegd en dat ze in Nederland nog niet goed kennen. Nederland is meestal vòòr op kennis, maar in dit geval nu eens niet en dan vragen ze mij! Ha ha! ’s Middags ga ik met mijn collega en mijn baas een broodje kroket eten, want dat had ik nog nooit eerder geprobeerd, zot hé? ’t Is dus een vleeskroket in een sandwich, met wat mosterd er op smaakte dat nog lekker ook. Junkfood!

IMG_9455

De plusdochter stuurde mij naar de Standaard Boekhandel omdat ze daar van die leuke pastel fluostiften hebben. Maar al die boeken die ik nog wil lezen! Wat een verleiding… en deze flinke meid heeft NIKS gekocht. Enfin, toch niet op woensdag. Op donderdag stapte ik een andere boekhandel binnen in Brugge en kocht de laatste van Nicci Gerard, over dementie: Woorden schieten tekort.

IMG_9458Op donderdag ga ik met twee brailleleesregels naar twee dames die allebei in verwachting zijn, zwaar slechtziend en elk een hond hebben. Nu kom ik héél vaak in huizen waar ze een hond hebben (vaak een geleidehond natuurlijk) maar deze was echt een heel mooi exemplaar, en zo lief en aanhankelijk. En met héél veel haar. 🙂 Rajko is géén geleidehond, maar gewoon een gezelschapsdier.

fullsizeoutput_3ce

Vrijdagavond: eindelijk vertrekken we met de leesclub op weekend (zondag schreef ik er al over). Zalig niks doen, een cava’tje bij de open haard, lekkere hapjes, goed gezelschap, oh wat heerlijk!

IMG_9477

Het hele weekend is het slecht weer: veel regen, wind, om geen hond door te jagen. Tussen de buien door zijn we toch nog naar buiten gegaan om achter de hoek eens op het militair kerkhof rond te kuieren. Toch weer indrukwekkend.

fullsizeoutput_3c6

Op zondagmorgen gingen we dus brunchen bij Dépot in Ieper. Op zich is het daar lekker, de locatie is prachtig, we zaten gezellig apart, dus geen drukte. Eén van ons had op voorhand gemaild om te reserveren, maar ook om te vragen of er iets kon voorzien worden voor iemand met melkeiwitallergie en glutenallergie – dit kon, geen probleem. Maar eenmaal daar hadden ze toch niet echt door wat wél en niet mocht, en mocht onze vriendin maar van héél weinig eten. Zeker niet voor de 25€ die je betaalt voor de brunch. Bitter jammer.

Door dat leesclub weekend ben ik misschien weer meer geïnspireerd om extra veel te lezen. Vooral in de auto ben ik weer in actie geschoten met de Anders lezen app. Anders lezen is vooral bedoeld voor mensen met een leeshandicap, of die blind of slechtziend zijn, en dan kun je boeken gaan downloaden uit de Luisterpuntbibliotheek. Gezien ik die app ook gebruik voor mijn werk en die geregeld test, komt me dat wel handig uit en kan ik boeken lezen in de auto. Een alternatief is de Engelstalige website van Audible, waar je vooral Engelstalige boeken kan vinden maar ook Franse.

Geen idee of hier volgende week iets zal staan, grote kans van niet. Ik ga op reis en ik neem héél weinig mee. Misschien koop ik een data simkaart in Egypte voor mijn smartphone maar als dat niet lukt, ben ik zo goed als niet bereikbaar want er is geen WiFi. Toedeloe!

 

 

Tiny en zuster Maria

Zoals bedacht door Thomas P. wou ik nog deze week iets onverwachts doen. Nu speelde het idee al een tijdje door mijn hoofd, om iemand te gaan bezoeken die al een tijdje in een rustoord zit.

Zuster Maria zat toen ik haar leerde kennen in het klooster van de zusters van Sint-Jan, niet ver van het ziekenhuis AZ St-Jan. Zij werd op latere leeftijd blind en had nog de moed en de goesting om als zestigjarige nog braille te leren. Ik bracht haar een computer en een braille leesregel (want dit is nu eenmaal mijn job), en kwam regelmatig bij haar langs om opleiding te geven. Ze leerde ook werken met een voorleestoestel en een daisyspeler, al had ze regelmatig wel wat vragen. Dus kwam ik toch wel geregeld bij haar langs. Ze onthaalde me altijd met koffie, koekjes of een chocolaatje, wou altijd eerst een beetje babbelen voor we overgingen tot de opleiding of wat dan ook.

Ik kwam daar graag. Nu heb ik een voorliefde voor kloosters en abdijen, daar kom ik tot rust. Er gaat ook zo’n kalmte uit van die mensen, en al zeker van Zuster Maria.

Een jaar of wat geleden heeft ze blijkbaar een hersenbloeding gehad, moest geopereerd worden en kon daarna niet meer zo zelfstandig in het klooster wonen. Noodgedwongen verhuisde ze naar een WoonzorgCentrum in de buurt.

Al een hele tijd wou ik haar eens bezoeken, en het kwam er maar niet van. Want ik kwam tot voordien enkel bij haar langs omdat zij het vroeg, omdat ze met iets problemen had of iets aan wou leren, met andere woorden: ik kwam bij haar terwijl ik werkte. Zij was mijn klant. Nu zou ik gaan in mijn vrije tijd, gewoon omdat ze mij altijd iets dééd.

Ik kocht een doos pralines en reed naar het complex. Eenmaal op haar afdeling liep ik haar straal voorbij want ik had ze amper herkend, zo erg is ze veranderd. Een schim van zichzelf geworden, erg genoeg. Maar ze herkende onmiddellijk mijn stem, was blij dat ik er was. Na enkele zinnetjes viel ze terug half in slaap, de verzorgers vertelden me dat ze ziek was geweest en nog veel sliep. De pralines waren niet suikervrij, domkop die ik ben, ze is diabeet en mag er dus niet van eten. Dus schonk ik ze aan het verzorgend personeel en de andere bewoners. Zuster Maria had geen zin in een koekje, en ook niet in koffie. Het enige wat ik kon doen was haar helpen om wat water te drinken – en dat deed haar deugd, zei ze.
De praatgrage zuster van weleer is ze niet meer, toch bleef ik een uurtje bij haar zitten. Raakte haar aan, riep haar naam en deed haar de groeten van mijn ouders. Vroeg of ze nog veel bezoek kreeg (ja, zei ze) en zei dat ze toffe sluffers aan had (ze moesten het eens zien, zei ze!).

Er kwam opeens nog bezoek: een nichtje van haar. Die stem herkende ze ook meteen en ze leefde weer eventjes op. Maar ook bij haar viel het gesprek snel stil, ze heeft duidelijk nood aan veel rust.

Eigenlijk is ze ‘pas’ vijfenzeventig. Ik hoop dat ze nog een tijdje gezond en gelukkig kan zijn, en ben blij dat ik eventjes bij haar was.