alleenstaande mama

Tiny en de baby

In blogland zijn er duizenden blogmama’s, of mamabloggers of hoe je ze ook wil noemen. Misschien mag ik er zelfs een paar blogvriendinnetje noemen. Sommigen bloggen over van alles en nog wat (zalig!),  sommigen delen schaamteloos babyspam (en gelijk hebben ze), sommigen zijn supergezond bezig en daarbovenop gewoon ook mama en iedereen heeft wel een beetje haar eigen stijl.

Het zijn stuk voor stuk toffe madammen en ik lees ze graag.

Als de liefde voor hun kindje zo van het scherm spat, voel ik een steek van jaloezie. Niet omdat ik nog een baby’tje zou willen (ho, spaar me daar van, en trouwens, de kraan is dicht!), ook niet omdat ze het veel mooier kunnen vertellen dan ik en ook niet omdat ze duizend mooie foto’s van hun kindje hebben.

Wel omdat ze er zo super bewust van zijn. Van het nu. Van het genieten met hun kind. Bewust van het feit dat ze zich in hun handen mogen wrijven van contentement.

Dan vraag ik me af: heb ik dat ooit gehad? Nam ik zo veel foto’s van mijn baby? Was ik zo gelukkig dat ik het wel over de daken wou schreeuwen?

Ik denk dat het antwoord duidelijk is, net omdàt ik die steken van jaloezie voel. Ik nam wel wat foto’s, maar die zijn blijkbaar verbrand in een tuin van een ex die alles wou vergeten. Ik was wel blij met mijn baby maar vooral gefrustreerd omdat het kind vooral huilde en ik niet snapte waarom. En er was niemand om tegen te zagen. En er was niemand die me zei dat ik het wél goed deed.

Dingen veranderden. Ik verhuisde en het kind verhuisde mee. Omdat het niet anders kon. Papa werd een om-het-weekend-papa en op den duur een vreemde. De vervang-papa deed zes jaar zijn best, maar had ook een pak problemen. Lang leve de opa en oma, dat wel.

Dus ja, baby-foto’s, of ze nu van mijn baby waren of die van een ander, het maakt niet het gevoel bij me los als wat men er van zou verwachten. Toch zou ik graag willen proberen om mooie newborn foto’s te maken. Misschien nu nog niet meteen, maar in de toekomst. En hopelijk reageren de ouders dan wel met de ooh’s en ah’s en vooral: het juiste gevoel.

Fijne moederdag gewenst, morgen.

newborn

Prachtige foto door Silvie Bonne

 

 

Tiny en de zeven hoofdzonden, deel 1: Gramschap

Gramschap, woede, agressie

Nee, ik word niet zo vaak boos. Wel geïrriteerd of gefrustreerd. En ik rol nogal vaak met mijn ogen als het mij niet aanstaat.
Ik word nog altijd boos van onrecht, of persoonlijk: als mij iets in de schoenen wordt geschoven, waar ik helemaal geen schuld aan heb. Maar als ik echt boos word, dan kan ik dat erg moeilijk uiten. Meestal begin ik dan te wenen en dan is het helemaal naar de vaantjes natuurlijk. Een deftige discussie komt er dan ook niet meer van.
Ja achteraf. Als ik soms de mogelijkheid heb om mijn argumenten op papier te zetten, dan krijgt de gedupeerde wel een gepeperde mail – en vroeger een brief. Dat werkt voor mij beter, omdat ik dan niet meer overmand word door gevoelens en alles beter op een rijtje kan zetten.

En soms waait het gewoon over. Koelen zonder blazen.

ag

Ik ben al héél vaak boos geweest op mijn zoon. Vaak was dat onmacht, omdat ik na honderden pogingen en even veel keren vriendelijk vragen nog steeds het deksel op mijn neus kreeg. En dan begon ik wel te roepen, ja. Heel erg luid. Toen hij klein was, kreeg hij ook wel eens een tik op zijn pamper, maar ook dat maakte weinig indruk. Onmacht ja, omdat je dan als ‘gediplomeerd opvoedster’ je totaal geen raad meer weet. Zo’n kalme mama die gewoon haar grenzen stelt en haar zoon laat uitrazen ben ik jammer genoeg nooit geweest. Consequent zijn vond ik ook erg moeilijk. Met als gevolg: vlammende ruzies natuurlijk. Soms ben ik het huis uitgelopen omdat ik mezelf niet meer onder controle had, dan moest ik eventjes afkoelen.
Nu maak ik me er minder druk in.

Ik word ook boos als ik verkeerd begrepen word. Of als iemand iets gewoon niet wil begrijpen en koppig in zijn eigen bubbel blijft.
Maar als de lesgever in de fitness zegt: “Denk maar aan iemand die je écht niet leuk vindt en sla wat harder”, dan kan ik daar niks mee. Er zijn er wel, maar die ga ik toch niet slààn? Wat helpt dat?

Ook schelden is agressie. Ahum. Daar bezondig ik me wel aan, moet ik zeggen. De eerste keer toen ik in Engeland logeerde bij een familie, zei ik tijdens een kaartspelletje een beetje te vaak “shit” – want ja, da’s Engels en ik dacht cool te zijn. De kinderen maakten mij echter al heel gauw duidelijk dat zoiets ‘not done’ was en dat dan maar beter ‘sugar’ zei of zo.

Verder scheld ik nogal snel in ’t Vlaams, alle varianten van godver** en nonde** en héél soms een welgemeende f*ck. Mijn excuses.

 

Tiny, de moeder die keihard op haar bek ging

De laatste twee opdrachten bij #Boostyourpositivity  zag ik eigenlijk niet zitten. ‘Quality time met de kids’, en ‘wat is jouw grootste uitdaging als ouder?’. De grootste uitdaging is gewoon die ‘quality time’.

Met de pluskindjes gaat dat goed hoor, die zijn nog een stuk kleiner en werkbaarder en zelfs met de puberdochter (hihihi, hahaha, maar allééééé, hihihi, ’t is beire, hahaha) heb ik leuke momentjes, zie Tiny in Dublin.

Mijn eigen kindje, da’s iets anders. Toen hij twee was, verliet ik de papa en werd beetje bij beetje weer gelukkig. Maar het klein sprotje was al een moeilijke baby, bleek een peuter met een serieuze handleiding en een lagere schoolkind met ADD. En zo verder. Ik zie hem doodgraag, maar waarom moet het zo moeilijk gaan?

Nu heeft hij nog altijd zijn draai niet gevonden, hij volgt deeltijds onderwijs, maar het deeltje “werk vinden” is nog altijd niet gelukt. Niet dat hij er veel voor doet, hij is liever lui dan moe. Onze conversaties verlopen meestal via sms of Facebook, want als ik bel, neemt hij niet op. Hij zit op kot, komt ook in het weekend of de vakanties niet naar huis en veel moet of mag ik hem niet bezoeken.

Gisteren ging ik nog eens langs en zag de keuken van een typische kotstudent.

2015-11-18 17.05.20

Hij vult zijn dagen met gamen, basgitaar spelen en series bekijken. Af en toe komt hij nog eens buiten om te skateboarden en af te spreken met zijn vrienden. Maar hoera: hij drinkt niet, rookt niet en gebruikt geen drugs. Joepie jei.

Volgens mij is hij soms erg eenzaam. Maar dat doet hij een stukje zichzelf aan, hij is altijd welkom bij ons, maar omdat het niet klikt met mijn vriend, zal hij dat niet snel doen.

Dus de quality time bestond gisteren uit samen afwassen en zijn keukentje opruimen. ’t Is beter dan niks. Veel gelachen werd er niet. Knuffels heb ik denk ik nog nooit gekregen. Misschien één keer, met moederdag. En oh ja, toen hij eens terugkwam van een k*tweekend bij zijn pa.

Vroeger was het anders, ik zeg niet dat ik niks heb gedaan met hem. Elke avond voorlezen, samen naar het Astridpark, naar de cinema, gaan zwemmen, naar het bos,… We gingen samen op reis, naar Londen, Parijs, Duitsland, Zwitserland en toen hij twaalf was, zelfs een maand lang naar Californië. merijn

In Amsterdam deden we ook mee met een workshop fotografie, elk met een camera. En hij was zelf onderwerp voor een andere fotografe.

merijn3

Voor zijn zestiende verjaardag heb ik zowat de hoofdvogel afgeschoten als het komt op “coole mama” zijn. Ik nam hem ’s morgens mee, zei niet waar we heen gingen, reed naar Duitsland en vertelde in het hotel dat we ’s avonds naar zijn favoriete band Green Day gingen kijken.

merijn2

’t is appelsap, gasten!

Vorig jaar gingen we allemaal naar Graspop, maar hij ging natuurlijk alleen. Afspreken met mama op een festival was not done.

Elke morgen als hij naar school moet, sms ik hem: Sta op! Zorg dat je op tijd bent! Want vaak blijft hij liggen, is hij zogezegd ziek en dan gaat hij wel naar de dokter om een briefje. De plantrekker. Romina heeft me gesteund, in die zin dat ze liet weten dat haar mama dat heeft gedaan tot ze vijfentwintig was. Wàààt?

Prinses katapulteerde me terug in de tijd, toen ze vertelde hoe ze hysterisch kan reageren op haar kinderen, dat ze het allemaal niet meer weet en geen hulp krijgt omdat ze één te hoog opgeleid is en twéé een te hoog inkomen heeft. Wie helpt de mama’s? De kinderen worden wel geholpen hoor, begeleiders en psychologen genoeg, als het verkeerd gaat. Mama’s die het niet meer weten en liggen te bleiten ’s nachts omdat ze niet weten hoe het ooit goed komt, die worden bijna uitgelachen bij het CAW (echt!) en krijgen te horen dat het allemaal zo erg niet is.

De grootste uitdaging is dus, jawel, loslaten. Niet bang zijn dat hij niet eet, of niet gezond genoeg eet, niet bang zijn dat hij niet naar school gaat en geen diploma haalt, niet bang zijn dat hij zo eenzaam is, niet bang zijn dat hij nooit een lief zal vinden, niet bang zijn dat hij me niet meer wil zien, niet bang zijn dat ik duizend fouten heb gemaakt. Niet bang zijn dat hij in een depressie zit. Niet bang zijn dat het alleen maar erger zal worden.

En als er nu nog één zegt dat het allemaal wel goed komt, ga ik slaan. 🙂