alleenstaande mama

Beveiligd: Tiny en de baby

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Advertenties

Tiny en de zeven hoofdzonden, deel 1: Gramschap

Gramschap, woede, agressie

Nee, ik word niet zo vaak boos. Wel geïrriteerd of gefrustreerd. En ik rol nogal vaak met mijn ogen als het mij niet aanstaat.
Ik word nog altijd boos van onrecht, of persoonlijk: als mij iets in de schoenen wordt geschoven, waar ik helemaal geen schuld aan heb. Maar als ik echt boos word, dan kan ik dat erg moeilijk uiten. Meestal begin ik dan te wenen en dan is het helemaal naar de vaantjes natuurlijk. Een deftige discussie komt er dan ook niet meer van.
Ja achteraf. Als ik soms de mogelijkheid heb om mijn argumenten op papier te zetten, dan krijgt de gedupeerde wel een gepeperde mail – en vroeger een brief. Dat werkt voor mij beter, omdat ik dan niet meer overmand word door gevoelens en alles beter op een rijtje kan zetten.

En soms waait het gewoon over. Koelen zonder blazen.

ag

Ik ben al héél vaak boos geweest op mijn zoon. Vaak was dat onmacht, omdat ik na honderden pogingen en even veel keren vriendelijk vragen nog steeds het deksel op mijn neus kreeg. En dan begon ik wel te roepen, ja. Heel erg luid. Toen hij klein was, kreeg hij ook wel eens een tik op zijn pamper, maar ook dat maakte weinig indruk. Onmacht ja, omdat je dan als ‘gediplomeerd opvoedster’ je totaal geen raad meer weet. Zo’n kalme mama die gewoon haar grenzen stelt en haar zoon laat uitrazen ben ik jammer genoeg nooit geweest. Consequent zijn vond ik ook erg moeilijk. Met als gevolg: vlammende ruzies natuurlijk. Soms ben ik het huis uitgelopen omdat ik mezelf niet meer onder controle had, dan moest ik eventjes afkoelen.
Nu maak ik me er minder druk in.

Ik word ook boos als ik verkeerd begrepen word. Of als iemand iets gewoon niet wil begrijpen en koppig in zijn eigen bubbel blijft.
Maar als de lesgever in de fitness zegt: “Denk maar aan iemand die je écht niet leuk vindt en sla wat harder”, dan kan ik daar niks mee. Er zijn er wel, maar die ga ik toch niet slààn? Wat helpt dat?

Ook schelden is agressie. Ahum. Daar bezondig ik me wel aan, moet ik zeggen. De eerste keer toen ik in Engeland logeerde bij een familie, zei ik tijdens een kaartspelletje een beetje te vaak “shit” – want ja, da’s Engels en ik dacht cool te zijn. De kinderen maakten mij echter al heel gauw duidelijk dat zoiets ‘not done’ was en dat dan maar beter ‘sugar’ zei of zo.

Verder scheld ik nogal snel in ’t Vlaams, alle varianten van godver** en nonde** en héél soms een welgemeende f*ck. Mijn excuses.