Tiny’s muzikale mama

Een keer of tien heeft ze het zelf gezegd gisteren in het ziekenhuis: “Je moet weten, mevrouw, ik ben een muzikante hé“, tegen een willekeurige in de wachtzaal. “Ge wit hé, meisje, da’k ik een muzikante zien hé“, tegen mij. “Ah maar mijnheer, ik ben muzikante hé!“, tegen de verpleger die een infuus in haar hand wou steken. “Ah“, repliceert hij, “en wat speel je dan?” Waarop ze het antwoord eventjes schuldig moest blijven want het woord “piano” was verdwenen in de grote Alzheimer-afvalbak. Vijf minuten later was het er ineens terug en hoor ik haar zeggen, terwijl ze onder de scanner verdwijnt: “Ik speel piano hé!

Om kwart voor elf moest ze op de dienst radiologie zijn, voor een CT-scan met contrast. De huisarts is een beetje bezorgd om haar buik, vandaar.

Dus ik haal haar op van thuis, krijg haar id-kaart mee van mijn vader en ik trek haar winterjas aan. Want al is het negentien graden buiten, ik weet dat ze van een beetje wind meteen schrikt en koud krijgt. Ze gaat vlot in de auto en vindt zelfs bijnà de veiligheidsgordel. Ik zet de Klara top 100 op en ben benieuwd of ze de grote klassiekers herkent. Het Messiah van Händel begint en al snel zingt ze mee: “Hallelujah! Hallelujah!”

Vroeger ging ze meteen gezegd hebben dat het om dat bepaald stuk ging, wie het uitvoerde, wanneer de componist leefde, en tal van andere anekdotes. Tien seconden ver en ze hoorde al wat het was. Beetje zoals haar dochter, die ook altijd haar kennis moet bewijzen van de muziek van de jaren zestig tot nu. 😉

Natuurlijk is er bij het AZ Sint-Jan geen énkele gehandicapten-parkeerplaats meer vrij, dus ik rij tot aan de deur, sprint naar binnen met een hoop muntstukken en haal een rolstoel. Sprint terug naar de auto, waar ik buiten adem maar héél rustig zeg dat ze uit de auto en in de rolstoel mag. Er uit komen, lukt redelijk. In de rolstoel gaan zitten, is al lastiger. Ze ziet al een tijdje zo goed als niks meer – en als je zegt, hier staat een rolstoel, weet ik niet in hoeverre ze zich daar een voorstelling van kan maken.

Ik sprint met rolstoel en moeder en al naar de gang (OEI! MONDMASKER! en ik vlieg terug naar de auto om die te halen. “Waarom moet dat?“, zegt ze. “We zijn in ’t ziekenhuis, moeder, hier moet dat nog!”) en ik parkeer ze in de hall, sprint terug naar de auto waar er al tien auto’s na mij staan en ga mijn auto vlug gaan parkeren. Ik trek weer een sprintje naar het ziekenhuis waar mijn fitnessleraar fier op zou zijn en neem mijn moeder mee naar de onthaalbox: zo’n ding waar je je ID-kaart moet insteken, waar stickertjes uitrollen waarmee je dan naar de betreffende dienst mag. Ondertussen vertel ik haar waarom we in ’t ziekenhuis zijn. Want ze heeft dat nog maar vier keer gevraagd.

Waarom moet ze in een rolstoel, hoor ik een lezer vragen. Ze kan nog wandelen hoor, maar dat is voetje voor voetje, ze is bang van elke schaduw en elk geluid en elke windvlaag en zo geraak je er amper mee vooruit. Op die manier is het voor haar in een vreemde omgeving minder stressvol.

Boven bij radiologie geef ik de stickertjes en het briefje van de dokter af en krijg ik te horen dat het voor mijn vader is. PARDON??? Wat is er gebeurd, mijn pa heeft zijn eigen id-kaart meegegeven in plaats van die van mijn moeder. En ik heb er nooit op gelet. Dat komt ervan, als je opgroeit bij twee blinden en denkt dat je zelf ook alles op de tast moet doen.

En nu? Ze heeft niks mee. Moet ik terug naar huis? Gelukkig niet, ik mag terug naar beneden, moet daar bij het onthaal de gegevens van mijn moeder geven en krijg daar nieuwe stickertjes. Maar dat duurt een kwartier en ondertussen staat mijn moeder boven geparkeerd bij de dienst radiologie. STRESS!!!

Terug boven zweet ik me ondertussen te pletter. We krijgen een fles water van ANDERHALVE LITER waar contrastvloeistof in zit en die moet ze helemaal uitdrinken, in een uur tijd of langer en dan mag ze pas onder de scan. En oh ja, je zou er diarree van kunnen krijgen, dus ga misschien dicht bij het toilet zitten.

Mijn moeder drinkt altijd al te weinig. Als we ergens gaan eten, doet ze bijna twee uur over één glaasje water/cava/wijn. Ze heeft ook zelden een dorstgevoel. Dus zo’n fles leegdrinken is een enorme opdracht. Maar we beginnen er aan. Bij elk nieuw bekertje dat ik vul voor haar, vraagt ze opnieuw: “En waarom moet ik dat drinken?” en spoort ze mij aan om een beetje mee te helpen.

In de wachtzaal kijken mensen mij van boven hun mondmasker meelevend aan (of dat denk ik toch). Vroeger stak mijn moeder hele verhalen af, als we ergens moesten wachten. En als je niet ziet wie er nog in de buurt zit, of hoe dicht, was dat soms een beetje beschamend, maar ik trok me daar niet veel van aan. Misschien vonden andere mensen het interessant om te horen hoe tante X naar een medium was geweest om haar toekomst te voorspellen of hoe nonkel X ook naar ’t ziekenhuis was geweest voor een echo van zijn hart.

Nu vertelt ze dat ze normaal gezien graag liedjes zingt. “Voor de mensen hé”, zegt ze. Waarmee ze de mensen bedoelt in haar woonkamer of slaapkamer, die er bijna altijd zijn, mooi gekleed zijn, maar niet spreken en haar ook niet helpen. Soms zijn er kindjes bij, maar het zijn lieve, ze eten geen boterhammen en ze doen geen kwaad. Als het zulke hallucinaties zijn, dan ga ik er maar gewoon in mee.

En ja hoor, tijdens dat uur in de wachtzaal begint ze ook met haar repertoire. Het eerste nummer is nog zachtjes: “Ik hou van Holland… landje aan de Zuiderzeeeee“, een lied dat al bestaat sinds 1937 maar vooral door Heintje populair werd in 1970. (Nee, dat vertelde ze niet, dat moest ik even opzoeken.)

Dan zegt ze: “Ken je nog dat liedje van de katten?” Ik weet meteen waar ze het over heeft. Ja hoor, mama, we hebben dat nog samen gezongen in twee stemmen hé. Waarop ze uit volle borst in gang schiet (wacht ik toon een Youtube filmpje, dan weet je hoe het klonk in de wachtzaal – al heb ik niet mee gezongen) en de meeste mensen vriendelijk lachen, knipogen, en eentje zit zelfs lichtjes te schuddebuiken van het lachen.
Als ze klaar is, zeg ik: “Mama, we gaan moeten geld vragen hoor, voor je optreden!”

Lang verhaal nog, maar de scan is uiteindelijk gelukt, de fles was uit en alle onsmakelijke details ga ik niet vermelden. Vier uur later waren we weer thuis.

17 comments

  1. Dus behalve pianiste is je moeder ook nog zangeres. Prachtig gezongen dat miauwliedje, ik kende het al. Zo is er ook een klassiek zangeres die Old McDonalds had a farm zong op fantastische manier. Haar naam, daar kom ik misschien nog op. Of anders jij wel. Nu maar hopen op een goede uitslag van het onderzoek. Mooi geschreven verslag van een bezoekje aan het ziekenhuis.

    Geliked door 1 persoon

  2. Degenererende dingen over de mensen. Zo van, amai, kijk, ne keer wuk een dik vrouwmens. Of der zit daar ene met lange slunsen aan. En drie keer vragen aan mij of ik het wel gezien had. Sinds alzheimer was zij ineens het kind en ik de moeder. Heel vermoeiend.

    Geliked door 1 persoon

    1. Dat zal haar dan weer niet overkomen natuurlijk. Als ze de mensen niet ziet kan ze ook geen commentaar geven. Maar ik begrijp dat zoiets ook erg belastend voor jou moet geweest zijn.

      Like

      1. Mijn lama is nog twee jaar thuis gebleven met mijn hulp , verpleging en familiehulp. Ze had ook een traiteur die dagelijks een dagschotel bracht. Maar toen we boodschappen deden wilde ze steeds van alles kopen om te koken. Ik vond het zeer lastig om haar telkens te ontgoochelen dat ze iets niet kon kopen. Ze vergat dat ze maaltijden aan huis had. Altijd neen moeten zeggen als tegen een klein kind. Hartverscheurend.

        Geliked door 1 persoon

  3. Mijn voeten gaan steeds harder wippen naarmate ik vorder in je relaas; wat een zenuwslopende vier uren. En wat een geduld heb jij, zeg. Echt hoedje af, hiervoor.
    (O ja: wippende voeten heb ik wel vaker, vooral in stressy situaties. Maak je geen zorgen.)

    Onderhoudend en kleurrijk ge- en beschreven, dit stukje vol liefde en harde realiteit. Je bent een prachtmens, Tiny.

    Geliked door 1 persoon

  4. Ik lach omdat ik het voor me zie, maar ik wens je vooral verder véél moed om hiermee te leven.
    Ik heb zelf uren in wachtzalen gespendeerd (die met flessen water duurden inderdaad eeuwig), ook met mensen die er vanalles uit gooiden. Maar ik kon me wegsteken achter een naambadge (het is mijn moeder/vader niet) en kon de zorg van die mensen weer overdragen aan anderen eens weer thuis. Groot verschil met jouw situatie! 😘

    Geliked door 1 persoon

  5. Mijn voorgangers vertelden het al uitvoerig – de manier waarop je met je ma omgaat is bewonderenswaardig. Zo’n geduld, amai!
    (de parking voor gehandicapten aan de ingang van het ziekenhuis staat meestal volzet, maar auto’s rijden er af en aan. Een kwartiertje geduld en er zal wel iemand wegrijden)

    Like

  6. Ja, zo’n evenementen naar het ziekenhuis zijn altijd een ervaring op zich.
    Die onthaalbox is erg gekend (door mij dan) en enorm vervloekt (door de ouders dan), want ik doe dat ook altijd voor hun.

    Morgen (zaterdag) staat mij dezelfde ervaring met de papa en een covid19 test te wachten.

    Like

  7. Het is een heel mooi verhaal. Grappig en schrijnend tegelijk. Maar ik kan me voorstellen dat dat alleen geldt voor de versie die je schrijft en terugleest. Niet zozeer voor de versie waar je in leeft.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s