Tiny kan het niet: 10 dingen

 

De opschepper in mij schreef al eens over de dingen die ze ‘een beetje’ kan. Maar het omgekeerde is wellicht grappiger.

  1. Fluiten

Ik kan wel een klein wijsje fluiten maar dat heeft geduurd tot mijn twintigste eer ik dat een beetje kon en er komt eigenlijk amper geluid uit. Op je vingers fluiten bij een concert bijvoorbeeld, vind ik super stoer als een vrouw dat doet, maar ik kan dat dus helaas niet.

2. Knipogen

Vraag mij om te knipogen en je ligt gegarandeerd plat van het lachen. Ik doe een verwoede poging en heel mijn gezicht gaat in een kramp. Of ik druk met mijn vingers één oog dicht, is dat ook goed?

3. Kauwgombellen blazen

Hoe cool was dat niet, zeg? Mijn vriendin kauwde hele dagen kauwgom en blies er dan de meest fantastische bellen mee, je hebt ook zo’n merk van kauwgom, Bubblicious of zo, waar dat nog véél beter mee gaat. Ook hier weer: ik heb duizenden pogingen ondernomen, een cursus gevolgd en massa’s tips gekregen, maar ik kan het niet.

4. Skiën

En eigenlijk alles waar je een zekere vorm van evenwicht voor nodig hebt. Dingen in de sneeuw zijn sowieso al niks voor mij, brr. Schaatsen kon ik nog een beetje, maar deed ik vooral om in het gezelschap van de coole gasten te zijn. En voor het café in het Boudewijnpark. 🙂

5. Voetballen

Goh er zijn veel sporten die ik niet kan, of niet goed kan, en vooral balsporten dan. Maar basket of volley zou me nog enigszins lukken (oh my god, ik hoop dat mijn lief dit niet leest). Voetballen daarentegen. Ik heb een zoon die het gelukkig ook niet kan, hoe zou dat komen? Van mij heeft hij het in elk geval nooit geleerd. Als er al een bal mijn richting uit komt, dan is de kans misschien 2 procent dat ik mijn voet daar tegen zal houden en die in een andere richting zal trappen. De kans is veel groter dat die bal gewoon tegen mijn kop zal vliegen, of dat ik gewoon héél hard weg loop in de andere richting.

6. Uitslapen

Zelfs al ben ik uit geweest tot ’s morgens vroeg, een paar uur later ben ik toch al weer wakker. Fris wakker, hmm dat nu ook niet, maar ik kan gewoon niet blijven liggen. Als ik in het weekend al eens slaap tot na achten is het een groot mirakel. Laat opblijven lukt me trouwens ook niet, tenzij ik in héél boeiend gezelschap zit OF als ik kan dansen. Vaak ben ik blij dat het 22 uur is en dat ik in mijn bed kan kruipen.

7. Planten verzorgen

Alles gaat dood bij mij. Gelukkig blijven de huisgenoten wel leven en de huisdieren over het algemeen ook. Geef mij de allermakkelijkste plant en die gaat nog dood. Zelfs de cactussen zagen er triestig uit. Ik begin er dus niet eens meer aan.

8. Rekenen

De gewone rekensommen lukken nog wel, maar vaak maak ik daar ook fouten in. Vraag mij dus niet om de rekening te delen op café want dat loopt gegarandeerd fout. Zelfs al heb ik een rekenmachine. Procenten berekenen of de regel van drie (of is het van vier?) lukt mij amper. Ook hier: ik begin er niet meer aan. Ik vraag het aan iemand anders, want geef mij een app of een machientje en ik draai die cijfers nog in de soep.

9. Over de bok springen (haasje over)

bok

Uren en avonden lang heb ik dit geoefend met mijn vader. Ik moést dit kunnen in de turnles, maar zelfs als die stomme bok op het laagste stond, geraakte ik er nog niet over. Eerst lopen, je dan afzetten en met je handen steunen, dan je benen spreiden en springen: het zijn te veel bizarre bewegingen na elkaar. En ooit in de jeugdbeweging moesten we zoals op de foto hierboven in een kring staan en zo iedereen over je rug laten springen en dat dan zelf doen. Drama! Iemand wou zelfs niet eens over mijn rug springen omdat ze te veel mijn ribben voelde, ze vond dat vies. Jeugdtrauma’s dus.

10. Breien

Wat. Een. Rotklus. Waarom moet je dat in ’s hemelsnaam leren? Wie breit er nu nog? Haken idem. Zowel mijn vriendin als mijn moeder kon dat supergoed, dus mocht ’s avonds na school mijn moeder die domme vis afbreien (dat werd dan een kussen, hoe kwamen ze er op??). En ja, mijn moeder is blind. En die kon dat dus. Hoe stom denk je dat ik me toen voelde?

Laat die kinderen een knoop aannaaien, iets inzoomen, met een naaimachine leren werken en nog beter: huishoudelijke klusjes! Breien in ’s hemelsnaam. Zucht.

 

17 comments

  1. We lijken wel tegenovergesteld in veel dingen. Breien, haken en naaien doe ik veel en graag met zoals tuinieren en met planten bezig zijn. Skiën is heerlijk. De meeste sporten kan ik aardig. Slapen gaat erg wisselend. De rest die je noemt kan er mee door behalve rekenen dan. Dat kan ik heel slecht. Verder ben ik heel slecht in de weg vinden. Ik ben kampioen verdwalen. Leuk lijstje. Misschien dat ik het stokje eens overneem.

    Geliked door 1 persoon

  2. Haha, zoveel herkenbare dingen! Eindelijk iemand die ook geen kauwgombellen kan blazen. Ik dacht dat ik de enige was. Uitslapen kan ik dan wel weer heel goed, al begint dat te verminderen nu ik niet meer 21 ben 🙂

    Geliked door 2 people

  3. Op sportief vlak konden we familie zijn en breien en haken kan ik wel, maar ik doe het niet meer. Fluiten daarentegen … als de beste! Niet op mijn vingers, gewoon een melodie. Keihard in de auto meefluiten met de liedjes op de radio of zo. Zalig!

    Geliked door 1 persoon

  4. Ik deel je sportieve talenten, knipogen kan ik langs 1 kant. Voor kauwgombellen blazen en fluiten heb ik totaal geen talent. En handwerk was net als turnen vroeger 1 van mijn minst favoriete schoolvakken. Rekenen kan ik dan weer wel, op voorwaarde dat ik schrijfgerief ter beschikking heb, want uit het hoofd moeten rekenen vind ik irritant.

    Geliked door 1 persoon

  5. Heel herkenbaar! Vooral die turnles-toestanden. Ik was (en ben) daar echt een ramp in! Duiken (of onder water zwemmen) kan ik ook niet.
    Met mijn teen mijn neus aanraken lukt ook niet. Onlangs nog geprobeerd, samen met de dochter. Haar lukt het wel 🙂

    Geliked door 1 persoon

  6. Veel van je lijstje kan ik ook aanstippen. Mijn oma (heel vaardig met naad en draad), maakte soms mijn handwerkjes voor school. Die zagen er dan natuurlijk véél te perfect uit:-) Mijn motoriek is niet voorzien op balsporten. Geen enkele eigenlijk: van voetbal tot volley, basket en zelfs bowlen: allemaal een even groot gesukkel. En om een rekensom tot een goed einde te brengen heb ik absolute stilte en concentratie nodig. Als mensen op café gezamenlijk beginnen tellen en delen om de rekening te splitten, trek ik me snel terug en vertrouw erop dat zij het veel beter kunnen dan ik.

    Geliked door 1 persoon

  7. Uitslapen: vreselijk vind ik dat!!! Ik zou elke dag om 5u ‘s ochtends opstaan… Ik vraag me nu af waarom ik dat eigenlijk niet doe 😉 In de week is het 6u15, in het weekend kan ik nog net tot 7u blijven liggen maar dat is echt wel mijn limiet!
    Eikes de bok: ik heb daar jeugdtrauma’s aan! En dan te bedenken dat ik De Bock heet hé :p

    Geliked door 1 persoon

  8. Ik lag in een deuk met de kauwgom blazen, ik kan het erg goed en wist zelfs niet dat er mensen bestonden die dat niet konden.
    We passen helemaal bij elkaar qua slapen ook 🙂
    En qua rekenen mogen we ook naast elkaar staan 🙂

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s