Maand: juni 2018

Tiny en de trotse ouders

It’s that time of the year again…  Facebook, Instagram, maar ook “in real life” hoor en zie je overal trotse ouders die pronken met hun geslaagde kinderen.

Begrijpelijk. Héél normaal dat je blinkt als een kerstboom en dat je jezelf trots op de borst mag slaan als zoon of dochter weer een jaar doorgesparteld hebben en verder mogen naar een volgend schooljaar, de hogeschool, de universiteit en kunnen genieten van een zorgeloze vakantie. Als ouder heb je ook flink je best gedaan om ze daar in te begeleiden. Serieus én welgemeend: chapeau en proficiat.

Elk jaar opnieuw vraag ik om je soms toch een beetje in te houden. Elk jaar opnieuw zijn er méér dan genoeg mensen bij wie het allemaal niet van een leien dakje verloopt. Bij wie het kind na verschillende moeilijke jaren er al helemààl niet geraakt is. Die door gezondheid- of psychische problemen niet door die examens of die toetsen is geraakt. Die soms wel slim genoeg is, maar de druk en het studeren gewoon niet aankan. En die er het volgend jaar wellicht ook niet zal geraken. Bij wie er tijdens het oudercontact gesproken wordt over heroriëntering, deeltijds leren, studiebegeleiding, medicatie, psychotherapie,…

Stel je voor hoeveel pijn het telkens doet om wéér een bericht te lezen van “Hoera, Pietje is geslaagd!” of “Wat een mooi resultaat voor Mieke – fiere mama en papa!”. Terwijl je zelf in zak en as zit en niet weet waar gekropen van schaamte, verdriet en schuldgevoel.

Denk er eens over na.

 

Advertenties

Tiny is geslaagd

Wereldschokkend nieuws is dat niet, iedereen van mijn klas is geslaagd. Ik mag mezelf nu officieel een “Beroepsbekwame masseur” (of is ’t masseuse?) noemen.

Een tijdje geleden lanceerde ik hier een prijsvraag, omdat ik op zoek was naar een naam voor mijn praktijk. Omdat ik zelden thuis ga masseren, maar meer op locatie en bij de mensen thuis, omdat ik niet echt mijn volledige naam wil linken aan mijn bijberoep, werd dat niet zo makkelijk.

Toch ben ik er uit. Denk ik. Er is één naam die blijft hangen en waar ik me goed bij voel. Maar telkens als er iemand bedenkelijk kijkt, als ik die naam noem, begin ik weer te twijfelen. Als ik het hier bekend maak, zal ik ook weer gemengde reacties krijgen. Mààr, aan de andere kant: als er over gepraat wordt, is dat toch goed?

Zonder naam kan ik niet beginnen met een Facebookpagina of een website, kan ik geen naamkaartjes of foldertjes maken. En het kriébelt om te beginnen. Ondertussen volgde ik ook nog een bijkomende opleiding stoelmassage en in oktober ga ik specialiseren in massages voor lage rug- en nekklachten. Iederéén heeft daar wel eens last van, mezelf incluis. Daarmee.

Een kennis van mij op Facebook kwam met de naam af, waar ik nu nog steeds mee in mijn hoofd zit. Als ik er mee door ga, dan wint Ilse een gratis massage.

Manutine

Laat het even bezinken. Néén,  ’t is geen praktijk met een Manu en een Tine. Néén, ’t komt niet van manueel. Hoewel. Manu komt wel van manus (Latijn voor hand) en tine komt van het werkwoord tenere (Latijn voor vasthouden). Als je mijn volledige echte naam kent, is het er ook van afgeleid.

Ik vond op Google niks of weinig dat met die naam verband houdt, al zeker niks met massages. Dus dat is ook al een meevaller.

Natuurlijk komt er een subtitel. Manutine: massage bij u thuis of op locatie. Iets in die zin.

Ondertussen kun je ook de Facebookpagina HIER leuk vinden! En sinds eind juli is er ook een website: www.manutine.com

36268093_194017491303265_3119012066468298752_n

Tiny’s nachtmerrie

Op een ochtend in mei word ik wakker. Het regent. Op zich niet zo verwonderlijk, want dit is tenslotte België. Alleen jammer dat het vandaag ook net mijn trouwdag is. Het ziet er naar uit dat het de hele dag zal regenen, en dat het nog koud is bovendien.

Ik rij nog vlug naar de Steenstraat in Brugge waar een parapluwinkel zit, daar hebben ze vast een witte paraplu die zal passen bij mijn wit trouwkleed. En ja, ze hebben er eentje, zelfs een hele grote.

De hele dag hou ik mijn wit jasje aan, jammer dat niemand mijn trouwkleed volledig zal zien, het is véél te koud.

De openingsmuziek in de kerk wordt gespeeld door mijn gitarist, hij speelt de intro van Stairway to heaven, maar hij trekt het zò lang dat we al tien minuten voor de priester staan en hij nòg bezig is. Verder zingt het koor, dat moet wel, want zowel mijn moeder als ik zelf zingen daar ook in mee. Beetje saai. Saaie priester ook.

Ik rij met mijn eigen auto, geëmancipeerd als ik ben, van de kerk naar de feestzaal. Er werd geen rijst gegooid, één, omdat het regent en twéé, omdat ik toch al zwanger ben.

In de zaal is er blijkbaar geen verwarming en iedereen heeft het de hele avond koud.

De openingsdans is het verkeerde nummer. De DJ stuurt nog iemand achter de juiste cd en ’s avonds laat wordt dan wel het juiste nummer gespeeld, maar ja, het moment is weg natuurlijk.

Ik zing in een groepje en we hebben beslist om op onze trouwavond ook een optreden te geven. Alles mislukt. Het geluid is barslecht. Iedereen speelt slecht of verkeerd, misschien zijn ze dronken, oh en ik zing vals. Nog nooit zo’n slecht optreden gegeven. Niemand danst.

Als ik tijdens de fuif wil dansen op supergoeie muziek – want verder is het echt wel een goeie DJ – kan dat niet, want de eerste mensen komen al afscheid nemen en gaan naar huis. En zo gaat het heel de avond door.

De fotograaf van dienst is een collega van mijn man, die heeft aangeboden om gratis een trouwreportage te maken, dat zou dan zijn cadeau zijn aan ons. Achteraf zien we tachtig foto’s van onze ringen tussen bloemetjes en plantjes, tachtig foto’s van zijn collega’s, vijf foto’s van mijn familie, geen enkele foto van mijn vrienden (waren die er eigenlijk wel?), één domme foto van het optreden, en drie domme foto’s van ons als koppel. Niks bruikbaars.

Het eten was lekker. Denk ik. Er was een walking diner maar ik heb eigenlijk geen tijd gehad om iets in mijn mond te steken.

Dan bleek het ook nog de verkeerde man te zijn met wie ik was getrouwd.

En nee, het bleek geen droom.