Maand: februari 2018

Tiny in Egypte, deel 1

Inderdaad, Tiny zat de negen volle dagen zonder internet en moest even dringend afkicken. Geen mails, geen WhatsApp, geen Facebook of Messenger… Eénmaal daags een sms naar mijn lief, en dat was het.

Maar natuurlijk hield ik een dagboek bij! Een echt, weet je nog wel, met papier en stylo. Om toch maar niks te vergeten van alle indrukken die ik zou opdoen. “Hoe was het?”, gaan ze mij vragen. Wel, woorden, en zelfs beelden schieten te kort. Wat die woestijn en die omgeving met je doet, dat had ik nooit voor mogelijk gehouden.

Toch een poging om het uit te leggen, aan de hand van een verslag.

Dag 1

Zo nerveus om op reis te gaan, was ik al lang niet meer geweest. Alle rampscenario’s passeerden weer de revue: de vlucht missen, te veel handbagage (want ik nam alléén handbagage mee), douane problemen, Salem vinden (onze chauffeur ter plekke),…

Maar alles liep op rolletjes. De douane in Sharm El Sjeikh: tien minuten aanschuiven en vlot erdoor. Als je in de Zuid-Sinaï regio blijft, hoef je geen extra visum te betalen. We wisselen vlot een vijftigtal euro’s voor Egyptische ponden, méér zullen we zeker niet nodig hebben. Buiten komen er meteen een aantal mannen op ons af: “Taxi? Taxi?” Mijn vriendin denkt al meteen dat het de juiste is, maar onze Salem is er nog niet. Vijf minuten later komt hij aangehold, in zijn witte djellaba en zijn briefje met onze namen er op. Een vriendelijke, rustige man, die ons af en toe wat uitleg geeft, ons verzekert dat het overal veilig is, ondanks dat zijn er gedurende de twee uur durende rit zeker vijf controleposten. Mannen in uniform én zonder, met mitrailleurs en groot vertoon. Maar Salem vertelt er één en ander tegen in ’t Arabisch en we mogen telkens vlot door.

Over het feit dat het voor ons een lastige dag was (reizen en pas ’s avonds in het donker aankomen) zei hij “Today onions, tomorrow honey”. Blijkbaar een Arabische/Egyptische uitdrukking: Yom assal, yom bassal. Iets na 22u kwamen we aan in het kamp: Sinaï Shambalah.

De Vlaamse vrouw die dit kamp runt, kwam ons begroeten, toonde onze hutjes en troonde ons nog mee voor een kom lekkere linzensoep, want al te veel hadden we nog niet gegeten. Het hutje is heel basic, met gewoon een matras op de grond en een muskietennet, een tafeltje en een spiegeltje. WC’s en douches zijn er in het gebouwtje twintig meter verderop. Het is pikkedonker en we krijgen een oplaadbaar zaklampje. Opladen met zonne-energie, zoals praktisch alles hier. Buiten af en toe wat hondengeblaf is het hier muisstil en er staan tal van sterren aan de hemel. Prachtig! Heel benieuwd hoe alles er in het daglicht zal uitzien.

 

Advertenties

Tiny verdwijnt even van de radar

Zoals ik al schreef, vertrek ik straks op reis.

Waar ik naartoe ga, is geen internet. Als we chance hebben, is er voldoende elektriciteit om de gsm op te laden en als we nog meer geluk hebben, is er zelfs bereik om eens een sms-je naar het thuisfront te sturen.

Geen WiFi, geen 4G, dus geen Instagram, Messenger, Facebook, WhatsApp en ook geen blog. Daarom doe ik dit jaar dus ook niet mee met 40 dagen bloggen, ik zit straks al 9 dagen zonder internet…  Voor mij wordt dit ook een uitdaging hoor, ik heb nogal wat last van het FOMO-verschijnsel: Fear Of Missing Out. Nu doe ik al een hele tijd mijn best: op mijn smartphone heb ik Facebook verwijderd, enkel Messenger staat er nog op. Met Instagram doe ik ook niet veel meer, het is toch steeds het happy-life en roze wolkje wat je daar op ziet, na een tijdje ben je dat toch wel beu. En als je zoals ik geen kleine schattige kinderen, noch huisdieren hebt, ben je snel uitge-instagramd.

Stel dat ik tijdens die negen dagen toch eens in een Egyptisch stadje terecht kom met WiFi, wie weet dat ik er dan toch wel een mooie foto opzwier om iedereen jaloers te maken. Ik geef je nu al op een blaadje: ’t zal zonnig zijn, met wellicht strand en zee. De rest mag je er bij verzinnen.

Ik hoop dat ik geen close encounters met een haai beleef, of een kwal (letterlijk noch figuurlijk alstublieft) en dat ik ga genieten van rust en stilte.

شكرا لك

Shokran.

Dank u.

Tiny en de liefde

Op dit moment zijn we honderd jaar, ongeveer. En we zijn nu al meer dan zeven jaar samen.

Gitta (die – hopelijk maar voor even – verdwenen is uit blogland) vroeg een tijd geleden of ik eens wou bloggen over hoe ik hem leerde kennen. Eigenlijk kun je dat zeggen in twee zinnen, maar ik geef jullie toch de lange versie.

Lange tijd was ik single en behoorlijk happy. Ik ging veel op reis, korte tripjes hier en daar, organiseerde veel met en voor Couchsurfing, leerde zo allerlei mensen kennen en daar zat hier en daar ook wel eens iets interessants tussen – maar nooit voor lang. En als ’t dan een keer een echt leuke man was, dan ging hij na drie weken terug naar Australië. Bummer!

Dus ik gooide mijn profiel op datingsites en als hij leuk kon schrijven in de chat, en we leken beiden geïnteresseerd, durfde ik al eens afspreken. Na enkele rampen en een enkel drama hield ik het eigenlijk voor gezien. Nog één keer zou ik gaan vissen in die grote vijver maar als er na een week niks meer zou opduiken, dan zou ik dat hele datingsite verhaal sluiten. Foert, dacht ik.

Tot ik opeens wel een heel leuk profiel zag. Regio Kortrijk. Da’s toch al een pak dichter dan Australië, hé? Twee kinderen. Ach ja, da’s normaal op onze leeftijd. Sportief en er stond een ienie mienie fotootje bij waarop ik toch wel zag dat hij groot en slank was. We zijn een beetje beginnen chatten, dat was leuk, hij schreef ook zonder fouten en antwoordde snel. Na enkele weken spraken we af, in Brugge. Zijn kinderen waren een week bij de mama, mijn zoon was gewoon thuis, maar al 14 dus hij kon best een paar uur alleen.

Nog vòòr die afspraak vroeg ik hem om een wat duidelijker foto, zodat ik hem toch zou herkennen. Ik herinner me nog precies waar ik zat en hoe ik reageerde toen ik die foto opende op mijn computer. Zijn gezicht leek te stralen, en er was een soort herkenning, een aha-erlebnis bijna. Zo van: aha, daar is hij ! Héél raar, maar héél leuk. Achteraf bleek dat hij hetzelfde gevoel had toen hij mijn eerste portretfoto zag.

Enfin, we zouden elkaar voor het eerst zien in de Estaminet – mijn lievelingscafé. Het kon nog altijd slecht uitdraaien, want ik ben nogal kritisch. Ik stap die avond binnen in het vertrouwde café, en ik zie tegelijk hém én aan de andere kant een koppel dat ik al een jaar niet meer zag omdat ze op wereldreis waren geweest. Ouch – want wie moet ik nu eerst goeiedag zeggen? Ik zei sorry, ik kom zo, tegen hem en begroette het koppel pijlsnel. Daarna begon ik al meteen met hem uit te leggen waarom ik eerst naar hen was gegaan. Maar het ijs was al snel gebroken en hij vergaf me. 😉

We hebben een spaghetti gegeten en hij dronk een tarwebiertje – toevallig ook mijn favoriet bier, als ik al eens bier drink. We babbelden honderduit en een paar uur later opperde ik dat de datingsite misschien beter een soort Tripadvisor zou worden, waar je achteraf een review zou kunnen geven op de date, met sterren en al. Eigenlijk viste ik naar een evaluatie, we wilden gewoon van elkaar weten hoe we over elkaar dachten, op dat moment. Dat bleek zowel voor hem als voor mij positief – hoera – en we bezegelden dat met een kus, zo over de tafel.

De vijf sterren waren aan het fonkelen en aan het vermenigvuldigen, er klonken toeters en bellen en engelengezang, er was vuurwerk, die eerste kus was ongelofelijk. Maar echt hé, zonder overdrijven. Hij keek me aan en zei ook: wat was me dat? Hij had het ook gevoeld. Schitterend.

En dat was het begin van een mooi verhaal – met hier en daar wat putten en kasseien, lastige rotsblokken en vieze plassen, maar hij is er altijd en helpt me overal door. Zoals het moet zijn.

DSC_0973

Death Valley – maar wij zo levendig als ’t maar kan. Foto blijft er maar tijdelijk opstaan, dus geniet ervan. 😉