Maand: januari 2018

Tiny en de Verbeelding Bookchallenge 2018

Vorig jaar deed ik ook al mee en las nog nooit zoveel boeken. Ik zocht boeken op die ik anders nooit zou gelezen hebben, en zo werd mijn liefde voor lezen nog maar eens herontdekt. Een prima reden om ook dit jaar weer mee te doen.

Het is Kathleen van de blog Verbeelding, die dit elk jaar opnieuw organiseert. Ook als je zelf niet blogt, kun je mee doen, handig is dan de Goodreads pagina om te volgen en tips er uit te halen.

Of je print het lijstje uit en je reageert hier, of bij Kathleen, dat kan ook allemaal.

Dit is de lijst van 2018:

  1. Een boek met een dier in de titel
  2. Een boek met een plaatsnaam in de titel: De kinderen van Calais van Lara Taveirne, ligt klaar om te lezen.
  3. Een boek met een typografische cover (geen foto of illustratie, alleen maar mooie letters)
  4. Een boek geschreven door een auteur die helaas het afgelopen decennium gestorven is
  5. Een boek dat al minstens één jaar ongelezen in je boekenkast of op je e-reader staat
  6. Een boek dat op de Rory Gilmore boekenlijst staat: De vanger in het graan van J.D. Salinger. Ik wou al lang een echte Amerikaanse klassieker lezen. Al had ik er grote verwachtingen over, ik bleef toch een beetje op mijn honger zitten. Toch wel opmerkelijk, want het boek werd in 1945 geschreven maar is toch nog steeds als ‘modern’ te beschouwen. 
  7. Een boek met minder dan 100 reviews op Goodreads: Noord van Sien Volders, ligt klaar om te lezen. Geschreven in 2017 en op dit moment nog maar 17 reviews op Goodreads. 
  8. Een boek dat begint met “Er was eens”
  9. Een boek waarin de dood centraal staat
  10. Een boek van een auteur met dezelfde initialen als jou: Ben je gek van Marian Keyes. Toevallig op gebotst in de bib. Net uit, maar echt mijn ding niet. Ik wou doorlezen omdat ik wou weten waar de vermiste persoon uiteindelijk was, maar hé hé, ben ik blij dat dit uit is!
  11. Een boek dat origineel geschreven is in een taal die je zelf niet vaardig bent : Despuès del invierno (Na de winter) van Guadaloupe Nettel. Gelezen voor onze leesclub, origineel in het Spaans geschreven. Kreeg van ons een 6 op 10.
  12. Een boek van een auteur die minstens al tien boeken heeft geschreven
  13. Een boek met minstens 10 uitgaves/herdrukken
  14. Een boek met een X in de titel
  15. Een boek met een alliteratie in de titel
  16. Een boek geschreven door een zoon/dochter van een andere auteur
  17. Een boek waarin een mythologisch wezen voorkomt
  18. Een boek dat zich afspeelt op een eiland, al dan niet bewoond
  19. Een boek waarin tijdreizen voorkomt
  20. Een boek dat zich in de ruimte afspeelt
  21. Een boek waarin kinderen de hoofdrol spelen, maar zonder dat het een jeugdboek is
  22. Een boek waarin de zee een belangrijke rol speelt
  23. Een boek over een alleenstaande ouder: Into the water van Paula Hawkins. Zelfde auteur als “Het meisje op de trein” en in dit boek is het vermoorde hoofdpersonage een alleenstaande moeder. Ik las dit als audioboek in het Engels en vond het erg spannend. Ik las dat mensen het moeilijk vonden om de personages bij te houden, maar in het audioboek worden die ingelezen door verschillende stemmen, dat maakte het misschien makkelijker? 
  24. Een boek dat zich afspeelt in China
  25. Een tweedehands boek
  26. Een boek met bloemen op de cover
  27. Een boek waarin een gevangenis voorkomt
  28. Een boek met een portret op de cover: De Mensengenezer van Koen Peeters, mooi portret gemaakt door fotograaf Stephan Vanfleteren. Hier schreef ik al over. 
  29. Een boek dat je volledig buitenshuis leest (op de trein, op vakantie, in de tuin, …)
  30. Een boek dat drie van de bovenstaande items combineert

Wie doet er mee, of doet een poging? Ik heb nu (bijna) vier boeken gelezen en we zitten nog maar drie weken in 2018, dat komt helemaal goed, denk ik. Door zo’n challenge spendeer ik meer quality time in de bib, en wist je dat lezen ook een vorm van mediteren is? Zalig!

Wie nog tips heeft voor bovenstaande boeken, laat maar komen.

Advertenties

Tiny en Liesbeth, over Anti-Broodfok en geplaatste jongeren

In navolging van twee andere sterke vrouwen, Anick-Marie en Virginie, sprak ik ook met Liesbeth uit Lommel. Ik ken haar al een jaar of acht, we werkten samen voor Awel. Maar daar gaat het nu even niet over. Liesbeth is méér dan een dierenvriend en méér dan een opvoedster. Even schetsen.

DSC_0224

Toen Liesbeth nog klein was…

leefde ze samen met haar mama want haar ouders waren gescheiden. Toch zegt ze, de verstandhouding tussen beide ouders was altijd prima in orde als het haar opvoeding betrof. Ze zijn allebei ook heel sociaal en net als Liesbeth zijn ze ook echte gevers.

Vroeger had ze geen huisdieren, want dat mocht niet op het appartement. Pas later, toen ze ging samenwonen, kwam er een hondje in huis.

Liesbeth studeerde sociale readaptatiewetenschappen in Leuven, een algemeen sociale opleiding want ze wou overal wel van proeven. Toch was ze al van jongsaf aan geïntrigeerd door de gebouwen van de gemeenschapsinstelling in Mol, met die tralies en zo. Ze vroeg zich af wie daar ‘woonde’, of dat een gevangenis was. ‘Nee’, zei haar moeder, ‘daar zitten de stoute jongens!’. Ze kon zich daar niets bij voorstellen. (De tralies waren er nog bij de oude gebouwen, nu worden die gebouwen gebruikt door de Kunstacademie.) 

In het eerste jaar van haar opleiding kon ze daar al stage gaan doen, dit was precies wat ze wou. Al was het de eerste tijd vreselijk moeilijk, toch heeft ze daar drie jaar lang stage gedaan en meteen na het afstuderen kon ze daar ook aan het werk als opvoedster. Ondertussen werkt ze er al zestien jaar.

Liesbeth als opvoedster: 

Het eerste jaar van haar stage was ze zelf amper achttien jaar, de jongens (toen enkel jongens) waren zestien, zeventien en dat was enorm moeilijk, maar ze leerde bij als een sneltrein. Dat was best wel pittig. Liesbeth werkte toen bij ‘De Hutten’, een gesloten afdeling voor jongens die zware strafbare feiten hadden gepleegd. Als een volwassene dit had gedaan, dan krijgt die zeker 5 tot 10 jaar gevangenisstraf. Een zestienjarige wordt soms wel berecht als volwassene, maar komt dan niet in de reguliere gevangenis terecht. Dit heeft ze gedaan tot in 2008 en daarna wou ze even iets anders. Er konden vanaf toen ook meisjes terecht in de instelling en dit was iets wat ze wel wou proberen.

Werken met meisjes, daar krijgt ze veel meer voldoening van, maar het is honderd keer moeilijker. Terwijl jongens recht voor de raap zijn, maar bij meisjes blijft dat hangen. Conflictsituaties blijven ‘leven’, er zijn meer kliekjes… en zij zijn ook veel destructiever naar zichzelf toe. Dat doet wel iets met je, vertelt Liesbeth. Toch is ze ondertussen verantwoordelijke van haar leefgroep, de time-out, waar meisjes voor 14 dagen worden geplaatst om even uit hun oorspronkelijke instelling te zijn, om conflictsituaties te bespreken, daarna gaan ze weer terug. Het is heel afwisselend werk, omdat het telkens ook andere meisjes zijn. Al komen die soms nog wel eens terug…

Een sterke opvoedster

Zelf ben ik niet in de wieg gelegd om bij jongeren met problemen te werken. Daar heb ik geen geduld voor. Stuur mij met tien mentaal beperkten een week naar Lourdes, en ik leef op. Maar wat Liesbeth doet…

Ze heeft veel geduld met haar meisjes. Terwijl ze thuis niet echt een geduldig persoon is. Ze ziet in elke meid het goede. Zelfs al hebben ze van alles uitgespookt wat totaal niet door de beugel kan, ze is er van overtuigd dat elkeen een nieuwe kans verdient. Misschien is het dat. Zelf heeft ze geen kinderen en zo kan zij thuis wel volledig tot rust komen. Ze ziet zichzelf ook niks anders doen dan dit werk.

Haar slagzin: Je bent in elke omstandigheid vrij om te kiezen, maar je bent niet vrij van de gevolgen van jouw keuze.

DSC_0220-2

Liesbeth en de dieren

Ooit is ze begonnen op een dierenforum op het Internet. Ze las daar heel vaak over broodfokkers. Wat is dat nu precies, vroeg ze zich af? Een broodfokker is een hondenkweker die dieren kweekt ‘om den brode’, dus alleen maar voor het geld, waarbij geen rekening wordt gehouden met het welzijn van de dieren.

Ze leerde op dat forum iemand kennen, die zo’n ‘kweekteef’ in huis had genomen, een grote Sint-Bernard. Dat reuzegroot beest kon zelfs niet meer blaffen omdat de stembanden waren geëlektrocuteerd. Wablief? Ja want dan was er geen geluidsoverlast meer. Kun je je dat voorstellen?

Liesbeth ging ook eens samen wandelen met een groep, waar ze nog meer horrorverhalen hoorde: een hondje dat tien jaar lang in een broodfokkerij had gezeten, kende niks: geen buitenlucht, geen gras, geen regen, geen kiezelsteentjes, geen tapijt,… want het dier kende enkel maar ‘het hok’. Eerst werd Liesbeth steunend lid van de Anti-Broodfok Actie, maar gaandeweg wou ze méér doen. Een aantal jaar geleden werd in Oostkamp een broodfokkerij leeggehaald, die man was failliet gegaan. Daar zaten een stuk of honderdvijftig (150!!) teven en die honden gingen naar verschillende asielen. Eén hondje, Border Collie Tess, heeft Liesbeth geadopteerd. Zij was er het ergst aan toe: ze woog nog 12 kilo, had geen haar meer, schurft, schimmel, etterende wonden,… Ook zij had nog nooit op het gras gelopen, wist niet wat dat was.

Voorzitter van de Anti Broodfok actie

Sinds het opdoeken van de fokkerij in 2011 is Liesbeth in het bestuur gegaan van de vzw en sinds 2015 is ze voorzitter. Ze organiseren optochten, staan op evenementen met infostands, verkopen merchandise, geven info aan mensen die zich hebben laten vangen, of mensen die twijfelen bij hun aankoop van een pup. Ook op wetgevingsvlak probeert de vzw iets te veranderen, zowel bij het Ministerie van Landbouw (want ook honden zijn blijkbaar landbouwdieren) als bij het Ministerie van Dierenwelzijn.

Een fokker uit het Limburgse heeft onlangs een aanvraag gedaan voor een uitbreiding tot 150 honden. (Let op, eerst vroeg hij dit voor 480 honden.) Vooral teven dan, om mee te kweken. Let wel, die dieren zijn twee keer per jaar loops en krijgen dan steeds opnieuw een nestje pups. Al die pups zijn (volgens de wet) zolang ze geen zes maanden oud zijn, onbestaand. Begrijp je? Die. Zijn. Er. Niet. Kun je je enigszins voorstellen hoe zo’n fokbedrijf (want dit is echt een bedrijf!) er uit ziet, met honderd mama-hondjes en al de pups? Liesbeth heeft me foto’s getoond, vreselijk. Deze teefjes hebben zo goed als geen menselijk contact, zitten alleen maar in een hok, en worden behandeld als broedmachines. Als puppies hun hele jonge leven in een hokje zitten, worden ze niet gesocialiseerd, kennen ze geen stofzuiger of geluid van tv of een auto die passeert. Met als gevolg dat deze honden ‘angstbijters’ kunnen worden. Puppies zien er misschien schattig uit, maar denk eens verder na… Check hun website met tips om een goeie kweker te herkennen, als je dan toch per se een pup wil. Een iets oudere hond uit het asiel kan net zo lief zijn.

Liesbeth heeft nu drie honden, Tess (ex-kweekteef), James, een schattige mini Amerikaanse herder en Flor, een grappig mixje. En nog enkele lieve poezen!

Wil je ook iets betekenen voor de Anti-Broodfok? Je kan steunend lid worden, voor 15€ per jaar, klik dan hier. Of je kan een leuk gadget kopen om hen te steunen, klik hier. Alvast bedankt!

Tiny en zuster Maria

Zoals bedacht door Thomas P. wou ik nog deze week iets onverwachts doen. Nu speelde het idee al een tijdje door mijn hoofd, om iemand te gaan bezoeken die al een tijdje in een rustoord zit.

Zuster Maria zat toen ik haar leerde kennen in het klooster van de zusters van Sint-Jan, niet ver van het ziekenhuis AZ St-Jan. Zij werd op latere leeftijd blind en had nog de moed en de goesting om als zestigjarige nog braille te leren. Ik bracht haar een computer en een braille leesregel (want dit is nu eenmaal mijn job), en kwam regelmatig bij haar langs om opleiding te geven. Ze leerde ook werken met een voorleestoestel en een daisyspeler, al had ze regelmatig wel wat vragen. Dus kwam ik toch wel geregeld bij haar langs. Ze onthaalde me altijd met koffie, koekjes of een chocolaatje, wou altijd eerst een beetje babbelen voor we overgingen tot de opleiding of wat dan ook.

Ik kwam daar graag. Nu heb ik een voorliefde voor kloosters en abdijen, daar kom ik tot rust. Er gaat ook zo’n kalmte uit van die mensen, en al zeker van Zuster Maria.

Een jaar of wat geleden heeft ze blijkbaar een hersenbloeding gehad, moest geopereerd worden en kon daarna niet meer zo zelfstandig in het klooster wonen. Noodgedwongen verhuisde ze naar een WoonzorgCentrum in de buurt.

Al een hele tijd wou ik haar eens bezoeken, en het kwam er maar niet van. Want ik kwam tot voordien enkel bij haar langs omdat zij het vroeg, omdat ze met iets problemen had of iets aan wou leren, met andere woorden: ik kwam bij haar terwijl ik werkte. Zij was mijn klant. Nu zou ik gaan in mijn vrije tijd, gewoon omdat ze mij altijd iets dééd.

Ik kocht een doos pralines en reed naar het complex. Eenmaal op haar afdeling liep ik haar straal voorbij want ik had ze amper herkend, zo erg is ze veranderd. Een schim van zichzelf geworden, erg genoeg. Maar ze herkende onmiddellijk mijn stem, was blij dat ik er was. Na enkele zinnetjes viel ze terug half in slaap, de verzorgers vertelden me dat ze ziek was geweest en nog veel sliep. De pralines waren niet suikervrij, domkop die ik ben, ze is diabeet en mag er dus niet van eten. Dus schonk ik ze aan het verzorgend personeel en de andere bewoners. Zuster Maria had geen zin in een koekje, en ook niet in koffie. Het enige wat ik kon doen was haar helpen om wat water te drinken – en dat deed haar deugd, zei ze.
De praatgrage zuster van weleer is ze niet meer, toch bleef ik een uurtje bij haar zitten. Raakte haar aan, riep haar naam en deed haar de groeten van mijn ouders. Vroeg of ze nog veel bezoek kreeg (ja, zei ze) en zei dat ze toffe sluffers aan had (ze moesten het eens zien, zei ze!).

Er kwam opeens nog bezoek: een nichtje van haar. Die stem herkende ze ook meteen en ze leefde weer eventjes op. Maar ook bij haar viel het gesprek snel stil, ze heeft duidelijk nood aan veel rust.

Eigenlijk is ze ‘pas’ vijfenzeventig. Ik hoop dat ze nog een tijdje gezond en gelukkig kan zijn, en ben blij dat ik eventjes bij haar was.