Maand: oktober 2017

Tiny’s plannen in november

Vorig jaar schreef ik eind oktober dat ik in november heel veel plannen had. Nu was ik van plan te schrijven: dat is nu wel omgekeerd, maar al bij al valt het nog mee. Ofwel val ik in een dip, ofwel begin ik van alles te organiseren.

Het organiseren is eigenlijk voor half december, maar het meeste is daarvoor al gedaan. Je leest hier woensdag alles over onze “Yogadag for life” voor De Warmste Week.

Halloween? Nee dank u. Dinsdagavond doen we niks, denk ik. Misschien een enge serie binge watchen op Netflix: het tweede seizoen van Stranger things maakt grote kans.

ST2_Vertical-Main_PRE_UK-691x1024

Woensdag 1 november is een vrije dag, maar voor mij is dat niks speciaals, elke woensdag is bij mij een vrije dag. Er is ’s middags een basketmatch, en ’s avonds gaan we wijn proeven bij Hugo.

Het volgend weekend gaan we op reis. Naar Oostende. Ja, je mag allemaal hartelijk beginnen lachen. Mijn ouders willen er al lang eens tussenuit, maar kunnen dit niet meer alleen. Ver weg is ook niet meteen een optie, want wij hebben geen verlof meer genoeg. Dus: proberen we eens Vayamundo, vroeger gekend als De Kinkhoorn of Ravelingen. Dichtbij, maar een weekend aan de zee is toch ook een beetje reizen? Vol pension, dan moet er daar al niet meer over worden nagedacht. Makkelijk om te gaan wandelen op de dijk of het strand, en als wij het toch een beetje sportief willen: er is een zwembad en een fitness.  We zien wel.

Woensdag 8 november organiseert de Kortrijkse boekenwinkel Theoria een avondje Slow Reading. Na de openingsuren kun je hier rustig en in alle stilte komen lezen, terwijl je geniet van een drankje. Je neemt je boek mee, en je nestelt je in één van de talloze hoekjes van het grote boekenhuis aan het Casinoplein. Met een beetje geluk komt Tommy de huiskat spinnen op mijn schoot. Ook deze avond wordt trouwens georganiseerd in het kader van De Warmste Week, de opbrengst van de drankjes gaat naar Wit.H, een sociaal artistieke werkplek voor personen met een verstandelijke beperking. Wil je ook komen lezen? Schrijf je dan in door een mailtje te sturen naar nick@theoria.be

Even denken, wat nog? Ah ja, met onze fantastische leesclub gaan we deelnemen aan een Kwis – niet de eerste keer en we zijn ook helemaal geen kwissers, maar we hebben lol en worden wel graag eens uitgedaagd. Ik moet trouwens dringend nog eens een update schrijven over mijn leesclub, en dan vooral over de geweldige dames die er in zitten. Elke keer opnieuw ontdekken we weer iets nieuws over elkaar, want het gaat al lang niet meer over het boek. Die boeken lezen we graag, maar zien we meer en meer als een excuus om nog eens samen te komen. En wijn te drinken. Want zei ik al niet dat wij een leesclub hebben in een wijnkelder? 🙂

Dan nog een moeilijke: ga ik mee naar de spaghetti-avond van de basket waar ik bijna niemand ken en er vooral over die sport wordt gepraat? Ga ik terug naar mijn oude middelbare school, waar ik nu dertig jaar weg ben en voor een reünie ben uitgenodigd? Maar omdat ik het vijfde middelbaar ben blijven zitten, ken ik die zesdeklassers van 1987 niet zo goed. De coole groep waar ik vooral mee op trok, stuurt toch hun katten. Of ga ik naar een workshop yoga in Brugge? Twijfel twijfel twijfel…

Dat is alles. Meer heb ik niet te doen. Ik verwacht nog een shitty diner met de blogmadammen, dat wordt leuk! En als er iemand nog een leuk fuifje weet om mijn benen eens uit te slaan? ’t Is nodig.

Advertenties

Tiny en de moderne eenzaamheid

 

FullSizeRender (3)

Gezellig rond de tafel zitten, de kinderen vinden het maar saai. Eigenlijk vind ik dat ook vaak. Tenzij je dat met mensen kan doen die je niet vaak ziet en met wie je maar niet uitgepraat raakt.

Maar waar zijn al die mensen? Waar zijn die vierhonderd “vrienden” op Facebook? Als je alles al hebt gezegd tegen je lief of je gezin, en als je eens wil zagen tegen vrienden van vroeger of van straks. Wie stuurt er nog een sms naar iemand die je al lang niet meer hebt gehoord, gewoon om te vragen hoe het is? Ik geef toe, zelf doe ik dat ook niet vaak.

Eenzaamheid zit niet meer in een klein hoekje tegenwoordig, het is overal. Iedereen zit maar op een kluitje, toont aan de wereld hoe leuk ze het hebben, via Instagram, Twitter of Facebook en toch zijn we de grote helft van onze vrije tijd alleen. We kunnen urenlang bingewatchen, hoera er is Netflix en ja, het is heerlijk luisteren naar podcasts en oh wat lezen we veel boeken, kijk maar op Goodreads. Sociale media zijn misschien niet zo sociaal als we denken.

En ja ik ben inderdaad een introvert, die graag alleen is, maar soms wil ik wel eens wat meer interactie. Wil ik wel eens een avondje zagen en klagen tegen een vriend of vriendin die me weer met mijn voetjes op de grond zet. Die me misschien goeie raad geeft die al honderd keer tegen me is gezegd, maar die het ook niet beter weet. Die lacht en zegt dat we twee oude dozen zijn die nu al zeggen dat het vroeger beter was.

Ik mis de tijd van de Free Hugs en het Couchsurfen. Misschien soms te oppervlakkig maar de grote hoeveelheid sociale interactie deed mij ook deugd en plaatste mijn zelfvertrouwen terug op een hoger vuurtje. Het was natuurlijk ook in een tijd dat ik single was en op die manier veel andere gelijkgestemden ontmoette.

Ik mis Brugge, maar misschien heb ik daar ook een verkeerd idee over. Vroeger kwam ik altijd wel bekenden tegen, nu lijkt het of iedereen altijd binnen blijft zitten.

Ik mis soms de oude tijd van het brieven schrijven. Toen ik het niet kon gezegd krijgen, schreef ik het wel op. En als ik geluk had, kreeg ik post terug van een gelijkgestemde ziel.

Toen ik nog geen auto had en afhankelijk was van mijn fiets of het openbaar vervoer, zag ik meer vrienden dan nu, nu ik kan gaan en staan waar en wanneer ik wil. Alles moet gepland. Alle afspraken moet je weken van tevoren maken. Niemand loopt nog zomaar ergens binnen.

Waarom gaat deze blog zo vaak over het verleden? Over mijn melancholie naar vroeger tijden, naar wat ik meemaakte toen ik “jong” was? Is mijn leven nu dan zo saai?

De meerderheid vindt vast dat ik geen recht van spreken heb, dat ik toch alles kan doen wat ik wil, dat ik het er zelf naar kan maken. Dat ik toch allerlei hobby’s heb? Hobby’s? Ik braak al van het woord alleen. En dat ik regelmatig op reis ga? Het is nooit genoeg, zo lijkt het wel.

Vroeger dacht ik altijd, later als ik groot ben, spring ik gewoon binnen bij een vriendin en zij bij mij, om een koffietje te drinken en te praten over “de kinders”. Nu moet ik ze met een vergrootglas eerst gaan zoeken om daarna hemel en aarde te bewegen om eens te kunnen afspreken.

Vroeger was het beter. Of niet?

Tiny en de huisdieren

Vorige week was het weer werelddierendag. Maar omdat ik niet mee doe aan die hype en alle dagen wel vriendjes met dieren wil zijn, gaat het NU over dieren en niet vorige week.

Iemand vroeg mij, schrijf eens over je hondje van vroeger op je blog.

En dan denk ik meteen aan Robbie.

Robbie was een chocoladebruine poedel. Waar hij vandaan kwam, geen flauw idee, ik was negen jaar. Al jaren had ik gesmeekt om een hondje, ik was enig kind en een beetje eenzaam en dat hondje zou alles oplossen. Dacht ik. Ik was stekezot van Robbie. Het was een lief en braaf beest, jong en speels. We speelden vooral samen in de tuin, ik heb er zelfs nog Super8mm-filmpjes van. En een foto.

FullSizeRender-2

Toen mijn moeder een paar jaar later begon als dagmoeder, moest Robbie echter weg. Een hondje en twee babietjes, blijkbaar mocht dat niet, om één of andere duistere reden. Ik vond het zeer oneerlijk. Op mijn eigen manier heb ik afscheid genomen van het dier en op het moment dat ze hem kwamen halen (hij ging naar een andere lieve familie, zeiden mijn ouders), wou ik er niet bij zijn. Ik verstopte me in de woonkamer onder een kussen en huilde stille tranen.

Nog een paar jaar later, de kindjes waarvoor we zorgden, waren al wat groter, mocht er wel een poesje komen. Dat werd Mientje. Ze was een paar jaar bij ons, maar verder herinner ik me er niet zo veel van.

Toen mijn grootvader stierf, durfde mijn moeder niet meer alleen over straat. Mijn vader werkte nog, ik zat op school en tot die tijd deed ze de boodschappen vaak samen met mijn grootvader. We zochten een oplossing en die kwam er onder de vorm van: een hond! Ja, super vond ik dat.

De eerste blinde geleidehond heette Vagabond (op zijn Frans) en kwam uit Ghlin. Zijn bevelen had hij in ’t Frans geleerd, dat was wel grappig. Een lief beest, maar we hebben hem niet lang kunnen houden, hij werd ziek.

FullSizeRender-3

Vagabond was te lang, en we noemden hem “Bondje” 🙂

De tweede was een blonde Labrador en kwam uit Limburg. Hij heette Kim en hij was iedereens lieveling. Hij was een supergoede begeleider voor allebei mijn ouders. Ondertussen ging ik studeren, op kot, alleen wonen, trouwen, kreeg een kind en toen mijn zoon kon kruipen, deed hij niks liever dan samen met Kim in de grote mand zitten. Kim vond dat allemaal prima en mijn zoon had een levensgrote knuffelhond. We zijn er wel altijd bijgebleven, want een dier blijft een dier en je weet nooit hoe het ineens zou reageren op een kind. Maar er is nooit iets gebeurd, Kim was de liefste hond ooit. Tot ook hij ziek werd, en niet meer te redden viel. Tranen met tuiten bij iedereen.

FullSizeRender

Later zijn er nog enkele pogingen gedaan voor een nieuwe geleidehond, maar het was nooit meer zoals Kim. En ik woonde toen al niet meer thuis.

Bij mij kwamen de katten. Eerst had ik geen huisdieren, ik wou wel een hond, maar vond dat zielig omdat we de hele dag gaan werken waren. Op een avond gingen we repeteren en vonden we onze jonge drummer in tranen. Hij had een klein poesje gevonden, (of gekregen, weet ik niet meer) maar hij mocht het niet houden van zijn ouders. Ik was er meteen weg van en heb het zelf meegenomen naar huis. We noemden haar Syria, naar onze groep, die Syrius heette.

Toen ik vele jaren later ging scheiden, moest ik jammer genoeg ook van Syria scheiden. Als ik één iets miste van het huis dat ik achterliet, was het wel de poes.

Er volgden nog poezen: Nero, Sylvester, Oliver, Sammy en Timmy. Elk met hun eigen verhaal.

Toen ik twee jaar geleden naar Wevelgem verhuisde, was er spijtig genoeg geen huisdier welkom. Allergie en aversie tegen katten. Niet tegen honden, maar ook hier weer: als we hele dagen gaan werken, en vaak op reis gaan: dat doe je een hond niet aan, vind ik. ’t Is jammer maar helaas.

Als ik bij iemand moet gaan cat- of dogsitten, laat maar weten. Met alle plezier!