Maand: juni 2016

Tiny’s jukebox deel 2

De vorige keer nam ik op goed geluk een LP uit mijn platenkast, The Boss mocht de spits af bijten in deze categorie.

Vandaag grabbelde ik opnieuw tussen de platen en vond er deze uit 1989:

10

Blind man’s zoo van 10000 Maniacs. Hun bekendste nummer is What’s the matter here, uit 1987, maar dat staat niet op deze LP.

Ik heb vaak nummers uit deze plaat gedraaid in mijn radioperiode, de stem van Nathalie Merchant is erg herkenbaar en vind ik heel speciaal. Uit deze LP vind ik Eat for two het mooiste nummer, het gaat over een zwangerschap, echter niet die van de zangeres, het is niet autobiografisch. Toen ik zwanger was, in 1996, heb ik het nummer vaak opnieuw gedraaid. Eigenlijk luister ik nu pas echt naar de tekst en blijkt het eerder te gaan over een te jong meisje, een ongeplande zwangerschap en had het niks te maken met mijn situatie.

Nathalie Merchant kreeg zelf pas haar eerste kind in 2003. Tien jaar eerder verliet ze al de groep 10000 Maniacs om solo te beginnen.

Het enige nummer dat ik ken uit haar solocarrière is meteen ook één van de mooiste nummers die ik ooit heb gehoord. Geniet even van de muziek van My skin.

Tiny ging eens fietsen

Ik hààt fietsen. Maar echt. In tegenstelling tot lopen (zie Tiny gaat/haat lopen) vind ik dit echt een marteling. De laatste keer dat ik in Brugge ging fietsen langs de vaart, werd ik zelfs voorbijgestoken door een loper. Mo gow zeg.

Mijn mooie fancy Batavus-fiets staat al maanden fancy in het tuinhuis te staan. Deze ochtend zei mijn lief, “Komaan, we gaan een beetje sporten, laat ons eens fietsen naar Dadizele”. Ik keek even naar buiten, zag blaadjes aan de bomen heen en weer wiegen en zei: “Wablief? Er is kweeniehoeveel wind”. Waarop hij smakelijk lachte. Van Wevelgem naar Dadizele is ’t ongeveer acht kilometer, een half uur fietsen dus. Ik kwam er niet onderuit. We zouden naar daar trappen, in Dadizele iets eten en terug naar huis. Okee dan.

Waarom ik een hekel heb aan fietsen? Ha!

  • er is àltijd tegenwind. En als je terug keert en je denkt, joepie nu heb ik de wind vanachter, is die f* kl* wind gedraaid.
  • Het doet pijn aan mijn gat
  • Mijn knieën doen zeer na drie kilometer
  • Ik heb altijd last van pijn in mijn oren door de wind
  • Door een bizarre evenwichtsstoornis kan ik niet goed recht fietsen en ben ik bang om te vallen als ik een smalle doorgang over of door moet
  • Zei ik al dat mijn billen meteen pijn doen?

Okee, ik hou er over op, iedereen denkt toch al lang dat ik een trut/zage/trunte ben. Iedereen fietst toch? Dames van twee keer mijn leeftijd fietsen mij gezwind voorbij.

We fietsen dus naar Dadizele. Ik zucht niet, ik klaag niet, mijn vriend kijkt af en toe bezorgd glimlachend naar mij. Ik vraag hem: “Je zal mij toch nooit inruilen voor een exemplaar dat graag fietst en met jou op fietsvakanties gaat en zo hé?” Hij schiet in de lach en antwoordt: “Maar nee, ’t is nu toch gezellig? We zijn toch samen? En we zijn buiten en we zijn actief”. Waarop ik zeg: “Ah ja, en ik ben sowieso veel leuker dan zo’n fietstrut. En liever. En ik wil best met jou op fietsvakantie hoor, dan mag jij fietsen en ik speel wel voor bezemwagen.”

Lichtjes puffend komen we aan. We zoeken nog en passant twee geocaches, onder andere in het vroegere Dadipark.

Onze fiets zetten we aan de kerk, en kijken goed uit waar we wel of niet mogen parkeren.Bestand 25-06-16 18 14 04

We eten superlekker in Bistro Du Chène, een dagschotel voor 12€ (soep, hoofdschotel, koffie), da’s geen geld hé!

Daarna terug naar onze fiets, mijn lief doet het slot open… of nee. Mijn lief sakkert dat de sleutel niet wil draaien in dat slot. Hij hing zo’n zwaar kettingslot aan onze beide fietsen en dat ding wil nu niet meer open. Sakkerdesakker. Een mevrouw komt al kijken wat er aan de hand is, snapt dat we geen fietsdieven zijn en verwijst ons naar een fietsenmaker even verderop. Hebben wij chance dat het zaterdag is!

De man kijkt een beetje dwaas naar ons, als we uitleggen wat er gebeurd is, maar geeft ons toch een draagbare slijpschijf mee. Wij geven hem onze ID-kaart.

Bestand 25-06-16 18 12 49

Nog een geluk dat er net een huwelijk doorgaat, de klokken luiden volop en het geluid van de slijpschijf wordt zo overstemd.

Lang verhaal kort: er wonen vriendelijke mensen in Dadizele. De wind was niet gedraaid en ik had wind achter in het terugkeren. Ik trok zelfs nog even een sprintje omdat er een donderwolk achter ons aan zat.

Mijn gat doet wel nog altijd zeer.

TIny op de radio

Iemand vroeg me ooit: “Ga je niet eens bloggen over de radio?”

Voor iemand die mij niet kent, lijkt dat een bizarre vraag. Bloggen over mijn favoriete radiozenders door de jaren heen, bwah ja, zo’n zot idee lijkt dat ook niet. Maar dat was niet wat men bedoelde.

Even terug in de tijd. Het was bijna zomer, ik was al zestien en eigenlijk wou ik geld verdienen. Nu ik de leeftijd had waarop ik officieel een vakantiebaantje kon nemen, zag ik dat volledig zitten. In de horeca, drankjes opdienen of broodjes smeren, was niet aan mij besteed. Gaan schoonmaken, ikke zeker? Haha. Niet dus.

Ik luisterde al tijden naar een vrije zender in Brugge en vond het de enige radio die muziek uitzond die mij aansprak. Dus ik dacht, zouden die ook geen jobstudenten aanvaarden? Plaatjes draaien, ja, dat deed ik graag! En ik kende wel wat van muziek! Mijn stoute schoenen stonden al klaar en op een vrije woensdagnamiddag viel ik onverwacht binnen in de studio.

alpenradio-eerste-logo

Spannend, meteen naar het kantoor van de grote baas! Hij vroeg me wat ik kwam doen en ik vertelde braaf dat ik een vakantiejob zocht, dat ik super veel interesse had in muziek en dat ik heel snel bijleerde. Ha, we kunnen altijd nieuwe mensen gebruiken, zei hij. Je krijgt een opleiding, en na een paar oefentapes mag je misschien over een paar weken al een radioprogramma presenteren. Je moet wel weten, zo zette hij even een domper op de vreugde, iedereen komt hier vrijwillig. We betalen niemand, alleen de conciërge en iemand die de reclame bijeen sprokkelt, maar al de andere presentatoren en techniekers werken hier puur op vrijwillige basis.

Oh? Aah? Al die mensen? Ik kende er al een paar van naam, Johan Van Straaten, Pol Meijer, Frans Vandermolen, Leo Thyssens… Wauw.

Ho, zei Pol. We zitten nog altijd een klein beetje in de illegaliteit, dus als je wil mag je een pseudoniem kiezen. Ik heet niet Pol, en Frans heet niet Frans, dus jij mag jezelf ook anders gaan noemen. Hier, het telefoonboek! Zoek maar een leuke naam. 🙂

De vorige zomer had ik mezelf op vakantie al Ellen genoemd, dus dat lag voor de hand. Een achternaam was lastiger en dat telefoonboek bracht me op ideeën. Iets Vlaams, makkelijk uit te spreken en passend bij Ellen. Op mijn Alpenradio-paspoort prijkte even later: “Ellen Seys, aspirant-Alpenist.

alpen

Niet mijn paspoort, daarop prijkte een pasfoto en een andere datum!

Meteen mocht ik al plaats nemen achter een microfoon om een stemtest te doen. Een wààt? Niks om me zenuwachtig over te maken, zei Pol. Gewoon wat zinnen voorlezen om te horen of ik niet sliste, of mijn g’s en h’s een beetje juist zaten en of mijn timbre “radioproof” was. Hihi.

Het mocht dan niks opbrengen, de ervaring was fan-tas-tisch. Ze vroegen of ik ook de techniek wou leren, dan kon ik volledig mijn eigen programma maken, en had ik geen technieker nodig als ik moest presenteren. Dus daar ben ik mee begonnen, in een studio leren hoe platen starten en stoppen, met een mengpaneel leren werken, tussen door de cassettes met jingles en reclamespotjes mixen. Intro’s leren vol spreken, timen hoe lang je zinnen zijn, alles noteren op een playlist, nummer, uitvoerder, jaartal,… En ik had een riante keuze uit honderden LP’s en singles.

alpen2

Eén van de eerste studio’s, gaandeweg werden die een stuk professioneler.

Presenteren, dat had ik nog nooit gedaan. Ik had ook geen dictie gevolgd of zo. Maar door intensief te luisteren naar anderen en mijn blijkbaar aangeboren talent om snel iets op te pikken, mocht ik al snel zelf een programma presenteren.

Die programma’s kon ik opnemen in het weekend of ’s avonds en werden dan tijdens de week uitgezonden. Ik kon dus zelden naar mijn eigen programma live luisteren, maar vroeg dan om het op te nemen. Die eerste uitzendingen waren verschrikkelijk! Ik haatte mijn eigen stem, maakte te veel fouten, maar gelukkig leerde ik snel en kreeg ik veel tips.

Ik ben dit in totaal tien jaar blijven doen, met veel plezier. Omdat we met véél vrijwilligers waren (vooral mannen trouwens), heb ik er echt vrienden gemaakt. Ooit deden we nog eens een reünie, erg leuk om iedereen terug te zien en veel toffer dan een schoolreünie.

Het waren onvergetelijke jaren, ik ben nog altijd zo dankbaar voor alles wat ik er geleerd heb, niet alleen over muziek, maar ook over werk-ethiek, collegialiteit, techniek,… Je mag zeker zeggen dat die radio-jaren me voor een groot stuk hebben ‘gevormd’. Ik denk dat vele ex-Alpinisten dezelfde mening zullen hebben.

 

PS: Wat deden jullie in een vorig leven als vakantiejob? ’t Is ook een leuk idee als blogpost hé. #mijnstudentenjob.