Maand: mei 2015

Tiny gaat uit in de jaren 80 (flashback)

Als ik een bepaald stuk uit onderstaand verhaal vertel aan mensen die minimum tien jaar jonger zijn dan mezelf, gaan vele monden open en voel ik mij als oma, die vertelt over haar jeugd. Ook de meeste Nederlanders, zelfs van dezelfde leeftijd, kijken mij dan aan alsof ik leefde op een andere planeet…


Het is bijna half acht. Over een kwartier zal mijn vriendin aanbellen en stappen we in de auto van haar vader die ons naar het bal brengt. Vandaag is het School’s out-bal, zoals elk jaar de laatste zaterdag van juli, vlak na de examens. Het is al weer een tijdje geleden dat we uitgingen, want ik mag maar om de veertien dagen op zaterdag weg, en er is ook niet elke week iets te doen. 

Ik leg nog een single op, bijvoorbeeld die van The Wiz, want daar word ik altijd vrolijk van en de muziek brengt me in de juiste stemming om te dansen. 

Als we bij de zaal aankomen, is er duidelijk weer controle. Gelukkig ben ik nu al zestien en hoef ik niet meer stiekem binnen te glippen of mee te lopen met een oudere jongen. De eerste keer was ik zo bang dat de BOB mij zou komen controleren, dat ik de hele avond niet van mijn stoel ben gekomen.

oberbayernzaal

Ha, joepie, het is Discobar Timewind die vanavond de plaatjes draait. Altijd garantie op goeie muziek zonder teveel tjingel tjangel en zeker geen domme schlagers van Will Tura als het tijd is voor de slows. 

We zetten ons op een strategische plaats, op het verhoog waar we zicht hebben op de dansvloer en de hele zaal. Niet de kant van de bende van de Snikken, want die gaan gegarandeerd weer boel zoeken. Niet met ons, daar zijn we te braaf voor. En die boel begint meestal toch maar na één uur, dan zijn wij al lang weg. Mijn vriendin’s vader komt ons om half één oppikken. 

We gaan vlug naar de bar achter “e coca en e pientje”. Veertig frank. Ondertussen heb ik gezien dat D. er is met zijn maten, en zijn nieuw lief is blijkbaar niet mee. Hmm, interessant, die gaan we in de gaten houden vanavond. 

Er staat al behoorlijk wat volk op de dansvloer en als ze Duran Duran draaien en daarna de Simple Minds, zijn wij al volop mee aan het swingen. Mijn vriendin zoals altijd wat verlegen, voorzichtige stapjes, ik durf nu en dan al eens een arm in de lucht te zwaaien. Ondertussen houden we voortdurend in het oog wie er rond ons staat, en kijken we ook naar de andere kant van de dansvloer, als daar jongens staan die ons bevallen, gaan we gewoon een beetje meer in die buurt dansen.

Tussendoor doen we ‘een toertje’. We lopen samen de zaal eens rond, blijven hier en daar een babbeltje maken met iemand die we kennen en zien ondertussen wie er al gearriveerd is. Voor mij nog een pintje! 🙂

Rond een uur of tien horen we het volgende deuntje en we reppen ons terug naar de dansvloer:

De dansvloer staat propvol, ook de jongens en meisjes die anders nooit dansen, staan nu in de kring. Hoewel, er is niet echt een kring, de meesten staan in het midden, en lopen wat rond. Niet zoals het gaat als ik met mijn ouders mee ga naar een trouw of een souper: dan wordt er een mooie kring gemaakt, waar iedereen hand in hand in meeloopt, ééntje staat in het midden en kiest iemand van het andere geslacht; de man gaat met één knie op de grond en de dame zit er op, er worden drie kusjes gegeven en hup de andere mag nu iemand uitkiezen. 

Hier is het eerder een beestenkeuring. We lopen rond, en kijken uit naar iemand die er leuk uitziet, als er oogcontact is, of ze blijven staan, wordt er gekust: meestal ook gewoon drie zedige zoentjes, maar af en toe wordt er iets verder gegaan en ga je verkennen of die knappe jongen even goed kust als hij er uit ziet. Ja, met de tong. Duh!

Als het goed zit, blijf je daar mee staan, tot die Bamba gedaan is. Vaak duurt dat toch wel een kwartiertje of zo, want na het eerste Bamba-liedje, draaien ze meestal nog een paar variaties er op. Als je na de Bamba nog altijd gediend bent van de avances, er volgt al eens een lachje of een knipoog, weinig woorden hoef je daar aan vuil te maken, blijf je er ook bij staan tijdens de slows. Meestal een stuk of drie. Deze is behoorlijk vaak te horen: 

Ik zie wel wat in die jongen die ik net heb leren kennen. We gaan samen naar de tafel waar mijn colaatje nog staat, hij vraagt wat ik wil drinken en ik bestel stoer nog een pintje. Terwijl ik op zijn schoot zit, praten we nog een beetje tussen het kussen door en spreken we af voor woensdagmiddag. Om 14u onder ’t gat van de Halletoren. Veel te snel wordt het half één en ook mijn vriendin is druk met afscheid nemen van haar net ontdekte nieuwe vlam. We zijn niet dronken, maar wel een beetje aangeschoten. Langer dan dat ritje van een kwartier terug naar huis had het niet mogen duren, en ik ben blij als ik in mijn bed lig. Mijn oren nog aan ’t tuten van de muziek, mijn kleren in een hoopje, stinkend naar de rook. Mijn ogen doen pijn, eindelijk kunnen die lenzen uit. Vlak voor ik ga slapen, kijk ik nog even zwijmelend naar die pasfoto, die ik vlak voor het afscheid heb gekregen…


Ik schreef al eens eerder over mijn zestienjarige zelf, en vooral: wat ik toen anders zou doen.

Tiny in Chalkidiki, Griekenland

In november kwam mijn superlief mij een website vol mooie foto’s tonen. Het eerste wat ik deed was ijverig op zoek gaan naar kleine lettertjes, addertjes onder het mooie groene gras en de prijs opzoeken. Addertjes vond ik niet, de prijs viel ongelofelijk goed mee, dus ik zei: ‘Boek maar!’. Na bijna zeven maanden wachten, hunkeren, duizend keer opnieuw de website bekijken, alles lezen op Tripadvisor, was het eindelijk zo ver.

We boekten een vlucht met Ryanair, naar Thessaloniki en vlogen voor 140€ voor twee, heen en terug. Je mag zeggen wat je wil over lowcost vliegtuigmaatschappijen, als je het niet breed hebt, en je wil toch makkelijk ergens geraken, is dit een prima oplossing. Ok, je zit eerder in een autocar met vleugels, en voor vluchten langer dan vier uur zou ik het zeker niet aanraden. Wij reizen ook altijd met enkel handbagage, dus extra’s hoefden we helemaal niet te betalen.

En ja, ook een minitrolley is geschikt om zes dagen mee op reis te gaan, vooral als je geen handdoeken nodig hebt en enkel zomerkleren. Het zwaarste waren mijn stapschoenen (die ik aandeed) en mijn loopschoenen. Ik nam wel mijn Nikon camera mee, mijn e-reader en mijn iPad, maar verder geen electronica.

Het hotel, eigenlijk een resort, was superdeluxe. Bij het inchecken kregen we al meteen de magische woorden te horen: “You have been upgraded to a Deluxe room, with private pool”. Het heeft drie dagen geduurd eer mijn lief begreep wat ze daarmee bedoelden. Néé, schat, ik heb deze kamer niet geboekt, normaal was hij maar half zo groot. En mochten we niet aan dit zwembad liggen, maar ginder bij het gepeupel.:-)  “Waarom kregen we dan een upgrade?” Goh, ja, ik weet niet, voor ons schoon ogen??

De eerste twee dagen waren we overdonderd door zo veel luxe. We zijn dat totaal niet gewoon, nog nooit naar een All-inclusive geweest, en altijd gelogeerd bij mensen thuis, Couchsurfing, Airbnb, of vrienden. Maar na een tijdje word je het gewoon, dat ze aan het zwembad om het half uur komen vragen of we nog iets wilden drinken, of dat ze je zonnebril komen poetsen, of dat ze je een ijstas met vers fruit brengen…  En echt, de foto’s op de website hadden niet gelogen. Hieronder wat impressies (niet van de website geplukt, zelf gemaakt!).

2015-05-20 13.07.30 2015-05-21 22.46.15 2015-05-23 09.23.58 DSC_0123 DSC_0126 DSC_0139

Vijf dagen aan een zwembad of een strand liggen is echter niet aan mij besteed. Ik vind het wel eens leuk om een paar uur na mekaar in de zon te soezen en mijn boeken uit te lezen, maar na een tijdje wil ik weg. Verandering van zicht, verandering van lucht, verandering van omgeving. Dus huurden we een fiets (gratis, enkel waarborg) en op een andere dag een auto.

Het contrast kon niet groter zijn. Sommigen zeiden dat ze nog wachten op het hoogseizoen, dat het dan wel drukker wordt. Maar er is ZO veel leegstand. Zo veel dingen die er gewoon verlaten uit zien, niet onderhouden, en zo eenzaam. Je kan er wel mooie foto’s nemen natuurlijk. Maar het woord daarbij was “troosteloos”. Griekenland is niet meer wat het ooit geweest is. En dan gaat zo’n vakantieresort natuurlijk nog eens olie op het vuur gooien. Okee, ze kunnen wel heel veel mensen van werk voorzien, maar het is in het nadeel van de kleine zelfstandige.

DSC_0044 DSC_0045 DSC_0080 DSC_0098 DSC_0103 DSC_0109

Triest hé?

Enfin, we hebben het terug van ons afgezet en genoten verder van een hoop gratis cocktails, keuze uit drie bladzijden.

2015-05-24 17.50.15 DSC_0114

Ik heb het vooral voor Margarita’s, Mojito’s, Caipirinha’s, Pina Colada’s, en Cosmopolitans.
DSC_0028

Zot gewoon! Ook het buffetrestaurant was het beste wat ik al ooit heb gezien, iedereen vindt daar zijn gading. Bij het eten wijn, frisdrank of water, het bier was er niet te zuipen, da’s dan ook het enige minpuntje.

Of we nog eens terug gaan? Ik weet het niet. Het is wel eens lekker, zo’n strand- en zonvakantie, en heerlijk genieten, maar verder kan je er niet veel uitspoken. En da’s misschien iets te weinig naar onze zin.

Ondertussen ben ik lekker bruin (terwijl ik anders nooit in de zon zit), en ik had willen schrijven ‘en helemaal relaxed’ maar dat is dus niet het geval. Meteen al terug aan het werk, de was en de plas en mijn energie is volgens mij in Griekenland gebleven…

Tiny komt thuis en is niet blij.

Toen ik in de auto op weg naar huis nadacht, wat ik allemaal zou schrijven over de afgelopen vakantie, was de rit Wevelgem-Brugge te kort. Zoveel indrukken, zoveel inspiratie, heerlijk.

Ik reed de straat nog maar in en mijn humeur zakte al. De vuilniszak stond buiten. Het is Pinkstermaandag en de vuilnismannen zijn op dinsdag geweest, dus dat ding stond er al zes dagen (duidelijk te laat buiten gezet). Eenmaal binnen, met pak en zak en was en tas, neem ik de vuilniszak terug mee naar binnen, en natuurlijk scheurt die. Kattenbakzand all over the place.

Ik doe de deur open van de woonkamer, en overzie de schade. Kattenplasjes her en der, de afwas van een paar dagen staat lekker smerig te wezen op het aanrecht, de katten hebben geen eten en geen drinken, mijn zoon is spoorloos. In zijn kamer brandt het licht nog, er liggen overal hopen kattenhaar en stof, zes lege colaflessen, een hoop Monsterblikken en de computer staat werkloos aan.

Tien minuten later komt hij terug binnen gewandeld op zijn dooie gemakje, duidelijk niet gewassen en met nog steeds dezelfde kleren van vorige week. Moeder Tiny vliegt hem niet meteen in de armen en een knuffel heb ik al niet meer gekregen sinds hij vijf was of zo. Het is sterker dan mezelf en ik begin meteen te brullen over wat er allemaal verkeerd is gelopen. Over hoe “leuk” het is om thuis te komen na een weekje weg en meteen te mogen schoonmaken.

Ondertussen had ik zijn laptop verstopt, die kreeg hij pas terug als alles was opgeruimd.

Ja, hij had gedoucht (eergisteren) en ja, hij had gestofzuigd en één keer afgewassen. Hij had vandaag nog niet gegeten (het was al 15u) en zijn vriend kwam langs. De vriend heeft dan samen met hem de afwas gedaan, ocharme.

Sorry. Jullie hadden een mooi verslag van mijn reis verwacht, vol zonnige foto’s en grappige anekdotes. Die komen nog, beloofd. Maar dit moest er eerst even uit. Vooral na het artikel wat gisteren in Charlie Magazine stond: ‘Zet jij je kind in de online etalage?‘ Ik kon het niet laten om een reactie te schrijven.

Néé, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn, wie hier regelmatig komt meelezen, heeft dat al lang door. En néé, ik wil het niet verbloemen. Ik zou niets liever willen dan positieve stimulerende en juichende verhalen te bloggen over mijn stoere achttienjarige. Op Facebook word ik soms misselijk van de enthousiaste en om applaus roepende statussen.

En ik weet dat er véél meer gelijkgestemden zijn. De laatste maanden kom ik regelmatig mensen, kennissen tegen, die me op mijn schouder komen kloppen en zeggen: “Ik begrijp je. Ik herken het.” En dat doet zo’n deugd. Alleen schrijft niet iedereen daar over. Maar Ianka Fleerackers, schrijfster van het bewuste artikel, heeft wel een paar blogs in te halen, er zijn een hoop blogmama’s van tieners waar het ook niet allemaal peis en vree is. Ach, misschien moet ik niet zo zeuren. Dat mag je ook gerust zeggen: hij drinkt geen alcohol, hij rookt niet, smoort niet en is lief voor zijn opa en oma.

Voilà, ’t is er uit. Mijn hart gelucht, mijn valies uitgepakt. Volgende keer mooie foto’s en blije verhalen.  Cocktail anyone?

Voorproefje...

Voorproefje…